Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

‘Ik geneer me soms voor het succes’

Voorganger Orlando Bottenbley neemt afscheid

Wie met de auto Drachten binnenrijdt, treft langs de weg een wegwijzer met de tekst ‘Bethelkerk’. Dat bord stond er 28 jaar geleden nog niet, toen Orlando Bottenbley hier als predikant begon. De baptistengemeente groeide van zestig tot drieduizend leden. Het komende seizoen draagt Bottenbley zijn taken over aan zijn opvolger.

Orlando Bottenbley kwam dankzij de enorme groei van zijn gemeente vaak in de publiciteit, maar ook opvallende uitspraken droegen daaraan bij – bijvoorbeeld dat hij zeker weet dat Jezus Christus voor 2035 terugkomt. Hoewel Bottenbley zich rekent tot de evangelische beweging, studeerde hij onder meer aan de gereformeerd-vrijgemaakte universiteit in Kampen. “Ik ben door de gereformeerde theologie gekropen. Hoewel ik het niet met alles eens ben, ontwikkelde zich daar wel mijn theologische degelijkheid.”

In 1988, toen u net begon in Drachten, zei u
 in Visie dat reformatorische christenen kunnen leren van de blijdschap van evangelischen en evangelischen van de gereformeerde diepgang. Hoe is dat nu, 28 jaar later?

“De evangelische beweging heeft zich geweldig ontwikkeld. Steeds meer voorgangers hebben een master in de theologie. Dat is een verbetering van het onderwijs. En reformatorischen hebben een zekere omslag gemaakt naar eigentijdse kerkdiensten, maar nog onvoldoende. Hun wijze van kerk-zijn staat nog te ver van 
de samenleving. In 28 jaar is dat minimaal veranderd. Reformatorischen die bijvoorbeeld een New Wine-conferentie bezoeken, en daar blijmoedig en spontaan vieren dat ze Gods kinderen zijn, botsen in hun eigen gemeente tegen een patroon dat door de eeuwen heen heeft standgehouden. Ze kunnen hun vrienden, familie of collega’s niet naar hun eigen kerkdiensten meevragen, zeggen ze tegen me. Zij zouden dan belanden in een cultuur die haaks staat op de hedendaagse samenleving.” 

‘Als liederen onbegrijpelijk zijn, bereik je toch geen mensen met het evangelie?’

Is dat niet de kern van het evangelie, dat de kerk een tegencultuur vormt?

“Bill Hybels zegt: de kerk is een veilige omgeving om een gevaarlijke boodschap te horen. Als liederen onbegrijpelijk zijn, bereik je toch geen mensen met het evangelie? In onze avonddiensten richten we ons op verschillende doelgroepen. Voor meer traditioneel gezinde mensen nodigen we het Urker Mannenkoor uit. Maar als we zangeres Pearl Jozefzoon op het podium hebben, kan ik voorspellen dat er ander publiek komt.”

Hoogmoed afgeleerd
Als het over de Bethelkerk gaat, wordt door veel mensen steevast genoemd dat de kerk gegroeid is dankzij ‘de charismatische dominee Bottenbley’. Hoe voelt dat?
“Dat voelt heel neutraal. Ik krijg vaak de vraag of ik niet hoogmoedig word van
het succes. Hoogmoed is me gelukkig al vroeg afgeleerd, na een van mijn eerste preekbeurten. Ik studeerde nog en mocht voorgaan in een plaatsje in Noord-Holland. Na de dienst gaf een oudere man me een heel stevige boerenhand. ‘Het was een machtige preek,’ zei hij. En toen trok hij zijn hand terug en zei: ‘Maar o wee als je hoogmoedig wordt!’ Het was alsof de stem van God tot mij sprak. Want ik was er gevoelig voor! Ik was een ambitieuze vechter. Omdat ik uit een arm gezin kwam, wilde ik me bewijzen. Het komt dus uit mijn tenen als ik zeg dat het succes van de Bethelkerk Gods genade is. Als mensen wijzen op onze grote gemeente, op mijn diploma’s en de plekken waar ik allemaal kan spreken, denk ik niet: wow, ikke! Gelukkig niet!” 

De lovende woorden kunnen ook leiden tot druk om de verwachtingen te blijven waarmaken...
“Ik kán mezelf niet bewijzen, ik hóéf het niet en ik wíl het niet. Ik doe wat ik kan, met een enorme drive en passie. Ik heb veel meegemaakt; moeilijke keuzes, beslissingen, crises. Ik heb er gelukkig nooit een nacht wakker van gelegen. Dat heeft deels te maken met mijn karakter en ook omdat ik weet dat ik mijzelf maximaal inzet, maar dat God de rest moet doen.” 

Meer energie na kanker
Bottenbley vertelt dat hij rond het jaar 2000 twee keer kanker heeft gehad. De eerste keer was het levensbedreigend. In de operatiekamer zei de chirurg dat de ingreep het begin van het einde kon zijn óf het begin van herstel. Het bleek het laatste. “Ook in die periode heb ik nooit een slapeloze nacht gehad. Ik kon het echt in Gods hand leggen.” Nu ik zo langs de rand ben geschuurd, realiseer ik me dat het leven een geschenk is waar je goed mee om moet gaan.” Opnieuw stralend: “God geeft me nog jaren om in Zijn Koninkrijk door te gaan. Na die operaties kreeg ik veel meer energie dan voorheen; ik wilde er nog eens maximaal uithalen wat erin zat. Deze maand hoop ik 65 jaar te worden. Ik krijg kriebels van het woord pensioen, het idee dat je aan de kant komt te staan. Ik gun mijn leeftijdsgenoten dat ze uitslapen, met vakantie gaan of vrijwilligerswerk doen. Maar ik ben er nog lang niet aan toe. Ik heb nog veel te bieden. Dat zeg ik niet uit hoogmoed. Ik wil graag doorgeven wat ik ontvangen heb.” 

‘Ik heb nog veel te bieden’

Het is een hardnekkig beeld dat in de Bethelgemeente vooral christenen komen die zijn ve trokken uit andere kerken in Friesland. Kortom: u trekt de kerken leeg.
“Een klein percentage komt uit de kleine gereformeerde kerken. De meeste nieuwkomers hebben een PKN-achtergrond, maar zijn soms vijfendertig jaar niet meer in de kerk geweest. Of ze kwamen er wel, maar vinden de preken te vrijzinnig. Ook bereiken we onkerkelijke mensen en christenen die verhuisd zijn naar onze regio en zich bij de Bethelgemeente aansluiten. Als bijvoorbeeld vrijgemaakten in Drachten naar een New Wine-conferentie zijn geweest en in hun eigen kerk geen gehoor vinden, komen ze naar ons. Dan zeg ik: investeer in je eigen kerk en praat met je eigen dominee. Als ik die betreffende dominee spreek, zeg ik: praat eens met die en die, want je dreigt hem kwijt
 te raken. Ik wil helemaal geen mensen wegtrekken uit andere kerken. Wat zijn
 wij de afgelopen jaren soms te schande gezet en belachelijk gemaakt! Toen ik 28 jaar geleden kwam, werden mensen in hun kerk gewaarschuwd tegen Bottenbley. Drie dominees hebben inmiddels hun excuses aangeboden.”

Er is trouwens ook een andere kant. Want, zegt hij, je kunt kritiek hebben op de aantrekkingskracht van Bethel op christenen uit andere kerken, maar je kunt ook de vraag stellen waaraan het ontbreekt bij andere kerken. Wat maakt dat mensen er weg willen?

Hij aarzelt even, zit ongemakkelijk met de armen over elkaar. Dan: “Ik zeg het nooit in interviews, maar zulke predikanten zijn ook een beetje jaloers. Begrijpelijk, want ik zie dat predikanten en ook evangelische voorgangers die zich maximaal inzetten tóch gemeenteleden verliezen. Terwijl in de Bethel een constante groei en ontwikkeling is. Dan is het vervelend om te zeggen: bij ons gaat het goed.” 


‘Ik wil helemaal geen mensen wegtrekken uit andere kerken’

U geneert zich ervoor?
“Jazeker. Soms ben ik bij bijeenkomsten waar we een rondje maken om mooie dingen te mogen delen. Dan zegt iemand blij te zijn dat er tien tieners gedoopt zijn
– en ik deel dan oprecht in zijn vreugde. Tegelijkertijd hoop ik dat ze mij niets vragen, want ik moet dan vertellen dat er bij ons in de gemeente veertig tieners zijn gedoopt of vijftig nieuwe leden zijn toegetreden. Als ik de jaarboekjes van landelijke kerkgenootschappen zie, is er soms een jaarlijkse groei van 25 leden. Wij groeien jaarlijks met 150 tot 200 leden, veelal voorheen niet-gelovigen. Soms schaam ik me ervoor dat er in onze diensten weleens 150 mensen tot geloof komen. Het zijn zaken die ik liever niet vertel, want dan lijkt het weer het succesverhaal. Maar dat ís het ook. Kerkleiders en journalisten vragen me vaak naar ‘het geheim’ van de Bethel. Hier is geen makkelijk antwoord op; de Heilige Geest doet iets waar ik zelf verbaasd over ben. Maar als ik dat zeg, klinkt dat weer zo vroom... De vraag is meestal: vertel wat jouw aandeel is. Maar om één mensenleven te veranderen, is er echt meer nodig dan uitstekend drama, muziek, techniek en video in de kerkdienst. We zetten het maximale van wat God ons toevertrouwt in om mensen in contact te brengen met Jezus. Maar als ik na een preek wil afsluiten met een oproep om je leven aan Jezus te geven, ervaar ik iedere keer een strijd om dat daadwerkelijk te doen. Want dan zit mijn taak erop en moet de Geest het doen.”

Waar bent u dan bang voor?
Zacht: “Dat niemand zijn hand opsteekt...”

Is dat weleens voorgekomen?
“Nooit. Dan geneer ik me weer. Als ik dat tegen collega’s moet zeggen, denk ik: wéér zo’n succesverhaal. Welk onderdeel je ook noemt – al zijn er ook problemen en zorgen – de zegeningen zijn zó groot en zó veel. Ik kan alleen maar zeggen: dit is geen verdienste van Orlando Bottenbley, maar van wat God in mensenharten bewerkt. Ik heb niets om trots op te zijn!” 

Enorme overgang
Het komende seizoen zal hij zijn opvolger Jacob Folkerts coachen in het werk. Folkerts komt van een gemeente van 150 zielen op Texel naar drieduizend in Drachten. “Dat is een enorme overgang. Ik wil hem leren om met een helikopterblik naar de gemeente te kijken. Vanaf januari ga ik me steeds meer terugtrekken. Zo krijgt hij voldoende de ruimte om de gemeente te leren kennen. Daarna ga ik verder met gemeentes coachen in vernieuwing en verandering om mensen te winnen voor Jezus.”

En dat wilt u tot 2035 doen?
Hij lacht smakelijk. “Ja, totdat Christus komt! Toen ik voor het eerst zei dat Jezus voor 2035 terugkomt, zei ik dat de schepping in barensnood was. Dat was nog vóórdat Al Gore een film maakte over klimaatverandering. Maar kijk ook wat er gebeurt in Israël, hoe duizenden Joden per jaar terugkeren. Het staat in de Bijbel en je ziet het gebeuren!”

Er staat ook in de Bijbel dat, op de Vader na, niemand weet wanneer Jezus terugkomt.

“Ik heb nooit een precieze datum en uur genoemd. Wat ik heb gezegd is: het kan niet langer dan 25 jaar duren. Maar ik waag me niet aan jaartallen.”

Ziet u ernaar uit?
“Ik zie er intens naar uit. Wij zijn zo op economische welvaart gericht dat we gekluisterd zijn aan deze wereld. Ik heb soms moeite met mijn rijkdom en welvaart als ik zie dat miljarden mensen lijden: lichamelijk, sociaal en economisch. Ik bid dan dat Jezus spoedig komt. Het is voor mij geen aangeleerde boodschap, het komt uit mijn eigen poriën.”

Dan is het even heel stil in de kamer als hij, licht geroerd en in twee zinnen maar, iets vertelt over zijn oudste zoon Joël – zessendertig jaar, doofblind en met een zeer laag begripsniveau. Communiceren gaat via aanrakingen. “Als hij bij mij op schoot zit, roep ik het weleens uit: ‘Heer Jezus, kom spoedig!’ Dan zal Joël voor het eerst mijn stem horen en zien wie ik ben.”


Tekst: Sjoerd Wielenga
Beeld: Miss Jack

Dit interview is afkomstig uit EO Visie. 

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.