Woord voor Pasen (I)

Het belangrijkste

Bijbelgedeelte: Romeinen 8: 31-39

‘Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte.’(Romeinen 8: 34:)

‘Jezus is voor mij aan het kruis gestorven’, is voor vele christenen de meest kernachtige samenvatting van hun geloof.
Vele mensen dragen In onze tijd duidelijk zichtbaar een zilveren of gouden kruisje.  Het kruis is een symbool geworden, een herkenningsteken van de christelijke identiteit.

Ooit schreef Paulus:
‘Wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend, en voor heidenen dwaas.’

Toch is Paulus tot bekering gekomen omdat hij de opgestane Chtristus ontmoette op weg naar Damascus. Die ontmoeting gaf zijn leven een totaal nieuwe wending. Hoe belangrijk is dat voor hem geworden. Het ontdekken dat Jezus echt uit de doden was opgestaan, betekende voor hem de definitieve doorbraak in zijn leven. Het gaf hem hoop en verwachting.

Prachtig wordt die ontwikkeling in zijn leven met God omschreven in Romeinen 8. Paulus zegt daar ‘dat Christus Jezus is voor ons gestorven. Wat nog belangrijker is: Hij is uit de dood teruggekomen en zit aan de rechterhand van God.’(Het Boek)

Ik leg de vinger bij het zinnetje ‘wat nog belangrijker is’.
De betekenis van het lijden aan het kruis mag nooit losgezien worden van het opwekking uit het graf. Dan vergeet je het belangrijkste. Je mag niet bij Goede Vrijdag blijven steken. Bij onze schuld en zonde waarvoor Hij gekruisigd werd. Het open graf vertelt, ja garandeert dat al die zonden vergeven zijn.

Paulus noemt in dat beroemde gedeelte van Romeinen 8 allerlei verschrikkelijk dingen die ons bedreigen. Onderdrukking, nood, vervolging, honger, ontbering, gevaar, de dood. Paulus is heel realistisch. De wereld is nog niet bevrijd. Het Rijk van God is nog lang niet volledig werkelijkheid. En de dood als de laatste vijand is nog niet onttroond. Toch zijn al die dingen die hij benoemt, onderdeel van een loflied. Waarom? Omdat Christus niet alleen de gekruisigde is, maar ook de opgewekte.

Dat weten is het allerbelangrijkste. Daardoor kunnen we ons staande houden in deze moeilijke wereld.  De boodschap van de Levende houdt ons op de been. Jezus is niet alleen gestorven. Hij is ook opgestaan.

Dat is het belangrijkste.
De gekruisigde is opgewekt.

Opmerking:
‘Als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos.’
(Paulus)

3 reacties

Warme tranen

Op het moment dat deze blog verschijnt werd ik een jaar geleden naar de operatiekamer gereden. De doktoren hadden vastgesteld dat ik in de darmen een kwaadaardige poliep had. Hij moest er uit.

Onwillekeurig denk je aan die dagen terug. Wist je dat ik me eigenlijk niet veel meer van al die dagen herinner? Ik zie me nog wel liggen wachten in die kamer waar je vlak voor de operatie naartoe gebracht wordt. Maar daarna wordt mijn herinnering vager. Van de eerste dagen daarna herinner ik me nauwelijks iets.

En dat is geen nieuwe ervaring. Toen ik tien jaar geleden aan mijn hart geopereerd ben, moest Ees mij vertellen wat er daarna allemaal gebeurd was. Het was na de eerste operatie heel spannend geweest. Ik moest opnieuw naar de OK. Een dag later dan ‘gepland’ kwam ik bij. Ees vertelde me toen wat er allemaal gebeurd was en hoe spannend het was geweest.

Ik heb het er behoorlijk moeilijk meegehad. Met de gedachte dat ik had kunnen sterven zonder dat ik het wist.

Wat ik vooral al die periodes in het ziekenhuis overgehouden heb is een gevoel. De zorg en liefde van je gezin, de belangenloze hulp van de verpleging, en de fijne begeleiding van  de artsen.

Vorige week vroeg een specialist aan me hoe het ging. ‘U hebt een zwaar jaar achter de rug.’ Ik weet dat met mijn verstand, maar erg bewust ben ik me dat niet meer. Wat vergeet je snel. Ja, ik weet dat ik zelfs achter de rollator gelopen heb. Ik herinner me ook de lange, slapeloze nachten. Ik zong niet, maar luisterde wel veel naar muziek. Ik herinner me ook hoe op een dag ik geraakt werd door het lied ‘Heal me, o Lord, and I will be healed’. Pas toen heb ik erg moeten huilen. En zong ik zelf weer….

Eigenlijk ben ik toch het meest in mijn gedachten bezig geweest met de vraag of de kanker terug zou/zal komen. In 2008 kreeg ik prostaatkanker. Ik ben nu na drie jaar met mijn laatste hormoonkuur bezig. Aan de ene kant zal ik blij zijn als het voorbij is. Je hebt voortdurend last van ‘opvliegers’. Ik heb ook een aardig buikje gekregen. Ook kun je daar flink moe van zijn. Dat moe zijn is een van de naarste bijwerkingen, las ik deze week. Dus dat zal straks achter de rug zijn. Maar ik begin nu al te denken: hoe zal het daarna gaan? Gaat de PSA factor weer omhoog?

Ik kan heel erg blij zijn. Ook heel dankbaar. Maar ik betrap me er ook op dat ik snel van slag kan zijn. Als ik last heb van mijn darmen, denk ik al snel: het zal toch niet weer zo zijn?

Je moet met kanker leren leven. Mensen die kanker hebben gehad zullen dat begrijpen. Mensen die er nog nooit kennis mee hebben gemaakt, moeten dat leren. Het is niet voorbij als je geopereerd en bestraald bent. Dan begint het pas. De gedachte aan de ziekte houdt je soms gevangen.

Het valt me van mijzelf tegen. Het is me geleerd en ik heb het anderen voorgehouden: je moet toch vertrouwen. Ons leven ligt in de hand van God. Ik schrijf er honderden meditaties over. Troost er anderen mee. Omdat ik het nog steeds geloof. Maar de praktijk is moeilijk.

Ik vind het daarom geweldig om naar de kerk te gaan. Vooral naar de diensten in de Bolder. Het is daar altijd wat donker. Vaak is alleen het podium verlicht. Daar zingen we ook veel Opwekkingsliederen. Daar kun je onder het zingen gaan staan. Daar kijkt niemand op als je je handen naar de hemel opheft. En dat doe ik. Wat heb ik al een tranen gelaten. En een beetje achter een pilaar verborgen het uitgehuild. Vaak geen tranen van wanhoop, maar van diepe ontroering en emotie.

Ik ben in dit jaar, als ik zelf voorganger mag zijn, ook veel diensten anders gaan inrichten. Juist in de Bolder wil ik ook ruimte geven voor anderen om met hun verdriet en zorgen bij God te komen. Er is veel ruimte voor gebed. Gebed voor genezing. En niet alleen van een kwaal, maar vooral van innerlijke wonden. En in de dienst roep ik van tijd tot tijd de mensen op om naar voren te komen en voor zich te laten bidden.
Zo hield ik in februari een dienst met het thema ‘Touch me’: De kreet van die wanhopige vrouw die Jezus wilde aanraken. En wat een mensen kwamen toen naar voren. Heel veel huilden. We zijn lange tijd ook na de dienst met de mensen blijven bidden. Er waren er zoveel. Andere gemeenteleden kwamen er spontaan bij. En namen de voorbede over.

Er is zoveel pijn!

Misschien ben ik daar wel het meest mee bezig: met pijn en moeite. Met strijd en vragen.
Veel dingen van het afgelopen jaar vervagen. Gelukkig maar! Maar mijn leven is niet zonder strijd. In mijn eigen strijd voel ik me dicht bij de mensen. Ik noem me zelf: a wounded healer. Ik vergelijk mezelf vaak met een kapitein op een oorlogsschip. Vroeger had ik een smetteloos wit pak aan. Geen vuiltje aan de lucht. Nu roep ik anderen op te strijden terwijl ik zelf gewond ben. Maar strijdt ondertussen zelf weer mee.

Tien dagen geleden hadden we de tweede landelijke dag voor mensen die met kanker te maken hebben (gehad). Samen met Rita Renema, die al drie keer kanker heeft gehad, hebben we de stichting Als Kanker je raakt opgericht. Velen helpen ons inmiddels en nemen de bestuurlijke rol over. We willen er zijn voor mensen zoals wij. Je weet niet of de kanker terug komt. Je moet er mee leven. Als vrouw, als je lichaam verminkt is. Als man, omdat kanker ook enorme impact kan hebben op je leven als man. Als mensen die samen over het dunne ijs van de gezondheid lopen en soms ineens bang zijn als het kraakt.

Mijn grootste vraag dit jaar was: hoe vul ik mijn leven in. Mag ik blijven werken? Kan ik blijven preken? En dat maar met één doel. Ik beschreef het hierboven. Er te zijn voor en met anderen. Samen. Gewonde mensen. Soms bange mensen. Maar die de Here van harte liefhebben. Zich vaak huilend aan Hem toe vertrouwen.

Weet u waar ik zondagmorgen hoop te zijn? Het was nog een grote wens van mij. Door alle ziekteperikelen is het er de laatste jaren niet van gekomen. Maar zondagmorgen hoop ik in Jeruzalem te zijn. In de graftuin. Bij het lege graf. Samen met duizenden anderen.

Ik zal vast weer een traantje laten. Maar warme tranen. Liederen zingen van hoop en verlangen.

11 reacties

Woord voor de zondag (3)

Jezus ten voeten uit

Bijbelgedeelte: Johannes 13: 1-15

‘Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.’(vers15)

Drie evangelisten vertellen ons dat Jezus op de laatste avond van Zijn leven op aarde het avondmaal heeft ingesteld. Dat deed Hij tijdens de Pesach-viering. Johannes kiest ervoor om ons een ander verhaal te vertellen. Iets wat ook op die laatste avond gebeurde. Hij schrijft over Jezus die de voeten van Zijn discipelen waste.

Jezus ten voeten uit

Het is een opvallende keuze. Dat alleen al doet vermoeden dat het in de ogen van Johannes om veel meer ging dan een vast ritueel in die tijd. Voordat je naar een feest ging, waste je je thuis en deed je schone kleren aan. Je ging dus ook met schone voeten de deur uit.
Maar ja, buiten liep je weer door vuil en stof. Daarom werden bij de feestzaal nog even je voeten gewassen. Meestal moest je dat zelf doen. Bij rijke mensen werden je voeten door iemand anders gewassen.

Die laatste avond deed Jezus het. Onverwacht en tegen de regels. Voeten wassen was geen taak voor rabbi’s. Je hoort het Johannes vertellen: ‘Voordat we in de gaten hadden wat er gebeurde, deed Hij Zijn kleren uit. Hij deed een linnen doek voor. Goot water in een waskom. En Hij heeft ons allemaal de voeten gewassen. Als een slaaf kroop Hij op Zijn knieën over de grond. Petrus protesteerde. Maar wij waren met stomheid geslagen’.

Johannes vertelt het heel gedetailleerd. Dit tafereel zal hij nooit vergeten. Hij koos er bewust voor om te schrijven over de voetwassing.

Johannes vond het een schokkende gebeurtenis. En dat was het ook. In de kerk leren we dat we op onze knieën moeten voor God. Dit was de omgekeerde wereld. Gods Zoon die op Zijn knieën gaat voor óns.

Later begreep hij Jezus’ woorden nog beter. Jezus had toen ook gezegd: “Ik heb een voorbeeld gegeven”. Voorbeelden worden niet alleen gegeven om iets na te doen, maar ook om iets uit te leggen. En het ging toen vooral om dat laatste. Nog steeds hadden de discipelen onvoldoende in de gaten wie Jezus was en wat Hij ging doen. Wel, dit was Hij. Jezus ten voeten uit. Zoals Paulus later schrijft: ‘Hij nam de gestalte van een slaaf aan en werd gelijk aan een mens. En als mens heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood, de dood aan het kruis’.

Jezus is gekomen om te mensheid te dienen. Hij wil ons reinigen van al onze zonden. De gebeurtenis op die laatste avond was Jezus ten voeten uit.

Lied:
‘Ik wil jou van harte dienen en als Christus voor je zijn.’ (Opwekking 378)

http://alturl.com/znsbu

1 reactie

Woord voor de zondag (2)

Drie evangelisten vertellen ons dat Jezus op de laatste avond van Zijn leven op aarde het avondmaal heeft ingesteld. Dat deed Hij tijdens de Pesach-viering. Johannes kiest ervoor om ons een ander verhaal te vertellen. Iets wat ook op die laatste avond gebeurde. Hij schrijft over Jezus die de voeten van Zijn discipelen waste.

Jezus ten voeten uit

Het is een opvallende keuze. Dat alleen al doet vermoeden dat het in de ogen van Johannes om veel meer ging dan een vast ritueel in die tijd. Voordat je naar een feest ging, waste je je thuis en deed je schone kleren aan. Je ging dus ook met schone voeten de deur uit.
Maar ja, buiten liep je weer door vuil en stof. Daarom werden bij de feestzaal nog even je voeten gewassen. Meestal moest je dat zelf doen. Als je bij rijke mensen was uitgenodigd, werden je voeten door iemand anders gewassen.

Die laatste avond deed Jezus het. Onverwacht en tegen de regels. Voeten wassen was geen taak voor rabbi’s. Je hoort het Johannes vertellen: ‘Voordat we in de gaten hadden wat er gebeurde, deed Hij Zijn kleren uit. Hij deed een linnen doek voor. Goot water in een waskom. En Hij heeft ons allemaal de voeten gewassen. Als een slaaf kroop Hij op Zijn knieën over de grond. Petrus protesteerde. Maar wij waren met stomheid geslagen’.

Johannes vertelt het heel gedetailleerd. Het staat op zijn netvlies gebrand. Dit tafereel zal hij nooit vergeten. Over het avondmaal heeft hij het niet. Hij koos er bewust voor om te schrijven over de voetwassing.

Misschien vond Johannes het een schokkende gebeurtenis. En dat was het ook. In de kerk leren we dat we op onze knieën moeten voor God. Dit was de omgekeerde wereld. Gods Zoon die op Zijn knieën gaat voor óns.

Later begreep hij Jezus’ woorden nog beter. Jezus had toen ook gezegd: “Ik heb een voorbeeld gegeven”. Voorbeelden worden niet alleen gegeven om iets na te doen, maar ook om iets uit te leggen. En het ging toen vooral om dat laatste. Nog steeds hadden de discipelen onvoldoende in de gaten wie Jezus was en wat Hij ging doen. Wel, dit was Hij. Jezus ten voeten uit. Zoals Paulus later schrijft: ‘Hij nam de gestalte van een slaaf aan en werd gelijk aan een mens. En als mens heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood, de dood aan het kruis’.

Jezus is gekomen om te mensheid te dienen. Hij wil ons reinigen van al onze zonden. De gebeurtenis op die laatste avond was Jezus ten voeten uit.

Plaats reactie

Kom ik in de hemel?

Als ik de naam ‘s Heeren Loo noem, dan zullen vast een aantal mensen zeggen: is dat niet die instelling die vorig jaar zo negatief in het nieuw kwam? Waar die Brandon vastgebonden zijn dagen doorbracht?

Ja, dat is zo.

Maar graag vertel ik u ook een ander verhaal. Het verhaal van Jannie. In werkelijkheid heet ze anders. Jannie is een dame van ruim 60 jaar. Ze heeft een verstandelijk beperking  maar functioneert nog op een redelijk niveau. Ze heeft zo haar eigen denk en leefwereld en heeft ook humor. Jannie komt uit een groot gezin, geboren en getogen op de Veluwe. Jannie heeft thuis gewoond tot eind jaren 70 en woont nu al meer dan dertig jaar op ‘s Heeren Loo Ermelo.

Jannie heeft een lange tijd van haar leven redelijk tot goed kunnen functioneren. Dit hield in: haar leven leiden zoals zij dat wilde, wandelen met de kinderwagen met een lievelingspop, zorgen dat je er netjes bijloopt dus veel met kleding in de weer en de kapper…..als het haar maar goed zit. En dagbesteding als het haar uitkwam want ook een sigaretje roken is van belang. Jannie woont in een appartement en heeft daar een eigen, ruime kamer.

De laatste twee jaar is Jannie verschillende keren heel erg ziek geweest en het leek er een tijdje op dat er geen herstel zou komen. Toch is ze er weer wat bovenop gekomen. Het gaat nu redelijk goed met haar.

Tijdens deze periodes van ziekte heeft Jannie ergens diep in haar onderbewustzijn  gevoeld dat zij misschien wel zou kunnen sterven. Ze vroeg dan: Zou ik naar de hemel gaan? Ben ik dan een kind van de Here Jezus?

Haar begeleidsters hebben dat steeds bevestigend beantwoord: Jezus houdt van alle mensen en helemaal van jou. Ook in geestelijk opzicht laten zij haar niet in de steek. Zij bidden met haar, zoals ze ook elke avond doet voor het slapen gaan. Ze luisteren muziek (ze is vooral gek op Willemijn van Urk). Soms gaat ze ook zelf voor in gebed. Jannie kan het Onze Vader bidden en maakt soms op het einde haar eigen versie ervan.

Jannie houdt van de Here Jezus. Maar toch blijft ze bang dat ze niet in de hemel komt. Vooral als ze boos is geweest, tobt ze daar later verschrikkelijk over.

Er zijn ook dominees op ‘s Heeren Loo. Maar voor Jannie is er (ik kan er ook niets aan doen) maar één echte dominee en dat is Ds.Arie. Ze heeft in het verleden vaak gezegd: Als die es bie mien kump, dan komt het goed met me.

Zodoende kreeg ik een brief. En wat ik bijna nooit doe (kan doen) heb ik toch gedaan: Ik ben op bezoek geweest. ‘s Morgens had de leiding haar voorbereid. En toen ik om tien uur aankwam, was het een groot feest. Keer op keer zei ze: ‘Lieve dominee’. (NB Mijn vrouw weet wel anders..)

We hebben samen met de leiding gesproken over haar angst. Ze blijft bang. Wat moest ik? Een preekje houden dat zij niet zou begrijpen? Haar wijzen op Gods beloften? Ook dat zou voor haar heel moeilijk zijn. Ik heb wel gevraagd of zij veel van de Here Jezus hield. Nou, dat doet ze.
Toen heb ik iets gezegd tegen haar wat misschien wel theologische onverantwoord is. Ik heb tegen haar gezegd dat als zij eerder in de hemel komt dan ik, dat zij dan tegen de Here Jezus mag zeggen dat de dominee het goed vond. En ik heb haar beloofd dat als ze in Zwolle weer in het ziekenhuis komt, en weer bang is, dat ze mij mag bellen.

Het lijkt onverantwoord.
Maar ik kon niet anders. Ik voelde me als een van die vrienden van die lamme man. Hij kon uit zichzelf niet bij Jezus komen. Blijft er dan niet één ding over: als hij zelf niet kan, dan ga je hem toch brengen.

Sommige mensenkinderen kunnen niet alleen geloven. Natuurlijk de kleintjes, maar ook een deel van onze verstandelijk gehandicapten. Je blijft als ouders en vrienden net als zo’n paal bij een jonge boom. Als de boom niet aan de paal gebonden was, zou hij omwaaien.

Na een gesprek van anderhalf uur zijn we toch nog even naar de huiskamer gegaan. Jannie vond het goed dat ik ook met de andere bewoners kennismaakte. Het waren allemaal dames op hoge leeftijd. En (een beetje trots ben ik wel) allemaal kijkers naar Nederland Zingt.

Een blinde, gehandicapte dame vroeg me om nog even met haar naar haar kamer te gaan. Ze had daar een eigen piano. Zij speelde met één vinger. En samen zongen we uit volle borst: psalm 42!

Is dat ook niet de psalm van: “Maar de Heer zal uitkomst geven”?
Maar veel met Jannie dát zingen!

10 reacties

Woord voor de zondag (1)

Gesnoeide bomen dragen veel vrucht

Bijbelgedeelte: Johannes 15:1-8

Iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vruchten draagt’.(vers 2)

Ik vertel je een waar gebeurd verhaal:

De bruidegom was tuinier. De dominee had een originele trouwtekst gekozen.  De preek ging over Johannes 15: 5: ‘Zonder Mij kun je niets doen’.
De eerste jaren van hun huwelijk liepen gesmeerd. Het ging allemaal niet vanzelf maar toch kregen ze samen vier kinderen. Boven de deur van de kamer had de trouwtekst een plek gekregen.

Maar toen kwamen moeilijkheden. Hij kon niet zonder drank. Ze hielden veel van elkaar. Maar de drank werd voor de één een vriend en de ander een vijand. Er werd hartstochtelijk gebeden. Therapieën werden gevolgd. Maar het hielp niet. Man en vrouw groeiden uit elkaar.

De trouwtekst hing nog altijd boven de deur. Hoeveel keren per dag liepen zij er onder door. Voor haar werd de ‘mooie’ trouwtekst een kwelling. ‘Wat moet ik er mee?’, dacht ze.
“Met zo’n mooie tekst?”

Ze gingen scheiden. Zowel hij als zij belandde in een diep dal. Hij verloor het van de drank. Zij bleef achter met grote schuldgevoelens. Nog altijd geloofde zij in die tekst. Maar haar gebeden werden niet verhoord. ‘God zal wel boos op mij zijn’, dacht ze. ‘Hij heeft alle reden om mij te snoeien’.

De pijn was met de scheiding niet voorbij. Allebei hadden zij hun eigen zware strijd. Zij werd opgenomen. De gedwongen rust en de vele gesprekken werkten helend. God raakte met Zijn liefde en vergeving haar hart aan. Zij leerde die opnieuw te aanvaarden.

Zijn weg ging bergafwaarts. In de kerk kwam hij niet meer. Hij belandde in een ontwenningskliniek. En het lukte. Zijn levensweg ging weer omhoog. Langzaam maar zeker. Op een dag besloot hij toch weer naar de kerk te gaan. Het was confronterend. Want de dominee preekte die dag over die ‘mooie’ tekst.

Een paar weken later nam hij opnieuw deel aan het avondmaal. Een nieuw leven leek voor hem te liggen. Maar kort daarna werd hij in zijn tuin dood gevonden. Zij regelde de begrafenis. De dominee zei: ‘De grote hovenier heeft de tuinman thuisgehaald. We kijken niet naar het onkruid. In Zijn tuin staat geen onkruid. Herinner de mooie bloemen’.

We stonden bij zijn graf. We spraken over de trouwtekst. ‘Wat moet ik met die tekst’, had ze geroepen. Hoe anders is het nu. Ze zegt nu tegen zichzelf:  ‘Wat kan ik allemaal niet met zo’n tekst”.

Gesnoeide bomen dragen veel vrucht.

Wist je dit?
….Waarom doet snoeien pijn? Omdat de tuinman snijdt in levend hout!

2 reacties

Jong geleerd, oud gedaan

Dare to be different

Ik ben elke dag aan het werk voor mijn nieuwe dagboek. De ene helft voor ouderen en de andere helft voor jongen. Een draaiboek.

Voor de jongeren ben ik bezig met een aantal stukjes over het boek Daniël. Dat boek begint immers ook met vier tieners, die ver van huis, opgroeiden aan het hof van koning Nebukadnessar.

Ze groeiden uit tot belangrijke personen in dat rijk. Toch maakten ze geen carrière omdat ze zich aanpasten. Ze bleven trouw aan hun God.

Prachtig is altijd het verhaal dat zij weigerden om voor dat immense beeld te knielen. Je ziet het zo voor je. Een stadion vol mensen. En dan gaat een immens orkest spelen. De mensen vallen op de grond. Maar de drie vrienden blijven staan. Een paar minuten daarvoor gingen ze nog op in de massa. Maar nu staan zij daar alleen.

En dan die woedende reactie van Nebukadnessar. Ze móeten buigen. Anders gaan ze het vuur in. ‘Denken jullie nu echt dat er een God is die jullie uit mijn hand zou kunnen bevrijden? Denk je nu echt dat er een God is die leeft en die handelt en die jullie niet laat vallen?’

Toch laten Sadrach, Mesach en Abednego zich hierdoor niet uit het veld slaan. Ze gaan er van uit dat er een macht is groter dan Nebukadnessar.
Durf ik ook op God te vertrouwen waar alles dat tegenspreekt?
Ik blijf het een boeiend en leerzaam verhaal vinden. Zulke jonge mensen hebben we in onze tijd hard nodig. Jongelui die gaan voor God.

Je kunt daar niet jong genoeg mee beginnen.

Het boek Daniël begint met het verhaal dat de drie vrienden weigerden het dieet van Nebukadnessar te volgen. Hij wilde knappe, jonge mannen om zich heen hebben. En zijn dieet was daar blijkbaar heel geschikt voor.

Maar de jongens weigerden. Ze bleven trouw aan de Joodse spijswetten. Nou, die durfden! Ze moeten toen tussen de vijftien en twintig jaar zijn geweest. Je ziet dus dat hun trouw aan God al jong begon. En op een gebied waarvan wij zouden zeggen: is dat nu zo belangrijk?
Voor hen wel. Trouw wilden deze vrienden zijn op alle gebieden. Ook op het gebied van er mooi uitzien, van mode zeg maar, van eet en drinkgewoonten.

Ik denk dat ook wij daar veel van kunnen leren.
Als je God niet in trouw bent in kleine dingen, zal het in het groot niet lukken. Of het wordt een uiterlijke demonstratie waar de wereld doorheen prikt.

Trouw zijn in kleine dingen.
Van jongsaf aan.

Ik zie ons gelukkig nog niet voor de uitdaging staan om voor een beeld te knielen. Maar dagelijks zie ik wel die kleine uitdagingen, die mini verleidingen om ons heen. Gebieden waarop we wellicht allang zijn gezwicht en meegegaan. Christen zijn komt niet alleen uit in standpunten die wij hebben over ‘grote dingen’. Maar het begint thuis, op school, op je werk.

Ik denk dat ook onze kinderen, onze tieners elke dag voor allerlei keuzes staan. Op allerlei gebied. Op het gebied van de mode, uiterlijk, eten en drinken, roken of niet, vrije tijd, gebruik van media, seksualiteit.

Doe ik het nu wel, of doe ik het nu niet?
Doe ik nu mee met wat doodnormaal is in deze niet christelijke wereld, of zeg ik: “Nee, hier ga ik er tegen in. Hier doe ik niet aan mee.’

Dare to be different.
Jong geleerd, oud gedaan.
Straks staan we nog hetere vuren.

3 reacties

Als een kind op de arm van zijn moeder

Wij hebben zondag in onze gemeente het heilig avondmaal gevierd. Ik zag er naar uit. Maar ik zag er ook tegenop.

Om met dat laatste te beginnen.

Wij hebben in onze gemeente drie verschillende locaties. De dominee die in de Noorderkerk om half tien de dienst leidt, wordt om elf uur in de Bolder verwacht. De Noorderkerk is de kerk die een beetje verborgen staat aan de Thorbeckegracht. Bijna veertig jaar geleden ben ik daar met mijn werk in Zwolle begonnen.

Het is een kerk zoals zoveel kerken. Met preekstoel, liturgisch centrum, banken, een galerij en een groot orgel. De viering van het avondmaal gaat daar alle jaren op dezelfde manier: aan tafel! Na de uitnodiging gaan de mensen naar voren en gaan aan de grote tafel zitten of zij nemen plaats op een aantal banken die voor deze gelegenheid extra zijn vrijgemaakt.

De ouderlingen en diakenen zorgen er voor dat alles in goede orde verloopt. Zij zorgen er voor dat rij na rij opstaat en naar voren kan gaan.

De Bolder is een wijkgebouw dat hoort bij een middelbare school. Daar houden we ook al meer dan dertig jaar kerk. De aula waar we samenkomen heeft niets van een kerk. Het is een grote ‘kuil’, met aan drie kanten een verhoging. Als je daar zit kijk je als het ware op het middelste gedeelte neer. Daar staat ook een podium. Vanaf die plek wordt de dienst geleid. En naast het podium is plek voor de band die de samenzang begeleidt.

In De Bolder wordt niet aan een tafel het avondmaal gevierd. Wel sta je op van je plaats en loop dan naar voren. Daar wachten ouderlingen je op met de schaal met brood en vervolgens loop je door naar de voorganger, die je de beker met wijn aanbiedt.

Twee verschillende vormen. Elk heeft zijn voordelen en nadelen. Wat ze samen gemeen hebben is dat van iedere avondmaalsganger een beslissing gevraagd wordt. Om deel te nemen moet je opstaan en naar voren gaan.

Wat ik al schreef: ik zag er toch wat tegen op. En dat op mijn oude vertrouwde plek en na zoveel jaren. Misschien kwam het wel omdat je alles in alle rust, zonder haast wilt doen, maar ook weer zonder de tijd te vergeten. Ik wist, dat ik te laat in De Bolder zou komen. Maar Tineke, mijn dochter zou dan alvast met de samenzang beginnen.

Mijn zorgen zijn er ook de laatste jaren vooral voor de mensen die niet aangaan. En dat zijn uiteraard veel jonge mensen en heel veel pubers. Hoe betrek ik hen er bij? Hoe laat ik voelen dat zij niet buitengesloten worden. Erbij horen! Maar dat van iedereen die aangaat wel geldt, dat je gekozen hebt om de Here Jezus te volgen. Dat je Hem nodig hebt. Dat je zonder Zijn verlossingswerk nooit zeker zou kunnen zijn van de vergeving van al je zonden.

Ik wil graag altijd het kruis centraal laten staan.
Soms doe ik dat heel concreet

Zo heb heb ik in een vorige dienst tijdens het avondmaal jeugdleiders aan de jongelui kruisjes laten uitdelen. De kruisjes die je steeds ziet in de spotjes van de EO. Er is ook een zuster die tijdens het avondmaal tekstkaarten uitdeelt aan hen die blijven zitten. Zondag heb ik een aantal jongeren bereid gevonden om nu kruisjes uit te delen aan de avondmaalgangers. Ik had die bekende kaartjes gekocht met een gedicht en een pocketkruisje.

Deze bijzondere vormen gebruik ik in De Bolder. Omdat in die diensten daar elke zondag de mensen van de Alphacursus als het ware je doelgroep zijn. De Noorderkerk is anders van samenstelling. Mensen zoals mijn gezin en Ees en ik, die van jongsaf dit ‘gewend’ zijn.

Ik houd altijd een korte meditatie.

Zondag had ik als thema ‘gedenk’ en heb de mensen proberen te helpen met vijf denkrichtingen:
of a. je kijkt terug: je denkt aan die laatste nacht waarin Jezus het avondmaal instelde;
of b. je kijkt naar boven: je realiseert je dat Jezus nu zit aan de rechterhand van Zijn hemelse vader;
of c. je kijkt ‘naar binnen: wie ben ik van mijzelf, wie is Jezus voor mij, mag en kan ik aangaan;
of d. je kijkt om je heen… naar de broeders en zusters die om je heen zitten… aanvaard ik hen… besef ik dat we samen één lichaam zijn;
of e. je kijkt vooruit: ben ik bereid om de Here Jezus te volgen, achter hem aan te gaan, mijn kruis ook dagelijks op me te nemen?

Gedenk.

Er zijn zondag weer een heleboel onverwachte dingen gebeurd. Ontroerende dingen. Het viel mij op in De Bolder hoeveel jongeren diep bewogen zijn. Maar ik wil graag nog vertellen wat er in de Noorderkerk gebeurde.

Tijdens een tafel ging een baby huilen. Er waren trouwens in beide diensten aan tafel meerder baby’s. Moeders dragen hen mee. Maar deze baby was op de galerij achtergebleven. Ik weet niet of het een zusje was. Maar een meisje hield het in haar armen.
Tijdens het brood ging de baby huilen. Harder en harder. De moeder herkende de stem van haar kind. Toen ze uit de beker gedronken had, stond ze direct op. We waren nog niet  klaar maar zij ging naar haar huilende kind. Ik zag het allemaal uit de verte gebeuren. Eerst ging de vinger in de mond. Het huilen stopte direct. En daarna kreeg het kind de borst.

Ondertussen dronken wij verder van de wijn en speelde de pianiste op de achtergrond prachtige lijdensliederen.

Ik moest denken aan psalm 131. Ik heb het ook genoemd. Want zoals die baby op de galerij kun je ook voelen aan de tafel van het heilig avondmaal:

‘Ik ben stil geworden. Ik heb mijn ziel tot rust gebracht. Als een kind op de arm van zijn moeder, als een kind is mijn ziel in mij.’

1 reactie

Bedankt, Henrike!

Alleenstaanden hebben het in de kerk en in de maatschappij niet altijd even gemakkelijk. Misschien heb je het als alleenstaande in de maatschappij nog wel gemakkelijker dan in de kerk. In de maatschappij vragen ze niet altijd of je wel of niet gehuwd bent. En in principe staan alle posities in de maatschappij ook voor alleenstaanden open. Misschien nog wat meer voor alleenstaande mannen dan voor alleenstaande vrouwen. Maar toch!

Dat is in de kerk anders. Tenminste in mijn kerk. De kerk wordt geleid door mannen. En bijna altijd door getrouwde mannen. Ik ken uit mijn kerk nauwelijks predikanten die alleenstaan. Als dat zo wel is, zijn ze meestal gescheiden.

Na de verschrikkelijke misbruik affaire in de RK.kerk is het, denk ik in de samenleving nog moeilijker geworden voor mensen die alleenstaan. Een geestelijke die alleen staat wordt stiekem met andere ogen bekeken. ‘Zou die ook niet?’

Dat gebeurt ook wanneer bijvoorbeeld twee vrouwen gearmd lopen. Heb ik het verkeerd dat daar vroeger veel ‘gemakkelijker’ over werd gedacht? Nu is het al gauw: ‘dat zullen wel!’

Maar het zou eenzijdig zijn als ik alleen maar zou signaleren dat wij ons oordeel klaar hebben als het gaat om geaardheid en een daaraan gekoppelde levenswijze. Ons snelle (verkeerde) oordeel gaat helaas nog verder.

Alleenstaanden hebben volgens ons ook veel minder verstand van bijvoorbeeld kinderen opvoeden. Wie als alleenstaande in een kring van anderen daar een mening over heeft, steekt zijn of haar nek gauw te ver uit. Alsof getrouwden, die kinderen hebben, daar per definitie meer verstand van hebben. Hoeveel getrouwden schieten daarin niet te kort. En hoeveel gezinnen hebben hulp nodig. Hulp die soms gegeven wordt door een niet-getrouwde psychologe….

Ik kwam tot het maken van deze blog omdat ik een zeer lezenswaardige brief las van Henrike van Beek in De Wekker. Zij vertelt dat ze een leesclubje had uitgenodigd om de volgende keer bij haar thuis bijeen te komen. Het te lezen boek ging over het huwelijk. Eén van de dames maakte haar daar attent op. Ze dacht dat zij (omdat ze niet getrouwd is) die bijeenkomst wellicht zou willen overslaan. En als het dan bij haar zou zijn had zij die keuze niet. Aan het eind van de samenkomst (die toch bij haar werd gehouden) bad de dame voor haar dat zij iemand zou mogen ontmoeten met wie zij het leven zou kunnen delen.

Henrike voelde zich buitengesloten en tweederangs!
Dat gevoel moeten, zo dacht ik, veel meer vrouwen en mannen hebben.
En hoeveel heb ik zelf bijgedragen aan dat gevoel?

Kijk ik diep in mijn hart dan moet ik bekennen dat die vooringenomenheid er bij mij ook zit. Ik wil de Bijbel niet de schuld geven. Maar die Bijbeltekst dat ‘het niet goed is dat de mens alleen is’, zit er bij wel diep in. Toch heb ik al heel mijn leven zonder bijgedachten en vooroordelen over alleenstaanden in de Bijbel gepreekt. Over de geweldige profeet Elia. Over de beroemde apostel Paulus. En natuurlijk over de Here Jezus.

De dominee die in dat blad op de brief van Henrike inging, bekende ook eerlijk dat dat vooroordeel er bij hem ook diep inzat. Hij had er een wandeling van 550 kilometer door Italië voor nodig om in de sporen van Franciscus van Assissi te ontdekken dat het partnerschap van man of vrouw niet het enige antwoord van God op het alleen zijn van de mens is. God geeft na die bekende constatering namelijk niet direct aan de mens een partner maar de dieren!!!

Ik was veertien dagen geleden te gast bij Het leger des Heils. Ik moest eerst even wennen aan al die rangen, maar stoer vond ik wel als vrouwen zich zo aan mij voorstelden. Ik hoor er nog een zeggen: ‘Veldsecretaris…’ Vrouwen voeren daar ook het woord. Geven leiding.
Geweldig.

In onze gemeente was dat jaren anders. (Alleenstaande) vrouwen bekleedden nauwelijks posities. Toch was de ongetrouwde presidente van de vrouwenvereniging Jo Menger een fenomeen. Vele ouderen in onze gemeente zullen zich Janke Braaksma herinneren. Wat heeft die veel gedaan. Het is nu gelukkig anders geworden. Vrouw of man, getrouwd of niet getrouwd zijn, geaardheid spelen steeds minder een rol. Wel bekwaamheid, aanleg, geloof! Dus niet omdat we getrouwde mannen te weinig hebben, maar omdat er in de gemeente zoveel verschillende capaciteiten zijn. Bij mannen en vrouwen, getrouwde en  niet getrouwde.

De Bijbel kent geweldige alleenstaande mannen én vrouwen. Wat dacht u van Debora, de richteres. Jezus had vele vrouwen en mannen die Hem dagelijks volgden. En van velen weten we niet dat zij getrouwd waren. Van Petrus was het bekend. Maar van de overigen? Als ze getrouwd waren, vonden de Bijbelschrijvers het blijkbaar niet belangrijk om te vermelden.

Ik vond de opmerkingen van Henrike zo waardevol dat ik ze graag hier in mijn blog vermeld:

‘Ik zou zo graag willen dat er eens gedankt werd voor ongetrouwde mensen in de gemeente, voor de kansen die zij hebben.

Ik zou willen dat er gebeden werd om wijsheid en kracht om onze ongetrouwde staat te kunnen accepteren en voluit te gebruiken in dienst van het Koninkrijk.

Ik zou willen dat diensten voor jongeren niet alleen gaan over het krijgen en invullen van een relatie; maar ook over de mogelijkheid dat een aantal van hen niet zal trouwen – en dat dit positief gedaan wordt.

Er zijn momenteel, 4 miljoen alleengaanden in Nederland. De kans dat alle jongeren in een gemeente trouwen is zeer klein. Voor hen die niet trouwen is er geen voorbereiding in de kerk.

We leven in een tijd dat er een enorme behoefte is aan mensen die kunnen bidden dat kan iedereen natuurlijk, maar ik geloof dat alleengaanden door God mogelijk tot een grotere betrokkenheid worden geroepen.

Steun ons daarin.
Maak ons daarvan bewust.’

Bedankt Henrike!

6 reacties

Oefenen in vertrouwen

We gaan financieel moeilijke tijden tegemoet. De media staan er vol van. Er moeten opnieuw vele miljarden worden  bezuinigd. De politiek zal wekenlang onderhandelen over wat er moet gaan gebeuren.

Zullen ze samen er uit komen?

Het Catshuis wordt op de tv steeds in beeld gebracht. Daar zal het gaan beginnen. Maar in deze blog wil ik ‘mijn camera’ niet te richten op de ambtswoning van de ministerpresident maar op uw en mijn huis. Want dáár zal het uiteindelijk moeten gaan gebeuren. In elk huis zal de vraag gesteld worden wat belangrijk en wat niet belangrijk is.  Waar kunnen we op bezuinigen? Waar betalen we meer of waar betalen we minder aan.

——————

Een paar jaar geleden schreef ik een boekje over de reis van het volk Israël door de woestijn. Het volk Israël was bevrijd uit de slavernij. Ze gingen op weg naar het beloofde land. Een zware reis, die veertig jaar duurde.

In één van de hoofdstukjes die ik over die reis schreef, vraag ik aandacht voor de halteplaatsen, die het volk onderweg aandeed. Ze worden in de Bijbel uitgebreid beschreven.

De eerste halteplaats kennen we als Mara. Het volk had drie dagen gereisd en het drinkwater raakte op. In Mara was water. Alleen het water was niet te drinken. Het volk kwam in opstand. De eerste geluiden om terug te keren naar Egypte werden gehoord. De zegeningen van de bevrijding waren snel vergeten. Mozes gaat dan in gebed. En God geeft uitkomst.

Ze reizen verder. Maar dan raakt het brood op. Men had uit Egypte toch een behoorlijke hoeveelheid meel meegenomen. Maar de koek is op.

En dan begint het volk weer te mopperen. Weer beginnen ze over Egypte. Nog steeds zit het niet tussen hun oren van hoe grote betekenis de verlossing uit Egypte voor hen allen is. Als het maar even moeilijk wordt, beginnen ze weer: ‘Zaten we nog maar bij de vleespotten in Egypte, daar was meer dan genoeg brood.’

Opnieuw is God geduldig. Hij blijft  voor Zijn volk zorgen. Het antwoord op hun gemor komt dan in de vorm van manna en kwakkels.

En bij die twee keren is het niet gebleven. Eigenlijk is het de hele reis hetzelfde liedje. Het volk vergeet de zegeningen van de bevrijding. Men is niet bereid om nog langer de prijs daarvoor te betalen. En men vergeet God. Zijn beloften zeggen hen op zulke momenten weinig of niets.

—————

Die halteplaatsen in de woestijn zijn een soort oefenplekken. God leerde Zijn volk wat belangrijk en niet belangrijk is. Iedere keer werd in de huisgezinnen besproken wat het betekent slaaf te zijn in Egypte en wat het kost om vrij te zijn. Uiteraard werd ook de toekomst niet vergeten. Men hield elkaar voor dat men op weg was naar het beloofde land.

Halteplaatsen als oefenplaatsen.

————–

Als we samen in de komende weken/ maanden thuis nadenken over meer en minder, kan het voor christenen leerzaam zijn nog eens aan die verhalen uit de Bijbel te denken. En, ze ook te vertellen aan onze kinderen. Te vertellen ook over ons leven in vrijheid. Over de offers die gebracht zijn. Maar ook over het prijskaartje dat daaraan hangt. Het zou misschien niet gek zijn om ook in je gezin halteplaatsen te creeëren. Momenten van bezinning over meer en minder. Wonen in ‘Egypte’ kan worden besproken. Maar ook het op reis zijn naar Het Beloofde Land. Christenen zijn immers ook een volk onderweg!

——

Zo hebben die halteplaatsen in de woestijn ook gefunctioneerd. Als iets opraakte, ontstond er discussie. Maar daarom ook bezinning. Vaak waren het plekken waar God Zijn volk leerde om in moeilijke tijden te overleven.

Een aardig voorbeeld is wat God de Israelieten leerde toen Hij hen manna gaf om te overleven.

Oefening 1:
Er wordt niet gegraaid, maar er wordt genomen naar wat nodig is. ‘Een ieder verzamelde naar behoefte’, staat er.

Oefening 2:
Er wordt niet gehamsterd, maar men moet genoegen leren nemen met een portie voor één dag. Het is een oefening in dagelijks brood, maar dan dagelijks brood voor iedereen.

Oefening 3:
Op de zevende dag moet worden gerust en herdacht. Wel mag er op de zesde dag een dubbele portie manna worden verzameld. Niet alleen van brood zal de mens leven, maar  vooral van de goede woorden die van dit brood uitgaan.
Er moet worden nagedacht wat nu echt Hét Brood voor je leven is!

Oefening 4:
Je moet niet alleen voor je zelf verzamelen, maar ook voor de ander, die het misschien niet zelf kan. Niemand mag te kort komen. Ieder krijgt wat hij nodig heeft, niets te veel, niets te kort.

————————

Halteplaatsen als oefenenplaatsen.
Oefenen in vertrouwen.

Deze lijdensweken zijn daar heel geschikt voor. Eet niet alleen een koekje minder. Maar probeer eens wat extra te oefenen. Na te denken over wat het betekent vrij te zijn. Bevrijd te zijn van de last van de zonde. Wat voor prijskaartje daaraan hangt.  Maar ook wat voor perspectief het leven met God geeft.

Lijdenstijd.
Samen oefenen in vertrouwen.

NB
het boekje heet: Onderweg uitgave van Wijnen Franeker

1 reactie