Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

'Ik ging mijn zonden steeds meer haten'

Na overmatig drank- en drugsgebruik bekeert Fred zich tot God

“Je moet niet mooi doen, maar mooi zijn. Zoals God je gemaakt heeft.” Die woorden komen uit de mond van de 42-jarige Fred de Bree. Als ik hem ontmoet, oogt hij vriendelijk, ontspannen. Toch gaat er achter die open blik een heel verhaal schuil: “Ik heb heel diep moeten gaan om God te leren kennen.”

Drugsgebruik en ‘in elke stad een ander schatje’. Het speelt zich allemaal zo’n twintig jaar geleden af in Freds leven. “Ik gebruikte verschillende soorten drugs, onder andere speed, xtc-pillen  en af en toe cocaïne.” Ook voor drank heeft hij op dat moment een zwak:  “Soms dronk ik op een zaterdag zo een krat weg. Ik kon er heel goed tegen.” Toch geeft de drugs en alcohol hem niet de voldoening waar hij naar zoekt. “Op een avond slikte ik een handvol xtc-pillen. Bij thuiskomst stak ik nog een joint op. Ik was vreemd genoeg nog best helder en dacht: ‘Nu ben ik er klaar mee.’ Vanaf dat moment heb ik geen pil meer gebruikt.”

Zware jeugd
Rouw loopt al op jonge leeftijd als een rode draad door Freds leven. Rond zijn derde levensjaar besluiten zijn ouders uit elkaar te gaan. Een jaar later volgt nog een harde klap: een van zijn broertjes komt door een ongeluk om het leven. En alsof dat nog niet verdrietig genoeg is, overlijdt een paar jaar later ook zijn oudste broer. Fred is dan pas zeven jaar. “Ik weet niet zoveel meer van mijn jeugd”, legt Fred uit. “Maar wat ik me wel herinner, is dat rouw een grote rol speelde binnen ons gezin.”

Na de scheiding van zijn ouders woont Fred tot zijn vijftiende bij zijn moeder. Dan treft het noodlot hem opnieuw: zijn moeder krijgt een hartaanval en overlijdt op 48-jarige leeftijd. Fred leefde met zijn oudste zus bij zijn moeder, maar na haar overlijden vertrekt hij al vrij snel naar zijn vader. “Met mijn zus samenwonen ging niet heel lekker, dus ben ik bij mijn vader gaan wonen. Daar mocht ik iets meer. Ik hoefde gelukkig niet meer naar de kerk, want dat vond ik verschrikkelijk.”

"De liefde waar ik naar zocht, kreeg ik door drank en drugs"

De vrijheid die hij bij zijn vader krijgt, luidt onbedoeld het begin van zijn drugsgebruik in. “Ik ging ’s weekends wel eens weg. Tijdens het uitgaan kwam ik mensen tegen die drank en drugs gebruikten. De liefde waar ik naar zocht, kreeg ik door drank en drugs. Je zoekt toch naar mensen die jou begrijpen, een soort bevestiging geven.” In die periode begint Fred ook actief te gebruiken. “Tijdens feesten zat ik wel eens helemaal onder de drugs. Ik handelde er ook in.” Ondanks zijn drugsgebruik houdt hij zich in zijn dagelijkse leven goed staande. “Ik werkte bij mijn vader, in de bouwwereld. Als hoogsensitieve jongen in een mannenwereld. Dat was niets voor mij.”

Satan op z’n slofjes
Hoewel Fred dus het verkeerde pad kiest, trekt het geloof dan al zijn aandacht. “Het kriebelde wel eens heel ver weg, het geloof. Maar ik wilde het niet. Ik wilde niet naar de kerk, ik was een vrije vogel.” Achteraf gezien is het geduld van God één van de dingen die hem diep raakt. “Drugs- en overmatig alcoholgebruik is echt een blokkade om tot God te komen. Satan komt niet altijd op zijn klompjes, maar meestal op zijn slofjes. Hij boezemt je in dat het allemaal wel meevalt, om je zo ver mogelijk bij God vandaan te houden. Maar God heeft jarenlang op me gewacht. Hij stond daar allang met open armen. Dat is maar goed ook, want anders was het niet best met me afgelopen. Ik was geen junk, maar het is geen weg die je lang volhoudt.”

Uiteindelijk verruilt Fred de bouwwereld voor de gehandicaptenzorg en psychiatrie. Ook zoekt hij hulp bij een psycholoog. Het doet hem goed. “Ik was aan het eind van mijn Latijn. Maar door de gesprekken met de psycholoog en mijn andere werk begon ik langzaam maar zeker te veranderen.”

De zonden haten
Ondanks dat het beter met hem gaat, is er één last die op zijn schouders blijft rusten: zijn zonden. Hij gebruikt geen drugs meer, maar rookt en drinkt nog wel. “Ik begon mijn gedrag steeds meer te haten. Het voelde zo leeg. Als ik weer eens had gedronken, kwam ik overstuur thuis.”
In de sportschool voert hij dan al regelmatig goede geloofsgesprekken met een jongen die ook een drugsverleden heeft en recent tot geloof is gekomen. 

"Ik riep dat ik God als Verlosser aannam"

Zijn eigen ommekeer komt afgelopen januari. “Ik sprak weer met diezelfde jongen in de sportschool. Ik werd agressief toen ik hem zag, terwijl ik dat normaal helemaal niet ben. Hij zat tijdens zijn werk met zijn telefoon te spelen en dat irriteerde me. Toen ik hem daarop wees, draaide hij zich heel rustig om en zei: ‘Dit is niet de Fred die ik ken’. Dat maakte me alleen nog maar agressiever. Op een gegeven moment stokte mijn stem en kon ik niet meer praten. Hij zei: ‘Dit ben jij niet’ en liep weg.” Als de jongen terugkomt, heeft hij een grote glimlach op zijn gezicht. “God sprak door hem heen: nu is de tijd. Ik weet niet meer precies hoe het ging, maar blijkbaar heb ik toen geroepen dat ik God als mijn Verlosser aanneem.”

'Ik zit elke week huilend in de kerk'
“Ik ging verward naar huis en ben gaan slapen. ‘S nachts kreeg ik een hele heftige droom: ik vloekte alles bij elkaar en sloeg alles aan puin. ‘Yes’, zei God de volgende ochtend tegen mij. ‘Nu weet je dat ik besta. Dat was de duivel die je nog even wilde pakken.’ Ik kreeg er kippenvel van. De zonden van vroeger waar ik zo mee worstelde, het was weg! Ik heb geen druppel meer gedronken en geen peuk meer aangeraakt. Het is echt een wonder!”

"Ik heb heel diep moeten gaan om Hem te leren kennen"

Sinds die dinsdag in januari voelt Fred zich letterlijk een ander mens. Bevrijd. “Ik zit elke week achterin de kerk alleen maar te huilen”,  vertelt hij. “Ik kan vaak niet eens normaal zingen. Ik word zó geraakt door de Heilige Geest.” Afgelopen april, met Pasen, doet hij belijdenis. “Ik heb heel diep moeten gaan om Hem te leren kennen, maar blijkbaar was het nodig.”

Vanaf nu wil Fred alleen maar vooruit kijken. “Ik praat niet graag over mijn verleden. Je moet ook niet achterom kijken. Ik bedoel het niet makkelijk, maar God heeft mij vergeven. Die genade van Hem overstijgt alles. Ik ben maar een klein lichtje, een dof diamantje.” De regie over zijn leven in Gods handen leggen, is voor Fred wel even wennen. “Het is moeilijk om God voorop te stellen. Hij heeft nu de teugels in handen, ik niet meer. Ik wil heel graag naar het evenbeeld van God leven, maar soms zijn de kleinste gedachten voor mij al de grootste zonde. Ik ben zó dankbaar wat Hij voor me heeft gedaan, ik zou het verschrikkelijk vinden om Hem pijn te doen. Als ik probeer naar Zijn evenbeeld te leven, hoop ik dat ik straks in de hemel in een hoekje mag zitten. Ik zou het niet eens aankunnen, naast Zijn troon.”

'Het geloof moet de wereld in'
Nu Fred zich heeft bekeerd, neemt het geloof een vaste plek in bij zijn werk als mental coach. Ook daar mist het enthousiasme over het geloof zijn uitwerking niet. Vaak raakt hij met zijn klanten over het geloof aan de praat. Mooie gesprekken, vindt hij. “Drie vrouwen die twijfelden aan het geloof, gaan nu weer naar de kerk. Laatst heb ik voor het eerst met iemand gebeden.” Naast zijn werk probeert hij ook op andere plekken het geloofgesprek aan te gaan, zonder zich op te dringen. “Het geloof moet de wereld in. Vol zijn van God is het mooiste wat er is. Als ik erover praat, dan vlieg ik.”

Tekst: Janet Freriks
Beeld: B-Picture

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.