Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Blijf bij de Bron

Bijbelstudie van Theanne Boer

Er wordt heel wat afgereisd in de Bijbel. Wat kunnen we leren van mensen die met God onderweg zijn? In deze serie gaan we een paar keer met iemand mee op pad.

De dame van het informatiecentrum keek ons ernstig aan. We wilden de woestijn in en zij wilde dat we heel goed wisten waar we aan begonnen. Vijf liter water per persoon zouden we mee moeten sjouwen. Ik dacht dat we van dat gesjouw alleen maar dorst zouden krijgen, maar mijn vriendin vond dat we netjes moesten gehoorzamen. 

En zo begonnen we aan de afdaling in de grootste erosiekrater van Israël, Maktesh Ramon in de Negevwoestijn. Het was geweldig en prachtig en aan het einde van de wandeling had ik nog twee liter water over. Die hele woestijn, tussen Beersheva en het uiterste zuiden van Israël, was het terrein van Abraham en zijn familie. Ik was daar op reis als toerist, met alle gemakken van dien. Zij waren op reis als nomaden, het was hun manier van leven. Ze waren er helemaal op ingesteld en kenden hun leefomgeving door en door, met alle gevaren en schoonheden van dien. Ze wisten waar de bronnen lagen en met hoeveel liter water per persoon je het een dag kon uithouden. 

Polder
Hagar, de slavin van Sara, kwam uit Egypte, het land dat het poldermodel heeft uitgevonden: met de hak groeven de boeren een geultje om het water van de Nijl op hun land te laten stromen en als het zaakje nat genoeg was, gooiden ze het geultje weer dicht. Zo makkelijk ging dat.
Hoe anders was het leven in Israël! “Je 
zult afhankelijk zijn van de vroege en de late regen,” had God gezegd. Lees: je zult afhankelijk zijn van Mij. Ik ben het die het leven, en ook dat van jou, in handen houd. Ik laat het regenen, Ik ben de bron. 

Zien 
De eerste keer dat Hagar – haar naam betekent ‘vluchteling’ – met ruzie bij Sara wegloopt, is dat haar eigen keus. Ze wil
de vernederingen van haar werkgever niet langer verdragen. Ze loopt met opgeheven hoofd de woestijn in. Ze gaat terug naar haar geboorteland, want de engel van de Heer vindt haar op de weg naar Egypte. Daar zit ze bij een bron, want ze was zo verstandig om in de buurt van water te blijven (Genesis 16). En bij die bron ziet ze God zelf. 

Natuurlijk is Hij daar: Hij is de bron. “U bent een God van het zien. Want heb ik hier niet Hem gezien die naar mij heeft omgezien?” Hoe mooi gezegd van Hagar. Hij ziet haar en zij ziet Hem. En daardoor weet Hagar weer wat haar plek op deze aarde is, en wat haar taak is. Ze krijgt zicht op een goede toekomst en het allerbelangrijkste: ze ontdekt dat ze een God heeft die haar ziet! 

'Dat jij blijft zien dat Hij jou ziet'

Blind 
Hoe anders gaat het de tweede keer (Genesis 21). Dan loopt Hagar verblind door haar  eigen verdriet en boosheid regelrecht de woestijn in. Ze let niet op de weg, blijft niet bij de bron en loopt zo haar dood en die van haar zoon tegemoet. Ze weet niet waar ze het zoeken moet. Ze staart zich blind op haar problemen en de ‘God van het zien’ is even heel ver weg. Ze komt zelfs niet op het idee om te bidden.
 God moet haar de ogen openen om de bron te kunnen zien. Was die bron er eerst niet en is die er door een wonder nu ineens wel? Of was die bron er altijd al, maar zag Hagar ’m gewoon niet? Was ze zo verblind door haar eigen verdriet, zo in paniek vanwege de toestand van haar zoon, dat ze niet om zich heen gekeken had? 

Hoe dan ook, dit verhaal laat zien dat het o zo belangrijk is om bij de bron te blijven. Dat het zo ongeveer een zaak van leven
 en dood is. Dat de gerichtheid op God, liefst dagelijks, ervoor zorgt dat je je kunt blijven laven aan de wijsheden van God
 de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest. Dat jij blijft zien dat Hij jou ziet. 

Uitgedroogd 
Het kan maar zo dat je, als je in de vakantie tot rust komt, constateert dat je uitgedroogd bent. Dat je geleefd wordt, dat je van jezelf afgedwaald bent. Dat in de drukte van alledag die verticale lijn, van beneden naar boven en andersom (jij ziet Hem en Hij ziet jou) aan het vervagen is. Denk dan hieraan: 

'Zalig is de mens die vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.
Hij zal zijn als een boom, geplant aan stromend water.
 Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet. Alles wat hij doet, komt tot bloei.' (Psalm 1:2,3) 

Maak er in de vakantie tijd voor: zitten bij de Bron en het overpeinzen van Gods wet. Dat is goed voor zo ongeveer alles. Het geeft je inzicht in wat echt belangrijk is en wat niet. Het leert je de juiste keuzes te maken, anderen lief te hebben en het geeft je de moed eerst Gods Koninkrijk te zoeken en de rest te laten waar het hoort. 

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.