Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Hoe U2 me de wereld in zong...

Gert-Jan Segers over zijn liefde voor de Ierse band

Wat is het geheim van U2? Vanavond wordt 'Onder een bloedrode hemel - 40 jaar U2 door Nederlandse ogen' gepresenteerd in Paradiso. Door de diepe en vaak religieuze teksten heeft de Ierse muziekgroep ook veel christelijke fans. ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers schreef een hoofdstuk in dit boek over hoe hij fan werd. EO.nl/geloven mag dit hoofdstuk exclusief voorpubliceren.

Het was in de beginjaren van U2 en drie van de vier leden van de band werd genadeloos het mes op de keel gezet. Bono, The Edge en Larry Mullen jr waren lid van een evangelische Kerk – Adam Clayton was en bleef een agnost – waarvan een prominent lid verklaarde een woord van God voor hen te hebben ontvangen. Ze moesten kiezen: God of de wereld, de kerk of dat luidruchtige bandje van ze. Het was een strenge stem, die ik heel goed herken en die ik al zo vaak deze valse tegenstelling heb horen poneren. Het was ook meer een geestelijk bevel dan een echte vrije keus: stop met U2. Na enige bedenktijd besloten de drie Ierse jongens niet te buigen. Sindsdien raken bij U2 aarde en hemel elkaar nog steeds regelmatig. 

Niet lang na de keus van U2 om gewoon U2 te blijven, fluisterde een klasgenoot van me op het christelijk gymnasium te Leeuwarden me de naam van zijn favoriete band toe. Hij klonk me obscuur in de oren en het uiterlijk van de zanger kwam me even droevig voor als die van andere sterren in de muzikale woestijn van de jaren tachtig. Wham!, DuranDuran, Bono; jongens met moeilijk haar en een matje waarvan ik vurig hoop dat het nooit meer in de mode komt. En toch. Als ik beter naar mijn klasgenoot had geluisterd, had het niet zo lang hoeven te duren totdat U2 me echt vol en tot tranen toe raakte.

Vanaf najaar 2000 woonde ik met mijn gezin in Egypte en een jaar later, op 11 september om precies te zijn, werd ik hardhandig uit mijn toeristenfase gebombardeerd. Ik had tot die tijd mijn culturele ongemakken gehad, maar die waren te overzien. Wat overheerste was vooral het gevoel dat alles zo boeiend en interessant was. Totdat ik de vliegtuigen de torens in New York binnen zag vliegen en ik op straat in Cairo zag en hoorde hoe mensen zich daar vrolijk over maakten. Dat was allesbehalve boeiend en interessant. Het was verbijsterend. Ik zag beschavingen botsen en zag een kant van Egypte die ik nog niet eerder had gezien. Het is me daarna gelukt om mijn gedachten etnisch en religieus te zuiveren en niet iedereen over één kam te scheren. En het is me gelukt om tot mijn laatste dag daar in 2007 het gesprek aan te blijven gaan met iedereen die ‘ja maar’ zei na de vele daden van haat en terreur die na 11 september 2001 zouden volgen.

Het was een halfjaar na 9/11 dat ik op tv U2 zag optreden tijdens de rust van de Super Bowl, het allergrootste sportevenement in de VS. Op een enorm doek achter de band stegen vanuit de aarde de namen van de honderden, duizenden slachtoffers van de aanslagen op, omhoog richting de hemel. Tijdens het intro liep Bono met gebogen hoofd over het hartvormige podium, en prevelde de eeuwenoude woorden van David uit psalm 51:  ‘Oh Lord, open my lips that I might show forth thy praise.’ Hij stopte op het uiterste puntje van het podium en perste er een schreeuw omhoog uit.

The cities a flood
And our love turns to rust
We’re beaten and blown by the wind
Trampled into dust

The Edge zette het machtige intro van ‘Where the Streets Have No Name’ in en Bono paste de tekst licht aan en bezong de intense hoop op een plaats ‘where there’s no sorrow or pain’.

Oh when I go there
I go there with you
It’s all we can do

Een ander kan het melodramatisch hebben gevonden – Bono die aan het eind dat jack van hem opendoet en de Amerikaanse vlag aan de binnenkant laat zien – maar toen is de liefde tussen U2 en mij pas echt goed begonnen. In een sombere, donkere tijd was er even de troost van muziek, waren er woorden die optilden en een verbondenheid die hoop gaf. Als je dat op zo’n moment kunt, dan kun je wat. En als je op de allergrootste podia van de wereld de hemel kunt bezingen en als geloof zich uit in een gepassioneerde strijd voor recht en tegen armoede, dan ben je een band naar mijn hart. En als geloof allesbehalve een doekje voor het bloeden is, dan doe je recht aan de vragen van elke gelovige die met beide voeten op de grond staat en met open ogen het verdriet van deze wereld beziet. Als ik weer de lege ogen van de Ghanese vrouw voor me zie die in Leeuwarden geholpen werd als slachtoffer van gedwongen prostitutie, als ik denk aan de vrouwen die verkracht en verhandeld zijn door isis, dan is Bono’s schreeuw omhoog ook mijn schreeuw: 

Jesus, were you just around the corner?
Did you think to try and warn her?
Were you working on something new?
If there’s an order in all of this disorder
Is it like a tape recorder?
Can we rewind it just once more?

Wake up, wake up dead man
Wake up, wake up dead man.
Wake up, wake up dead man

Vanaf het optreden tijdens de rust van de Super Bowl is U2 er steeds bij geweest op kruispunten in mijn leven. En soms was ik bij hen. Zoals in die tour waarbij Rianne, mijn vrouw, en ik alleen nog maar kaarten voor het concert in Cardiff konden krijgen. We pakten ons autootje, reden via vrienden in Birmingham naar Wales en hadden met 60.000 anderen een geweldige avond. Net als toen ik er met ChristenUnie-collega Carola Schouten bij was toen U2 optrad in de Ziggo Dome en The Edge achter de piano kroop en Bono ‘October’ zong. Zo mooi… Toen ik Egypte in 2007 verliet en via een tussenjaar in de VS in 2008 weer terugging naar Nederland, naderde ik de kritieke leeftijd van veertig en een cruciaal kruispunt in mijn leven. Waar zou ik landen, op een preekstoel of in de politiek? In dienst van God of dienstbaar aan de wereld? Ik had zomaar kunnen gaan geloven in de valse tegenstelling waar de mannen van U2 ooit voor werden geplaatst. Maar zoals U2 vaak hun concerten besloten met ‘40’, zo begeleidden ze me richting een belangrijke keus die ik toen maakte en me op de plek bracht waar ik nu ben.

I waited patiently for the Lord.
He inclined and heard my cry.

I will sing, sing a new song.
How long to sing this song?

You set my feet upon a rock
And made my footsteps firm.

I will sing, sing a new song.
How long to sing this song?

Ooit omschreef de jonge Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer het leven van een gelovige kernachtig als een leven ‘met God, midden in de wereld’. Het leidde er in zijn geval toe dat hij in 1939 de veiligheid van New York achter zich liet en terugkeerde naar zijn vaderland om zich bij het verzet tegen Hitler te voegen. Toen de negentiende-eeuwse Britse politicus William Wilberforce tot geloof kwam en hij worstelde met de vraag of hij in de politiek moest blijven, of dat hij fulltime God moest gaan dienen, zei een vertegenwoordigster van een antislavernijcomité tegen hem: ‘In alle bescheidenheid suggereren wij om beide te doen.’ Het was het begin van een lange politieke strijd tegen het onrecht van de slavenhandel.

Bonhoeffer heeft het einde van de oorlog niet gehaald, maar stierf als martelaar met de hoop op het eeuwige leven. Wilberforce heeft vlak voor zijn dood nog net wel gezien dat zijn lange strijd tegen slavernij werd beloond. Beiden waren mannen van de hoop. En als er nu ergens behoefte aan is, dan is dat het wel. Er is sprake van een verdeeld land, een verdeeld continent, botsende beschavingen, dreiging van terreur, mensen die zich ontheemd voelen, hun toevlucht zoeken bij populisten, mensen die met de rug naar elkaar toe gaan staan. En waar we naar snakken is hoop en politiek van de hoop dat het niet hoeft te blijven zoals het nu is. Ik ben geen Bonhoeffer en geen Wilberforce. Maar ik ben wel het lied gaan zingen, op de melodie van U2, in de schaduw van reuzen als Bonhoeffer en Wilberforce en midden in de wereld van Den Haag en omstreken. Strijdend tegen het kwaad van mijn tijd en voor vrijheid en recht voor iedereen, hier en nu.

En als ik me op en rond het Binnenhof al te zeer thuis ga voelen, als politiek een wedstrijd dreigt te worden en ik dreig te gaan genieten van het spel, dan zal U2 er weer zijn om me de wereld in te zingen. Weg uit het theater, dicht bij mensen voor wie ik het wil doen en in naam van ‘Yahweh’:

Take these hands
Teach them what to carry
Take these hands
Don’t make a fist
Take this mouth
So quick to criticise
Take this mouth
Give it a kiss

Yahweh, Yahweh
Always pain before a child is born
Yahewh, Yahweh
Still I’m waiting for the dawn

Take this city
A city should be shining on a hill
Take this city
If it be your will
What no man can own, no man can take
Take this heart
And make it break

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.