Hoe kan God lijden toestaan?

Live praatprogramma over geloofs- en levensvragen, waar de kijker aan mee kan doen door te bellen naar de studio. Er komt een herkenbaar onderwerp aan de orde, dat besproken wordt door Menno Helmus en twee gasten in de studio. Kijkers kunnen bellen en het gesprek met hen aangaan. Ook kunnen kijkers sms'en, of met elkaar in discussie gaan op het forum van de website.

'Als God een God van liefde is, hoe kan hij dan het lijden in de wereld toestaan? Waarom geneest hij mij niet van de ziekte die mijn leven bedreigt? Waarom zorgt hij er niet voor dat er geen ellende meer is?' Prangende vragen, die veel worden gesteld. Ook aan ons, medewerkers van HelpDesk Live. Daarom staat in deze uitzending de volgende vraag centraal: 'Hoe kan God lijden toestaan?'

Zoals elke zondag komt ook nu weer een aantal stevige stellingen aan bod, waaronder: 'Een God die van ons houdt, laat ons niet lijden!', 'Als God almachtig is, voorkomt hij het lijden!', 'Van God komt het goede, van de duivel het kwade!' en 'God heeft een bedoeling met het lijden!'

Menno Helmus praat met Maaike Schalk (pastoraal werker) en ds. Peter Kos over het onderwerp 'Hoe kan God lijden toestaan?'. Kijk zondagavond naar HelpDesk Live en mail ons je verhaal of vraag. Je kunt je vraag ook inspreken op de gratis voicemail van HelpDesk Live (035 - 647 49 69). Elke vraag is welkom.

N.B. Deze uitzending is een herhaling. Je kunt dus tijdens de uitzending niet naar de studio, maar wel naar Nazorg bellen.

video

121 Reactie(s)

DPM

10 (tot slot) Gebed: Heer, omdat er altijd arme mensen in het land zullen zijn, zal ik aan Uw bevel gehoorzamen en zal ik met open handen leven naar mijn broeder en naar de ellendige en de arme in mijn land. (Persoonlijk gemaakt door Deuteronomium 15: 11).

DPM

9 In Matteüs 5: 16 vertelde Jezus Zijn discipelen: "Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken". Hoe kunnen we ons licht laten schijnen? Door de goede werken, de daden van genade, die we doen. Tegelijkertijd verheerlijken we daarmee onze Vader in de hemel en wordt Hij zichtbaar voor de mensen. Ongelovigen kunnen onze rechtvaardigheid niet zien als we het geloof alleen maar in ons hart hebben. Ze kunnen het pas zien als het door rechtvaardige daden naar buiten komt. De wereld raakt niet onder de indruk van preken die binnen de muren van religieuze gebouwen gehouden worden. Sterker nog, ze weet vaak niet eens wat er zich in die gebouwen afspeelt. De wereld wacht op christenen die hun geloof tot uitdrukking brengen en in actie komen, door liefdevol en genadig te zorgen voor de wezen, de weduwen, de armen en onderdrukten. We hebben hen al te lang laten wachten! Wordt vervolgd:

DPM

8 Op de ëën of andere manier lijkt onze geloofspraktijk gecentreerd rond de tweede voorwaarde: we werken eraan onszelf onbesmet van de wereld te bewaren. Maar de eerste uitwerking van zuivere godsdienst heeft in de Kerk vandaag vaak maar weinig plaats: omzien naar weduwen en wezen. Onze redding is wat God voor ons heeft gedaan. Zuivere, integere godsdienst is wat Hij als antwoord van ons verwacht. God maakt ons overduidelijk dat Hij wil dat we Zijn hart vertolkend zorg dragen voor de wezen en weduwen. Laten we dit na, dan is onze geloofspraktijk net zo onaanvaardbaar voor Hem als de geloofspraktijk (godsdienst) van Israël in de tijd van Jesaja. Kijkend naar de nood in de wereld om ons heen en de Kerk vandaag, denk ik dat we een moderne Johannes de Doper nodig hebben die ons oproept tot bekering! Wordt vervolgd:

DPM

7 IN IEDERE TIJD Door de hele bijbel heen zien we dat God speciale genade belooft aan mensen die genadig zijn voor de armen. "Welzalig hij die acht slaat op de geringe; ten dage des onheils zal de Here hem uitkomst geven." (Psalm 41: 1) "Wie zich over de arme ontfermt, leent de Here; Hij zal hem zijn weldaad vergelden." (Spreuken 19: 13) God verbindt Zijn zegen aan hem die de arme zegent, maar het omgekeerde geldt ook. Als we geen genade hebben voor de armen, dan kan het zijn dat God ook ons niet genadig is. "Wie zijn oor gesloten houdt voor het hulpgeroep van de geringe, zal, als hij zelf roept, geen antwoord ontvangen." (Spreuken 21: 13) Zou dit misschien een verklaring zijn voor het feit dat sommige van onze gebeden maar niet verhoord worden? In Jacobus 1: 27 wordt Gods voortdurende bewogenheid en zorg voor de wezen en weduwen beschreven: "Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren." Wordt vervolgd:

DPM

6 In de profetische gelijkenis over de schapen en de bokken, sprak de Heer een vreselijk oordeel uit over de bokken: "Gaat weg van Mij, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is".(Matt. 25: 41) Waarom zei Jezus dat? Wat hadden ze gedaan? Het antwoord is even kort als eenvoudig: niets. Ze hadden de hongerige mensen niet te eten gegeven en de dorstige niet te drinken. Ze hadden de vreemdeling niet gehuisvest en de naakte niet gekleed. Ze hadden de zieken en gevangenen niet bezocht. Om deze reden werden ze veroordeeld en uitgebannen voor de eeuwigheid. Voor ons allemaal is het belangrijk te onthouden dat we niet alleen geoordeeld worden op wat we hebben gedaan, maar ook op wat we NIET hebben gedaan. Wordt vervolgd:

DPM

5 HET NIEUWE TESTAMENT Ook het Nieuwe Testament benadrukt de zorg voor wezen, weduwen en de armen. Misschien zelfs nog wel duidelijker dan het Oude Testament. Johannes de Doper bereidde de weg voor Jezus, met zijn oproep tot bekering. Als mensen op zijn boodschap reageerden en hem vroegen wat ze moesten doen, dan antwoordde hij: "Wie een dubbel stel klederen heeft dele mede aan wie er geen heeft, en wie spijzen heeft, doe evenzo". (Luc. 3: 11-12) Dat is de praktische uitwerking van bekering. Iets later zei Jezus zelf: "Wanneer gij een middag- of avondmaaltijd aanricht, roep dan niet uw vrienden of uw broeders of uw verwanten of uw rijke buren; die zouden immers op hun beurt u ook kunnen uitnodigenen gij zoudt terugbetaling ontvangen. Maar wanneer gij een gastmaal aanricht, nodig dan bedelaars, misvormden, lammen en blinden. En gij zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u terug te betalen. Want het zal u terugbetaald worden bij de opstanding der rechtvaardigen. (Luc. 14: 12-14) Wordt vervolgd:

DPM

4 VANAF DE TIJD VAN MOZES Onder de wet van Mozes gold er een bepaalde regel voor de kinderen van God. Ze mochten de hoeken van hun velden niet maaien en het was verboden om alle druiven van de wijngaard te plukken. Ze moesten altijd iets achterlaten voor de arme en de vreemdeling. De instructies hierover eindigen steeds met dezelfde woorden: (want) Ik ben de Here uw God (Lev. 19: 9-10). Met andere woorden: "Zo ben Ik en dit is hoe jullie Mij moeten vertegenwoordigen!" In Psalm 68: 8 wordt God beschreven als een vader der wezen (in het Engels staat hier; verdediger der weduwen!). Mensen die God werkelijk toebehoren, zullen Hem weerspiegelen zoals Hij is, door hun liefde voor de wezen en de weduwen. Later, toen God door Zijn profeten tot Israël sprak, waren er drie belangrijke zonden die voortdurend Zijn boosheid opwekten: afgoderij, overspel en een gebrek aan zorg voor de wezen, de weduwen en de armen. De eerste twee zijn "actieve" zonden, zonden door iets te doen, terwijl de derde een zonde is van nalatigheid, zondigen door iets juist niet te doen. Maar de laatste categorie is net zozeer zonde als de eerste twee; al deze zonden houden Gods licht uit je leven weg. Als iemand dan weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde (Jak. 4: 17. Wordt vervolgd:

DPM

3 Verderop in de tekst noemt Job een aantal zonden waaraan hij zich nooit schuldig heeft gemaakt: "Indien ik ooit de bede der geringen heb afgeslagen, de ogen der weduwen heb laten versmachten, of ooit mijn bete alleen gegeten, zonder dat de wees daarvan at...indien ik ooit een zwerveling heb gezien zonder kleed en een arme zonder bedekking...indien ik ooit mijn hand heb opgeheven tegen een wees" Als ik schuldig ben aan èèn van deze zonden-en het zijn allemaal geen "actieve" zonden, maar zonden van nalatigheid!-concludeert Job: "zo valle mijn schouder uit zijn gewricht, en breke mijn arm van zijn pijp af". (Job 31: 16-22). Wat Job hier dus eigenlijk zegt, is: "Als ik mijn armen niet gebruik om ze uit te strekken in deze daden van bewogenheid, dan hebben ze sowieso geen recht op een plaats aan mijn lichaam!" Deze bijbelse beschrijving van daden van gerechtigheid zien we niet alleen in de tijd van de aartsvaders, maar ook in iedere periode daarna. Wordt vervolgd:

DPM

2 We beginnen bij Job, die uitriep: Met gerechtigheid bekleedde ik mij en mijn recht bekleedde mij. Zoals iedere rechtvaardige gelovige door de tijden heen, was Job bekleed met een gerechtigheid die niet van hem zelf kwam. Job geeft een duidelijke beschrijving van deze gerechtigheid: "Want ik redde de ellendige die om hulp riep, de wees en hem die geen helper had...en het hart der weduwen deed ik jubelen...tot ogen was ik voor de blinde, en tot voeten voor de kreupele; een vader was ik voor de armen..." (Job 29: 12-16). Wordt vervolgd:

DPM

1 Vandaag komt een menigte van verdrukte, kwetsbare mensen onze kerken binnen; alleenstaande moeders (een nieuwe groep "wezen en weduwen" van vandaag!), asielzoekers (ontheemden, vreemdelingen), eenzame mensen, mensen in financiële nood... De verantwoordelijkheid voor de kwetabare, verdrukte mensen zet God vandaag opnieuw op de agenda van Zijn Kerk. In dit artikel zet DPM enkele van de vele bijbelteksten hierover op een rij. We zullen zien dat God altijd Zijn zegen verbindt aan de zorg voor wezen, weduwen, armen en verdrukten. Zelf was DPM geschokt hoeveel de bijbel hierover zegt en hoe weinig DPM dit tot nu toe realiseerde. Wordt vervolgd: