Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Angst én vertrouwen na aanslag in Keniaanse kerk

Na vier jaar nog steeds veel dreiging

Tassen worden nauwkeurig gecontroleerd op wapens en explosieven. Gewapende militairen zorgen ervoor dat niemand ongezien de kerk binnenkomt. Iedere gelovige passeert een metaaldetector bij de ingang. Op 1 juli 2012 schoten Al-Shabaab extremisten tijdens een kerkdienst zeventien christenen dood in de African Inland Church in Garissa. Hoe gaat het met deze gemeente in het noordoosten van Kenia, vier jaar na de aanslag?

Bij het binnengaan van de kerk lijkt het leven zijn gewone gang te hebben genomen. Er wordt enthousiast gezongen en gedanst op de muziek. Alleen een kogelgat in één van de pilaren van de kerk herinnert aan het bloedbad dat zich heeft afgespeeld. Voor het oog lijkt alles hetzelfde als in veel andere Afrikaanse kerken. Maar volgens dominee Elihud Muhe is de aanslag een gebeurtenis die nog vers in geheugen zit. "Er is nog veel angst. Tijdens de dienst zie ik nog vaak dat mensen nerveus om zich heen kijken."

'Mijn zoon heeft psychische klachten en wil niet meer naar de kerk'

Granaten
De kerkdienst was nog maar net begonnen toen op 1 juli 2012 drie extremisten de kerk binnen drongen. Eerst schoten ze de twee bewakers bij de poort neer en vervolgens liepen ze richting de kerk. "Bij beide ingangen begon een terrorist te schieten. We konden dus nergens heen", vertelt de 38-jarige Benson Munyambu die getuige was van de schietpartij. "Ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had en bad tot God: ‘Red mij en mijn familie.’ Er was nog een derde terrorist, die granaten de kerk in gooide. Mensen probeerden zich te verschuilen onder de kerkbanken. Overal in de kerk lag bloed." Bensons vrouw Gladys verloor tijdens de aanslag haar voet door een granaatinslag. Ze was een van de tientallen gewonden. Na de aanslag verhuist Gladys met de vier kinderen naar een andere stad. "Met name voor de kinderen was de aanslag een traumatische ervaring. Mijn zoon kreeg psychische klachten en wilde hier niet meer naar de kerk."

Drempel
Benson is alleen in Garissa achtergebleven, vooral vanwege economische redenen: hij is bouwvakker en heeft een baan in Garissa. Het is buiten de stad niet eenvoudig om ander werk te vinden. Hij bezoekt zijn gezin geregeld. Hoewel hij kort na de aanslag veel last had van angsten, gaat het nu goed met Benson.  Het is voor hem geen drempel meer om naar de kerk te gaan. "De Bijbel zegt dat we niet bang moeten zijn voor diegenen die alleen het lichaam kunnen doden, maar niet onze ziel." Niet alle gelovigen blijken even standvastig in het geloof te zijn als Benson. Telde de kerk voor de aanslag zo’n tweehonderd leden, na de aanslag zakte dit aantal naar veertig. De afgelopen tijd groeit het aantal kerkleden weer, vertelt ds. Muhe. "Op het moment telt de kerk zo’n honderdvijftig leden, maar nog steeds zijn er mensen die niet meer naar de kerk durven te komen. Ze zeggen tegen me: ‘Ik ga niet naar de kerk, want ik wil niet vermoord worden.’ Ze blijven thuis en kijken naar een kerkdienst op tv."

Wat zegt u als u deze mensen bezoekt?
"Toen ik hier net predikant was, heb ik ze bezocht en geprobeerd ze ervan te overtuigen dat het beter was om terug te komen. Ik vertelde ze dat God voor ons zorgt, maar het had geen effect. Een van de vrouwen zei tegen me: ‘Waar was God, toen mijn zus werd vermoord?’"

Wat is uw antwoord op zo’n vraag?
"Ik spreek op zulke momenten de woorden uit de Romeinenbrief: ‘En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede.’ Wij zien alleen de negatieve kant ervan. God wil ons hier iets mee leren. Wellicht wil Hij ons dichter bij Hem brengen omdat we gezondigd hebben."

Ik vroeg haar: ‘Ben je niet bang, want we kunnen daar vermoord worden’

Bang
Ruim een jaar na de aanslag is ds. Elihud Muhe in Garissa als predikant aan de slag gegaan. Eerst was hij dominee in Mwingi, een veel veiliger gebied in Kenia dan Garissa. "God heeft me naar deze plek geroepen. De predikant die destijds in Garissa stond, is vertrokken. Aanvankelijk lukte het niet om een opvolger te vinden. Veel predikanten weigerden om naar Garissa te gaan vanwege de veiligheidssituatie. Toen het verzoek bij mij werd neergelegd, hebben mij vrouw en ik er lang voor gebeden. Mijn verlangen begon te groeien. Ook mijn vrouw was bereid om te gaan. Ik vroeg haar: ‘Ben je niet bang, want we kunnen daar vermoord worden.’ Ze antwoordde: ‘Als we vermoord worden, dan is het omdat we God willen dienen. Laten we gaan’."

Hoewel ds. Muhe en zijn vrouw vol overtuiging naar Garissa zijn vertrokken, hebben ze het in het begin moeilijk. "Ik werd predikant in een kerk waar veel mensen getraumatiseerd waren. Vaak werd me verteld dat veel mensen die bij ons in de buurt wonen, kwaad in de zin hebben. Er werd me geadviseerd om de buurtbewoners zoveel mogelijk op afstand te houden. Dat maakte me onzeker. Ik bad tot God: ‘Waarom heeft u me op deze gevaarlijke plek gebracht?’ We wonen hier op het terrein van de kerk en doordeweeks is dat best eenzaam. Het terrein wordt omgeven door prikkeldraad. Soms word ik ‘s nachts wakker en denk ik: ‘Stel dat ze een gat in het prikkeldraad knippen en binnenkomen. Dat maakt me erg bang. Gelukkig realiseer ik me later ook dat we een God hebben die alles onder controle heeft. Als ik angstgevoelens voel opkomen, dan ga ik bidden. Dan roep ik tot God: ‘Stuurt u Uw beschermengelen om ons te beschermen als we slapen.'"

'Heel zacht hebben we gezongen, zodat het buiten niet hoorbaar was'

Universiteit
Vorig jaar april werd Garissa opnieuw getroffen door een aanslag. Op de Garissa University werden 148 christelijke studenten door Al-Shabaab vermoord. Ds Muhe kan zich die aanslag nog goed herinneren. "De universiteit is hier vlakbij. We konden de knallen horen. Vlak na de aanslag hadden we een kerkdienst in verband met Goede Vrijdag. De politie adviseerde om de dienst te cancelen, maar we hebben het toch door laten gaan. We zijn met twaalf man bij elkaar geweest. De deuren hebben we gesloten vanwege de veiligheid. Heel zacht hebben we gezongen, zodat het buiten niet hoorbaar was."

Met wat voor vervolging heb je als christen in het dagelijks leven te maken in dit deel van Kenia?
"De lokale moslimgemeenschap in Garissa accepteert christenen niet. Moslims willen ook geen zaken met je doen. Vaak gebeurt het dat er tijdens de dienst stenen naar de kerk worden gegooid. Ook mijn huis wordt vaak met stenen bekogeld. Als je ze vraagt waarom dat ze dat doen, schelden ze je uit en word je bedreigd. Een Somalische voorganger is overdag op straat doodgeschoten omdat hij zich bekeerd heeft tot het christendom. Je weet nooit wat ze van plan zijn en dat geeft onzekerheid."

Overwinnen
De aanslag op de kerk is nu vier jaar geleden, maar nog lang niet vergeten. "Sommigen willen er niet meer over praten omdat het te emotioneel is. Een aantal gemeenteleden vindt het te confronterend om de kogelgaten te zien die nog in het kerkgebouw zitten", vertelt ds. Muhe. Benson Munyambu heeft er minder moeite mee om over de gebeurtenissen te praten. Hij probeert zich ook niet al te veel zorgen te maken over de toekomst. "Een christen kan van alles meemaken in zijn leven, maar wie staande blijft in Jezus, die zal overwinnen."


Beeld: SDOK
Tekst: Richard Groeneboom

Richard Groenenboom is als journalist werkzaam bij SDOK (Stichting de Ondergrondse Kerk) Hij bezocht Kenia om onderzoek te doen naar de situatie van christenvervolging in Kenia. Lees meer van zijn verhalen via www.sdok.nl/garissa.

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.