Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Hoe de trots voor mijn kerk verdween

Esther de Hek schrikt van uitstroomcijfers Christelijke Gereformeerde Kerk

Een record-aantal mensen verlaat de Christelijke Gereformeerde Kerk. Dat blijkt uit het vorige week verschenen Jaarboek 2016 van de Christelijke Gereformeerde Kerken. De samensteller noemt het zelfs "alarmerende cijfers". Gastblogger Esther de Hek is van jongs af trots lid van deze kerk. Maar de 'fierheid' is verdwenen omdat 'haar' kerk de kop in het zand lijkt te steken. Voor het blad 'Onderweg' van deze week schrijft Esther deze blog.

‘Christelijk-gereformeerd in hart en nieren’, was een geuzentitel

In mijn jeugdjaren heette de plaatselijke Christelijke Gereformeerde Kerk in het dorp Huizen wat laatdunkend ‘het kleine kerkje’. Wij gingen naar dat kerkje en niet naar één van de vijf grote gereformeerde-bondsgemeenten in het dorp.
In het Huizen van de jaren ’80 was de scheiding tussen hervormden en christelijk-gereformeerden overduidelijk en dat vormde ons gezin. Liefde voor onze kerk, ook in haar grotere verband, kreeg ik met de paplepel ingegoten. ‘Christelijk-gereformeerd in hart en nieren’, was een geuzentitel. Wij waren dan wel slechts een kleine kudde afgescheidenen in het door hervormden gedomineerde dorp maar voelden ons krachtig in het isolement.

ESther de Hek

Die fierheid van toen heb ik nog jarenlang in mij gedragen maar is inmiddels grotendeels verdwenen. Waar ik lang bleef geloven in het gewicht van een kerkgenootschap dat manhaftig staat voor principiële keuzes op basis van Schrift, belijdenis en kerkorde, verdreef afgelopen jaren vooral deze vraag dat geloof: kunnen wij ons eigenlijk nog wel enige vorm van kerkelijk isolement veroorloven?
Kunnen we het ons als christelijk-gereformeerden veroorloven het nauwer samenwerken met de Protestantse Kerk in Nederland on hold te zetten en de samenwerking met vier andere gereformeerde kerken alleen op eigen voorwaarden te blijven voortzetten? Kunnen we het ons veroorloven mogelijk spelbreker te zijn binnen de formatie van een Gereformeerde Theologische Universiteit (GTU)? Kunnen we het ons veroorloven om – zoals nog te vaak gebeurt – op plaatselijk niveau niet eens het gesprek aan te gaan met andere gereformeerde kerken?

Kunnen wij ons nog wel enige vorm van kerkelijk isolement veroorloven?

De allernieuwste ledencijfers van mijn kerkgenootschap sturen een antwoord wat mij betreft in een duidelijke richting. Een bijna recordaantal leden (ruim 820) verliet in 2016 de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) met onbekende bestemming, ze zeiden de kerk vaarwel. Ook de uitstroom naar andere kerkgenootschappen was omvangrijk, terwijl al langer een zorgelijk hoog aantal jongeren de CGK verlaat.

En nu? Zal een intern verdeelde kerk toch de reden zijn dat de CGK niet meegaat in een GTU? Kiest de CGK op landelijk niveau toch vooral voor het cordon sanitaire? Of gaan we kerkbreed inzien – met de alarmerende uitstroomcijfers van 2016 vers in het geheugen – dat niet in verdeeldheid en isolement maar in verbinding de kracht zit? Ik hoop het. Het zou de toekomstige ledentabellen weleens een beetje minder somber kunnen maken.

Auteur: Esther de Hek

Dit blog is met toestemming van de auteur overgenomen van haar blogsite en verschijnt deze week ook in kerkelijk magazine OnderWeg

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.