Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

3 hoopvolle lessen uit 'God in Nederland'

"Nederland staat weer onbevangen tegenover geloof"

Het rapport ‘God in Nederland’ verhit de gemoederen: wéér neemt het christendom af in omvang en betekenis binnen onze samenleving. Ook Anton de Wit las het rapport. Het was niet leuk, maar toch wist hij er drie harde, maar hoopvolle lessen uit te peuren.

“Nederland is God kwijtgeraakt”, klinkt het – alsof Onze Lieve Heer een autosleutel is, of de bijpassende sok die altijd verslonden lijkt te worden door de wasmachine.

De verontwaardiging over deze “tienjaarlijkse koude douche” (zoals theoloog Stefan Paas het rapport noemde in het Nederlands Dagblad) heeft zelf iets religieus gekregen, iets ritueels. Ik doe er liever niet aan mee. Ik pleng geen bloedoffers op het altaar van de afgod Statisticon. Kan me ook niet echt druk maken over al het sociologisch getuur in koffiedik.

Toch: hoewel het lang niet het hele verhaal vertelt, valt het niet te ontkennen dat ‘God in Nederland’ interessante constateringen doet. Ik denk dat er inderdaad ontnuchterende lessen uit te trekken zijn voor christenen. Toch zijn die niet per se negatief, eerder integendeel. Voor wat het waard is, drie hoopvolle conclusies die ik na een eerste lezing van de onderzoeksresultaten trok:

1. Nederland wordt onbevangener ten aanzien van geloof

Het kerkgebouw is ‘terra incognita’ geworden voor veel Nederlanders, zo schrijft het rapport. Ja, heel het christendom is ‘exotisch’ geworden. Sommige mensen vinden dat moeilijk te verteren – dat we geen ‘christelijke natie’ meer zijn, of zo slordig omspringen met ons ‘christelijk erfgoed’. (Maar wie al over de erfenis spreekt, gaat er van uit dat het christendom al overleden is. Dat lijkt mij wat al te voorbarig.) 

Ik vind dit juist een uitermate heuglijke constatering. Wat exotisch is, maakt nieuwsgierig. Onbekend terrein zal nieuwe ontdekkingsreizigers trekken. Die onbevangenheid is mij de laatste jaren ook vaak opgevallen, vooral onder jongere mensen. Ze kennen het geloof domweg niet, maar staan daardoor zeer open om er over te horen. Ze worden niet gehinderd door oud zeer, gekleurde herinneringen, vertekende beelden, zoals velen die tot de oudere generaties behoren. Daar is de houding vaak blasé – been there, done that. Met mensen voor wie het christendom volslagen onbekend is, valt vaak beter te praten dan met mensen die menen het te kennen.

2. Evangelisatie begint binnen de kerk, niet erbuiten

Medio jaren ’60, in de tijd dat allereerste ‘God in Nederland’-onderzoek plaatsvond, maakte cabaretier Wim Sonneveld furore met zijn typetje Frater Venantius, een ouderwetse katholieke geestelijke met een zachte g. Die liet Sonneveld reeds verzuchten: “De heidenen bekeren is een christelijk werk, de christenen bekeren is een heidens werk.”

Voor mij als katholiek is het schokkendste gegeven van het huidige ‘God in Nederland’-rapport zonder twijfel het zwakke geloof in rooms-katholieke kringen in de meest fundamentele principes van het christelijke geloof. Met het gezag van de Bijbel en het geloof in het hiernamaals is het dramatisch gesteld. En meer nog: nog maar 45% van de katholieken ziet Jezus Christus als de zoon van God (tegenover 77% van de PKN-leden en 94% van de leden van kleinere protestantse kerkgemeenschappen). Slechts 17% van de katholieken noemt zich theïst, de rest is agnost, ‘ietsist’ en soms zelfs atheïst. (Ik maak me nog het meeste zorgen over de geestelijke gezondheid van die 28% van de katholieken die klaarblijkelijk niet in God geloven, maar desalniettemin menen dat Jezus Zijn zoon is.)

Nu kan ik deze cijfers wel enigszins relativeren. Het is goed om in het achterhoofd te houden, dat katholieken van oudsher veel minder dan protestanten een cultuur kennen van nadenken en praten over je geloof. De vragen over de precieze aard van hun geloof, zullen veel katholieke respondenten dus als lastig, ongemakkelijk, al te persoonlijk hebben ervaren. De katholiek wantrouwt daarbij al te grote en stellige woorden over wat hem heilig is. Wat de ondervragers hebben geïnterpreteerd als ‘ietsisme’ of ‘agnosticisme’ kan dus evengoed een vorm van sprakeloosheid en/of bescheidenheid ten aanzien van het goddelijk mysterie zijn geweest.

Maar goed, hoe je het ook wendt of keert, er is hier een wereld te winnen. Juist ook voor verkondigers van het geloof. Het goede nieuws voor de priesters en predikanten is dat ze die zondagspreek niet voor niets schrijven. De zegswijze ‘preken voor eigen parochie/gemeente’ heeft immers aan betekenis ingeboet. Juist binnen de eigen parochie en gemeente is er een grote nood aan degelijke catechese en bevlogen verkondiging. Dat zal inderdaad een ‘heidens karwei’ zijn, maar dat heeft de echte missionarissen nooit afgeschrikt.

3. Aan iedere bloeitijd gaat een crisis vooraf

Dit is geen les die direct uit het rapport te trekken is, eerder een geruststellende historische les. Iedereen die iets weet van kerkgeschiedenis, weet ook dat het voor het christendom nooit van een leien dakje is gegaan. Er is in onze tweeduizendjarige geschiedenis geen enkel moment geweest dat de christenen elkaar aanstootten en tevreden zeiden: “Nou jongens, we zitten er warmpjes bij, geen vuiltje aan de lucht!” Zo er al zulke momenten zijn geweest, dan waren dat bovendien niet de meest vitale tijden, eerder integendeel. Niets is zo’n zeker teken van een op handen zijnd verval, als een gevoel van zelfgenoegzaamheid en tevredenheid.

Het christendom heeft al vele diepe crises het hoofd geboden, kwam er steeds weer sterker en vitaler uit. Van paus Innocentius III is bekend dat hij reeds in de vroege 13e eeuw angstdromen had over het ineenstorten van de kerk. Maar hij zag toen hoe Franciscus van Assisi en zijn beweging de kerk hernieuwde levenskracht gaf. Uiteindelijk is die eeuw een van de meest levendige, creatieve perioden geweest in heel de geschiedenis van het westerse christendom. Zo zijn er nog tal van voorbeelden te noemen van crises die direct vooraf gingen aan een nieuwe bloeitijd.

Het lijkt me een tikkeltje naïef, of arrogant, of allebei, om zomaar aan te nemen dat het dit keer anders zal zijn.

De toekomst ligt open, zeg ik de kersverse bisschop van Den Bosch mgr. Gerard de Korte na, die in het ‘God in Nederland’-boek wordt geïnterviewd. “Gods Geest waait waarheen Hij wil”, zegt hij in dat interview terecht. “Er kan altijd een omslag komen.”

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.