Oh, die voetbal…

25 juni 2010

Wij hebben geen oranje vlaggetjes aan ons huis. Ik draag ook geen oranje pet. Vroeger heb ik dat wel gedaan. Toen de kinderen nog jong waren, keken we met elkaar naar het Nederlandse elftal. Ik weet nog hoe zij een vlag over hun knieën hadden gelegd. Als er een doelpunt werd gemaakt, renden ze met de vlag naar buiten, juichten daar en kwamen snel weer terug om het vervolg van de wedstrijd te bekijken.

Ik ben met voetballen groot geworden. In mijn tijd was er thuis geen geld om lid te zijn van een voetbalclub. Wij voetbalden gewoon op straat. Ik herinner me nog goed de soms erg boze overburen. De bal kwam nog wel eens tegen hun raam aan. Als de bal bij hen over de schutting vloog, kregen we hem niet meer terug.

Ja, vroeger kon dat: spelen op straat. En met wit krijt een doel tekenen op een blinde muur. Het voetballen op straat was niet al te best voor je schoenen. Soms trapte je je schoenzool helemaal los aan de voorkant.

Mijn vader ging ‘s zaterdags naar de voetbalclub Zwaluwen kijken. Ik ging vaak mee. Daar moest wel entreegeld worden betaald. Maar altijd was er wel een trucje om er zonder betalen in de komen. Niet goed natuurlijk, maar we waren arm.

De uitwedstrijden werden, als het maar even kon, ook gevolgd. Naar een wedstrijd van Excelsior Maassluis ging mijn vader op de fiets. Hoogvliet was met het over en weer bootje ook wel te doen. Een vriend van mijn vader had in die tijd een heel apart autootje: een Messerschmitt. Een mini vliegtuigromp op vier wielen. Het doorzichtige dak van het autootje had veel weg van een cockpit. Je moest het optillen om er in te gaan zitten. Er konden twee volwassen mensen in. Die zaten dan achter elkaar. En met die vriend mocht mijn vader dan mee. Ik had het nakijken…

De televisie deed zijn intrede. Mijn oom Cor had er als eerste één. Als er voetbal was, zaten we wel met tien man in zijn huiskamer. De eetkamerstoelen werden keurig op een rij gezet. Net een kleine bioscoop. Mijn oom was trots op zijn tv. En de hele familie genoot mee.

In mijn studententijd kwam het er niet van. Ik voetbalde niet. Ik kwam er ook niet. Zou ik toen me meer dan nu wél bewust geweest zijn van de waardigheid van mijn (toekomstig) ambt?

Ook uit de tijd van mijn eerste gemeente herinner ik me niet veel. Ik weet wel, dat we bij een diaken werden uitgenodigd om naar een wedstrijd te komen kijken. Hij had televisie.
Wij hadden toen nog geen geld om er een te kopen. Maar uiteindelijk kwam hij er wel. Ja, en toen… toen werd er meer gekeken. Samen met mijn collega’s: Bram Bakker en Renger van de Kamp. Na de catechisatie kwamen ze snel aangereden. Met vrouw en kinderen. De laatsten, nog heel klein, kwamen in de bak van de kinderwagen in de studeerkamer terecht.

In Zwolle groeiden onze kinderen op. De jongens voetbalden vanaf hun zesde bij CSV. En nu spelen alweer twee kleinzonen in dat oranje shirt. Zwolle telt meer clubs. Zo kan het gebeuren dat de ene kleinzoon tegen de andere moet spelen en ik, als ik er een keer ben, niet weet voor wie ik moet juichen.

Voetballen is een leuke sport. De jongens leren samen te werken. Ze moeten luisteren naar de leider. De beslissingen van de scheidsrechter moeten worden gerespecteerd. En echt, lang niet overal wordt gevloekt en gedronken. Ik ken een scheidsrechter, die als er een lelijk woord valt, de dader bij zich roept.

Omdat iedereen in Nederland en de hele wereld zich nu met de voetbal bezig houdt, raad ik mijn collega’s aan van de gelegenheid gebruik te maken om met sport als voorbeeld de ander van God te vertellen. Dat deed Paulus immers in zijn dagen ook. Sport als voorbeeld voor het leven met God. Eigenlijk bieden deze weken ons als dominees geweldige kansen. Zet je niet af tegen, maar gebruik de sport.

Zelf heb ik een boekje geschreven. Voetbalmeditaties heb ik ze genoemd. Wie ik maar tegenkom geef ik mijn boekje. Met een oranje bladwijzer…

Als u er interesse in hebt, het is te krijgen als e-book, maar ook als paperback: kijk maar op eo.hollandridderkerk.nl

 

Een huwelijksbevestiging

24 juni 2010

Ik krijg regelmatig verzoeken om ergens te komen spreken, of een huwelijk te bevestigen, of (en dat gebeurt nog het meest) een begrafenis te verzorgen.

Het laatste is te begrijpen. Er zijn onder de kijkers naar NZOZ op de zondagmorgen behoorlijk wat mensen, die niet meer naar de kerk kunnen. Sommigen hebben nauwelijks enige band met de kerk. Een paar weken geleden nog mailde een familie of ik de begrafenis van hun moeder wilde leiden. Ze hadden bij de papieren van moeder zo’n wens zwart op wit gevonden.

Het doet me altijd een beetje pijn als ik toch nee moet zeggen. Maar, ik vind dat ik er niet aan kan beginnen. Zou ik op die verzoeken ingaan, dan kun je er gerust op rekenen, dat de stapel verzoeken steeds groter zal worden. Ik zou aan mijn dagelijkse werk  niet meer toekomen.

Ergens een spreekbeurt vervullen doe ik ook nog nauwelijks. Ik krijg er steeds meer moeite mee dat je gevraagd wordt omdat je de dominee bent van de televisie. Ik heb het gevoel dat je dan op een of andere manier de boel moet ‘opluisteren’. Nee, het liefst spreek ik in onze eigen gemeente. Wij hebben elke zondag zes diensten. Dus er is altijd wel een plekje voor mij.

Toch maakte ik deze week een uitzondering. Ik had op het verzoek of ik de trouwdienst wilde leiden kunnen antwoorden dat ik bezet was. Want dat was ik. Maar ik heb de opname laten verzetten. Gewoon, omdat ik verbaast was ( er was ook wel een beetje ergernis) over de inhoud van de mail. Een jonge vrouw schreef mij namelijk het volgende:

Beste dominee van der Veer,

Wij, xxxxx en xxxx, zijn een jong stel dat D.V. xx oktober dit jaar hoopt te trouwen. In mei 2008 heeft God ons samen gebracht, iets waar we Hem dankbaar voor zijn. Hij heeft ons zover naar elkaar toe laten groeien dat we ons in september 2009 verloofd hebben, en in oktober dit jaar hopen we te gaan trouwen.

In onze voorbereidingstijd hebben we met verschillende tegenslagen te kampen gehad, maar wat we nog het meest erg vinden is dat het veel moeite kost om een dominee te vinden die onze trouwdienst leiden wil.

We staan beiden ingeschreven in de xx Kerk te xx, waar ds. xx predikant is. Hij heeft al vroeg aangegeven ons niet te kunnen trouwen, omdat de datum in de herfstvakantie valt en hij dan met zijn gezin op vakantie is. Dit vonden wij jammer, maar hier hebben we begrip voor.

Omdat onze wens is om onze dienst te laten leiden door een persoon die we beiden kennen, hebben we gevraagd of de pastoraal medewerker waar we een jaar catechisatie van gehad hebben de preek wil houden, en de inzegening door een dominee plaats kan vinden. Dit bleek na overleg met de kerkenraad niet mogelijk te zijn, omdat de pastoraal medewerker geen preek mag verzorgen. Dit vonden wij erg jammer, omdat hij ons beiden kent en we graag naar hem luisteren als hij een meditatie verzorgt tijdens de dienst op een tweede christelijke feestdag.

Hierna hebben we besloten om de predikant te vragen van de gemeente waar xx bij aangesloten was voordat hij belijdenis deed in de xx Kerk te xx. xx was aangesloten bij de xx gemeente te xx. Van zijn wijkpredikant hebben we ook samen een jaar catechisatie gehad, omdat we in het eerste jaar van onze verkering de catechisaties in beide gemeenten volgden. Na enige twijfel heeft ook deze dominee besloten de dienst niet te leiden, omdat we ons dan alleen zouden laten overschrijven naar de xx gemeente te xx om daar te kunnen trouwen, want we hadden al aangegeven dat we niet in xx willen blijven kerken, maar samen in een andere gemeente willen beginnen. Ook hier kunnen wij ons wel in vinden, maar we vinden het erg jammer dat er weer een mogelijkheid af valt.

We dachten toen aan u….

Vandaar dat we het bijzonder zouden vinden wanneer u onze trouwdienst zou willen leiden, en ons huwelijk zou willen inzegenen. Ons doel van de dienst is om Gods zegen over ons huwelijk te vragen, en om er bewust voor te kiezen met Hem te wandelen in ons huwelijksleven.

We wachten uw reactie met spanning af, en vertrouwen erop dat God ons leidt over de weg die Hij met ons gaan wil.

Lig het nu aan mij dat ik me een beetje ergerde aan dat gebeuren?
Het zal allemaal vast wel te verklaren zijn. En toch voelt het voor mij niet goed. Als jongeren in deze tijd hun huwelijk willen laten bevestigen in de kerk, is dat op zichzelf al iets heel geweldigs. Hoe velen doen dat niet meer!

Ja, en dan al die kerkelijke regels….Ik begrijp ze niet altijd. Hoe zou dat in het begin van de christelijke kerk geweest zijn.

Dus, toch maar voor een keer er op uit….

 

‘Wij willen u als koning’

17 juni 2010

Ik vertel u een verhaal. Een verhaal, dat eeuwen geleden voor het eerst werd verteld. Een verhaal, dat waard is om elke keer weer opnieuw te vertellen. Mijn broer wees mij er in een mail op. Ook hij had het verhaal opnieuw van zijn dominee gehoord. Het is een verhaal dat boeiend is voor de situatie van nu. Een verhaal om goed naar te luisteren. Als een spiegel om in te kijken en proberen te ontdekken wat er nu gaande is.

Het verhaal is voor het eerst verteld door Jotam, zoon van de beroemde rechter Gideon. Hij bedacht het, toen al zijn broers waren vermoord, en hun moordenaar Abimelech verkozen was tot koning van Sichem. Abimelech was Jotam’s (half)broer.

Jotam ontsnapte. En hij nam wraak. Hij wilde zijn broer maar ook de inwoners van Sichem een spiegel voorhouden. Daarom verzon hij dat verhaal. Hij klom de berg Gerizim op. Vanaf een vooruitstekende punt, waar zijn stem ver in het dal te horen was, en hij niet snel te arresteren was, vertelde hij aan de inwoners van Sichem in een verhaal zijn visie op wat gebeurd was.

Staande op de berg vertelde Jotam het verhaal over bomen, die aan de wandel gingen en een vergadering belegden om uit hun midden een koning te kiezen. De ene boom na de andere bedankte voor de eer. De olijfboom wilde niet. Ook de vijgenboom weigerde. De wijnstok bleek ook geen zin te hebben in het koningschap. Op het laatst werd de doornstruik gevraagd. De doornstruik is een plant, die laag bij de grond groeit, niets nuttigs voortbrengt, alleen maar steken en verwonden kan en verder snel ontbrandt en dan ook gemakkelijk andere planten en bomen in brand steekt.

Die waardeloze doornstruik wilde wel. Hij voelde zich geweldig gestreeld door dit verzoek. Het kwam helemaal overeen met zijn ambities. De doornstruik had namelijk een hele dunk van zichzelf. Hij bood de andere bomen aan, dat zij in zijn ‘schaduw’ mochten toeven. Stel je voor: de schaduw van een doornstruik. Wie daar een plekje zoekt, kan zich alleen maar verwonden. Ja, de doornstruik wilde wel koning worden, maar dan moest er wel naar hem geluisterd worden. Zo niet, dan zou uit ‘zijn takken een vuur komen dat de ceders van de Libanon zal verteren’.

Hadden de inwoners van Sichem door, vroeg Jotam zich hardop af, wat er gebeurd was? Hadden zij werkelijk door wie zij tot koning hadden gezalfd? Waren zij te goeder trouw of handelden zij uit eigen belang? Waarom hadden ze toegestaan dat zijn familie vermoord was? Waarom werd Abimelech koning? Omdat Abimelech’s moeder één van hen was? Eigen volk eerst? Wat waren hun werkelijke motieven? En wat dachten zij wat nu ging gebeuren?

Het is een indrukwekkend verhaal. Die Jotam kon goed vertellen. Een verhaal om over na te denken. Om ook als spiegel te gebruiken voor wat de afgelopen weken is gebeurd. Ons volk heeft immers ook gekozen!

Je kunt nadenken over doornstruiken van nu. Herhaalt deze geschiedenis zich niet veel vaker? Hoe is het mogelijk dat de geschiedenis veel meer ‘doornstruik-regeringen’ heeft gekend? En hoe bestaat het dat de mensheid daar soms zelf voor kiest? Denk nog eens wat in Duitsland gebeurde voor 1940? Hoe zal men over tien jaar terugkijken op de keuzes die wij deze maand hebben gemaakt?

Wat mij als toepassing voor nu nog het meest aanspreekt, was wat de dominee van mijn broer zijn gemeente voorhield. Het is de vermelding in het verhaal, dat de bomen aan de wandel gaan. NBV: de bomen gingen eropuit. Zoiets kan nooit goed zijn. Bomen moeten niet wandelen, bomen moeten wortelen en vrucht voort brengen die bij hen past. Als bomen aan de wandel gaan, raken hun wortels los….

Zo was Sichem/Israël dat toen een koning koos. Als een volk los van God, mensen als ontwortelde bomen. Dan kan niet goed gaan.

Israël was in die tijd een ontworteld volk. Steeds meer verliet Israël het pad van God. Het was al begonnen aan het eind van het leven van Gideon. Helaas was Gideon daarin zelf voorgegaan. Toen hij jong was, had hij, in vertrouwen op God, met een kleine groep mannen het durven op te nemen tegen een oppermachtige vijand. Ouder geworden vertrouwde hij steeds meer op eigen inzicht en eigen bekwaamheid. Over Gideons laatste levensjaren hangt een donkere wolk. Gideon ‘vergat’ God. Hij nam een harem. Gedroeg zich als een heidens koning. Typerend is de naam van een kind, dat hij kreeg bij een bijvrouw. Hij noemde het kind Abimelech: ‘mijn vader is koning’.

Waarom gaf Gideon dit kind deze naam? Wat bezielde hem? Zoiets verwacht je niet van een vroom man. Gideon was geworden tot een ontwortelde boom….

De ontwortelde bomen kozen een doornstruik tot koning. Een volk krijgt een koning die het zelf verdient.

 

Luisteren naar rabbijn David

15 juni 2010

We hadden een bijzondere weekopening bij de Evangelische Omroep. Niet één van óns verzorgde de meditatie, maar rabbijn David Brodman.

David Brodman woont in Savyon, een plaatsje dichtbij Tell Aviv. Hij maakte aliyah in 1973. Zo noemen de Joden de terugkeer van de Joden naar het land Israël. Aliyah betekent: opgaan, opklimmen, omhoog gaan. Het is een Hebreeuws woord, dat al in het Oude Testament zowel in letterlijk als in overdrachtelijke betekenis gebruikt wordt. Alleen toen ging het niet over terugkeer naar het heilige land, maar over opgaan naar Jeruzalem, en opgaan naar Gods huis, de tempel.

David Brodman ging naar Israël omdat hij het niet verantwoord vond om zijn kinderen in Nederland op te voeden. David behoorde tot een kleine honderd kinderen die het concentratiekamp Theresienstad hadden overleefd. Elf duizend kinderen waren daar omgekomen. Helaas was ook in het Nederland van na de Tweede Wereldoorlog het bestaan voor de Joden erg moeilijk.

In Savyon heeft David Brodman een inmiddels bloeiende gemeente gesticht. Daarnaast  richtte hij het Centrum voor Joodse Studies op om vooral seculiere joodse jongeren weer in contact te brengen met de joodse religie, cultuur en geschiedenis.

Ik heb in 2008 en 2009 verschillende programma’s met David Brodman gemaakt. In 2008 zelfs een tweeluik over Pinksteren. Pinksteren is immers zowel een Joods als Christelijk feest. Het klikte tussen ons tweeën. Dat betekende, dat we in onze gesprekken steeds dieper durfden te gaan. Ik heb veel met David gesproken over de Heilige Geest, of zoals hij sprak: over de Ruach Hakodesh.

Als er vriendschap ontstaat tussen mensen, kun je steeds meer met elkaar delen. Buiten de camera om spraken we ook over De Messias, voor mij is dat de Here Jezus. Ik vond het op zichzelf al een wonder dat we daar over konden spreken. Ik heb wel eens anders ervaren.

Het één en ander heeft er toe geleid, dat David vanmorgen in onze weekopening sprak. Voor verschillende jongelui was het voor het eerst dat zij een rabbijn in levende lijve ontmoetten. De directie had hem gevraagd te spreken over zijn messiasverwachting in de huidige tijd.

David Brodman vertelde, dat hij de komst van de Messias spoedig verwacht. Hij wees op de tekenen der tijden. Als je niet wist, dat de rabbijn over zijn Messias sprak, die nog voor het eerst moet komen, zou je beslist denken, dat een dominee sprak over de wederkomst van de Here Jezus. Het was allemaal heel herkenbaar.

Opvallend is, dat als het gaat over wat er gebeurt bij de (weder)komst van de Messias er nauwelijks verschillen zijn. Het grote verschil blijft vooral over wat naar onze overtuiging de Messias hééft gedaan: Zijn lijden, het kruis, Zijn opstanding. Dat is de diepe kloof, die er is tussen Jodendom en Christendom. En die grote pijn voel ik altijd diep in mijn hart. Want als ik met David spreek over wat geloven is, over wat Gods Woord voor ons samen betekent, proef ik diepe verwantschap. Ik vergelijk hem dan wel eens in mijn denken met Abraham.

Je bent toch een soort familie van elkaar, die ook heel veel met elkaar gemeen heeft. Zo’n houding heb ik tegenover héél het volk Israël, wonend in het land Israël en verder verspreid over heel de wereld. Mijn Joodse buurman in de Wipstrikkerallee was toch een ‘andere’ buurman. Niet zomaar één. Het volk Israël is voor mij daarom een heel ander volk dan het volk van België. Israël is een soort familie, familie van wie je houdt.

Daarom kijk ik ook altijd met andere ogen naar wat Israël doet. In de eerste plaats onderscheid ik altijd ‘de politiek’ van het volk. Het volk, dat diep verdeeld is. Politiek en religieus. David moet aan zijn eigen volk uitleggen wat Jood zijn inhoudt. Maar ook een volk, dat nog altijd wereldwijd wordt bedreigd. Het antisemitisme neemt toe. Ook in ons land.

Ik behoor niet tot degenen, die alles waarvoor de regering van Israël verantwoordelijk is, per definitie goedkeurt. Wel moet ik constateren, dat hier in Nederland vaak heel snel en hard geoordeeld wordt. Men heeft zijn (negatief) oordeel al gauw klaar.

Mijn ouders hebben mij altijd veel liefde voor Israël bijgebracht. Die liefde kan niemand en geen gebeurtenis van mij afnemen. Van je familie blijf je houden, wat er ook gebeurt. Daarom bid ik ook regelmatig voor Israël.

Een ontmoeting met een rabbijn als David vind ik waardevol. Het Oude Testament is ‘zijn’ boek. Maar wil je dat samen lezen, dan moet je elkaar wel kunnen vertrouwen, en naar elkaar willen luisteren.

We hebben samen nog geluncht. Voor David was kosher eten klaar gemaakt. Ook spraken we onze eigen gebeden uit. Toch is zijn God ook mijn God. Ik hoop, ik heb dat wel eens tegen hem gezegd: dat zijn Messias ook mijn Messias, Jezus Christus zal zijn.

 

Met de neus op de feiten

10 juni 2010

Ik was er stil van.
Ik had verwacht, dat het CDA minder zetels zou krijgen, maar niet dat deze partij zoveel zetels zou verliezen. Ik had ook verwacht, dat de CU zes zetels of meer zou krijgen, maar geen vijf. Ik had gehoopt, dat het de SGP zou lukken een zetel extra te veroveren, maar ook dat gebeurde niet.

We worden als christenen met onze neus op de feiten gedrukt.

Feit is…
dat de christenen in Nederland een minderheid zijn geworden.

Feit is…
dat het voor vele christenen niet meer vanzelfsprekend is om op een christelijke partij te stemmen.

We wisten dat wel, maar soms wil je dat niet weten. Christelijke partijen verwijzen graag naar hun sterke trouwe achterban. Of, zoals de SGP, naar hun grote jongerenorganisatie.
Maar hoe sterk is dat in de werkelijkheid van Nederland? Ook daar waar de gezinnen groot zijn, groeien kerkverbanden nauwelijks. We hebben al geaccepteerd, dat hun aantal gelijk blijft. Maar geen groei is stilstand, in feite ook achteruitgang. De totale bevolking van Nederland groeit immers wel.

Feit is…
ook dat christenen op onderdelen heel verschillend denken. Ik ben in mijn werk meerdere keren mensen tegengekomen, die het standpunt van de PVV inzake de Islam aansprak. Ik was in Amsterdam. De dominee vertelde me, dat het daar geweldig wonen is. Maar vier oudere dames (ze zaten heerlijk in de zon op een bankje) vertelden me, dat ze ‘s avonds niet meer over straat durfden.

Feit is…
ook dat het standpunt van de PVV over het land Israël de harten van verschillende christenen raakte. Ik ben ze echt tegengekomen. Het deed die mensen verdriet dat iedereen over Israël heen viel de laatste weken en zijn oordeel al klaar had. Maar de PVV niet.

Welk rondje hebben al deze mensen gisteren rood gemaakt? Het zou best wel eens kunnen dat zij ‘achter het gordijn’ kozen voor Geert Wilders.

Feit is…
ook dat niet de EO alleen tobt met het standpunt inzake homoseksualiteit. De verdeeldheid daarover loopt ook dwars door alle orthodoxe kerken heen. Het is als een veenbrand, die steeds weer op een andere plek en in een andere organisatie oplaait. Het werd daarom dinsdagavond een moeizaam einde van een op zichzelf positief gesprek in Nova met André Rouvoet.

Feit is…
dat er ook daarom christenen op andere partijen hebben gestemd. Zoals die man, die zei gestemd te hebben op een voormalig dominee uit de Ned. Geref. Kerken, inmiddels professor en kandidaat voor Groen Links.

Feit is…
ook, dat als je aan een regering deelneemt, dat niet alleen het CDA maar ook de CU daarvan de tol moet betalen. Regeren is niet de zin doen van het volk. Dat is ook: in tijden van crises niet populaire maatregelen durven te nemen . Regeren is compromissen sluiten. En daarom (zoals André Rouvoet) minder zichtbaar kunnen zijn.

Hulde aan het CDA en de CU dat zij ‘dit offer’ hebben willen brengen. Het aftreden van Balkenende ontroerde me. Ook al had ik persoonlijk graag gezien dat hij dat eerder had gedaan. Laat andere christenen niet roepen, dat zij het beter hebben gedaan. Als je een mijn in gaat om anderen te redden, kom je met een zwart gezicht terug. Als je de mijn niet in durft of wilt, houd je schone handen.

Feit is…
dat we maar weinig echte leiders hebben. Technocraten en knappe economen nemen de kiezers echt niet in hun kielzog mee. Mensen werden zat van al dat gekrakeel. Geen wonder dat Wilders op een avond door de kijkers uitgeroepen werd als beste debater.

Feit is…
dat christenen vreemdelingen en bijwoners zijn. Maar ook dat Daniël en anderen zijn blijven werken aan het Perzische hof. En dat ook Obadja zijn werk bij Achab voorzette.

Ik hoop echt
dat de SGP de partij blijft, die vanuit de kamer een helder geluid laat horen. En dat CDA en CU als zij opnieuw gevraagd zouden worden, opnieuw zullen meedoen. Ook al kost dat zetels.

Het gaat immers voor ons niet om macht maar om onze taak te volbrengen, die God ons in deze wereld heeft gegeven. Een zoutend zout en een lichtend licht ben je midden in de wereld. Met je voeten in de modder.

 

Stemduwer

6 juni 2010

De laatste dagen zit ik alleen voor de televisie. Mijn vrouw wil er niet meer naar kijken. Ze is moe van al die politieke debatten. Mij blijft het boeien. Al moet ik bekennen, dat het mij niet alleen om de inhoud gaat, maar ook omdat ik het heel spannend vind, hóe er gedebatteerd en gediscussieerd wordt. Ik kijk er vaak naar, zoals ik naar voetbal kijk: benieuwd naar wie er gaat scoren.

Interessant is ook, hoe de journalisten het doen. Sommige kunnen hun sympathie of (dat kan ook) antipathie maar moeilijk verbergen. Helaas wordt er heel vaak niet op argumenten en antwoorden ingegaan. Men zit te popelen om met een volgende ‘verrassing’ , die de redactie bedacht heeft, op de proppen komen. Nieuw, en inmiddels door het vele gebruik ook afgezaagd is het confronteren van de politici met wat zij ooit hadden gezegd en beweerd. ‘Laten we nog eens kijken.’ Ik hoor het hen weer zeggen. Je ziet de ondervraagde zich omdraaien om mee te kijken. Het gebeurde in Nova politiek tot en met in Knevel en Van den Brink.

Ook het gedrag van de mensen er om heen is interessant. Sommige denken, gezien hun reactie, als er gesproken wordt over de toekomst van Nederland, meer aan hun eigen toekomst dan aan de toekomst van ons land. Zaterdagavond moest een boerin niets meer van het CDA hebben vanwege het beleid van Gerda Verburg als minister van landbouw inzake de bestrijding van de Q-koorts. Alsof deze minister dat alleen had bepaald, en alsof dat in andere kabinetten, en bij andere partijen (behalve misschien bij de partij voor de dieren) niet zou zijn gebeurd.

Een andere indruk die je bij al die debatten krijgt is, dat als je maar goed in cijfers bent, en bijvoorbeeld een knappe econoom, dat dán de oplossing van een aantal problemen voor de hand ligt. Zelf beschik je altijd over de juiste cijfers, terwijl de ander echt een aantal zaken over het hoofd heeft gezien. Je hebt, zo lijkt het soms, geen politieke partijen meer nodig, maar een aantal knappe koppen. En natuurlijk is dat niet zo. Ook hier geldt, dat het heel belangrijk is, met welke bril, vanuit welke visie je het geheel van de samenleving beoordeelt.

Daarom vind ik die voornaamwoorden als christelijk, sociaal en liberaal erg belangrijk. Ik hoor daar te weinig over. Ik vind het niet zo erg als een partijleider een paar cijfers niet goed weet. Dat kan de beste overkomen. Het gaat er veel meer om hoe hij staat voor de uitgangspunten, de visie van een politieke partij.
En daarin moet je zo’n leider kunnen en willen vertrouwen. Het moet bij wijze van spreken in zijn genen zitten. Want straks moet er onderhandeld worden. En dan moet hij/zij, vanuit dat denken, vanuit die visie de juiste keuzes kunnen maken. Hij moet op dat moment kunnen beoordelen welke compromissen daar wel en niet bij passen. Uitermate belangrijk. Afspraken die een nieuwe coalitie maakt, zijn immers absoluut niet gelijk aan partijprogramma’s. Nu word je toch min of meer het waanidee gegeven dat als je op hem of haar stemt, dat er dan dit en dat gaat gebeuren. Alsof we in Nederland twee partijen hebben: degene die wint, krijgt het voor het zeggen.

Soms denk ik, was het maar zo. Net zoals in Amerika. Twee grote partijen met in zo’n partij verschillende stromingen en vleugels. Wint zo’n partij, dan weet je in ieder geval vanuit welke visie geregeerd gaat worden. Tegelijk zie je daar, dat individuele leden binnen zo’n partij toch meer ‘vrijheid’ lijken te hebben. Bij ons lijken fracties na het sluiten van een regeerakkoord meer op een volgzame ‘kudde’. Natuurlijk op onderdelen kan er wat gewijzigd worden, maar een regering rekent bij voorbaat op de steun van alle leden van alle regeringspartijen. En helemaal niet op de steun van leden van de oppositiepartijen. Oh wee, als je een afwijkend standpunt inneemt.

En als ik dan toch aan het dromen ben: waarom niet één grote christelijke partij. Een partij waarin duidelijke vertegenwoordigers zouden zitten van bepaalde stromingen in Nederland. Een partij waarin CDA, SGP en CU ondergebracht zouden worden. Net zoiets als de PKN. Daar heeft de Gereformeerde Bond immers ook een eigen plek. De pluriformiteit die er nu is, zou gewoon behouden kunnen blijven. Eén grote christelijke partij, kleurrijk en pluriform, maar niet koekoek één zang, Een soort oecumene van het hart in de politiek.

Zouden niet-christenen het verschil weten tussen CU en SGP? Vorige week had de Reformatorische Omroep een discussie tussen Marja van Bijsterveld, André Rouvoet en Kees van der Staaij. Christelijke kranten besteedden er aandacht aan, maar de rest niet. Ook komen dan weer de bekende discussiepunten voorbij die ook in de kerken spelen. Samenwonen, gezin, homo’s. Ik word daar niet blij van. Ik gun elk zijn eigen standpunt. Maar ook in de politiek pleit ik er voor, dat christenen evenals in de omroep schouder aan schouder staan.

Ook al ben ik lid van de CU, ik zal iedereen aanraden in ieder geval op een christen te stemmen. En die zijn vooral te vinden bij de christelijke partijen. Van een christen mag je immers verwachten, dat die een visie heeft op inkomen, geldbesteding, offers brengen, op het milieu, op de toekomst, op de mensheid, op Israël bijvoorbeeld, en dat de bijbel daarin een leidende rol heeft.

Ik ga stemmen.
U toch ook!

 

Speciaal voor Hanna

2 juni 2010

Ik kreeg deze week deze reactie:

Geachte Dominee,

ik vind het een geweldig idee om ons te leren twitteren.Veel ouderen durven geen computer aan te raken; ze zeggen het toch nooit te leren.Ik behoor ook tot de oudere generatie(81 jaar),maar wil graag nog leren.Van hyves heb ik nog geen kaas gegeten,dus ik ben heel benieuwd.Ben trouwens ook een trouwe kijkster naar zingen op Zondag.

Dus speciaal voor Hanna: een handleiding om te kunnen twitteren.

Twitter handleiding

Twitter is een manier om anderen in een berichtje van maximaal 140 tekens (een tweet) te laten weten wat je aan het doen bent, wat je meemaakt, of om anderen te wijzen op een interessante website.

Wanneer je jezelf aanmeldt op Twitter, kun je met je twitteraccount andere ‘twitteraars’ volgen. Dat betekent dat als zij een tweet versturen, die tweet vervolgens op je eigen Twitterpagina verschijnt. Andere twitteraars kunnen weer besluiten om jou te volgen. Wanneer je een accountnaam hebt gekozen (bij mij is dat ‘arievanderveer’) wordt je twitternaam aangeduid als @arievanderveer.

Ik volg zelf op Twitter bijvoorbeeld collega Andries Knevel (twitternaam @andriesgknevel), waardoor ik op de hoogte blijf van de inhoud van zijn programma’s en de dingen die hij meemaakt. Zo stuurde hij onlangs de volgende tweet: ‘Overleg over serie: “Niets in onmogelijk” (ex atheisten). Opnames beginnnen snel. Wordt multimediaal: radio, boek, DVD. Prachtige gasten.’

Wanneer je een tweet verstuurt, is die in principe gericht aan je eigen volgers. Er zijn echter meerdere manieren om een tweet te sturen. In de basis onderscheidt Twitter de volgende tweets;

Tweet
Een bericht gericht aan je eigen volgers

Reply
Een antwoord aan een andere twitteraar. Als ik bijvoorbeeld tweet dat het mooi weer is, kan iemand anders daarop   reageren. Een reply begin je altijd met de geadresseerde van je tweet. In dit geval zou dat kunnen zijn: @arievanderveer Hier regent het anders behoorlijk!

Retweet
Met een retweet herhaal je het bericht van een ander voor je eigen volgers. Een afkorting voor retweet is RT. Wanneer ik tweet ‘het is vandaag heerlijk weer’, en iemand anders wil dat retweeten, dan komt er bij diegene te staan: ‘RT@arievanderveer  het is vandaag heerlijk weer’

Mention
To mention betekent vermelden. Als ik vandaag bijvoorbeeld met Piet Jansen koffie heb gedronken, en Piet Jansen is ook een twitteraar met de naam @pietjansen, dan kan ik de volgende tweet sturen: ‘Ik heb net een heerlijk kopje koffie gedronken met @pietjansen.’ Op deze manier krijgt Piet Jansen de tweet ook te zien, ongeacht het feit of hij mij volgt op Twitter of niet.

Met deze basis kunt u zo aan de slag op Twitter!
Om een account aan te maken gaat u naar www.twitter.com en klikt u rechts op de gele knop ‘Sign Up’

Ook informatie over Nederland Zingt is te volgen op Twitter! Als u een account heeft aangemaakt, ga dan naar www.twitter.com/NederlandZingt en klik op ‘Follow’!

Bent u goed in Engels? Bekijk dan hier een uitgebreid instructiefilmpje over Twitter: http://www.youtube.com/watch?v=J0xbjIE8cPM

 

Kleur bekennen

1 juni 2010

Ik had het nog nooit gedaan. Daarom was ik best benieuwd toen ik klaar was met het invullen van de Stemwijzer. Welke partij zou er als eerste uitkomen? En welke het laatste? De uitslag was niet schokkend. Mijn eigen partij had gelukkig ook nu de eerste voorkeur. Het was best een leuke uitslag: 1. CU 2. SGP 3.CDA en helemaal onderaan stond D66.

Vroeger deden sommige dominees wat geheimzinnig over op welke partij zij stemden. Het werd afgeraden om zich daar openlijk over uit te spreken en zeker op de preekstoel. Zo was het trouwens ook als het ging om het lid zijn van een omroepvereniging.

Ik waag te betwijfelen, of dat altijd om principiële redenen was. Je zou immers kunnen zeggen, dat op de preekstoel het Woord van God moet worden uitgelegd en verkondigd. En dat is niet hetzelfde als politiek. Nee, ik denk dat menig dominee het ook niet deed om heel praktische redenen. Zeker de dominees in mijn kerken. Het stemgedrag is bij ons echt niet hetzelfde. En waarom zou je daar in de kerk discussie over hebben? Het geeft alleen maar verwijdering. Zo was de redenering.

Dat is in onze gemeente van Zwolle nu wel anders. Er wordt gestemd op alle christelijke partijen. En misschien ook nog wel op andere. In Zwolle is de CU inmiddels even groot als het CDA. En het CDA had als lijsttrekker een broeder uit de evangelische gemeente De Dageraad. Het ligt hier daardoor allemaal dicht bij elkaar. Laatst zijn vertegenwoordigers van politieke partijen zelfs uitgenodigd om in een speciale samenkomst van onze gemeente hun zegje te doen. Heel bijzonder was het voor deze politici dat in die samenkomst voor het hele gemeentebestuur werd gebeden.

In mijn jeugd hielden we ons thuis heel erg bezig met de politiek. Wat maakte mijn vader zich druk als er verkiezingen waren. Achteraf vind ik het jammer, dat mijn vader nooit de kans heeft gehad om in de gemeenteraad te zitten. Hij had het best gekund. Maar wij waren envoudige mensen. Zoiets was voor mensen uit onze kring in die tijd niet weggelegd. Namens de ARP (Anti Revolutionaire Partij) zat in de raad in mijn ogen een deftig man. Hij heette Westrate. En hij had wel drie voorletters: M.H.L. Hij woonde in Vlaardingen Ambacht. Daar woonden de deftige mensen. Wij woonden in een arbeidersbuurt. In de Landstraat, vlak achter de haven.

In mijn herinnering was de AR in die tijd landelijk de derde partij. 1 was de KVP (Katholieke Volks Partij), 2 de PvdA, 4 de CHU (Christelijk Historische Unie), 5 VVD. De SGP stond op nummer 7 en had (toen ook al) twee zetels. Ik ging als jongetje van tien toen al mee om folders rond te brengen. En vooral raambiljetten. Ik weet, dat ik ze in de Pieter Karel Drossaartstraat liep te tellen. Daar hingen er zoveel, dat ik dacht dat de AR wel zou gaan winnen. Want de ARP dat was de partij van pa. We waren heel actief en deden aan van alles mee. Ook bij opa en oma thuis werd er flink gediscussieerd. Een paar van mijn ooms stemden met hartstocht op de PvdA. Tot verdriet en ergernis van opa.

Toen ik dominee werd in Nieuwe Pekela werd ik voorzichtig in het uiten van mijn politieke voorkeur.Dat was me in Apeldoorn immers geleerd. Dus: aan de ramen van de pastorie  kwamen geen raambiljetten. De gemeenteleden konden dat wel begrijpen. Nu ben ik minder voorzichtig. Men mag best weten op welke partij ik stem.

Laatst had ik in mijn programma André Rouvoet als gast. We hadden ook Jan Peter Balkenende gevraagd, maar dat lukte niet. Ik vond dat erg jammer. Want al stem ik CU, ik voel me ook nauw verwant aan verschillende mensen in het CDA. Eigenlijk vind ik het ook voor de premier een gemiste kans. We hadden zo ook eens over andere dingen dan de politiek met elkaar kunnen praten. Onze premier weet vast niet hoeveel mensen elke zondag naar NZ kijken! En gelovige premier hoort voor mij ook in Nederland Zingt op Zondag.

Ik zou best wel een soort actie willen voeren. Een actie voor alle drie de christelijke partijen. Voor mij zijn ze immers nummer 1, 2 en 3. Zo van: ‘Laat je stem niet verloren gaan, en kies voor een christen’. Misschien doen ze er op de Jongerendag wel wat aan. Een vriend van mij ziet er niet veel in. Zijn commentaar is:

‘Ik vermoed trouwens wel dat seculier Nederland het ’stem op een christen’ idee heel snel als kortzichtig zal bestempelen.
Als je namelijk geen verstand hebt van politiek, maar wel weet dat christenen geen haar beter zijn dan andere mensen, waarom zou je dan op een christen stemmen in plaats van op een andere partij?’

Zou het verschil echt niet te constateren zijn?
Ik vind van wel.
Daarom verdienen de christen politici onze steun.

Een idee zou zijn om nieuwe wegen als Twitter te gebruiken.  Steeds meer mensen doen daar aan mee. Als raambiljetten niet meer helpen, zou dit niet onaardig zijn. Gewoon aan iedereen laten weten wat je gaat doen. In Nieuwe Pekela hoorde ik dat de CU een zetel verloren had omdat men een kleine tien stemmen te weinig had. Dat is buitengewoon  jammer.

Durf kleur te bekennen.
Laat zien en horen op wie jij/u stemt.

PS.
Als u nog niet weet hoe dat twitteren gaat, op Hyves kom ik een dezer dagen met een handleiding. Tweeten, retweeten kan in de komende weken heel effectief zijn.

 

Symbolisch kapitaal

30 mei 2010

In het boek Handelingen lezen we dat de eerste christenen in de gunst stonden bij heel het volk. Handelingen 2 vers 47.

Vandaag aan de dag hebben we daar een nieuwe uitdrukking voor. De wetenschap zou dat noemen symbolisch kapitaal.

De apostel Petrus moest tegen een bedelaar zeggen: geld heb ik niet. Dat gold van veel van zijn gemeenteleden. Men deelde in die eerste gemeente namelijk alles met elkaar:’ Zij die het geloof aanvaard hadden, zo staat er, hadden alles gemeenschappelijk’.

Je zou ook kunnen zeggen, dat de eerste christenen een goede reputatie hadden.

Toch is die term symbolisch kapitaal wel een aardige omdat het een relatie legt naar kapitaal. En dat vinden wij mensen verre van onbelangrijk. Alles draait om geld. Beurzen stijgen en dalen. En dat heeft alles te maken met geld. De komende verkiezingen draaien vooral om geld. Hoe zal er worden bezuinigd? We hebben een enorm begrotingstekort. Het geld moet toch wel ergens vandaan komen. Dat geld voor privé personen maar ook voor een land.

Maar hoe zit dat met ons symbolisch kapitaal?

Geld en macht zijn belangrijk. Maar worden we ook door anderen gewaardeerd? Er zijn mensen, die maar weinig geld op de bank hebben, maar wel kunnen bogen op een groot symbolisch kapitaal. Je vindt ze bijvoorbeeld bij de mensen die een paar weken geleden door de koningin onderscheiden werden met een lintje.  Velen van hen zetten zich belangeloos in voor een ander. Vaak vele jaren lang.

Symbolisch kapitaal wordt door mensen vaak onbewust opgebouwd. Met bedrijven en instellingen is dat anders. Bedrijven hebben daar vandaag aan de dag daar steeds meer oog voor. Bouwen daar ook bewust aan. Ook instellingen. De postcodeloterij maakt er reclame mee. Nee, we kopen geen lot voor ons zelf, maar we steunen er goede doelen mee. Dat je er zelf ook een paar miljoen mee kunt winnen, lijkt minder belangrijk. Natuurlijk is dat niet waar, maar het lijkt zo.

Toch is het mijns inziens niet verkeerd om als bedrijf en instelling daar bewust over na te denken. Hoe zit dat met ons symbolisch kapitaal? Bedrijven kunnen daarom bewust investeren in maatschappelijk verantwoorde producten. En in toenemende mate is er ook in onze samenleving een soort maatschappelijke verantwoording. Als organisatie moet je bereid zijn verantwoording af te leggen over je doen en laten.

Ik juich die ontwikkeling toe.

Van christenen mag je niets anders verwachten. Het zou niet best zijn als christenen een slechte naam hebben. Ik weet eigenlijk niet precies hoe de mensen in Nederland over christenen denken? Best een interessant gegeven in deze verkiezingstijd met verkiezingsbeloften. Hoe is het met het symbolisch kapitaal? Ook van ons land? Wat verwacht je van een nieuwe premier?

Ook de EO mag zich dat afvragen. In het laatste nummer van Visie is een uitslag te vinden van een nieuw achterban onderzoek. Het Nederlands Dagblad vond het nodig om vooral in een kop te beklemtonen dat eenvijfde van de leden moeite heeft met de verandering. Ze hadden ook kunnen kiezen voor de quote: van de leden is 83% enthousiast tot zeer enthousiast over de EO. Ik had dat liever gezien. Dat betekent niet dat je die 17% wil verwaarlozen. Verre van dat. Je kunt er juist aan werken. Werken aan de je symbolisch kapitaal.

Overigens gaat dat veel verder, dan werken aan het vertrouwen van je achterban. Sociaal kapitaal is vooral ook wat de ander, die niet tot je achterban behoort, van je vindt. Wat vinden niet christenen van de EO? Van de kerk? Van mij? Als dat negatief is: hoe komt dat? En wat doe ik er aan om dat opnieuw op te bouwen?

Bij de EO doen we dat onder andere door alle jongeren uit te nodigen om naar de Jongerendag te komen. Dat levert geen geld op. Integendeel, het kost juist geld. Daarom hebben we allerlei uitgaven. Daarom schrijf ik boekjes. Daarom kunt u op internet, als u de moeite neemt om te zoeken, heel veel goeds juist ook op de EO site vinden. Ik vind dat dat van een bedrijf als de EO verwacht mag worden. Ook dat een directie daar bewust beleid op zet.

Misschien een idee voor de kerken in Nederland.
Eigenlijk krijgen nog te weinig mensen een lintje. Het zou wel een grap zijn als tot afschaffing van die lintjes zou moeten worden besloten omdat er gewoon te veel mensen zijn die daarvoor in aanmerking komen.

Maar zover is het nog lang niet.
Symbolisch kapitaal is blijkbaar ook schaars.

 

In het dialect

27 mei 2010

In je eigen dialect

Ruim vijf jaar lang waren zij onze buren. Daarna een leven lang onze vrienden. Rikus en Grietje leven niet meer. Maar ze hebben veel voor ons betekend.

Onze huizen stonden naast elkaar. Ze werden gescheiden door een breed pad dat naar de kerk liep. Zij waren het kostersechtpaar en wij het domineesgezin. Wij waren piep jong. Ik was 24 toen ik in Nieuwe Pekela als predikant begon. Zij waren een kleine twintig jaar ouder. Ze hadden geen kinderen. Tot hun grote verdriet.

Bij ons werden wel kinderen geboren. Rikus en Grietje maakten de geboorten van drie van onze kinderen mee. De laatste van deze drie Henk Jan werd in de nacht van zaterdag op zondag in het ziekenhuis van Stadskanaal geboren. Ik dacht, toen ik ‘s morgens op de preekstoel stond, dat ik de primeur had om aan de gemeente te vertellen dat we weer een gezond kindje uit Gods hand hadden ontvangen. Maar iedereen wist het al. Rikus had het bij de deur van de kerk aan iedereen verteld.

Rikus was een grote kerel, met een heel klein hart. Grietje was kleiner, maar geestelijk groter. Zij was het brein van dat gezin. Ze deed, naast het kosterschap veel in de kerk. Zo was ze ook presidente van de vrouwenvereniging. Het eerste was ze deed, toen we in Pekela kwamen wonen, was haar functie van presidente ter beschikking stellen aan mijn vrouw. Tot grote schrik van Ees. Grietje vertelde dat dat zo hoorde. Maar Ees heeft geweigerd. Naar de vrouwenvereniging gaan, was voor haar al een nieuwe opgave. En dan ook nog presidente. Zulke functies heeft ze heel haar leven nooit ‘begeerd’.

Rikus en Grietje hebben heel veel voor ons en de kinderen gedaan. Vaak waren de kleintjes daar en aten mee. En aan dat gebeuren moest ik deze dagen weer denken.  De kinderen hebben het er nog vaak over. Uiteraard werd in dat kleine huisje uit de bijbel gelezen. Rikus las voor. In het Nederlands. En dat laatste waren de kinderen helemaal niet van Rikus gewend. Juist door hem werd elke dag plat Gronings gesproken. Bij ons vertrek uit het dorp spraken de kinderen het ook. Zelfs woorden die Groningers in het Nederlands uitspraken, spraken zij in het dialect. ‘Mijn vader heeft knories’, zei Peter. Bedoeld was: kanaries.

Na het lezen uit de bijbel, werd er gebeden en gedankt. Ook dat ging in het Nederlands. En ook nog op zo’n zachte, en eerbiedige toon, dat de kinderen het niet konden verstaan. Ze wisten gelukkig wel, dat elk gebed eindigde met amen. Dat mochten ze hun ogen weer open doen.

Zo ging dat in Groningen. Onze buren koesteren hun ‘taal’. maar als het het leven met God betrof, ging dat toch anders. Bidden, lezen, preken in het Gronings vonden zij niet gepast.

Dat zie je wel vaker. En als het niet gaat over spreken en bidden, dan nog wel sterker in sommige delen van het land als het gaat om de vertaling van de bijbel. De Statenvertaling wordt dan als wel heel bijzonder ervaren. Welhaast geschreven in een soort heilige taal.. Ook hebben mensen in die kringen daarom grote moeite met bijvoorbeeld de bijbel in de taal van elke dag.

Daarom is het zo opvallend wat gebeurde op het Pinksterfeest. Ik weet niet of Petrus de Griekse taal machtig is geweest. Maar goed, Ook als dat niet het geval was geweest, had God een wonder kunnen doen gebeuren dat Petrus een toespraak had gehouden in het Grieks: de voertaal  van die tijd. Iedereen in Jeruzalem had het begrepen. Zeker de toeristen tijdens de feestdagen.

Lucas geeft heel nauwkeurig aan, dat deze menigte die uit zoveel verschillende plaatsen afkomstig was, de boodschap zó hoorde alsof zij in hun eigen plaatselijke taal gesproken werd. Dat is ook precies wat zij zeggen: ‘Ieder van ons hoort hen spreken in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn’ (2:8). Letterlijk staat er: ‘in ons eigen dialect’. Voor even was het beruchte zware Galilese accent van de discipelen verdwenen en hoorde iedereen die erbij was, de lof van God alsof deze over de lippen kwam van iemand uit hun eigen landstreek, iemand die hun eigen dialect sprak. Dat is wat hen zo verblufte. Als de discipelen Grieks hadden gesproken, hadden ze hen ook kunnen verstaan, maar in plaats daarvan hoorde iedereen hen niet als buitenlanders maar als leden van hun eigen groep of stam of natie.

Ik vind dit gebeuren opmerkelijk. Is dit geen aanwijzing hoe de Heilige Geest de barrières zou gaan afbreken. God komt met Zijn Woord wel heel dichtbij.

Als Rikus nog geleefd zou hebben, zou ik hem op deze tekst toch nog wel eens willen wijzen. Ik denk niet, dat hij geluisterd zou hebben. ‘Dat hebben wie nooit doan”, zou hij ongeveer hebben kunnen zeggen.

Misschien kunnen we elkaar toch met dat gegeven uit Handelingen 2 dienen. Want dit gegeven, kan vele toepassingen hebben: voor het gebruik van bijbelvertalingen, voor de taal van dominees, voor speciale aandacht voor kinderen in de kerk…noem maar op. Zelfs de verschillende aanpak die de EO heeft op de publieke zenders kan er mee gemotiveerd worden.

God spreekt tot ons in ons eigen ‘dialect’, gaat heel diep onze eigen cultuur in. De Geest spreekt alle talen. Maar altijd wel over hetzelfde onderwerp: Gods grote daden.
Dat is ook Pinksteren.