Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Hoe moeten we nu verder?

Arie van der Veer blogt over de periode na het overlijden van zijn zoon Peter.

Vanaf vrijwel het begin van ons trouwen hebben wij een anker in de tuin. Bij de verhuizing uit Nieuwe Pekela naar Zwolle is het anker meegegaan. Ook in de voortuin van het huis aan de Wipstrik kreeg het anker een vaste plek. Tot zeven jaar geleden.

We verhuisden naar een appartement. We hadden geen tuin meer. En daarom was er ook geen plek meer voor ons anker. We hebben het anker toen meegenomen naar Heerde. We hebben daar een stacaravan. Ruimte zat in ons stukje bos. Dus ook voor het anker. Het anker is een herinnering aan die goede tijd in de Pekel. Maar dat anker is ook steeds meer geworden tot het symbool van ons leven.

Het is een oud anker. Ooit behoorde hij bij een snikke. Snikkes, dat waren trekschuiten die in de veenkoloniën gebruikt werden voor de afvoer van turf. Maar er werd ook vracht mee vervoerd. Dat deed bijvoorbeeld de familie Meijer. Hun snikke is er niet meer. Maar wel het anker. Het anker als beeld van onze hoop. De hoop die er altijd is gebleven. En, dat wil ik jullie graag vertellen: die hoop hebben we nog steeds. 
Ja, ook na het plotselinge heengaan van Peter en de moeilijke tijd die voor zijn gezin en daarom indirect ook voor ons is gekomen. Waarom?

Het is absoluut waar: we zijn in een zware storm terecht zijn gekomen. Misschien wel de heftigste storm van ons leven. Een jong gezin is hun papa kwijt. Hoe moet het verder? En indirect raken die vragen ook ons. Wij hebben niet alleen onze oudste zoon verloren. Je leeft mee dat gezin. En je handen zijn maar ‘kort’. Peter vervangen kan niemand. We zijn allemaal nog verbijsterd. 


Ik wil dat beeld van dat anker in deze blog even vasthouden. Dan zou je kunnen zeggen dat in de afgelopen weken de levensschepen van familie en vrienden dicht bij elkaar hebben gelegen. Een aantal zijn zelfs voor anker gegaan. Een aantal varenden schoten te hulp. Het ene schip werd vastgebonden aan het andere. Ik heb jarenlang onder binnenschippers gewerkt. Bij verdriet kwamen ze er allemaal aan. Stopten met varen. Lagen naast elkaar aan de Schuttevaerskade. Met de vlaggen halfstok. Maar, de schepen voeren na enige tijd allemaal weer uit. Ik besef heel goed, dat ieder weer verder moet. Ook onze schoondochter en haar gezin. Ook onze andere kinderen.

Maar hoe? 
Hoe kunnen we verder? Met een zwaar gehavend schip waarvan de roerganger heenging. Hoe kunnen we verder? Hoe houden wij ons staande? Daar zijn we nog lang niet uit. 
We smeken God om wijsheid en kracht. Zwaar gehavend. Toch drijven we niet stuurloos rond.
We moeten weer varen en we gaan weer varen. En bij die vaart ontlenen we kracht die uitgaat van dat anker.


We hebben verdriet en grote zorgen, maar zijn niet hopeloos. Ik zal het voor je proberen uit te leggen hoe dat zit. Als jongen logeerde ik vele jaren in de zomer in Krimpen aan de Lek. Ik logeerde daar bij Johan Schoonderwoerd, de plaatselijke schoenmaker. Johan had samen met mijn vader tijdens de oorlog in een kamp in Duitsland gezeten. Vanuit Krimpen aan de Lek voer een pont over de rivier de Lek naar Kinderdijk.


Ik vond dat altijd prachtig om te zien: een pont volgeladen met auto’s. In die tijd geen enorme stuurhut. Maar een betrekkelijk klein hokje voor de veerman. Geen kapitein in uniform, met gouden strepen op de mouw. Maar, een eenvoudige man. De zeevaartschool zal hij niet hebben gehad. Toch kwam de pont altijd op de juiste plek aan. Ook bij slecht weer. En ondanks de sterke stroming. Die er midden in de rivier was. Wat was het geheim van die oude pont? Het geheim daarvan kon je zien als de pont dicht bij de wal kwam: dan kwam er een staalkabel boven water. De pont werd geleid door een kabel. En die kabel was aan beide oevers verankerd.

Van de pont van Krimpen neem ik je nu mee naar de hemel. Wat is nu mijn geloof, mijn hoop, en niet alleen die van mij, maar ook van mijn vrouw en kinderen? De Here Jezus heeft een verbinding gemaakt tussen dit leven en de hemel. Het anker van ons leven ligt niet ergens beneden ons, maar boven ons. We zijn door de Here Jezus verankerd aan de overkant.

Ja, we moeten weer varen, nu de storm voorbij is en de schade nog groot. Een jong gezin als dat van Peter bevindt zich midden in het leven, midden in de rivier. Daar is de stroming het sterkst. Soms lijkt het of de stromende rivier je meeneemt. De andere kinderen en hun gezinnen ondervinden dat ook. Mijn vrouw en ik varen een stuk dichter bij de overkant. Maar waar we ook varen, hoe ver we ook zijn: ons geheim, onze kracht is dat anker aan de overkant. Ons geloof is als de ketting waar we ons mee voort trekken.

Het voorbeeld heb ik verzonnen. Maar in de kern staat dat beeld van het anker in de Bijbel. Het is een moeilijke tekst. Probeer het even rustig te lezen. En als je het gelezen hebt, vouw je handen en bid om dat geloof en vertrouwen, die visie op Jezus. 
‘Onze toevlucht is het vast te houden aan de hoop op wat voor ons in het verschiet ligt. Die hoop is als een betrouwbaar en zeker anker voor onze ziel, en gaat ons voor tot voorbij het voorhangsel, waar Jezus als voorloper al is binnengegaan, ten behoeve van ons: hij is hogepriester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek dat was’. (Hebreeën 6: 18-20).

Verankerd aan de overkant. Normaal gesproken gooit een schipper zelf zijn anker uit. Hij gooit het overboord, in de diepte van de zee of van de rivier. En daar verdwijnt het in. Je kunt het niet meer zien. Ons anker ligt vast in de hemel! Wij hoeven ons anker niet uit te gooien. Maar de Here Jezus nam bij wijze van spreken ons anker mee naar omhoog, naar de overkant. Zijn verblijf daar garandeert onze verankering. En wie gelooft, is als die eenvoudige veerman. Sterren en strepen zijn niet nodig. Wel vertrouwen. Vertrouwen op de Here Jezus dat Hij, toen Hij naar de hemel ging ons anker heeft vastgemaakt.

In de kamer van mijn opa (haringvisser) en oma hing boven de bedstee een tekst. Ik weet niet waar die tekst op zwarte achtergrond en in een grote lijst gebleven is. De tekst zelf heb ik altijd onthouden.

Het was ook zo’n soort gebed:

Zolang ik vaar op ’s levenszee
Geef mij, o HEER, een goede ree
Opdat niet op de jongste dag
Mijn ziel eens schipbreuk lijden mag 

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.