Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

‘Die ene nacht heeft mij álles gekost’

Zendelinge Lora Kremer werd weduwe na een roofmoord

Vijf jaar geleden verloor Lora Kremer (39) haar echtgenoot Ebel, de vader van Levi (9) en Esra (7). Dat gebeurde ’s nachts tijdens een roofoverval in Kenia, waar zij als zendingswerkers actief waren. Door een van de overvallers werd Lora verkracht. Zij vertelt achtereenvolgens over die inktzwarte nacht, de voorzichtige schemering die erop volgde én over de dag, die – begin 2014 – toch weer aanbrak in haar leven.

“We voelden ons enorm gezegend toen we die donderdagavond, 24 februari 2011, naar bed gingen. Sinds 2007 woonden we als zendingswerkers op een kleine compound in Kenia, in de bush. Er waren de afgelopen jaren diverse tegenslagen, spanningen en teleurstellingen geweest, en we leefden heel primitief. Maar Ebel en ik zeiden altijd tegen elkaar: ‘Het mag ons ook wat kosten.’ En juist de laatste maanden liep alles heel voorspoedig. We zagen hoe God ons gebruikte in Zijn Koninkrijk. Maar die nacht veranderde alles.”

Steeds meer opgefokt
“Ik schrok wakker van een geluid op onze veranda. Heel dichtbij. Dit is niet goed, flitste het door me heen. Ik maakte Ebel wakker. Hij sprong direct uit bed. Op dat moment stond er al een jongen met een pistool in onze kamer. Hij eiste geld. En direct daarna stond er nog een jongen naast hem.
Ebel riep dat ze weg moesten gaan. We hadden geen geld in huis. Dat zeiden we ook. Maar daardoor raakten die jongens steeds meer opgefokt. Onze kinderen, Levi en Esra, werden wakker van het geschreeuw en de paniek. Toen schoot me te binnen dat we nog wat geld in onze slaapkamer hadden liggen, in een envelopje. Eén jongen liep met mij mee. Ik pakte dat bedrag en gooide het naar hem toe. Maar hij wilde meer, werd nog kwader.
Plotseling hoorde ik drie of vier schoten. Terwijl de andere jongen ook de slaapkamer binnenkwam, zag ik Ebel staan. Hij leunde tegen de deurpost. Bloed stroomde langs zijn armen. Omdat de twee jongens gewapend en helemaal opgefokt voor me stonden, kroop ik doodsbang weg achter ons bed. Een van hen klom eroverheen, rukte de trouwring van m’n vinger en sloeg me keihard in mijn gezicht. Ik was doodsbang voor wat ze met mij zouden gaan doen. ‘Wanneer voel ik de kogel?’"

'Dat beeld vergeet ik nooit meer'

Knielen op de keukenvloer
“Een van de twee zei dat ik mee moest komen. Op dat moment zag ik Ebel op de vloer liggen, in een plas bloed. In elkaar gezakt. Dat beeld vergeet ik nooit meer. Met een pistool op me gericht dwongen ze mij naakt te knielen op de keukenvloer, waar Ebel lag. Op dat moment hoorde ik mijn man doodgaan. Zijn laatste, reutelende ademhaling. Daarna stilte. Ik wist dat hij er niet meer was.
Ik voelde een angst die ik nog nooit had ervaren, was helemaal in shock. Ik had Ebel horen sterven, en voelde aankomen dat ik verkracht zou worden – dat is de realiteit bij een overval in Kenia. Toen stuurden ze me de veranda op. Daar stond een derde man, op de uitkijk. Hij heeft me verkracht. Daarna schopte hij me naar binnen en renden ze allemaal weg, de nacht in. Ze zijn nooit gevonden of berecht.”

Preventieve aidsremmers
“Esra stond huilend in haar bedje. Levi was in shock. De kinderen hadden alles gezien: ons huisje was heel klein en Ebel lag precies voor hun slaapkamerdeur. Maar Levi was weer in slaap gevallen. Daar snapte ik niets van. Later, in Nederland, hoorde ik dat een kind op het toppunt van zijn angst in slaap kan vallen.
Met Esra in mijn armen zakte ik rillend op de grond, onder een raam. Doodsbang dat die mannen terug zouden komen. Ik durfde niet rechtop te staan en kroop naar Ebel om zijn pols te voelen. Niets meer. Ik deed snel wat kleren aan, vond mijn mobieltje en begon wanhopig allerlei mensen in Nederland te bellen. Niemand nam op: het was midden in de nacht. Toch bleef ik het proberen. Tot ik vrienden in Nairobi belde, die wel opnamen. ‘Ebel is doodgeschoten! Ebel is dood!’ Dat was het enige wat ik kon schreeuwen. Zij zijn gekomen. Onder politiebewaking, want de highway naar ons huis is ’s nachts levensgevaarlijk. Toen ze uiteindelijk arriveerden, was ik al meegenomen naar een ziekenhuis. Plaatselijke agenten waren inmiddels gealarmeerd en hadden me meegenomen, voor onderzoek en preventieve aidsremmers. Urenlang zat ik op een houten bankje. Men wilde me aanvankelijk niet helpen: ik was ‘alleen maar’ verkracht: niks bijzonders in Kenia.”

Mijn mooie man
“‘Het mag ons wat kosten.’ Wat heb ik vaak aan deze woorden teruggedacht. Die ene nacht heeft mij niet ‘wat’ gekost, maar álles. Ik verloor niet alleen mijn mooie man en de vader van mijn kinderen. Ook mijn droom, passie en zendingsroeping, waar ik van kinds af aan al mee bezig was, raakte ik kwijt. En God? Hij heeft het zien aankomen. Waar ik enorm mee heb geworsteld, is: wáárom heeft Hij deze nacht niet voorkomen? Als die ene kogel een centimeter meer naar links zou zijn afgevuurd en niet Ebels halsslagader had geraakt… Wat is nou één centimeter voor de Almachtige? Maar God greep niet in. Dat maakte de duisternis nóg dieper."

‘God sprak, dat was het eerste morgenlicht’

“Begin maart 2011, een week na die bewuste nacht, waren Levi, Esra en ik terug in Nederland. Eindelijk. Dag en nacht merkte ik hoeveel trauma’s er in mijn lichaam zaten, hoeveel wanhoop en verdriet. En angst. Zo onnoemelijk veel angst. Vooral als het donker werd. Ik ben heel bang voor duisternis geweest. Bovendien had ik veel last van flashbacks en nachtmerries. Ik herbeleefde die nacht telkens opnieuw. Ook de kinderen waren getraumatiseerd en bang. We hadden professionele hulp nodig.”

Zo ongelofelijk diep
“Gelukkig kregen wij alle drie traumabegeleiding. Wat mij intussen overeind hield, was de dagelijkse zorg voor Levi en Esra, en steun van familie, vrienden en onze gemeente.
Na drie maanden ging ik samen met de kinderen, een broer van Ebel en zijn vrouw naar een centrum voor trauma-debriefing in Zwitserland. Daar zou ik een specialistische traumabehandeling van een week krijgen. Op de heenweg dacht ik steeds: zal ik me er wel veilig voelen? Want ik was nog steeds ontzettend bang.
Die eerste avond op mijn kamertje keek ik naar het notitieboekje dat ik had meegenomen – het leek me goed om wat dingen op te schrijven – en vervolgens naar een fax die ik diezelfde dag vanuit Kenia had ontvangen, van onze basisleider. Tot mijn stomme verbazing stond op mijn notitieboekje én op de fax dezelfde tekst: ‘Wees stil en weet dat Ik God ben.’ Psalm 46:11. Het was alsof God deze woorden letterlijk tot mijn hart sprak. Dit ging zo ongelofelijk diep, dat ik het moeilijk kan beschrijven. Na die zwarte nacht, waarin ik voor mijn gevoel nog altijd leefde, was dit het eerste licht van de schemering."

'Mijn tranen zijn ook Jezus' tranen'

Houvast in alle vragen
“In Zwitserland drong het tot me door: dit is het allerbelangrijkste in het proces dat ik inga, dat God niet veranderd is. Hij is dezelfde in trouw, in liefde, in genade en geduld. Zo vond ik houvast in alle vragen en emoties waarmee ik worstelde. Ik koos ervoor Hem te blijven aanbidden, ook al begreep ik Hem niet.
Voor ‘Wees stil’ staat in het Hebreeuws ‘Staak de strijd’. Symbolisch is dat: je handen naast je lichaam laten hangen. Overgave en hernieuwde toewijding, in het besef wie God is, en wat Jezus aan het kruis heeft gedaan. Rust vinden bij God, wetend dat Jezus genoeg is. Hoelang de schemering ook duurt, als je je daaraan kunt vasthouden, trekt het duister uiteindelijk op.”

Intiem naar God toegegroeid
“In mijn rouwproces ben ik heel intiem naar God toegegroeid. Ik heb Hem om zo te zeggen ‘teruggevonden’. Dwars door mijn boosheid en mijn waaromvragen heen, leerde ik de betekenis van Jezus’ kruis dieper dan ooit verstaan.
Daar heb ik vaak dit beeld bij: Jezus scheurt Zijn kleren van verdriet om alle leed, pijn en ellende in deze wereld. Mijn tranen zijn ook Jezus’ tranen. Zo heb ik Hem gezien, en Hem in mijn trauma toegelaten. Dat bracht – gaandeweg – steeds meer heling. Jezus kwam in mijn nacht, en zei tegen mij: ‘Lora, ook jouw leed en eenzaamheid heb Ik aan het kruis gedragen.’ Op den duur ben ik me niet langer op al mijn waaromvragen gaan focussen – in dit leven zal ik daar geen antwoord op krijgen – maar op Gods karakter.”

‘Heb je al een geloofscrisis gehad?’
“Na de week in Zwitserland volgde ik EMDR-therapie, waar ik ook veel baat bij heb gehad. Daarbij moest ik mijn heftigste ervaring – het zien liggen van Ebel in een plas bloed – keer op keer bewust oproepen, terwijl afwisselend mijn linker- en rechterhersenhelft werd gestimuleerd. De bedoeling daarvan is beelden en herinneringen los te koppelen van alle angstgevoelens die ermee vervlochten zijn.
Dat was heel confronterend en pijnlijk: via dat ene beeld herbeleefde ik de hele nacht. Maar na een keer of tien veranderde het ‘plaatje’ in mijn hoofd plotseling, tot mijn grote verrassing. Ebel lag niet langer in een plas bloed, maar ik zag hoe hij – vol blijdschap! – de hemel binnenging, bij de Vader kwam. Die bijzondere ervaring heeft me zo veel heling gebracht. En bevrijdde mij van de schuldgevoelens die aan me hebben gevreten: waarom had ik alleen Ebels pols gevoeld en niet geprobeerd hem te reanimeren? Maar nu zei God als het ware tegen me: ‘Lora, je hebt het die nacht goed gevoeld en ervaren: Ebel was er niet meer – hij was al bij Mij.’
Toen ik vanuit Kenia terugkwam in Nederland, vroegen veel mensen: ‘Heb je al een geloofscrisis gehad?’ Ze snapten volgens mij niet hoe ik überhaupt nog kon geloven dat er een God is. ‘Juist niet!’ antwoordde ik. Want Hij heeft zo veel in mijn leven gedaan. Kort samengevat komt het erop neer dat Hij een echte Vader is. Bijna… een Geliefde. In Zijn nabijheid blijven en Hem aanbidden, met al mijn vragen, verdriet en pijn, heeft me staande gehouden."

‘De zon is weer volop gaan schijnen’

“We zijn nu vijf jaar verder. Jaren waarin het geleidelijk aan steeds een beetje lichter werd, waarin ik wolken zag wijken. Het moment dat het licht echt weer doorbrak in mijn leven, kan ik vrij duidelijk aanwijzen. Dat was begin 2014. Voor het eerst moest ik voor mezelf concluderen: ‘Hé, ik ben – met ups en downs – toch weer gelukkig.’”

Altijd een zwart randje
“Nee, God geeft geen placebo’s, pijnstillers of goedbedoelde adviezen: Hij geeft Zichzelf. Het kruis is daarvan het ultieme bewijs. In Zwitserland benadrukten mijn begeleiders dat er geen snelle weg is naar herstel. Ze hadden gelijk. Maar inmiddels kan ik voluit zeggen: ondanks wat er in mijn leven is gebeurd, sta ik weer in mijn kracht, voel ik opnieuw de passie om anderen over Jezus en Zijn Koninkrijk te vertellen.
Tegelijk wil ik niet communiceren dat dit een halleluja-verhaal is. Want er is altijd een zwart randje, ook nu het weer licht is geworden in mijn leven. Er zijn moeilijke processen, waar we alle drie mee moeten omgaan. Levi en Esra hebben diepe trauma’s meegekregen in hun jonge leven. Ook op dat punt heb ik veel eenzaamheid gevoeld. Wat je kinderen is aangedaan, wat zij meemaken, hoe het met ze gaat: dat zijn dingen die je normaal gesproken deelt met je man. Maar ik sta er alleen voor, ik voed hen alleen op. Een dubbel rouwproces: ik rouw als echtgenote, maar ook als moeder, voor hen. Dat kunnen anderen ten diepste niet begrijpen.”

Gevoelens van verliefdheid
“Toch voel ik me gedragen. Kort na die nacht zeiden christenen in Kenia tegen me: ‘God gaat er iets positiefs mee doen. Want Hij keert dingen ten goede, belooft Hij in de Bijbel.’ Pas veel, veel later begon ik in te zien dat ze gelijk hadden. Ik kan niet ontkennen dat God er goede dingen mee doet.
Tegenwoordig spreek ik veel voor groepen en in kerken. En ik merk telkens weer hoe Hij mijn verhaal gebruikt om andere mensen te helpen, die met hun eigen gebrokenheid en pijn worstelen. Dat stimuleert mij enorm om mijn verhaal te blijven delen. Ik wil heel graag getuigen wie God in mijn pijn en lijden en eenzaamheid is geweest. Hij leeft, en Hij zorgt!
Afgelopen jaar heb ik een nieuwe baan gekregen, en – wat ik nooit voor mogelijk had gehouden – een nieuwe relatie. Zo veel zegeningen van God. Dat ik weer liefde kon ontvangen, opnieuw zielsveel van iemand kon gaan houden, zelfs weer gevoelens van verliefdheid kon ervaren… In 2015 is de zon weer volop gaan schijnen.”

'Dit is geen halleluja-verhaal'

‘Ben je papa dan vergeten?’
“En toch: dat zwarte randje blijft. Dit weekend hebben we Levi en Esra verteld dat we komende zomer willen gaan trouwen. En ik zag dat het moeilijk voor ze was. ‘Ben je papa dan nu vergeten?’ vroeg Levi. Toen we een relatie kregen, zeiden de kinderen: ‘We zijn toch gelukkig, met z’n drietjes?’ En dat is waar. Als je dat tot je door laat dringen, wat wij met z’n drieën hebben opgebouwd in de afgelopen jaren, is het een wonder: weer gelukkig worden na alles wat er is gebeurd.
In het begin wilde ik dat niet eens voelen. Ik dacht: er zal altijd nacht en altijd schaduw zijn; wij worden niet meer gelukkig. En ondanks alles zijn we nu tóch gelukkig, hebben we samen zo veel mooie momenten beleefd.
Ik ben dankbaar dat ik op dat fundament deze nieuwe stap heb kunnen zetten, al is het voor de kinderen dubbel: ze moeten aan het idee wennen, maar vinden het ook best leuk. Datzelfde weekend zei Levi, toen ik hem naar bed bracht: ‘Ik wil papa terug.’ Dat zijn dingen… Ebels plek in hun leven is voor hen enorm belangrijk. Daarom zeg ik steeds weer: ‘Papa blijft altijd jullie papa.’”

Met stralende ogen
“Weet je wat trouwens ook zo bijzonder is? Misschien was het pas de vierde dag dat we weer in Nederland waren. Levi – destijds net 4 – maakte mij ’s morgens wakker. ‘Mama,’ zei hij, ‘je hoeft niet meer verdrietig te zijn.’ ‘Hoezo niet?’ vroeg ik verbaasd. ‘Papa heeft een kroon gekregen!’ Als kind mocht hij dat zien, misschien in een droom of in een visioen. Levi stond met stralende ogen naast mijn bed. Ik was verbluft: hij kende het verhaal helemaal niet dat mensen die naar de hemel gaan een kroon ontvangen! Kort daarna heb ik er een schilderij van gemaakt, Ebel die de hemel ingaat. En boven de bank hangt het woord MAJESTY – de titel van Ebels favoriete lied. Majesteit, met een kroontje op de M, als herinnering aan die zegekroon.
Paulus schrijft in de Filippenzenbrief over zijn verlangen om Christus te leren kennen en de kracht van Zijn opstanding. Dat vind ik zo’n mooie tekst, omdat ik die opstandingskracht in mijn eigen leven heel intens heb ervaren – dwars door de pijn, het verdriet en het gemis heen. God zorgt voor mij en mijn kinderen en Hij voorziet, als een liefdevolle Vader. Daar kan ik eindeloos van getuigen.”

www.lorakremer.nl

Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Eljee

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.