Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Is Jezus God? 5 redenen voor het christelijke geloof

5 redenen voor de kern van het christelijke geloof

Jezus is het gesprek van de dag, nadat vorige week de glossy 'Jezus' opeens tussen andere tijdschriften te vinden was. Was Hij Gods Zoon? Of gewoon een goed mens? Eén van de initiatiefnemers Reinier Sonneveld neemt ons mee in een denkexperiment.

Stel dat God zich ergens gaat ‘belichamen’ en je kijkt om je heen in de geschiedenis – wie is dan de beste kandidaat? Van alle mensen die je kent, wie geef je dan de beste kans op zo’n goddelijke status? 

Dit is een denkexperiment: ik begin met ‘stel’. Je hoeft niks voor waar aan te nemen, ik leid je alleen door een gedachtegang. Die begint met de hypothese dat er een God is die zich om ons bekommert. Dat is de enige God die onze aandacht waard is. Een God die geen liefde is – terwijl wij dat wel willen zijn en ook moeten zijn – zo’n God hoef je niet te dienen. Een God die zich om ons bekommert – wil liefde enige betekenis hebben – zal actief meewerken om onze problemen op te lossen.

Als we om ons heen kijken, constateren we eenvoudigweg dat dit niet overal in dezelfde mate en ook niet meteen gebeurt – het beruchte probleem van het lijden, dat de vraag stelt waarom God niet direct alle problemen heeft opgelost. Het antwoord van de christelijke traditie komt erop neer dat God dit niet kan als hij ons werkelijk de ruimte geeft om onszelf te zijn, maar voor nu houd ik het bij de waarneming dat, als er een God is, hij in elk geval in diverse ‘intensiteiten’ met ons bezig is. Hij dringt niet op alle plaatsen en in alle mensen evenzeer door. Er zijn situaties van verschrikkelijke ellende én van opperst geluk, er zijn kwaadaardige mensen én heiligen.

Gezien hoe divers deze God met ons bezig is, zal hij ook eens ergens in iemand het meest intiem werken. Deze persoon is van iedereen het meest gastvrij voor zijn invloed. Hij of zij is het fijnst op hem afgestemd en belichaamt hem het meest precies. Nergens is God zo dichtbij als in hem of haar. Omdat hun band zo hecht is, kun je zo iemand uitstekend zoon of dochter van God noemen. Het belangrijkste idee van het christendom is dat Jezus deze persoon is.

De Bijbel en de traditie dragen hier diverse aanwijzingen voor aan. Deze komen hier op neer: van alle mensen die we kennen, passen wat we van een liefdevolle God kunnen verwachten en hoe we over Jezus denken, het beste bij elkaar:

1. We herkennen Jezus overal als goddelijk
Je kunt ervan uitgaan dat de ultieme openbaring van God breed als zodanig wordt herkend. Natuurlijk is het theoretisch mogelijk dat ergens in een uithoek van de geschiedenis een nog grotere Jezus is geweest, maar je zou verwachten dat dit grote nieuws zich dan toch verspreid zou hebben. Als er een God is die zich werkelijk om ons bekommert, zal hij het niet laten gebeuren dat de beste informatie die we over hem hebben, in de vergetelheid verdwijnt. Als er bovendien een God is, dan zullen zijn eigen schepselen toch zijn signatuur opmerken. Zo’n buitenkans blijft lastig verborgen. Daarom ligt het voor de hand vooral te zoeken bij de grotere religieuze tradities.

Het is bovendien praktisch onmogelijk alle sektes ter wereld op een ‘onbekende super-Jezus’ te onderzoeken. Dat is feitelijk ook al gedaan. De aanhangers van die sektes en hun naaste omgeving hébben hun ‘onbekende super-Jezus’ onderzocht en toch niet uit de vergetelheid kunnen redden. Deze figuren hebben de kritische vragen blijkbaar niet kunnen doorstaan. De leiders van de grotere religieuze tradities hebben daarentegen deze juist keer op keer weten te doorstaan en zijn daarom serieuzere kandidaten voor vacature ‘Gods ultieme openbaring’.

Zo gezien is Jezus zelfs de meest serieuze optie, omdat het christendom al lange tijd de grootste religie is en nog steeds jaarlijks groeit. Er is geen reden om te denken dat mensen voor een religie klakkelozer kiezen dan tegen. Elke keer als iemand zich bekeert tot het christendom, maakt hij of zij reële afwegingen tussen de ideeën die diegene kent en kiest diegene voor Jezus als beste optie. Dit is precies wat je zou verwachten als een zorgzame God zich ergens ultiem openbaart: dan laat hij zich herkennen. 

2. Jezus zag zichzelf als goddelijk
Als God zich ergens vergaand laat kennen, zal de omgeving dat niet alleen opmerken, maar ook de persoon in kwestie. Er zijn wel verhalen over mensen waar God doorheen werkt zonder dat ze het beseffen. Dat is bijvoorbeeld een element in de Joodse legende van de 36 rechtvaardigen: elke generatie zal zijn eigen ene rechtvaardige hebben, die helemaal afgestemd op God leeft en alle verdriet van de mensheid draagt – maar zonder dat iemand het beseft, inclusief de rechtvaardige zelf.

Het zóu kunnen, maar possibilities are cheap: er is zoveel mogelijk, maar je kunt er weinig mee. Misschien is er ergens toch wel een eenhoorn. Maar als niemand daarover serieus bericht, moet je er redelijkerwijs vanuit gaan dat die eenhoorn niet bestaat.

Als God zich ultiem aan iemand verbindt, zal de omgeving diens morele kracht opmerken en dat bespreken. En als God werkelijk zo iemand tot grote daden wil opstuwen, die herinnerd blijven en mensen hoop geven, dan moet diegene daar toch vrijwillig aan kunnen meewerken. Het ligt daarom voor de hand dat als God de geschiedenis radicaal wil veranderen, de centrale persoon dit ook beseft. Ook dat maakt het aantal kandidaten weer een stuk kleiner: er zijn maar weinig mensen die zoiets over zichzelf beweren en zeker heel weinig die we daarin serieus kunnen nemen.

3. Jezus’ levensbeschrijving staat historisch sterk
Als God zich werkelijk zo diep openbaart, zal dat ook bij grondig onderzoek standhouden. En inderdaad staan de historische claims van het christendom verrassend sterk. Het Nieuwe Testament is grotendeels binnen een halve eeuw na Jezus’ dood geschreven, de Koran pas na ruim twee eeuwen (daarvoor werd die, volgens moslims zelf, mondeling overgedragen), en de teksten over Boeddha nog veel later.

Bovendien gaat het telkens over een unieke openbaring die alleen de profeet zelf kan controleren, terwijl de centrale claims van het christendom zich buiten Jezus’ hoofd afspeelden en daarmee publiek zijn. Jezus zelf heeft niets genoteerd, het zijn mensen die stellen ooggetuigen te zijn en dat, met gevaar voor eigen leven, doorgeven. Er zijn wel meer godsdienstfanaten, maar dit waren mensen die hun beweringen konden controleren.

Nu zijn er heilige teksten die door de profeet zelf al zijn genoteerd (zoals het Boek van Mormon) maar daarin struikel je telkens over feitelijke onjuistheden. Het is een wetenschappelijk feit dat de aarde en het leven niet in 6 dagen is geschapen. Een profeet die iets dergelijks letterlijk beweert en toch bovennatuurlijke ingevingen claimt, heeft een probleem. Nu schrijft de Bijbel Jezus ook diverse wonderen toe, maar dit is wetenschappelijk juist allerminst onmogelijk: het is een filosofische keus dat uit te sluiten.

Als je echter in een liefdevolle God gelooft die zelf boven de natuurwetten staat – en daar ga ik in dit hele denkexperiment van uit – dan passen daar juist heel goed dat soort bovennatuurlijke ingrepen bij. De evangeliën zijn daarmee de enige belangrijke religieuze boeken waar de wetenschap geen feitelijke onjuistheden in heeft aangewezen.

4. Jezus gedroeg zich ook goddelijk
De persoon waarin God het meest doorwerkt zal ook het meest op hem lijken: die zal ongekend weinig kwaad doen of zelfs helemaal niet. Er zijn maar weinig mensen over wie dat überhaupt beweerd wordt en waar mensen dat langere tijd geloven. Sterker nog, behalve Jezus wordt dat over geen enkele grotere religieuze leider geloofd. Boeddha, Mohammed, Joseph Smith van de Mormonen, enzovoorts, die worden allemaal gezien als feilbare mensen en zo zien ze zichzelf ook – alleen hun boodschap is feilloos.

Nu is er geen harde reden waarom ergens in de geschiedenis een mens per se zondeloos zou moeten zijn. Maar als God zich ergens ultiem zou openbaren, past het er wel bij en als dat vervolgens ook over iemand beweerd wordt die je toch al van enige goddelijkheid kon verdenken, is dat een extra aanwijzing.

Binnen de tweehonderd pagina’s in mijn bijbeltje die gewijd zijn aan Jezus’ levensbeschrijving, staan maar vier gebeurtenissen die je eventueel als falen kunt typeren, een halve pagina. Neem dat bekende vervloeken van de vijgenboom: alles wijst erop dat deze al verrot wás en bovendien is het wel vergezocht om het doden van een plant een zonde te noemen. Zelfs veganisten zouden dan seriemoordenaars zijn. Andersom zijn er juist tientallen verhalen waar je een zeldzame morele grootheid ziet schitteren. Vergelijk dat met een willekeurige biografie van enige held uit de geschiedenis. Als er íemand op enige perfectie staat kan maken, aldus Gandhi, ‘kwam Jezus zo dicht bij perfectie als maar mogelijk is’.

5. Ik ken geen betere kandidaat
Als Jezus echt de ultieme Godsopenbaring is, dan moet hij dus Gods karakter weerspiegelen, maar daarin ook niet overtroffen worden. Er zullen dan geen ‘updates’ meer komen. Qua moreel gedrag is het, zoals gezegd, al moeilijk iemand te vinden die nog minder fouten heeft begaan. En als iemand 2000 jaar lang moreel ‘op kop loopt’, of op z’n minst ‘in de voorhoede’ staat, dan is dat een aardige indicatie.

Maar ook inhoudelijk valt Jezus moeilijk te overtreffen. Het is natuurlijk regelmatig geprobeerd. De Islam is daar de bekendste poging toe, en later volgden de Mormonen, de antroposofie, de Moonies, enzovoorts. Maar het is lastig dit serieus als innovaties te zien. Jezus geloofde al in een Vader van iedereen die zelfs zijn vijanden liefheeft en zich met iedereen kan verbinden. De latere verbeteringspogingen herhalen dit of doen er zelfs iets vanaf. Het is zelfs de vraag of je zo’n boodschap nog logischer kunt overtreffen: het gaat over het allergrootste (God) die het allermooiste (liefde) overheeft voor alles (de hele schepping).

Ook in zijn leven ging Jezus daarin tot het logische uiterste: hij omhelst de buitenste randen van de samenleving, mensen die door iedereen werden uitgekotst, en hij gaat daarvoor zo ver dat het niet meer dieper kan, tot in de dood. Het is moeilijk te zien hoe Gods zich nog ultiemer in een mens kán openbaren. Het zou iemand vergen die nog extremer liefheeft dan de mensen die hem aan het doodmartelen zijn – en dat ook weer zonder zich op te dringen – ik vraag me af of dat denkbaar is.

Als je het zo bekijkt, is Jezus ‘uitontwikkeld’. Hij heeft het volle potentieel van het menselijke vermogen bereikt: een volkomen harmonie met God. Het is als met de Mona Lisa: Leonardo da Vinci werkte er ruim 3 jaar aan, maar toen was het ook af. Elke penseelstreek zou het nu beschadigen en het juist lelijker maken. Zo is het ook lastig iets te verzinnen wat Jezus beter had moeten doen. Hij had een staat bereikt die niet meer valt te overtreffen.

Conclusie: geen bewijs
Hierboven ‘bewijs’ ik niet dat Jezus God is. Ik doe ook niet het tegenoverstelde en laat het in het vage. Ik zeg dat als ik aanneem dat er een liefdevolle God is, zijn ultieme uiting het beste bij Jezus past. Die aanname lijkt mij het mooiste uitgangspunt om mee te leven, en als ik dan rondkijk in de geschiedenis, zou ik niet weten wie deze God nog beter zou kunnen vertegenwoordigen dan Jezus. Daarom geloof ik dat Jezus de zoon van God is: het is de beste kans die we als mensen hebben en die kan wil ik met hart en ziel aangrijpen.

Als íemand ons iets duidelijk kan maken over God, ken ik geen betere optie dan Jezus. Als we nog enige hoop hebben tenminste iets van God te leren kennen, zal die Jezus heten. Wie daar eenmaal loyaal aan wordt, kan het ook ronduit zeggen: Jezus is Gods zoon, Jezus is God zelf. De betekenis van Jezus is dat hij duidelijk maakte wie God is.


Auteur: Reinier Sonneveld

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.