Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

'Het is voorbij. Voor altijd.'

Ds. Arie van der Veer over het overlijden van zijn zoon

'Arie zul je bedoelen,’ zeiden veel mensen, toen ze hoorden dat Peter van der Veer was overleden. Maar het was ds. Arie van der Veer niet, het was zijn zoon. Een verdrietige periode volgde, voor het gezin van Peter, maar ook voor Arie en zijn vrouw Ees.

Als ds. Arie van der Veer in zijn appartement in Zwolle, waar hij samen met zijn vrouw woont, vertelt over het overlijden van zijn zoon, komt het intense verdriet opnieuw boven. “Ik vraag God niet waarom Peter moest sterven. Wel waarom zijn gezin nu alleen is. Want Peter kon, naar ons oordeel, thuis niet gemist worden.” 

Lang heeft ds. Van der Veer gedubd over de vraag of hij wilde meewerken aan dit interview. “Alles wat ik op mijn blog op Facebook schrijf over het sterven van Peter, wordt door honderden mensen gedeeld,” legt hij uit. “Dat is mooi, blijkbaar hebben mensen er steun aan. Maar we willen Peters dood niet exploiteren. Ees en ik zijn niet belangrijker dan anderen die een geliefde hebben verloren. Alleen al in onze eigen gemeente zijn na Peters dood diverse andere gemeenteleden gestorven. We moeten oppassen dat daar niet veel minder aandacht voor is.” 

Uiteindelijk stemde hij toe, al blijft het een moeilijk en verdrietig onderwerp voor hem. “Je houdt niet voor mogelijk wat voor impact zo’n plotseling overlijden heeft. Je wordt onzeker. Je moet leren leven met een situatie waarvoor je nooit geoefend hebt.” 

Een dag om nooit te vergeten 
‘8 juni 2015, een dag om nooit te vergeten,’ schrijft ds. Van der Veer zaterdag 6 juni op een bedankje voor twee kleinkinderen, die deze dag een etentje voor hem en zijn vrouw hadden bereid. Per ongeluk; het was immers nog geen 8 juni. “Een merkwaardige schrijffout,” zegt Arie nu. Die zaterdagavond, na het etentje bij Arie en Ees thuis, komt Peter de kinderen halen. Arie: “We hadden haast, wisselden een paar zinnen in de trant van ‘waar preek jij morgen?’ Dat was de laatste keer dat ik hem sprak.” 

Maandag 8 juni werd inderdaad een dag om nooit te vergeten: die middag werd Peter van het ene op het andere moment uit het leven weggenomen.
 Arie kijkt uit het raam. Grijze wolken drijven voorbij. “Het gekke is,” zegt hij even later, “dat Peter de dood niet heeft gezien. Terwijl hij heel erg met de dood bezig was, net zoals ik. Hij had geen angst om voor God te verschijnen, maar hield zich wel bezig met de vraag hoe en wanneer hij zou sterven. Volgens de huisarts heeft hij niet eens beseft dat hij stierf; hij was gewoon van het ene op het andere moment dood. Dat heb ik op sommige momenten wel als genade ervaren.” 

‘Dit kon niet waar zijn’ 
De verslagenheid onder familie, vrienden en gemeenteleden is groot. Peter, die gezonde veertiger, die nog midden in het leven stond. Vader van een groot en veelkleurig gezin, nét een paar dagen opa, voorganger van een bloeiende gemeente, voetbalcoach – dit kon niet waar zijn. Veel mensen denken dan ook dat Arie is over- leden in plaats van Peter. “Ik had gehoopt dat hij mijn werk zou voortzetten,” zegt Arie. “Hij zou mij begraven. Dat hadden we al afgesproken toen ik een keer erg ziek was. Nu was het andersom.” 

Hij glimlacht: “Ees zei zelfs tegen mij: ‘Was jij maar gestorven.’ Of ik dat erg vond? Nee. Integendeel, ik voel me soms zelfs schuldig dat ik nog leef. Natuurlijk wil ik niet graag sterven, maar ik heb al diverse keren afscheid van het leven genomen. Alle operaties en ziekenhuisopnames die ik heb gehad, ben ik op een wonderlijke manier doorgekomen. De huisarts zei ooit tegen mij: ‘Je bent al drie keer aan de dood ontsnapt.’ Kijk, mijn leven is in de laatste fase; de kinderen hebben allemaal hun plek in het leven gevonden, ze kunnen zonder mij. En Ees is een krachtige vrouw. Maar Peter kan in zijn gezin niet gemist worden.” 

'Nu is de tijd om van hart tot hart te kunnen praten voorbij'

Tijdens dit rouwproces ontdekken Arie
 en zijn vrouw pas de enorme omvang en diepte van het gemis. In de herfstvakantie gingen ze met het hele gezin, alle kinderen en kleinkinderen, zoals altijd een weekje op vakantie. “Toen zag ik hoe groot het gat is dat in dit gezin is geslagen. Je ziet het verdriet, maar je kunt het niet verhelpen. En dat is ook de grote vraag die blijft hangen: waarom is dat gezin nu alleen? Waarom? Ik denk dat we dat nooit begrijpen. Raadsels zijn het.” 

Nauwelijks tijd voor een praatje 
Het meeleven dat Arie en Ees krijgen, is enorm. Vanuit het hele land ontvangen
 ze kaarten en brieven. Zelfs nu komen er nog kaarten binnen. Ees bewaart ze in een boek, samen met de foto’s van de begrafenis en de rouwadvertentie van Peter. 

Arie: “We spreken nog elke dag over Peter en halen herinneringen op vanaf de dag van zijn geboorte. Ik merk dat de band tussen moeder en kind heel bijzonder blijft. Ees dacht kort na het overlijden vooral terug aan het begin van Peters leven. Ik ben nog steeds bezig met dat laatste, plotselinge moment. Ineens was alles anders. Ik denk aan alles waar ik het nog met hem over had willen hebben. Peter en ik waren meestal druk met de dingen van het Koninkrijk en onze gesprekken waren bijna altijd functioneel. We hadden nauwelijks tijd voor zomaar een praatje. En nu is de tijd om van hart tot hart te kunnen praten voorbij. Voor altijd...” 

Hoe houden jullie elkaar in deze periode vast? 
“Als je elkaar gaat opleggen dat je op dezelfde manier verdrietig moet zijn, groei je uit elkaar. Maar dat is bij ons niet het geval. We hebben er zelfs helemaal geen woorden over, omdat we elkaar vrijlaten. Iedereen rouwt op zijn of haar eigen manier. Ik uit me vooral door het van me af te schrijven, onder andere via mijn Facebook- blog. Ees houdt het verdriet liever voor zichzelf. Hoewel,” zegt hij glimlachend, “als zij mensen eenmaal vertrouwt, vertelt ze meer dan ik.” 

Heeft u het gevoel dat u als predikant het goede voorbeeld moet geven?

“Nee, ik heb helemaal niet het idee dat ik nu de dominee moet zijn die het allemaal wel weet. Dat is ook één van de redenen waarom ik blijf schrijven over onze teleur- stellingen. Mensen herkennen die emoties en vinden het bijzonder dat wij dingen durven zeggen die ze eigenlijk niet hadden verwacht van ons. Ach, misschien dachten ze dat we vrome antwoorden zouden geven. Maar wij hebben net zo goed onze vragen en worstelingen.” 

Tranen met tuiten
Op de deur van Aries studeerkamer hangt een bordje met de trouwtekst van zijn ouders: ‘Dankt God in alles.’ Hoe doet hij dat in deze periode? “Er staat niet danken voor, maar danken in. En dat kan ik gelukkig. Vanmorgen nog, toen we samen deze dag begonnen, heb ik gezegd: ‘Heer, wij belijden U als God die alles in Zijn hand heeft.’ En ja, soms huil je dan tegelijk tranen met tuiten.”

‘Ik zal er zijn’ 
Liederen hebben de afgelopen tijd een belangrijke rol gespeeld in het leven van Arie en Ees. Vooral het lied Ik zal er zijn van Sela. “Peter preekte niet alleen,” vertelt Arie, “hij ging ook gerust de preekstoel af om een lied te zingen. In de nieuwjaarsdienst op 1 januari 2015 zong hij Ik zal er zijn, en dat is in de diensten daarna ook veel gezongen. Mede daardoor heeft dat lied voor veel gemeenteleden een grote emotionele waarde. Tienduizend redenen tot dankbaarheid is er ook zo een.” 

Zingen jullie dat lied ook mee? 
Arie: “Jazeker. En we slaan geen woord over.”
De nieuwjaarsdienst van 2015 leidde u samen met Peter. De komende nieuwjaarsdienst staat u er alleen.
“Ja, dus dat zal een dienst worden met een enorme lading. Niet alleen voor ons trouwens, maar ook voor de gemeenteleden. Maar we hebben dat gemis ook al tig keer uitgehuild met elkaar. Want elke keer als er een vreemde dominee op de preekstoel staat, weet je dat Peter daar had moeten staan. Datzelfde geldt voor de kerstdagen. We zijn dan als familie bij elkaar, en ook dan is er die lege plek.” 

Verandert het verlies van Peter iets in uw beleving dat God Mens is geworden?

Arie: “Ik heb het laatste halfjaar vaak gedacht aan Romeinen 8 vers 32, waar staat dat God Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar voor ons allen heeft overgegeven. Jezus is ook maar 33 jaar geworden. Dus als er één is die ons leed kent, is God het wel. Ja, in die zin is het mens-zijn van God wel dichterbij gekomen.” 

‘We hebben weer gelachen’
Dwars door de donkere momenten van verdriet en gemis, schijnen zo nu en dan ook lichtpuntjes. Voor ds. Van der Veer en zijn vrouw zijn dat vooral de familiemomenten. “Genieten is nog wel een moeilijk woord, maar verjaardagen van de kinderen of kleinkinderen bijvoorbeeld, zijn mooie belevenissen. Ze staan nooit los van het gemis, er is altijd die lege stoel, maar het zijn wel de momenten waarop je als gezin samen bent en weet dat je elkaar nog hebt. Toen we in de herfstvakantie met elkaar weg waren, zei één van de kinderen: ‘We hebben weer samen gelachen.’ En dat was zo. Hoe gek het misschien ook klinkt.” 

Bron: EO Visie
Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Eljee

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.