Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

“Ik ben al eens dood geweest”

Singer-songwriter Lucky Fonz III in ‘De Kist’

In zijn paspoort staat de naam Otto Wichers, maar hij is bekend onder zijn artiestennaam Lucky Fonz III. In ‘De Kist’ praat Kefah Allush met hem over leven en dood.

Hij heeft zes albums, twee cabaretprogramma’s en een top-10 hit op zijn naam staan. Hij tourt de hele wereld over en was huismuzikant van De Wereld Draait Door. Kortom: het gaat Lucky voor de wind. Toch zag zijn lever er negen jaar geleden nog heel anders uit. Hij zat toen in een diepe depressie en was zelfs suïcidaal.

“Onsterfelijkheid lijkt me vreselijk.”

Mossels
Bijna een jaar lang gaat het bergafwaarts met Lucky’s psychische gezondheid: dagelijks verlangt hij naar de dood. “Ik had geen toegang meer tot de fantasie die nodig is om je een beter leven voor te stellen. Ik dacht: mijn leven is nu rot, is altijd rot geweest en het wordt nooit beter.” De dood verandert voor Lucky daardoor van iets afstotelijks naar iets aantrekkelijks. De gedachte aan suïcide helpt hem soms zelfs door de nacht heen. “Ik bleef leven omdat het leven in ieder geval een einde had. Daarom lijkt onsterfelijkheid me ook vreselijk. Of dat je vierhonderd jaar oud wordt, zoals sommige mossels.”

Taboe
Inmiddels gaat het een stuk beter met Lucky. Hij is psychisch stabiel en hoopt nog heel lang mee te gaan. Omdat hij zelf heeft meegemaakt hoe het is om suïcidaal te zijn, vindt hij het belangrijk om daarover te praten. “Als je zulke gevoelens hebt dan schaam je je heel erg. Maar die schaamte is juist een extra probleem bovenop al je andere problemen.  Als mensen er open over kunnen zijn, dan lucht dat op. Het is niet schaamtevol om ziek en in de war te zijn.”

"Andere mensen hebben slechte vrienden, ik had mijn oma."

Jaren twintig
Hoewel Lucky tegenwoordig niet meer verlangt naar zijn dood, is hij er ook niet bang voor. “Ik ben al eerder dood geweest. In de jaren twintig was ik er immers ook niet. We weten allemaal hoe het is er om er niet te zijn. Je hoeft alleen maar terug te denken aan de tijd voor je geboorte. Als je doodgaat, ga je terug naar hoe het toen was.”

Met de dood van anderen heeft Lucky het moeilijker. Zo overleed zijn oma tien jaar geleden. Lucky had een hechte band met haar. “Andere mensen hebben slechte vrienden, ik had mijn oma. Ze zei een keer: ‘Lucky, hoe oud ben je nu? Acht? Dan wordt het tijd dat je leert paffen.’ Van de mensen die er niet meer zijn mis ik haar het meest.” Na de begrafenis van zijn oma schreef Lucky twee nummers over haar. Het eerste liedje is het openingsnummer van zijn eerste Nederlandstalige album. Het heet ‘Wat ik zou zeggen als het kon’

Lucky heeft het tweede liedje nooit opgenomen, daar vond hij het te grimmig voor. Het gaat over de manier die zijn oma gevonden had om te kunnen blijven roken in de oorlog en heet ‘Niet op de grond’.

Niet op de grond
In een uitgedrukt peukje zit nog altijd tabak
Dat pulkte je er dan uit en dan rookte je dat
En je rookte het op tot vlakbij je mond
En je gooide je peuken niet op de grond

Niet op de grond

Het rood lampje brandt en de kist daalt al neer
En ik weet het is zinloos maar voor de allerlaatste keer
Met m’n vingers gebogen en mijn hand voor mijn mond
Mompel ik zachtjes ga niet in de grond

Niet in de grond
Niet in de grond

Benieuwd naar hoe ‘Niet op de grond’ klinkt? Bekijk hier de aflevering van ‘De Kist’ (26 februari, 23.15 NPO2)

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.