Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Gaat de Staat over mijn lichaam?

Overschrijdt D66 wetsvoorstel de grens?

Vandaag behandelt de Tweede Kamer een wetsvoorstel van D66 over orgaandonatie. Deze partij vindt dat dit een vrije kwestie moet zijn, maar wil er wel meer dwang achter zetten. Gaat de staat over mijn lichaam?

Kostelijk. Op de site van de NOS las ik deze frase: ‘Pechtold: orgaandonatie moet vrije kwestie zijn’. Ironisch, want D66 wil nu net dat orgaandonaties niet langer een vrije kwestie is. Iedereen is orgaandonor, zo luidt het wetsvoorstel, tenzij hij of zij expliciet aangeeft dat niet te willen. Een omkering van de huidige situatie, waarin je pas donor bent wanneer je dat zelf expliciet aangeeft.

Die ene samenvattende zin op de NOS-site is misleidend. Wat bedoeld wordt, zo legt het artikel verder keurig uit: Pechtold wil dat alle Kamerleden vrij over het wetsvoorstel beslissen, dus onafhankelijk van het standpunt van de eigen fractie. Want, zo vindt hij, deze kwestie overstijgt de partijpolitiek.

Toch: ironisch blijft het. Zou D66 consequent zijn, dan zou Pechtold moeten betogen dat alle Kamerleden automatisch vóór deze wetswijziging zijn, tenzij zij expliciet anders aangeven.

Stellingname
Toch even dit. Het is een goed gebruik van christenen om per definitie tegen elk D66-voorstel te zijn, omdat we er inderdaad van uit kunnen gaan dat elk D66-voorstel in eerste instantie bedoeld is om christenen het leven zuur te maken. Verwoede pogingen van D66’ers om dat te ontkennen, stranden doorgaans in even onleesbaar als ongeloofwaardig opinieproza. Maar in dit geval gebiedt de eerlijkheid toch te zeggen, dat het doel dat D66 nastreeft achtenswaardig is.

Ik weet dat er genoeg christenen op religieuze grond bezwaar maken, maar persoonlijk ben ik een uitgesproken voorstander van orgaandonatie, en ik draag zelf dan ook een donorpas bij me. Ik zie dat zelfs als een religieuze plicht: om mezelf geheel weg te geven aan mijn naaste, zozeer zelfs dat ze zo nodig en mogelijk ook mijn organen mogen hebben, bij voorkeur na mijn dood. Religieuze bezwaren zie ik ook niet echt – als God zelfs de doden met lichaam en al bij zich kan verzamelen (wat ik van harte geloof), dan moet het toch voor Hem een peulenschil zijn om ook in diaspora geraakte organen te doen terugkeren naar de rechtmatige eigenaar.

Wiens organen zijn het?
Dus ik ben het in deze met D66 eens: méér orgaandonoren graag! Maar de vraag is hoe. Waarom vertrouwen we niet op de kracht van de overtuigende argumenten, desnoods aangevuld met een positieve stimulans voor wie wél donor willen zijn (een tientje korting op je zorgpremie bijvoorbeeld; moet je zien hoe veel Nederlanders dan toch de moeite nemen zich aan te melden). Het punt is dat het een vrije en bewuste keuze moet zijn. Het blijven mijn organen om weg te geven, niet die van de staat. Het idee van een soort opt-outsysteem schendt die principiële vrijheid.

Overtreft D66 de kerk?
Tot slot. Er bestaat een karikaturaal beeld van de kerk van vroeger, dat die zich met alles in het leven bemoeide, daarbij gesteund door een Alziende God, overal over mee wilde beslissen, en mensen ook vanaf hun geboorte deelgenoot maakte van iets waar zij helemaal niet voor gekozen hadden. Er valt het nodige af te dingen op die karikatuur, maar nog los daarvan: is het niet opvallend hoezeer de overheid haar best doet al die veronderstelde slechte eigenschappen van de kerk over te nemen en zelfs te perfectioneren? Dat is nog wel de grootste ironie van het D66-voorstel.

 

Auteur: Anton de Wit

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.