Verslaggever Jan Willem den Bok ging naar de Filippijnen voor Door de Wereld.
Rond Pinksteren in Door de Wereld een drieluik over de Grenzen van Gods Koninkrijk. Anno 2010 leiden mensen in de uithoeken van de aarde vaak nog een marginaal bestaan, onder zeer moeilijke omstandigheden. Het evangelie van Christus is er niet of nauwelijks gehoord. Jan Willem en Jeroen den Bok bezoeken samen met zendelingen drie van deze afgelegen plekken. Houdt de bemoeienis van God met deze wereld ergens op? En welke impact heeft Gods Geest als zij wel in zo’n uithoek arriveert? Hier de belevenissen van Jan Willem en Jeroen den Bok in de jungle van de Filippijnen.
Dag 1.
Het vliegtuig vertrekt op tijd. Bestemming Manilla, hoofdstad van de Filippijnen. Het is de langste vlucht van KLM. Meer dan 13 uur zullen we er over doen om aan te komen. Er is een tijdsverschil van zes uur wat betekent dat we, alhoewel ons gevoel aan zal geven dat het midden in de nacht is, we in Manilla in de ochtend aankomen.
Gelukkig is de vlucht zonder problemen en arriveren we op tijd. Als we het vliegtuig uitstappen voelen we direct dat het 35 graden is. Dat lijkt lekker, maar met zware rugzakken vol met camera en geluid apparatuur is het toch direct zweten.
Uiteindelijk moeten we naar het eiland Palawan en blijven we vannacht slapen in Puerto Princessa op het basiskamp van Youth With A Mission, de organisatie waarmee we samen de bergen in zullen gaan.
Omdat het vliegtuig pas 8 uur later vertrekt, doden we onze tijd met wat slapen, schrijven en lezen. Om 17.15 s’ avonds, als we al meer dan 24 uur aan het reizen zijn komen we eindelijk aan. Op het kleine vliegveld van Puerto Princessa staat Barbara Calo ons op te wachten. Achterin een pick-up busje neemt zij ons mee naar het kamp. We krijgen een bord rijst en wat groente. Omdat we de volgende dag al om 4.30 in de ochtend door moeten reizen met een bus besluiten we snel te gaan slapen.
Dag 2.
Het is donker als de bus komt. En alhoewel het pas 4.30 in de ochtend is, zijn er nog maar weinig plekken te vinden. Het beloofd een snikhete dag te worden, dat is zo vroeg al goed te voelen. De busreis kan tussen de 6 en de 9 uur duren en is niet gemaakt op grote Nederlandse lijven. We zitten dus met onze knieën omhoog tussen de kleine onverstaanbare mensen. Buiten is alles groen, praktisch allemaal jungle. Soms komt er een regenbui voorbij en doet iedereen de raampjes, gemaakt van houten schotten, dicht. Na een uur of 4 wordt het echt oncomfortabel. Gelukkig stopt de bus op een marktplein waar we wat kunnen eten en onze benen kunnen strekken. Het is een lange reis maar het prachtige landschap maakt alles goed.
Na een paar uur rijdt de bus langs een bijzondere gevangenis. Hier worden de gevangenen onderverdeeld in 3 categorieën: maximum, medium, minimum. Iedereen mag vrij rondlopen over het terrein en de criminelen met de status van minimum mogen zelfs hun familieleden bij zich laten wonen. De kleur van een t-shirt verraad de status. Wat een experiment!
Aan het eind van de middag komen we aan in Rinseng, waar het laatste kamp van Wyam is gestationeerd. Deze basis bevindt zich op twee uur hiken van de voet van de berg en wordt door de bergmensen en de missionarissen als ontmoetingsplek voor onderwijs, medische zorg en kerk. We bereiden de expeditie voor want we gaan met 10 man omhoog. Om 20.30 gaan we slapen. Morgen om 5 uur vertrekken we.
Dag 3.
Iedereen staat klaar. 10 jonge mensen staan te trappelen om de bergen in te gaan. Bij de 10 zitten 4 bergbewoners die ons zullen helpen. Zij dragen een paar zware tassen en gaan blootvoets de berg op. We hebben veel respect voor ze. Vol goede moed op pad, we lachen als een shot opnieuw gedaan moet worden, een tropische regenbui maakt de hitte dragelijk. Maar we lopen flink achter op schema. Door alle vertraging en extra werk die het filmen met zich meebrengt doen we geen 2 uur over het eerste deel van de wandeling maar 4 uur. En dan staan we pas aan de voet van de berg en moeten we nog 6 uur lopen.
Het begint weer te regenen. De paden veranderen in kleine modder glijbanen en met de zware rugzakken vol camera materiaal op ons rug ploeteren we omhoog. We staan oog in oog met spinnen zo groot als mijn hand, met schorpioenen en grote duizendpoten. Een slang komen we gelukkig niet tegen. Wel moeten we de muggen van ons af slaan. Het zijn er zoveel dat we ons er niet meer tegen kunnen verdedigen en gelaten laten we ons prikken. Als het water op raakt, moeten we water uit een stroompje halen. Met onze waterpomp filteren we het zodat het weer drinkbaar is. Na een lange, vermoeiende tocht komen we aan bij een hut, dat blijkt de kerk van Magtanor te zijn. We zijn er.
Dag 4.
Het is nog donker. Een oorverdovend geluid vult de lucht. Het zijn de krekels. Je zou je niet kunnen voorstellen dat ze zo’n geluid maken als je er niet zelf bij bent. Als ik vertel dat het zo hard klinkt als het geluid bij een concert in de Paradiso zou je me niet geloven. Toch is het zo. We pakken onze slaapspullen in en maken ons klaar voor de volgende bestemming. Eerst eten we nog wat noedels. We halen water uit de rivier, koken het op een vuurtje en eten het uit een zelfgemaakte beker van bamboe. Rene, een bewoner van de bergstam helpt ons erbij. Met een groot kapmas hakt hij een flinke bamboe stam in stukken. Het zijn perfecte, waterdichte mokken.
Na de noedels interviewen we de pastoor en een vrouw uit de stam. De pastoor vertelt een heftig verhaal over de dood van zijn kind, een paar maanden eerder. Je ziet het verdriet in zijn gezicht. Toch probeert hij dicht bij God te blijven. Het is aangrijpend. De vrouw verteld over de mislukte oogst en dat ze God vraagt om dit jaar wel voor ze te zorgen. En dat met honger in haar maag. Een enorm vertrouwen, het is ontroerend.
Na de interviews lopen we naar het volgende dorp. In theorie een tocht van maar 4 uur. Maar theorie en praktijk komen dit keer niet overeen. Een tropische storm met de kracht van een waterval overvalt ons en het pad verandert wederom in een modderstroom. Dit keer is het meer vallen dan opstaan. We blesseren ons, we doen ons pijn, we lopen door, want de jungle is de enige plek op aarde waar het een bijzonder slecht idee is om te blijven staan waar je staat. Uiteindelijk komen we, na 7 uur glibberend de berg af, in Singnapan. We nemen een duik in de rivier, wassen ons en maken onze slaapplek klaar. Een kwartier later is het donker. Na wat rijst te hebben gegeten, is er een bijeenkomst met de bevolking. We zingen en danken met elkaar en gaan dan naar bed. Een paar oordoppen moeten voorkomen dat de lichtgevende wormpjes die er in grote getalen aanwezig zijn, niet in onze oren kunnen kruipen.
Dag 5.
De schemer wordt langzaam gebroken door de opkomende zon. Voordat we de terugtocht aanvaarden, lopen we eerst langs de grotten waar de mensen van Singnapan wonen. Het zijn grotten waar ze met elkaar schuilen bij onweer, overstromingen en ander ongemak. Dat doen ze al duizenden jaren. Sterker nog, de oudste mens van Azie is in 1 van deze grotten gevonden.
We geloven onze ogen niet als we er zijn. De grot is zo ontstellend groot, er past gemakkelijk een huizenblok in van 4 verdiepingen. Sterker nog, een hele straat zou er in passen. We zien schorpioenen, zwaluwen, vleermuizen en enorme stalactieten.
Als we terug zijn bij het huisje en weg willen gaan, worden we opgewacht door Opo Uke, een breed lachende oude man zonder tanden, lopend in een tangaslip. Het is een prachtige kerel van misschien wel 75 maar zo taai als een bamboestok. Hij komt ons zijn handelswaar laten zien: kleine potjes die hij heeft gemaakt van de slierten van een plant uit de jungle. 1 potje kost hem 2 dagen om te maken. We maken een goede deal met hem en kopen al zijn handelswaar. Hij weet niet wat hem overkomt en is er bijzonder blij mee.
De terugtocht verloopt prima. Het is 9 uur lopen naar huis en onderweg krijgen we alweer een regenbui, dit keer lijkt het een door God gegeven douche. We pakken shampoo en wassen onze haren en blote bast terwijl de regen met de zelfde kracht als het water uit de douche bij u thuis, op ons neervalt. Heerlijk.
Geplaatst op 10:19 om 28 mei 2010 in
buitenland.
reacties: 2
Tags: buitenland, evangelie, grenzen van Gods Koninkrijk, Jan Willem, jungle, zending
Op29 mei 2010 om 17:46
Ik ben helemaal onder de indruk van wat ik gezien en gelezen heb, over het werk bij die stam in de fillipijnen.We bidden God’s rijke zegen over hen uit.
Op7 juni 2010 om 13:02
Dit is te gek! Ik heb zelf al 17 jaar in Canada gewoond en was in de Filippijnen 2006-2007 als zendeling. Ook heb ik samengewerkt om mobile klinieken op te zetten via Ywam op Palawan, Randzang. Ik ben net even in Nederland en zag vorige week jullie reportage op TV. Het waren dezelfde mensen waar ik mee samenwerkte. Wat een kleine wereld! IK werk nu alweer 1.5 jaar in Rwanda samen met mijn vrouw en 4 kinderen.
Reacties: