Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Biddag: gelijkenis van de supermarktklant

De gelijkenis van de zaaier anno 2015

Stel dat Jezus nu had geleefd, hoe had dan zijn gelijkenis van de zaaier geklonken? Schrijver Reinier Sonneveld geeft een impressie.

Het is een aardige oefening, die ik geregeld mensen vraag om te doen: stel je eens zo concreet mogelijk voor dat Jezus in 2015 in Nederland leeft.

Welke kleding zou hij dragen? (Tweedehands van het Leger des Heils, hoor ik vaak.)

Waar zou hij wonen? (In Groningen, klinkt het dan, want dat is net zo achtergesteld als Galilea toen.)

Hoe zou de kerk op hem reageren? (Vast niet veel beter als de Farizeeën toen, vrezen de meeste mensen.) 

Omdat het vandaag Biddag is, wil ik deze oefening eens doen met Jezus’ beroemde Gelijkenis van de Zaaier. Daarin gaat het over de onzekerheid van ons voedsel, een van dé klassieke onderwerpen van Biddag.

Hedendaags zaaien
Wat is tegenwoordig in ons land eigenlijk zaaien? Natuurlijk, we hebben nog wel boeren, maar Jezus maakt een vergelijking met iets dat iedereen dagelijks zag gebeuren. Misschien is het hedendaagse zaaien: betalen aan de kassa bij een supermarkt. Ook daarmee maak je de productie van je eten mogelijk.

Ik stel me dus voor dat Jezus anno 2015 de Gelijkenis van de Supermarktklant zou uitspreken. En zoals hij vroeger vertelde wat er allemaal met het zaad kan gebeuren, zo zou hij tegenwoordig kunnen vertellen wat er allemaal met je euro’s gebeurt.

Waar je je euro’s zaait
Een deel van je euro’s belandt bij de aandeelhouders van de supermarktketen. ‘Er valt zaad op de weg,’ zei Jezus vroeger, ‘en dan eten de vogels het op.’ Dat is wel zo ongeveer wat aandeelhouders doen. Het gaat in hun tweede huis zitten, in de mantelpakjes van hun echtgenotes, en natuurlijk de belasting.

Een ander deel van je euro’s geef je indirect aan de verhuurder van het pand of de bankiers die de hypotheek verstrekten. ‘Het zaad valt deels op rotsachtige grond, waar het uiteindelijk verschroeit,’ zei Jezus. Je euro’s verdwijnen in anoniem beton en in het pakhuis van Dagobert Duck.

Nog een ander deel van je euro’s krijgen de directeuren, die van je eigen supermarkt zelf, maar ook de naamloze CEO’s ergens hoog bovenin. Zij kopen er een Maserati van, een zijden pak en een stevige sigaar. ‘Weer ander zaad valt tussen de distels en de dorens die het verstikten,’ zei Jezus in zijn eigen versie.

Maar gelukkig, een fractie van je euro’s belandt ook bij de mensen die er echt voor werken. De caissières. De bandwerkers. De boeren. ‘Er is ook zaad dat in goede grond viel,’ zei Jezus eerder, ‘en dat draagt veel vrucht.’

Ik stel me voor dat als Jezus dat nu zou zeggen, er iemand zou twitteren: ‘Precies, van een brood van 2 euro gaat er maar 7 cent naar de boer!’ En een ander zou daar nog weer overheen gaan: ‘Van een frietjes van 1 euro 75 gaat er maar 0,005 cent naar de boer die aardappelen teelt!

Waar Gods woorden verdwijnen
Wat moet ik hier nu allemaal mee? De gelijkenis van de zaaier is de enige waarbij Jezus zelf een uitleg geeft. Het gaat hem erom, zo vertelt hij, wat wij doen met wat God in ons werkt. Het zaad is Gods woord, maar dat ontspruit niet altijd in ons. God is namelijk niet iemand die ons overweldigt, maar hij laat ons vrij om hem te negeren en zijn input te verbuigen. God werkt subtiel in ons. Zijn koninkrijk baant zich voorzichtig een weg.

Die betekenis paste vroeger goed bij Biddag: onze voedselvoorziening was toen onzeker en daarom baden we onze knieën beurs en onze kelen schor. Tegenwoordig hebben we voedsel in overvloed, maar is er een ander probleem: de voedselketen is niet onzeker, maar oneerlijk.

Daarom denk ik dat Jezus tegenwoordig zijn gelijkenis daarop zou aanpassen, een beetje zoals ik hierboven deed. Hij zou het onrecht benadrukken waarmee de systemen in ons land vaak werken.

Gods koninkrijk in menselijke handen
Wat zegt dat over ons geloof? Gelijkenis van de Supermarktklant zegt dat er ook met Gods woorden veel ongepaste zaken gebeuren. God is bezig met zijn koninkrijk, maar dat belandt in menselijke, al te menselijke handen. Tot de blinkende tanden van het welvaartsevangelie. Tot de grijze blikken van sommige ouderlingen. Tot het machtsmisbruik van de katholieke kerk.

Maar, zo zou Jezus beëindigen: misschien is het maar een paar procent – toch belandt dat tenminste bij de mensen die ermee om kunnen gaan. Die eerlijk genoeg zijn voor Gods woorden. En daar wordt het iets schitterends.


Auteur: Reinier Sonneveld
Beeld: Willem de Klerk (cartoon) en Diego Sevilla Ruiz

+ Lees meer artikelen in Visie. Nog geen abonnee? Vraag hier een gratis proefnummer aan.

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.