Als de pijn maar over is

Als je ziek bent, wil je graag beter worden. Als je altijd diep van binnen pijn en verdriet hebt, zoek je ook daarvoor genezing.

Mensen zoeken het overal.
Bij regulieren artsen, maar ook bij alternatieve.

In de uitzending van a.s. zondag heb ik een gast die oplossing voor haar problemen zocht in Reiki.

Wat is Reiki?

De meeste mensen komen in aanraking met Reiki via een reiki master. Deze master is in staat bepaalde energieën naar mensen te sturen. Van dichtbij maar zelfs ook op afstand, werd mij verteld. Energieën die helend werken op allerlei vlak.

Op internet kom je van alles tegen:

Reiki-behandelingen zouden nuttig kunnen zijn bij spanningsklachten zoals stress, maag- en darmklachten, hoofdpijn, migraine, spanning/pijn in rug, schouders en nek, bij RSI-klachten en klachten als angst, depressiviteit en lusteloosheid.

Door de ontspannende werking zou Reiki eveneens goed kunnen worden toegepast worden om pijnbestrijding (-vermindering) te ondersteunen, bij hyperventilatie, krampen, (over-) vermoeidheid, algehele (vaak onbestemde) onlustgevoelens en bij slapeloosheid.

Reiki is de universele levensenergie. Universeel, dus niet gekoppeld aan een bepaalde godsdienst. Want deze levensenergie stelt geen voorwaarden aan de ontvanger.
Het enige dat van belang is is, dat je de energie toe moet willen laten. Anders gezegd: je moet erom vragen aan de Reikibehandelaar of ja zeggen als een Reiki behandelaar je de Reiki behandeling aanbiedt.

Zondag ga ik met Karin Boenders daarover praten. Karin had een eigen Reiki praktijk. Maar zij is daarmee gestopt toen zij tot bekering kwam. Steeds meer is zij er van overtuigd dat Reiki mensen in verbinding brengt met verkeerde krachten.

U kunt zondag naar Karin kijken en luisteren.

Voor mij was dit de eerste keer dat ik met zo iemand in aanraking kwam.  Ook in de praktijk van Karin werden mensen genezen. Karin is dan ook niet gestopt omdat ze mensen bedroog, maar omdat zij (naar haar overtuiging nu) hen in verbinding bracht met verkeerde krachten.

Verkeerde krachten.
Bestaan die?
En kunnen die wonderen doen?
Absoluut.

Toen Aäron voor de Farao van Egypte in de naam van de God van Abraham, Isaak en Jacob wonderen deed, bereikten de Egyptische tovenaars hetzelfde. Ieder gooide zijn staf neer, en elke staf veranderde in een slang.

Mensen kunnen dus wonderen doen buiten God om. Krachten ontlenen aan een andere bron.

Het is het enige verhaal niet.
In het boek Handelingen lezen we over het werk van Simon de tovenaar. En, last but not least: wat te denken van wat Jezus ooit zei!. Hij zei: “in de laatste tijd zullen er valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten”, Matteüs 24: 24.

Misschien dat zij de naam van de Here Jezus zullen gebruiken. Maar daarom zal die genezing niet altijd van God zijn!

Wonderen zijn de wereld niet uit. Zeker, er is ook list en bedrog. Er is veel kwakzalverij. Maar feit is, dat Gods tegenstander ook de kracht heeft om in onze gebroken en in zonde gevallen wereld, invloed uit te oefenen. Over de vrome Job staat geschreven dat de Satan hem overdekte van voetzool tot kruin met kwaadaardige zweren. Ziekte kan van de duivel komen. Maar ook genezing. Jezus waarschuwt ons er voor. Misleiders zullen wonderen doen. Ook nog in Zijn Naam.

Karin wees mij op Efeze 6. Dat hoofdstuk over de geestelijke wapenrusting. Daar schrijft Paulus toch ook dat we hebben te strijden tegen krachten en machten. Ze wees mij op ‘de brandende pijlen  van de Boze’. Pijlen met een dubbele werking.

Gods kinderen liggen onder vuur.

En juist een zwakke gezondheid, innerlijke verwondingen, pijn en verdriet, eenzaamheid kunnen ons geestelijk heel kwetsbaar maken. Maar elke hulp is niet van God. Ook elke arm ons ons heen is lang niet altijd goed voor ons.

Onze (gezondheids)situatie kan ons zo in de ban hebben, dat we overal genezing zoeken. Van elke kant hulp accepteren. Als we maar beter worden. Als de pijn maar overgaat.

Hoe weet je nu dat iets voortkomt uit een verkeerde bron? Hoe weet je nu dat zoiets niet komt van God maar van de duivel? Dat zijn heel lastige vragen. Maar één ding weet ik wel, dat God ons belooft dat de Heilige Geest ons wil leren onderscheiden. En de Heilige Geest zal ons zeker wijzen op Gods Woord.

Een vraag, die je kunt stellen als iemand beweert de gave van genezing te hebben gekregen van God, is: van welke God? God die zich in Jezus openbaarde? Ook mag je van de ander die jou wil ‘helpen’ vragen: Hoe ziet het leven van hem of haar er uit? Is hij of zij een levend getuige van Jezus?

Ziekte, pijn, verdriet, eenzaamheid zijn allemaal verschrikkelijke dingen. Maar het is niet waar als wij zeggen: als het niet baat, schaadt het ook niet. Niet alle genezing, niet alle hulp komt van Boven.

10 reacties

Pacemakers en peacemakers

Ik heb deze week drie dagen in het ziekenhuis gelegen. Vorige week bleek bij controle dat mijn pacemaker op zijn laatste benen liep.

Ik moest er even aan wennen weer naar het ziekenhuis te moeten. Ik voel me namelijk beter dan ooit en had gehoopt nu een jaar te beleven wel met controles, maar zonder opnames.

Mijn specialist dr. Ramdat Mizier heeft voortreffelijk voor me gezorgd. Toen hij me vroeg wanneer ik tijd had (!!!) voor deze opname zei ik dat ik deze week geen opnames had…
Het was een beetje brutaal. Maar na vorig jaar vind ik het gewoon vervelend om afspraken te moeten afzeggen.

Een paar dagen later ging mijn mobiel. Men had geen tijd meer om mij een brief te schrijven. Ik moest me maar melden, dinsdagmorgen om 7.30 uur. Ik kwam als eerste, maar was als laatste aan de beurt. Om 16.00 uur werd ik naar de o.k. gereden. Het klinkt raar: het was daar een hartelijke ontvangst. Mijn buurman wachtte me op. En de thoraxchirurg, Dr.Sie die me ooit in 2001 geopereerd had, kwam nog even een praatje maken.
Het is allemaal goed verlopen. Ik ben nu weer thuis. Zondagavond hoop ik te preken. Wel met een arm in een mitella. ‘Je zegent die keer maar met één hand’, zei een van de artsen.

Je maakt veel mee in die paar dagen.
Veel dingen blijven je bij.
Zoals die kleine gesprekjes met twee verpleegsters.

Zij waren zondagmorgen allebei bij mij in de kerk geweest. Ze vertelden nog hoe indrukwekkend ze de dienst hadden gevonden. In mijn vorige blog schreef ik daarover. Het was een dienst die ging over innerlijke pijn. Pijn zoals van die bloedvloeiende vrouw, die niet alleen ziek was maar ook door haar ziekte alléén was, niet welkom in de synagoge, geïsoleerd. Dat is pijn, die je aan de buitenkant niet kunt zien.

Innerlijke pijn. Maar als je er over spreekt, wordt het herkend.
Ook op de blog werd veel gereageerd. Pijn, die soms zo diep zit, dat je zelf verbaasd bent dat het er is. Veel pijn is te plaatsen. Bijvoorbeeld de pijn om het verlies van iemand van wie je veel hield. Pijn om je gebroken huwelijk. Je bent aan de kant gezet. Pijn om die oneerlijke behandeling op je werk. Pijn van vroeger. Je werd misbruikt. Je werd gepest.

Tijdens de dienst vorige week werden een aantal zinnen uitgesproken waarmee mensen elkaar verwonden. ‘Dat kan je vast niet’. ‘Wat ben jij lelijk’. ‘Je hebt het zeker weer niet goed gedaan’. En nog veel meer…

Een jonge vrouw mailde me. Ze vertelde hoe hard die woorden bij haar binnen waren gekomen. Ze voelde zich weer in de situatie van toen teruggeplaatst. Ze vertelde van een meisje dat in de kerk vlak bij haar in de buurt zat. Ze was een jaar of 12. Ze raakte totaal overstuur….

Er is zelfs verdriet dat je helemaal niet kan thuisbrengen. Het is je aangedaan, maar je weet niet meer wanneer en waardoor. Daar was je te klein voor. Soms leer je de bron ontdekken als je iets meemaakt, waar je (soms tot je verbazing) erg door geraakt wordt.

Verdriet en pijn  is erg.
Maar het helpt, als je weet waar die pijn vandaan komt. Niets is erger dan het niet weten.
Dat heb je al bij lichamelijke ziektes. Wat zijn die periodes van onderzoeken zwaar. Niet alleen door die onderzoeken, maar vooral ook omdat jet het niet weet. Waar komt mijn pijn vandaan?

Zo is het ook met innerlijke pijn. Belangrijk is dat je weet waar het vandaan komt.
De pijn wordt er niet minder om, maar er is dan toch meer mee te doen. Vandaag aan de dag zijn er steeds meer christenen die psychotherapie als hun beroep kiezen. Helaas zijn ze er wel te weinig. De wachtlijsten zijn soms heel lang.

Verdriet en pijn zijn lang niet altijd slecht. Zeker pijn kan een signaal zijn, een waarschuwing. En het uiten van verdriet is een eerste stap. Maar ze kunnen je ook gevangen houden, kwellen. Ze kunnen in plaats van een bodyguard jouw cipier worden.

Werken aan pijn en werken aan verdriet.
Ik heb het gevoel dat we als christenen daar veel meer aan kunnen doen. Natuurlijk is het fijn als je een preek hoort over ‘Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt’, maar daarmee ben je er nog niet.

Vorige week zondag hebben we in groepjes van twee voor heel veel mensen gebeden. Mensen met pijn van binnen. We hebben ook aangeboden om ‘verder’ te helpen. En dat is bij velen hard nodig.

Ik kreeg een nieuwe pacemaker. Peacemakers bestaan niet. Tenminste niet als implantaten. Wel, als mensen. Jezus heeft ooit gezegd: ‘Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden’. Gods kinderen zetten zich niet alleen om in voor uiterlijke vrede, maar vooral om innerlijke vrede.

5 reacties

One touch

Niet vaak heb ik zoveel tijd en aandacht besteed aan de voorbereiding van een kerkdienst.
Al in de laatste week van december had ik thuis een gesprek met de presentatrice en de zangleider. En vanaf dat moment hebben we heel wat mailtjes in verband met deze dienst rondgestuurd. Vorige week donderdag hadden we als afsluiting een bidstond met meerdere medewerkers.

Waarom?

Het heeft alles te maken met het onderwerp dat ik voor de dienst van zondagmorgen j.l. gekozen had. Het ging in die dienst namelijk over innerlijke genezing.

Ik kwam op die gedachte na de opname met Karin Broeders. Zondag 5 februari kunt u met haar in NZOZ kennismaken. Karin was ooit Reiki master. Door vele tegenslagen in haar leven was zij op zoek gegaan naar innerlijke kracht en had het in Reiki gevonden. De vraag die ik mij zelf toen bij de voorbereiding van dat programma stelde, was: Waar haal ik de kracht vandaan?

Dat spoorde mij aan om daar verschillende preken over te maken. Het meest heb ik nagedacht over de kracht die Jezus had. De kracht waar die bloedvloeiende vrouw aan dacht toen zij besloot te proberen Jezus aan te raken. De vrouw, zo vertelt de Bijbel, werd genezen. Een vrouw, die ook geestelijk zwaar moet hebben geleden. De ziekte waaraan zij leed, sloot in die tijd mensen op vele terreinen uit en bracht hen in een geestelijk isolement. De ziekte maakte haar immers voortdurend onrein. De tempel was voor haar gesloten. Ook zal zij contacten met anderen hebben moeten vermijden.

Geestelijk gewond.

Ik besloot daar een preek aan te wijden en anderen te vragen mij te helpen bij de opzet en inrichting van de dienst. De vraag die we ons stelden was: kun je mensen ook in onze tijd uitnodigen om Jezus aan te raken?

Na veel overleg en gebed hebben we besloten een korte preek te houden, en mensen die innerlijk verwond zijn, uit te nodigen om naar voren te komen en voor zich te laten bidden.  Om, na zo’n oproep op te staan en naar voren te gaan, is heel wat. Maar dát deed die vrouw! Ze besloot zich niets aan te trekken van wat mensen zouden kunnen zeggen, ook overtrad zij bewust de religieuze regels van toen. Zo hoog was haar nood.

Zondagmorgen was het zo ver.  We begonnen met een aantal liederen,  die ons bepaalden bij wie God is: Hij is de Aanwezige, de Schepper, onze Hulp. Hij geneest, vergeeft en bevrijdt.

We lazen de geschiedenis uit Marcus 5. Daarna werden de lichten gedimd. Er kwam ‘een vrouw’ binnen. Ik had Hilde gevraagd om te proberen te vertolken wat die vrouw uit Marcus 5 bij zich zelf zou kunnen hebben gezegd. Er staat in een vertaling: zij zei bij zichzelf… Wat zou zij nog meer hebben kunnen zeggen…?

Het werd heel stil. Hilde had zich de situatie van de vrouw diep ingeleefd. Je proefde haar angst, haar moeite, haar verlangen naar genezing. Je hoorde haar besluiten naar Jezus te gaan.

Toen werd het stil. De lichten gingen weer aan. Daar stopte het. Ik mocht spreken. Ik legde uit wat er verder gebeurde. Ook hoe wij in deze tijd kunnen ‘aanraken’.

Ik heb over dat laatste heel lang nagedacht. Hoe kun je dit nu overbrengen? Jezus is immers niet meer lichamelijk in ons midden. Het aanraken van Zijn kleed is nu onmogelijk. Toch geloven wij dat Hij er is. Dat hebben we gisteren ook gezongen: ‘Hij is hier in ons midden.’

Wat mij trof was, dat de vrouw niet alleen gelóófde dat Jezus haar kon genezen, maar ook een daad stelde. Ze toonde voor het oog van iedereen haar vertrouwen in Jezus. Hoe vaak lees je dat niet in de evangeliën. Jezus heeft mensen ‘op afstand’ genezen. Zoals de knecht van die Romeinse hoofdman. Maar veel vaker stelden ook mensen een daad. Ze riepen, ze vielen voor Jezus neer, ze probeerden Hem aan te raken, ze brachten hun vriend.

Geloof dat Jezus geneest mag ook daadkracht vertonen. Je mag je hand op de Bijbel leggen en zeggen: ja, dat geloof ik. Je mag het hardop belijden of luidop zingen. Zijn dat geen vormen van het zich in onze tijd uitstrekken naar Jezus?

Na de toespraak heb ik mensen uitgenodigd om net als die vrouw niet langer je innerlijk verdriet voor je houden maar om hulp te zoeken, voor je laten bidden. Eigenlijk ook om op dat moment je daadwerkelijk uit te strekken naar Jezus.

One touch

Schoorvoetend kwam als eerste een Marokkaanse vrouw naar mij toe. Maar kort daarna werd het een lange rij. Vele teams stonden in de kerk verspreid om te luisteren en te bidden. Ondertussen zong de gemeente prachtige geloofsliederen.

Lang hadden we nagedacht hoe we de pubers konden bereiken. Zij werden in de dienst uitgenodigd om de sms’en naar jeugdwerkers. Praystation hadden we het genoemd. En ze deden het. Eén van de medewerkers vertelde van 13 mailtjes die hij kreeg en verschillende vervolgafspraken die hij na deze dienst gemaakt had.

Na de zegen bleven we bidden.
Het werd een dienst om niet gauw te vergeten. Wat de mensen allemaal niet vertelden… wat een verborgen verdriet, wat een diepe pijn…

We zoeken naar een vervolg. Naar verdere vormen van hulp. Met alleen zo’n dienst ben je er niet.

Vandaag speelde een oud gezang door mijn hoofd:

Arts aller zielen, ‘t is genoeg,
als Gij ons neemt in uw hoede.
Genees de wond, die ‘t leven sloeg,
laat ons niet hoop’loos verbloeden.
Spreek slechts een woord, een woord met macht,
dan is voorbij der zonde nacht:
spreek, dan keert alles ten goede.

One touch!

11 reacties

De vrouw van…

Ik mag door mijn werk elke week boeiende mensen ontmoeten. De opname van een programma duurt ruim een dag. Je trekt dus een hele dag met hen op. Vooraf bereid ik me intensief voor. Als gasten een boek geschreven hebben, probeer ik het vooraf te lezen. Ik kijk artikelen na op internet. En zijn het kunstenaars, dan probeer ik er achter te komen wat voor werk zij gemaakt hebben. En dan is er natuurlijk altijd het verslag van de redactie.

Maar, niet iedereen schrijft boeken. Niet elke gast is een bekende Nederlander. Integendeel, juist veel van mijn gasten zijn gewone Nederlanders. Hun namen komen niet in de krant.  En voor de televisie zijn ze nog nooit geweest. Maar daarom zijn zij niet minder boeiend. Ik overdrijf niet: elke opnamedag is voor mij een dag waarop ik veel leer. De gasten vertellen over hun leven. Over blijdschap en verdriet. Een pleegmoeder waarom zij zoveel kinderen in huis heeft genomen. Een schipper waarom zijn ouders een Joods kind in de oorlog in hun gezin opnamen. Een man die stopte met werken om voor zijn vrouw te kunnen zorgen die al heel jong Alzheimer kreeg. Een zakenman die zijn bedrijf verkocht om mensen in Afrika te helpen.

Ik vraag op zo’n dag niet alleen naar het hoe, maar vooral naar het waarom. Naar hun motieven en de kracht om dat allemaal te doen en vol te houden. Het is voor mij een grote leerschool. Wat heeft God geweldige kinderen.

Zo’n geweldige kind van God was Swenne de Vuyst.
Vandaag is zij in Heerde begraven. Swenne was de vrouw van professor Dr. J. de Vuyst. Ooit was hij hoogleraar aan de Theologische Universiteit van Apeldoorn. Toen hij overleed maakten de kranten er melding van. Dat is bij het sterven van Swenne niet gebeurd. Zij behoorde bij de mensen voor wie je zelf een advertentie moet zetten.

Swenne was de vrouw van…
Tegenwoordig stellen vrouwen zich steeds meer voor met hun eigen naam. Vroeger was dat anders. Als men ging trouwen gaf de vrouw vaak haar naam en haar baan op. Je kreeg als het ware een nieuwe identiteit. Ontleend aan die van je man. Je werd de vrouw van…

Swenne was zo’n vrouw. En ze deed het met liefde. Haar man was vele jaren predikant en daarna werd hij professor. Het werd vandaag hardop gezegd: hij had nooit zover kunnen komen als Swenne zijn vrouw niet was geweest.

In het boek Genesis staat te lezen dat Adam Eva als vrouw kreeg, als een ‘hulpe die bij hem paste’. De dominee zei vanmiddag dat als dat van één gold dan was dat Swenne. Nee, ze was geen hulpje. Swenne was een vrouw die wist wat ze wilde. Een vrouw die er in vele opzichten zijn mocht. Je zou haar het meest recht doen door dat ‘tot hulp zijn’ in te vullen met wat van God gezegd wordt in Psalm 121. Daar vraagt de dichter zich af: ‘Waar komt mijn Hulp vandaan?’ De Schepper van hemel en aarde is zijn Hulp. Zo’n krachtige vrouw was zij. Ze gaf invulling aan wie God voor ons wil zijn.

Ook in onze gemeente was zij actief. En ze bleef meeleven. Ook toen zij zelf niet meer kon. Na het overlijden van haar man werd zij zelf zwakker en zwakker. Had zij Hulp nodig.
Haar gezichtsvermogen werd slechter. Een deel van haar been moest worden geamputeerd. Ze kon niet meer thuis blijven wonen.

Mijn vrouw bezocht haar graag. Zo gingen ze altijd samen naar het ziekenhuis. Ees genoot van haar wijsheid. Swenne was een vrouw van wie je ook toen veel kon leren.

Swenne klaagde niet…
En ze bleef meeleven.
Ik zal nooit vergeten toen Ees en ik vorig jaar na mijn periode van ziekte haar in haar (voor mij nieuwe) kamer opzochten. ‘Ach, mijn kind’, zei ze ‘je bent er weer.’ ‘Wat ben ik daar blij mee.’

Het was geen grote begrafenis.
Wat ik erg fijn vond dat er verhoudingsgewijs veel predikanten en hoogleraren waren. Was het als een eerbetoon aan haar man? Of was het omdat al die mannen weten dat ook zij nooit hun werk zouden kunnen doen zonder hun vrouw?

De vrouw van…

In de domineeswereld is die groep kleiner aan het worden. De tijden veranderen. Veel domineesvrouwen maken hun eigen opleiding af en hebben ook zelf een baan. Ik heb daar begrip voor. Op andere posten kunnen zij tot zegen zijn.

Ik schrijf deze blog toch wel als een soort eerbetoon aan die vrouwen (zoals Swenne) die wel, vrijwillig, hun baan opgaven. Ze brachten een offer. Samen gingen (gaan) zij de gemeente in. Men beriep een dominee en kreeg er gratis een meewerkende vrouw bij.

Soms zijn we die vrouwen te veel vergeten en worden zij te weinig genoemd. Onze gemeente telt een aantal predikantsweduwen. Opvallend genoeg: zij waren vandaag allemaal op de begrafenis van Swenne. Soms is het leven voor hen niet eenvoudig. Velen weten niet meer dat zij ooit de vrouwen waren van en vele jaren hun tijd gaven voor een gemeente. Soms ten koste van hun gezin.

De lintjes zijn vaak voor de dominees.
Maar de eer daarvan komt ook de vrouwen toe.

5 reacties

Niet welkom in de Dom

Midden in Utrecht staat de Dom. Ik had in die kerk met mijn gast  Mirjam van der Vegt een kaars willen aansteken. Als Mirjam in het centrum van de stad is, loopt ze de kerk vaak binnen. Daar een kaars opsteken is voor haar een vast ritueel geworden.

Maar het ging ditmaal niet door. Toen een paar dagen daarvoor gevraagd werd of ik in de kerk een gesprek met haar daarover mocht hebben, werd heel moeilijk gedaan. Ook nog een meditatie houden was ver over de grens. Alleen het kaarsje aansteken was toegestaan.

Ik vond dit antwoord verbijsterend. Ik heb echt nog nooit zoiets meegemaakt. Hoe kan men zich zo opstellen? Nota bene, een gemeente die op haar site van zichzelf zegt: de gemeente wil een gastvrije en open gemeente zijn. Op diezelfde site wordt de kerk te huur aangeboden voor allerlei doeleinden.

Wij waren niet welkom. We moesten op zoek naar een andere kerk.

Mirjam is een succesvol auteur. Ze gaat zich in de komende jaren helemaal wijden aan het schrijven van boeken. Op dit moment is Mirjam bezig met een boekje over stilte. Het zal in maart verschijnen. Uit eigen ervaring weet ze, hoe weinig tijd wij nemen om stil te zijn. Ook bij haar was het ‘gaan, gaan en gaan’. Ze liep er op vast. Daarom is zij op zoek naar de stilte. In het boekje dat zal verschijnen staan allerlei tips. En één van die tips is het regelmatig aansteken van een kaars.

In de afgelopen jaren leerde Mirjam een oude neuroloog kennen. Mirjam was door haar drukke leven in een crisis gekomen. Hij was anders dan alle andere artsen die ze al had bezocht. Hij nam de tijd voor haar verhaal en voor het bestuderen van haar klachten.
Ook hij stak regelmatig een kaars aan. Op zijn kamer had hij een dressoir waar hij een kaars brandde voor zijn dierbaren. Toen hij haar vertelde dat die kaars ook voor haar brandde, ontroerde Mirjam dat diep. De flakkerende vlam werd voor haar een symbool van oprechte aandacht en hoop op licht aan het eind van de donkere  tunnel waarin zij zich bevond.

Nu steekt ook Mirjam, elke keer als zij op haar zolderkamer aan het werk gaat, haar grote kaars aan. In haar boekje legt ze uit waarom. Haar advies is ook aan ons: Steek een kaars aan:

- Vlak voor je stille tijd. Als teken dat je aandachtig wilt luisteren naar God.
- Voor jezelf. Als teken dat je jezelf niet voorbij wilt hollen op dit moment, maar je zorgen,
twijfels en onrust in het licht wilt brengen.
- Voor een ander. Als teken dat je oprechte aandacht voor die ander hebt en licht wilt
brengen in zijn of haar situatie.
- Voor je plannen in het leven. Als teken dat je Gods licht over je werk wilt laten schijnen.
Om te gedenken. Een teken van hoop als er iemand overleden is, of als er iemand jarig
is.
Bij bijzondere gebeurtenissen in het kerkelijk jaar, zoals Advent of Pasen.
Als teken dat een klein licht de hele wereld kan veranderen.

Mirjam wil ons met allerlei suggesties helpen om de stilte vinden.  Ze geeft in haar boekje zo’n veertig tips. Regelmatig houdt zij stilte-wandelingen. Soms met wel zestig mensen. Mirjam organiseert ook stilteconcerten.

Maar één van de mooiste plekken om stil te zijn en tot stilte te komen is toch een kerk. We waren niet welkom in de Dom. Maar een paar honderd meter verder wel. Nota bene in een Rooms Katholieke Kerk. In de St. Catharinakathedraal aan de Lange Nieuwstraat waren we van harte welkom. En niet alleen om een kaars aan te steken. Maar ook om een gesprek over de stilte te hebben. Ik heb een meditatie gehouden over een tekst uit psalm 46: ‘Wees stil en erken dat Ik God ben’.

Een dag van praten over stilte.
We hebben er ook iets van mogen beleven.
U kunt het 19 februari in NZOZ zien.

Ondertussen blijft die gesloten Dom mij wel een beetje dwarszitten. Ik begrijp er echt niets van. Waarom daar niet? Niet in een kerk waar prachtige afbeeldingen op de voordeur staan, ontleend aan Matteüs 24:
Eten voor de hongerigen. Bezoek aan gevangenen. Onderdak voor vreemdelingen. Drinken voor dorstigen. Bezoek aan de zieken..

Maar laat ik het maar van me afzetten. Want zo wordt het nooit stil in mijn hart.

24 reacties

Van God is het eerste woord

Deze jaarwisseling hebben we niet gesjoeld. Sjoelen hoorde bij kerst en oud en nieuw. Het hele jaar stond die lange bak naast de linnenkast, maar tegen kerst werd hij naar beneden gehaald.

Maar dit spel heeft het in ons gezin dit maal verloren van het nieuwe spel Wordfeud. Iedereen is er van in de ban. Van klein tot groot. Vooral tijdens de vrije dagen waren de volwassenen actief. Tot in de late uurtjes.

In één jaar tijd is dit spel heel populair geworden. Je hebt er een smartphone of een I-pad voor nodig. Maar het kan nu ook op een gewone computer.

Wordfeut betekent woordstrijd.  De uitspraak is: /fjuːd/ . Maar de mensen maken er van alles van. Je hoort : “woord feut”, “wort feut” of zelfs “weurt feut”.

De uitspraak is moeilijk. Maar het spel niet. Het lijkt heel veel op Scrabble. Met de letters die je hebt, moet je proberen een zo mooi mogelijk woord te maken. Vervolgens leg je dat op het speelbord, waar allerlei waardes de punten op je letters nog kunnen verhogen. Daarom zoek je naar een zo goed mogelijke plek. Waar vind je aansluiting voor jouw woord? Waar kun je aanleggen, met de hoogste score?

Het spel wordt gespeeld tussen twee personen. Maar je kunt wel tien spelletjes tegelijk spelen. In binnen en buitenland.  Al zouden je kinderen in Nieuw Zeeland wonen.  Chatten is ook een onderdeel van het spel. En haast is er niet bij. Je hebt namelijk 72 uur de tijd voor een volgend woord.

Mijn vrouw is er heel goed is. Ze voert een ware strijd om haar kinderen ‘de baas’ te blijven. Behalve als het om haar kleinkinderen gaat. Hoopt ze anders dat haar tegenstander de moeilijke letters q of y krijgen, als zij met de kleintjes speelt is het andersom. Ze legt gemakkelijke woorden en creëert voor haar kleinkinderen nieuwe kansen. Al chattend wijst ze hen zelfs op de nieuwe mogelijkheden: “Kijk eens goed naar dat woord!” “Als je nu die en die letter hebt, kun je daar veel punten mee halen.”

Aan dat spel moest ik denken nu we aan het begin van het jaar 2012 staan. Aan een nieuw jaar beginnen geeft soms ook het gevoel alsof we een schoon speelbord voor ons hebben.
We beginnen aan een nieuwe ronde. Natuurlijk, het is maar een datum, en een nieuw jaartal en erg veel is er sinds eind december niet veranderd. Maar toch hebben een soort gevoel van een nieuwe kans: alsof we andere letters toebedeeld zullen krijgen.
Sommige mensen zijn somber. Ze hebben het gevoel dat ze opnieuw slechte letters krijgen. Ze kunnen het moeilijke jaar dat achter hen ligt niet vergeten. Maar, er zijn er ook die achter het oude jaar een punt hebben gezet. Het nieuwe jaar is voor hen een nieuwe ronde. Nieuwe kansen. Ze zie wel wat er dit jaar op hen afkomt. Ze hopen er met nieuwe letters het beste van te maken.

Je kunt op verschillende manieren spelen. Alles op alles zetten om van de ander te winnen. Of die ander juist de kans geven om ook een mooi woord aan te leggen. Ik denk dat God op de laatste manier met ons omgaat. Hij legt het eerste woord. En dan wijst hij op de woorden die wij kunnen maken. We mogen de woorden zelf kiezen. Maar wel op één voorwaarde: ze moeten op Zijn eerste Woord aansluiten.

Ooit verscheen God  in een droom aan Salomo.  ‘Vraag wat je wilt, zegt Hij, en Ik zal het je geven’. Salomo stond op het punt om aan zijn koningschap te beginnen. Het bord lag klaar. Een nieuw ‘spel’. Salomo mocht zelf de letters vragen. ‘Vraag wat je wilt’.  Let op, om welke letters Salomo vroeg. Hij had de letters kunnen vragen, die de woorden ‘macht’ of ‘rijkdom’ zouden vormen? Maar Salomo vroeg in zijn droom om ‘wijsheid’.  Voor het kunnen onderscheiden in goed en kwaad, recht en onrecht. Hij verwachtte dat hij daar het meest mee zou kunnen. Dat hij dit het meest nodig zou hebben.

Wij mogen woorden aanleggen.
Maar wel aansluitend op het eerste woord van God.

God begon met ‘schepping’. De mens mocht daarna. God schiep de dieren. En de mens gaf hen namen. Toen de breuk in de schepping kwam, begon God weer opnieuw. Hij sprak nieuwe woorden. Een woord als ‘verlossing’.

Zo gaat het de geschiedenis door. Elke keer begint God opnieuw. Elke keer spreekt Hij en leert ons nieuwe woorden en nieuwe namen. Met Kerst vierden we de geboorte van Jezus. Een heerlijke naam.

Een nieuw jaar is begonnen. We mogen weer ‘meedoen’. Nieuwe woorden aanleggen. Hopelijk mooie woorden. Woorden die veel opleveren. Woorden om trots op te zijn. En als de letters tegenvallen, is het goed om te wachten op de nieuwe woorden die Hij aanlegt. Want zo is Hij. Hij geeft woorden om jou te laten winnen.

Zijn woorden zijn niet om te strijden. Zij zetten ons nooit klem. Geven steeds nieuwe mogelijkheden. En zijn elke keer weer de basis om verder te gaan.

PS. Een collega in Zierikzee bracht me op dit idee. Dank!

8 reacties

“HERE, U was ons een toevlucht”

De laatste opname die ik dit jaar voor NZOZ maakte, was een opname met een vrouw, die zich jarenlang bezig hield met Reiki. Ze mocht zich zelfs master noemen. Nog nooit had ik mij in die alternatieve wereld verdiept.  Ik ben nog onder de indruk van haar verhalen. Ze had een eigen praktijk. Mensen zijn onder haar handen genezen. Geen verzonnen verhalen. Het gebeurde echt. Toch brak zij daar mee.

Het schijnt dat vele mensen zich met Reiki bezig houden. Ook christenen. Ze zien er niets verkeerd in. ‘Als iemand genezen wordt, is dat toch altijd goed!’ Te weinig vragen zij zich af waar de kracht, waar de genezing die zij ondervonden, vandaan kwam.

De laatste week is een week van terug denken.
Ik hoef niet weg voor opnames.
Elke dag begin ik met een lange wandeling om de Millingerplas.
Ees kan de klok er al op gelijk zetten. Als ik dicht bij huis kom, zie ik haar al boven voor het raam staan te zwaaien.

Al wandelend gaan je gedachten overal heen. Je denkt na over wat er dit jaar allemaal gebeurd is, in de wereld, in de kerk, in je gezin en met jezelf. Het is haast niet te geloven hoe ik weer hersteld ben. Alsof er niets is gebeurd.

Mijn werk mag ik met vreugde doen. De verschillende periodes van ernstige ziekte van de laatste tien jaar hebben mijn leven verdiept. Het maakt de gesprekken gemakkelijker. Ik durf ook meer door te vragen. Ik laat me ook minder met een vroom kluitje in het riet sturen. Ik heb het gevoel dat de mensen ook nog meer open tegen me zijn. Ze ervaren mijn ‘vroomheid’ als echt. Ook ik houd geen mooie verhalen. Ook voor mij is het leven een strijd en de wandel met God geweldig, maar ook een inspanning. Geloven gaat niet vanzelf.

Na mijn ziekte ben ik niet meer de enige presentator van het programma NZOZ. Wigle Tamboer is er bij gekomen. Ook Arjan Lock doet mee. Mijn hoofd vindt dit een heel verstandige beslissing. Mijn hart moet er soms nog wat aan wennen. Heel typerend is dat ik, toen ik zag dat ook zij het programma openden op de oranje fiets, het gevoel had dat ze nota bene op míjn fiets zaten. Ik ben een rare man. Maar het went al. De mensen moeten alleen niet meer vragen: waar is je oranjefiets? Het moet nu zijn: waar is dé oranjefiets!

Als ik al wandelend aan de omroep denk, vind ik het verschrikkelijk jammer dat bij al die fusies de ZVK niet kon komen tot een samenwerking met de EO. In de jaren negentig heb ik er al voor gepleit. Ik begreep dat vooral de raad van toezicht van de IKON er voor gekozen heeft KRO en NCRV te kiezen. En dat, ondanks vele deputaten van de kerken, zo niet alle als hun voorkeur hadden uitgesproken om met de EO verder te gaan. De RvT kwam met de verklaring dat de keuze voor KRO en NCRV geen keuze tegen de EO was. Maar eerlijk gezegd wordt dat door mij anders ervaren.

Je denkt onderweg aan van alles.
Ook aan de kerken.

Ik maak me zorgen over de steeds groter worden tegenstellingen in eigen kerkverband. Ondanks alle mooie verhalen van de synode, gaat het er op onze classis hard aan toe. Onze gemeente ligt zwaar onder vuur. De verschillen zijn groot. Er is weinig begrip voor een kerk met hart voor de stad. Eigenlijk beleef ik in Zwolle in het klein wat al jaren bij de EO het geval was. Je probeert de wereld met het evangelie te bereiken: Kerk/omroep op het marktplein. Maar velen zien dat als uiterst gevaarlijk. De ophaalbruggen gaan omhoog.

De verdeeldheid wordt steeds groter. En daarmee ook de verwarring. Ook in evangelische kringen. Mijn laatste gaste, de Reiki master, kwam tot bekering door een vrouw die in de supermarkt haar aansprak. Zij had Jezus gevonden, vertelde zij haar. Ik heb haar mogen ontmoeten. Een vrome vrouw. Maar zij heeft geen gemeente meer. Ook daar vonden scheuringen plaats…..

En dat allemaal in de wereld van nu. Een wereld vol rampen en leed. Een land waarin velen de kerken hebben verlaten. Men zoekt het elders. Zoals bij Reiki…

Ik geloof dat de kansen dat de kerk in onze samenleving iets kan betekenen alleen maar groter zijn geworden. We kunnen juist nu laten zien dat wat werkelijk belangrijk en van blijvende waarde is. Dat zullen anderen niet zien of horen als wij in de kerk zitten, maar wel in het leven van elke dag. Kerk zijn in de wereld van nu. Wil je de wereld bereiken, dan moet je de wereld ingaan. Jezus zei immers ook niet: blijf thuis, maar gaat heen!

De laatste uren van 2011 tikken weg.
Ik ga met Ees straks weer lezen, wat vader en moeder ook altijd lazen:
‘Here, U bent ons een toevlucht geweest, van geslacht op geslacht’.

Daar blijf ik maar op rekenen.

5 reacties

De kerk op straat

Juist in onze tijd heeft de kerk geweldige kansen. Kansen om echt kerk te zijn. Een kerk, zoals Jezus die heeft bedoeld. Als een stad op een berg en een licht op een kandelaar. Een stad op een berg werd door iedereen gezien. Het was een oriëntatiepunt voor de reiziger. Ook een licht op een kandelaar was toen meer dan een gezellige schemerlamp waar we knus bij kunnen zitten.

Ik mag lid zijn van een fijne gemeente. De kerkdiensten zijn elke zondag voor mij een belevenis. Het is heerlijk om anderen te ontmoeten. Om samen te bidden en samen te zingen.

Maar is dat alles?
Ben je zo kerk zoals Hij heeft bedoeld?

Van Jezus weten we dat hij niet alleen verkeerde in de tempel, maar ook omging met de mensen van de straat. Jezus was geen beroemde rabbi die alleen voorging in synagogen of alleen sprak op een yeshiva. Hij was ook straatpastor.

Ik heb kortgeleden in Amsterdam zo’n straatpastor ontmoet. Zijn naam is Luc Tanja.
Hij heeft sinds juni de leiding over daklozenkoor ‘De Straatklinkers’. Het koor komt elke vrijdag samen in Het Krekelhuis. Om te zingen, maar vooral ook om elkaar te ontmoeten en om samen te eten.

Het Krekelhuis ligt in de prachtige binnentuin van het Protestants Centrum in Amsterdam. Het is een oud gebouwtje. Vroeger heette het ‘Het Knekelhuis’ en fungeerde als mortuarium van het oude mannen- en oude besjeshuis. Waar ooit de stilte van de dood was, is nu volop leven. Daarom geen Knekelhuis meer, maar ‘Het Krekelhuis’.

Ik ben 2 keer op de repetities geweest. Ik heb genoten. Natuurlijk, het ging allemaal anders dan ik gewend ben. Ooit heb ik ook op een koor gezeten. Je moest proefzingen om er lid van te kunnen worden. Het was een jongenskoor. We zagen er bij uitvoeringen pico bello uit. We zongen klassieke stukken. Deden jaarlijks mee aan de Mattheus Passion.

Bij ‘De Straatklinkers’ is dat heel anders. Mooie muziek maken is niet het allerbelangrijkste doel van dit koor. Het gaat met name om het saamhorigheidsgevoel: ‘Wij zijn De Straatklinkers’. Mensen leren daar ook weer een beetje trots te zijn op zichzelf. Verschillende mensen zongen solo. Vol overgave en vol enthousiasme. Andere koorleden noemden hen ‘echte toppers’. Trouwens, op de accordeonist en de trombonist mogen ze daar ook best trots zijn.

Het straatpastoraat was een van de uitgekozen projecten van het team van ‘Goud, Wierook en Mirre’. Glazenier Lizette Spapens werd gevraagd om mee te gaan naar dit project. We werden met open armen ontvangen.

U weet dat ‘Goud, Wierook en Mirre’ kunstenaars uitnodigt om met hun kunst projecten in Nederland te stimuleren en te verrijken. Maar wat moest Lizette Spapens? Wat kun je maken voor mensen die meer van de straat houden dan van prachtige gebouwen en indrukwekkende zalen?

We hebben een paar weken op haar kunstwerk moeten wachten. Maar het is haar gelukt. In de uitzending van morgenavond kunt u de onthulling zien.

De laatste opnamedag werd onvergetelijk. Na de onthulling van het kunstwerk zijn we naar de binnenplaats van de Corvershof gegaan. Een van de prachtige oude gebouwen die daar in het Protestants Centrum staan. ‘De Straatklinkers’ gaven een miniconcert. En ik mocht meezingen.

Ik ben benieuwd wat de regisseur zal kiezen. Er was een kerstliedje bij. Maar als de regisseur zal kiezen voor ‘De klok van Arnemuiden’ zal ik niet vreemd opkijken. Het was wel een klapper.

Tot slot hebben we in de Corvershof heerlijke appeltaart gegeten. Lizette bleek niet alleen prachtige kunstwerken te kunnen maken, maar ook heerlijke taarten. Het was zo lekker dat ik verschillende mensen stiekem in een plastic zak een extra stuk heb zien meenemen. Zo’n kans laten zij niet aan zich voorbij gaan.

Ja, en dan ben ik daar ook nog ten huwelijk gevraagd. Een van de mannen vroeg of ik voor het homohuwelijk was. Hij had wel zin om met mij te trouwen…

Kortom, het wordt een aparte uitzending morgen. Een uitzending met allerlei bijzondere mensen. Mensen met een vaak heftig verleden. Mensen voor wie drank soms een troostmiddel is. Mensen die soms met elkaar vechten, maar ook heftig verliefd kunnen zijn. Mensen met psychiatrische problemen. Sociaal onhandige mensen.

Mensen die constant in beslag genomen worden door hun dagelijkse bestaan. Die moeten zoeken naar een plek om te slapen. Het zorgen voor inkomsten, eten en kleding vraagt bijna alle energie en maakt het leven zwaar.

De kerk van Amsterdam heeft oor en oog voor hen.
Vaak wordt verteld dat het niet goed gaat met de kerken van Amsterdam. Dat klopt als het gaat om het ledenaantal en de samenkomsten in vertrouwde kerkgebouwen. Ik heb bij onder meer deze opnames in Amsterdam juist ervaren dat daar de kerk springlevend is en met alle macht probeert echt kerk te zijn.

Dat cadeau aan ‘De Straatklinkers’ was ten diepste een cadeau voor hen!

1 reactie

Naar de Voedselbank

Naar de Voedselbank

Ik zat bij haar aan tafel in het buurthuis. Een donkere vrouw. Keurig gekleed. Ze was één van de vaste klanten van de Voedselbank. Ze heeft mij alles uitgelegd.

Vaste klant ben je niet zomaar.
Voedselpakketten zoals die door de Voedselbank ter beschikking worden gesteld, zijn bedoeld als noodhulp voor mensen die voor kortere of langere tijd financieel echt niet rond kunnen komen. Ze zijn niet bedoeld als extraatje voor mensen die het niet breed hebben.
Daarom toetsen ze aan de hand van landelijke Voedselbank-criteria of iemand in aanmerking komt voor een voedselpakket. Dat gebeurt tijdens een intakegesprek.

Je moet dan heel je hebben en houden op tafel leggen. Hoeveel geld je kwijt bent aan huur, energie, verzekeringen, schulden. Daarna wordt gekeken hoeveel geld er dan overblijft voor eten, kleding en andere zaken.

Pas als je daarvoor minder dan 47 euro per week te besteden hebt, kom je in aanmerking voor structurele hulp, vertelde Marius mij. Kortom, dan mag je elke week met je lege tassen aankomen. Maar dan ben je er nog niet. Want dagverse melk en verse vleeswaren heeft de Voedselbank niet. Dus met kerst liggen er geen rollades. Die moet je dan zelf kopen. Als je geld hebt!

Marius Singels vond na zijn pensioen dat hij wel wat rust verdiend had. Samen met zijn vrouw reisde hij vaak af naar een huisje in Zuid-Frankrijk. De zus van Marius werkte als vrijwilligster bij de Voedselbank in Amsterdam-Zuid. Toen zij hem daar eens uitgebreid over vertelde, kwam Marius tot de conclusie dat hij eigenlijk helemaal buiten het ‘echte leven’ was komen te staan. Hij besloot coördinator te worden van de Voedselbank, die op dat moment in zwaar weer zat.

De Voedselbank in Amsterdam-Zuid is een initiatief van de Vredeskerk, een RK-parochie. Hoewel Marius zijn hele leven wel geloofde, was hij al zeker 30 jaar niet meer in een kerk geweest. Marius: “Het voelde als een warm bad toen ik daar voor het eerst kwam kijken. Ik heb echt een religieuze ervaring gehad. Hoe iedereen daar in de weer was voor elkaar. Ook mijn vrouw had dat en zij heeft zich kort daarna laten dopen. Mijn geloof is nu heel belangrijk. God staat naast me en heeft alles gemaakt. Ik heb het niet altijd gemakkelijk gehad in mijn leven. Ik kom uit een gebroken gezin en heb veel armoede gekend. Door tegenslagen ben ik regelmatig bang geweest dat ik uiteindelijk ook op straat zou eindigen. Eigenlijk was die angst een rode draad in mijn leven. Ik ben opgegroeid in kindertehuizen en ken daardoor niet zoveel veiligheid. Daarom ben ik nu ook zo dankbaar voor mijn situatie en dat ik anderen mag helpen”.

Je moet onder een poort door om bij de Voedselbank te komen. Mooi is de loods niet. Ook de gebouwtjes er omheen zijn wat troosteloos. Maar de mensen die er werken, zijn er blij mee. Niet alleen het eten dat elke week wordt opgehaald bij allerlei zaken, maar ook deze locatie ervaren zij als een geschenk uit de hemel.

Deze Voedselbank zorgt voor meer dan alleen boodschappen. Er worden trainingen gegeven in sociale vaardigheden, budgetteren, kleding vermaken en in verantwoord boodschappen doen.
Marius vertelde mij dat veel mensen snel verleid worden om aanbiedingen te kopen. “3 flessen cola voor de prijs van 2, zo’n aanbieding kun je toch niet laten lopen?”
Maar als je maar 47 euro te besteden hebt, ligt dat anders.

Marius heeft ook een container omgebouwd tot supermarktje. Daar mogen de klanten elke week met punten boodschappen doen als aanvulling op hun pakket.

Wat mij opviel, was hoe het Marius gelukt is om de mensen hun waardigheid te laten behouden, ja zelfs weer terug te geven. Ze kropen niet weg voor de camera. Ik heb met verschillende mensen mogen spreken.

Kunstenares Marijke Snoek was uitgenodigd om voor dit project een kunstwerk te maken. Twee keer ben ik met deze begaafde predikantsvrouw naar Amsterdam gereisd. De eerste keer om kennis te maken. De tweede keer om haar kunstwerk te overhandigen. Het is een groot schilderij voor het buurthuis geworden.

Morgenavond kunt u zien hoe Marius zichtbaar ontroerd was toen hij het schilderij onthulde. De boodschap van het kunstwerk greep hem erg aan.

Deze Voedselbank in Amsterdam-Zuid is één van de 13 Voedselbanken in Amsterdam. En de rij van mensen in financiële nood wordt alsmaar groter. De aanvoer van goederen wordt echter steeds kleiner. Ook de supermarkten en andere zaken hebben het niet gemakkelijk. Zij moeten eveneens steeds meer op de kleintjes gaan letten.

Ik hoop dat deze uitzending mensen zal inspireren. Dit is de kans om te laten zien dat echt leven meer is dan alleen maar voor jezelf zorgen. Het christelijk geloof is meer dan alleen maar de zekerheid zoeken om eenmaal behouden te zijn. Christus zal ons zelf vragen: wat heb jij gedaan?

Goud, Wierook en Mirre: woensdagavond 19.55 uur op Nederland 2

Plaats reactie

‘Een venster op de hemel’

Na 28 jaar vrijgezel te zijn geweest, werd Daniël Tavenier zowel echtgenoot als stiefvader van 7 kinderen. 8 jaar geleden trouwde hij met Carolien. Zij was de vrouw van zijn vriend Hans. Hans stierf heel plotseling. Carolien bleef achter. Ze was in verwachting van haar zevende kind.

Daniël schoot te hulp. Carolien en hij gingen van elkaar houden. Een aantal jaren later is hij met haar getrouwd. Samen kregen zij ook een kind. Ze waren gelukkig, maar het leven was verre van gemakkelijk. Een hele zorg. Een vast inkomen hadden ze niet. Daniel is immers kunstenaar. Hij moest het hebben van de verkoop van zijn schilderijen. En dat kan soms goed, maar soms ook slecht lopen.

Ik heb ze ontmoet in hun kleurrijke huis. Of je nu bij de voordeur staat of in de kamer zit, aan alles is te zien dat er mensen wonen die dagelijks werken met kleuren. De grote tuin naast het huis is ook niet zomaar een tuin. Je waant je er niet meer in het centrum van Noordwijk, maar in een soort Hof van Eden. Alles groeit weelderig door elkaar. Lopend over een slingerpad komt je bij een soort waterput terecht. Opgebouwd uit oude stenen. In het water drijven planten. Alles heeft een plek in de tuin.

Je komt bij twee oude gebouwen terecht. Carolien en Daniël bieden daar tevens een plek aan andere kunstenaars. In een atelier op de tweede verdieping van één van deze huizen laat Daniël anderen kennismaken met de schilderkunst.

Daniël en Carolien schilderen allebei. Ze schrijven ook samen. Nee, geen boeken, maar iconen. Iconen worden niet geschilderd, leerde Daniel mij, maar ze worden geschreven. De verf wordt met zorg gemaakt. Volgens oude voorschriften. Vele, vele uren wordt aan een icoon gewerkt. Iconen schrijven vraagt geduld en overgave. Volgens eeuwenoude regels.

Een oud Russisch boek schrijft o.a. het volgende voor:

Alvorens met je werk te beginnen, maak het kruisteken, bid in stilte en vergeef je vijanden.
Leg je met liefde toe op ieder detail van de icoon alsof je in aanwezigheid van de Heer zelf werkt.
Bid gedurende het werk om je innerlijk te versterken. Vermijd vooral de ijdele woorden en bewaar het stilzwijgen.
Als je een kleur kiest, strek dan je geestelijke handen uit naar de Heer en vraag Hem om raad.
Wees niet jaloers op het werk van je naaste: zijn succes is ook jouw succes.
Wanneer je icoon klaar is, dank dan de Heer, dat Zijn barmhartigheid je de genade heeft verleend om die icoon te schilderen.
Laat je icoon gezegend worden door het op het altaar te plaatsen. Wees de eerste om ervoor te bidden, voordat je het aan anderen geeft.
Vergeet nooit: de vreugde om de iconen in de wereld te verbreiden; de vreugde van het werk zelf van de iconenschilder; de vreugde om de Heilige de mogelijkheid te geven om door zijn icoon te stralen; de vreugde om in gemeenschap te zijn met de Heilige van wie je het gelaat schildert.

Iconen worden ook niet gesigneerd. Het gaat niet om de schilder. Het gaat om God.
Zo wordt er gewerkt in het oude atelier in Noordwijk. Het is meer dan een atelier. Het is haast een kerk. Ik heb het werkelijk geproefd en ondervonden.

Carolien en Daniël werken morgen mee aan het programma ‘Goud, Wierook en Mirre’ – mijn inmiddels jaarlijks terugkerende programma voor de laatste adventsweek. Een format dat langzaam maar zeker is uitgegroeid tot wat het nu is. Kunstenaars van nu maken geschenken voor de armen van deze tijd. Let op: niet arm in geestelijke zin, maar wel arm gezien de welvaartseisen waar geen mens uit onze tijd zich aan lijkt te kunnen ontworstelen.

Maar er zijn wel mensen die dat kunnen. Eén van hen is Frits. Frits ter Kuile is activist van beroep. In het Jeanette Noëlhuis in Amsterdam Zuidoost vangt hij samen met een aantal medebewoners asielzoekers en illegalen op. Samen met Daniël en Carolien zocht ik hem in de grauwe flat in de Bijlmer op. Het huis heeft een smalle gang en vele kamertjes. In één van de kamers wonen geen mensen. Deze ruimte is ingericht als een heiligdom voor God. We moesten onze schoenen uittrekken. Rust geldt daar en stille overgave. Een plek van gebed.

Toen mijn gasten naar huis reden, wisten ze wat ze voor deze mensen in Amsterdam wilden maken. Een kleine 3 weken hebben ze eraan gewerkt, soms tot diep in de nacht.

Morgen kunt u de ontknoping zien. Dan bieden we samen het goud, de wierook en de mirre van Daniël en Carolien aan Frits aan. Ik kan u nu al zeggen dat hij tot tranen toe bewogen was.

Er is in Noordwijk vele uren geschilderd, geschreven en gebeden.
Iconen zijn ‘vensters op de hemel’.

Dinsdag 20 december in Goud, Wierook en Mirre 19.55 uur Ned.2

meer zien: www.danieltavenier.com.

2 reacties