Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Het refrein van Kerst

Jozef en Psalm 62

Wachten is emotie. Als je wacht op hulp en redding, kan de twijfel toeslaan, de angst en de wanhoop. Wie wacht op goed nieuws, wacht vol verlangen. En wie in verwachting is, kan haast niet wachten. Van al deze emoties zingen de psalmen. Schrijver, dichter en dominee Rien van den Berg leest de komende weken vier psalmen in het licht van advent.

Matteüs 1:18-23: De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen Zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef Hem de naam Jezus, want Hij zal Zijn volk bevrijden van hun zonden.’ Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven’, wat in onze taal betekent: ‘God met ons’.   

Maria verwacht haar kindje opgetogen, vertelt Lucas. Matteüs vertelt wat Jozef verwacht: dat er voor hem geen plaats is in dit verhaal. Waarom? Vreest Jozef de praatjes? Dat zou geen wonder zijn. We kennen dat nog maar al te goed uit ons recente kerkelijke verleden: een stel dat ‘moest trouwen’, moest eerst voor in de kerk schuldbelijdenis doen. De belastingfraudeur, de zwartwerker hoefde dat niet, de alcoholverslaafde niet... zélfs al die stelletjes die iets slimmer vooruitgrepen op het huwelijk niet... maar zij wel.

Maar dat kan niet het enige geweest zijn. Matteüs vertelt van Jozef eerst en voor alles dat hij een rechtschapen man was. Een rechtvaardige is in de Bijbel iemand die Psalm 62 van harte zingt:

Alleen bij God vindt mijn ziel haar rust, van Hem komt mijn redding. Hij alleen is mijn rots en mijn redding, mijn burcht, nooit zal ik wankelen. 

Lees die laatste bijzin niet verkeerd: een rechtvaardige is niet iemand met een onwankelbaar geloof. Kijk maar naar vers 6. Dat lijkt een refrein, maar het is net iets anders: de rust die in vers 2 nog gevonden werd, moet in vers 6 gezocht worden. Een rechtvaardige is in de Bijbel dus niet iemand die de twijfel voorbij is, geen uit graniet gehouwen gelovige – maar iemand die, als hij onrustig is, zichzelf oproept om zijn vertrouwen op God te stellen.

Je ziet in dit verhaal een Jozef die heen en weer geslingerd wordt, die zich afvraagt wat hij doen moet. Maar: rechtvaardig is niet degene die alle antwoorden heeft, maar degene die weet waar hij het zoeken moet. David, de opa van de opa van de opa enzovoort van Jozef, leert hier zijn verre kleinzoon wat hij doen moet. Geloven, zegt David tegen Jozef, is een keuze. Kies voor het verhaal van God. Waar die keuze je brengt? Dat weet je vaak niet. Maar je weet wel dit: als ik deze keuze maak, is mijn leven veilig. Onwankelbaar, al wankelt verder alles.

'Uw wil geschiede, in mij'

Gods verhaal
Jozef is een rechtschapen man. Op een dag kwam zijn Maria bij hem, met een verhaal dat ze ongetwijfeld verteld heeft met een aarzeling – zou Jozef haar geloven? – maar ook met onmiskenbaar enthousiasme: lees Lucas. Uw wil geschiede, in mij!

En Jozef? Vreest hij de praatjes? Of zit het dieper: erkent hij met zijn voorgenomen vertrek precies dát: Uw wil geschiede, in haar...? Immers, als Maria nu zonder Jozef verder gaat, wordt haar verhaal geloofwaardiger. Jozef en Maria staan niet bekend om hun ondeugd, maar ja, Jozef weet hoe het gaat met praatjes. En terecht (lees Johannes 8:41). Door Maria los te laten, erkent Jozef dat het kind dat zij verwacht niet van hem is. En tegelijk weet iedereen dat Maria er het type niet naar is om een scheve schaats te rijden. Met andere woorden: het kon weleens zo zijn dat Jozef hier juist Gods verhaal de ruimte geeft. Door aan de kant te gaan, kan hij publiek maken: hier is iets gebeurd, beste mensen, tussen God en Maria!

Leer van je opa
Maar dan komt God zelf. In Jozefs geval zelfs twee keer, in twee dromen. En de boodschap is: Ik heb hier de regie! Wees niet bang! Jozef, juist jij, Davids zoon zonder kroon, zonder paleis, zonder status, leer van je opa deze les: al had je geld (vers 11), al was je hooggeëerd (vers 8) en al had je een leger (vers 11), dan nog was je lichter dan lucht (vers 10). Jij hoort niet in dit verhaal vanwege dat soort loze randvoorwaarden, Jozef, jij hoort in dit verhaal om de kern: omdat God jou inschakelt.

De Davidsles
Waarom wordt Jozef ingeschakeld? Dat heeft Matteüs opvallend goed begrepen. Hij pakt een oude profetie op, die nog niet eerder op de Messias betrokken is. Maar Matteüs begrijpt dat hier met Jozef iets gebeurt wat lijkt op wat er ooit met de Davidszoon Achaz gebeurde: ook zijn leven wankelde (Jesaja 7). Ook zijn geld, zijn reputatie en zijn leger zouden hem niet redden. En hij miste iets wat Jozef wél had: rechtschapenheid. De koning, in een belegerde stad, wist niet waar hij het zoeken moest (Jesaja 7:2). En Jesaja leert hem precies de Davidsles, uit Psalm 62: Alleen als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand (Jesaja 7:9b). Vertrouwen in de Heer, welteverstaan, vraag maar om een teken, Achaz! Maar Achaz weigert. En dan krijgt hij een teken: ergens in jouw stad, koning, is een jonge vrouw, hoogzwanger. Weerloos dus. Een vrouw die veel te vrezen heeft als de stad valt. Weet je hoe ze haar zoon zal noemen? Immanuël, Achaz, God is midden tussen ons. God is erbij. Zij overtreft jou, koning, precies omdat ze de les van Psalm 62 geleerd heeft. De macht is aan God. En Hij is vlakbij. Dat, Jozef Davidsz, geeft jou je kroon terug, je eer, je vaderschap. Jij geeft Mijn zoon Zijn naam: Jezus.

Het refrein
Wees niet bang. Dit is de kern en het refrein van Kerst, ook voor ons: wees niet bang, kleine mens. Neem je plek in. Ik ben vlakbij. Jozef de rechtschapene gaat ons voor. Hij vindt de rust om zijn lot in Gods handen te leggen. God zegt hem wat hij moet doen, en hij doet het. Vol vertrouwen dat God ook doet wat Hij belooft:

Bij U, Heer, is ontferming, U beloont ieder mens naar zijn daden.

Tekst: Rien van den Berg
Beeld: Vandaar

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.