
Men bereidt het volgens de richtlijnen van kookboekenschrijver Apicius. De eerste christenen in Rome hadden deels een joodse achtergrond. Zij zouden dit gerecht dus op Pesach (Pasen) gegeten kunnen hebben. Bijzonder is namelijk dat dit gerecht perfect past op de sederschotel voor Pesach, zie hierover ook mijn boek Bijbels culinair.
Met dit gerecht gaan wij dus terug in de tijd, helemaal naar de oorsprong van het christendom. U eet misschien wel hetzelfde als de eerste christenen...
De symboliek van het christelijke paasfeest komt prachtig terug in het gerecht. De eieren staan voor dood naar leven; door de harde schaal van de dood staat nieuw leven op!
De overjarige plant lavas is vrijwel onzichtbaar in de winter, maar aan het eind van de winter schiet het frisgroene blad uit de dorre wintergrond omhoog, een prachtig beeld voor Pasen.
Andere elementen verwijzen naar het lijden dat daaraan vooraf ging, tijden van beproeving. De zure smaak van wijnazijn en gekneusde pijnboompitten verwijzen naar de lijdende Jezus. Honing verwijst naar de toekomst die dankzij Pasen zoet, goed zal smaken...
De romeinse lekkerbek en kok Apicius was een groot liefhebber van lavas of maggikruid. Hij verwerkte het in vele gerechten. Zo’n plant in uw tuin is een dankbaar object. Van het vroege voorjaar tot de late herfst schenkt hij u verse jonge bladscheuten. En ieder jaar opnieuw verschijnt hij weer na de winter. Onovertroffen in bijvoorbeeld groentesoep.
De romeinen hielden een vaste volgorde van spijzen aan tijdens hun maaltijden. Ex ovo usque ad malum: van ei tot appel, waarbij ‘appel’ elke soort fruit, maar ook zoet gebak kan betekenen. Als inleiding op de maaltijd serveerde men dus als verplichte kost een eiergerecht.
Daarna een gerecht met vlees of vis waarbij groenten werden geserveerd, althans bij welgestelde Romeinen. Bij de minder welgestelden verschenen alleen groenten, met name peulvruchten, vaak vergezeld van granen op tafel. De maaltijd beëindigde men met een zoet dessert of fruit.
6 eieren
50 gram pijnboompitten
1 theelepel water
Een paar jonge bladscheuten lavas, maggikruid
2 theelepels honing
2 theelepels witte wijnazijn
Snuf zeezout
Een vijzel
Bereidingstijd 12 minuten.
De pijnboompitten kneuzen en een theelepel water erdoor mengen, vervolgens de blaadjes lavas fijnhakken en toevoegen aan de pijnboompitten. Twee theelepels honing toevoegen en scheutje azijn en wat zeezout voor de smaak. Alles goed mengen. Proeven en indien nodig aanpassen op uw smaak. Eieren in vieren delen, op bordje rangschikken, met de punten naar elkaar toe. Mengsel erover verdelen.
Bijzonder, niet?
Wilt u iedere dag even nadenken over een bijbeltekst en een gebed? Meld u dan aan voor de nieuwsbrief Bijbels Dagboek. U kunt zich afmelden wanneer u maar wilt. Het dagboek wordt verzorgd i.s.m. Groei.
