Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Hij rukt je tentpinnen uit de grond en stuurt je weg

Bijbelstudie van Theanne Boer

Er wordt heel wat afgereisd in de Bijbel. Wat kunnen we leren van mensen die met God onderweg zijn? In deze serie gaan we elke keer met iemand mee op pad.

“Als je naar dat gebied wilt, moet je vooral naar die camping gaan. Zo’n geweldige plek aan het water, en dicht bij allerlei bezienswaardigheden. Hartstikke schoon, grote plekken, echt fantastisch!”
Dus wij gingen naar die camping. Een welgemeend advies van een goede bekende sla je niet in de wind. Hadden we dat maar wel gedaan. Toen we ons hadden geïnstalleerd tussen de veel te grote campers, de rokende barbecues en de huilende kinderen-met-slaapgebrek keken wij elkaar vertwijfeld aan en stelden de o zo belangrijke vraag: ‘Wat Doen Wij Hier?’ 

God vraagt
“Wat doe je hier?” vraagt God, als de profeet Elia na een tocht van veertig dagen boven op de berg Horeb staat. “Waar ben je?” vraagt God, als Adam na zijn misstap in het paradijs samen met zijn vrouw de benen neemt. “Waar ga je naartoe?” vraagt God, als Hagar in blinde woede de woestijn in rent. “Wat maak je je druk?” vraagt Jezus, als Marta Hem wijst op de luie houding van haar zus. “Waarom doe je wat je doet?” vraagt Jezus, als Paulus naar Damascus reist om daar christenen uit hun huizen te slepen.


Elia wordt getrakteerd op een weldadige stilte om over die vraag na te denken. Adam wordt uit de struiken gehaald om zich in het volle licht van Gods aanwezigheid te bezinnen. Hagar krijgt een kruik water om haar eeuwige dorst te lessen. Marta wordt naast Maria op een krukje gezet aan Jezus’ voeten om Zijn onderwijs te ontvangen en Paulus wordt met blindheid geslagen om zijn zonden te overdenken en zich tot God te bekeren. 

Vacare
Vakantie. Dat is wat deze mensen krijgen. Letterlijk. Want het woord komt van het Latijnse vacare en ik citeer nu een zin uit Psalm 46 in het Latijn: Vacate et videte quoniam ego sum Deus. In de Statenvertaling staat: ‘Laat af en weet dat Ik God ben.’ ‘Staak de strijd en erken dat Ik God ben’, zegt de Nieuwe Bijbelvertaling. ‘Word rustig’, zegt Het Boek. 

Godsbeelden 
Het loslaten, het laten gaan, het staken van de dagelijkse strijd om je leven ‘in de lucht te houden’ staat in Psalm 46 direct in verband met ‘God zien’. Stop, sta stil, houd halt, want alleen dan kom je erachter dat Ik God ben. Dat Ik er bén! Dat Ik ben die Ik ben. En dat Ik er altijd zijn zal. Bij jou, bij je dierbaren, bij de hele wereld. Blijkbaar vergeten we dat nogal eens. In de alledaagsheid van het leven grijpen we zomaar weer van alles vast. 

Ideeën, vooroordelen, plannen, gewoontes, godsbeelden. Dan gaan we als Elia denken dat God ons vergeten is. Of we denken als Adam dat God ons klein wil houden. Of we denken als Marta dat God niet voor ons zorgt. 

Met de vraag ‘wat doe je hier?’ schopt God je op reis. Hij rukt je tentpinnen uit de grond en stuurt je weg. Naar een andere camping, naar onbekend gebied, de wijde wereld in. Wij zijn vreemdelingen en bijwoners en dat zullen we weten ook. Wij geloven niet in een boek waarvan de canon op een of ander concilie in driehonderdzo- veel is vastgelegd, maar in een persoon die Jezus heet en die wij volgen. Wij moeten achter Zijn muziek aan. Gaat heen, vermenigvuldigt u. Gaat heen, verkondigt alle volken. 

Engel 
Een vriend van mij, laten we hem John noemen, stond jaren geleden op een kruispunt in zijn leven. Hij had zijn studie afgemaakt, maar het lukte hem maar niet om werk te vinden dat bij hem paste. Dus ging hij aan de slag bij een of ander bedrijf waarvan ik de naam niet meer weet. Het was een saaie baan, maar het betaalde goed en zo kon hij een huis kopen. Lees: zichzelf vastpinnen. Maar gelukkig was hij niet. Toen hij, zoals elke ochtend, in de lift stapte naar de op een na hoogste verdieping van het kantoorgebouw, kwam er een man de lift in. John had hem nog nooit gezien, dus een collega kon het niet zijn. De man straalde een merkwaardige rust uit. Hij keek John aan en vroeg: “Wat doe je nu?” “Eh... ik werk,” was het onnozele maar tegelijk ontdekkende antwoord. Op dat moment stond de lift stil bij de verdieping waar John moest zijn. 

De man knikte nog even vriendelijk en ging met de lift verder naar boven. Maar de bovenste verdieping stond leeg, daar had de man niks te zoeken en dat heeft John doen beseffen dat dit een engel moest zijn. De vraag ‘wat doe je nu?’ werd de vraag van zijn leven. Hij nam ontslag, liet zich omscholen en is nu al jaren met hart en ziel docent op een middelbare school. 

We zijn in dit leven voortdurend op reis. Aan de wandel met God. En om los te kunnen blijven van dingen die er uiteindelijk niet toe doen, die ons afleiden van De Weg, moeten we af en toe op vakantie. Moeten we aan ‘vacare’ doen. Moeten we stil worden en onder de indruk komen van de Eeuwige, die aan het begin, aan het einde, maar ook in het midden van ons leven staat. 

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.