Geweldig, dat kapitein Aalt Fikse van het Leger des Heils uit Kampen woensdagavond naar de studio was gekomen om te vertellen over de begrafenis van de vier kinderen. Wat was ik blij met zijn aandeel in het praatprogramma. Het waren heel verschillende mensen die bij Knevel en van den Brink aan tafel zaten: Peter R.de Vries, Herman du Bois, Jack Spijkerman en onze kapitein. Ik vind het fijn dat op zo’n beschaafde manier mensen elkaar kunnen bevragen over wat hen beweegt, over wat men wel of niet gelooft.
Uiteraard hebben meer media van deze droeve gebeurtenis een verslag gemaakt. Maar vooral voor de neutrale media was het moeilijk om een inhoudelijk verslag te maken. Er werd in de dienst geen pers of andere media toegelaten. Men moest het doen met straatinterviews van mensen die de dienst hadden bijgewoond.
De televisie vertelde, dat de familie veel aan hun geloof had. Maar velen wisten niet wat voor geloof. In het gesprek bij Knevel en van den Brink viel zelfs het woord sekte. En dat allemaal omdat deze familie blijkbaar niet aangesloten was bij één van de bekende kerkgemeenschappen.
Voor de christelijke pers was dat anders. Net zoals de andere journalisten hoorden zij buiten de Bovenkerk het zingen van de meer dan 1000 mensen die in de kerk zaten. De verslaggever van het RD vertelde er van in een artikel. Al zingend kwam de familie de kerk binnen. ”Groot is Uw trouw, o Heer”, werd er gezongen. Ook: „Leer mij volgen zonder vragen. Vader, wat Gij doet, is goed. Leer mij slechts het heden dragen. Met een rustig, kalme moed.” Allemaal prachtige liederen.
Tenminste voor ons, voor mensen die geloven. Mensen die deze liederen niet kennen, zeggen deze liederen helaas niet veel. Ik denk overigens, dat Peter R de Vries, maar ook Jack Spijkerman sommige liederen wel moeten hebben herkend. Als ik me niet vergis, zijn ze allebei opgegroeid in een christelijk gezin.
Het gesprek bij Knevel en van den Brink was wellicht mede daarom ook een inhoudelijk gesprek. Het ging niet over de lichte lijkwagen, ook niet over de witte kisten, of over de bloemen die in de auto gelegd werden.
Ik hoop, dat over een paar weken ook zulke gesprekken gevoerd zullen worden in ons nieuwe programma De Kist. Dat programma zal ook gaan over sterven en begraven worden. In een tiental afleveringen zal aan verschillende Nederlanders gevraagd worden of zij wel eens denken aan sterven, of zij zich daarop voorbereiden, waar zij begraven willen worden en nog meer…Het begin van het programma trekt direct de aandacht. Je ziet namelijk een klein autootje door Nederland rijden met bovenop het dak een kist.
Vorig jaar toen de journalisten eerste indruk van dat programma kregen , werd vooral over dat autootje en die kist geschreven. Begrijpelijk, maar zo’n autootje met een kist is toch maar heel betrekkelijk. Ik heb in mijn leven allerlei, soms heel vreemde begrafenisgewoonten meegemaakt. Aan doodskisten was ik overigens als kind al gewend. In mijn jeugd woonde ik in de Landstraat in Vlaardingen tegenover een kistenmakerij. We speelden in die steeg, ook als de doodskisten buiten stonden. Eén gebeurtenis vergeet ik niet. Het moet met de oorlog te maken hebben gehad. De kistenmaker had een enorme bestelling gekregen. Hij stapelde de kisten boven op elkaar. Dat was ongewoon, want gewoonlijk kwam zo’n zwarte auto er maar één tegelijk halen.
Trouwens, ik herinner me nog, dat er geen auto maar een wagen met twee paarden kwam. Dat vond ik wel griezelig. Zelfs de paarden hadden een zwarte dek over hun kop. Je zag alleen hun ogen en oren.
Er is veel veranderd als het gaat om begrafenissen. Je krijgt soms de indruk dat mensen de dood niet onder ogen willen zien. Afscheid nemen van een dode proberen sommigen echt te vermijden. De kist in het graf laten zakken doen ze liever niet. En hun kinderen laten ze bij begrafenissen liever thuis.
De dood zal in dat komende programma van de EO bewust ter sprake worden gebracht. Confronterend zal dat zijn. Maar vroeg of laat staan u en ik er voor. Het is goed om elke dag aan het sterven te denken, zei een hoogleraar, des te dankbaarder leer je te leven.
‘Daar juicht een toon’, zongen ze in Kampen.
Met vier kisten op een rij.
We hebben wel wat uit te leggen.


Harry Bartelds
Anjer
Mary Stöver-van der Zwan
Jan
Gea
w.kleine
C. Keur
Cokka Ravensbergen-den Heijer