Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

"Jezus zou voorop zo'n reddingsboot hebben gezeten"

Interview met Rob Timmerman van Stichting Bootvluchteling

Telkens als hij bootvluchtelingen op het journaal zag, voelde Rob Timmerman (41) een dikke knoop in zijn maag. Hij besloot te stoppen met zijn werk als tv-redacteur bij de EO. Nu is hij als projectcoördinator van Stichting Bootvluchteling betrokken bij het redden van mensenlevens op de Middellandse Zee. “Ik wil later niet denken: waarom deed ik niks?''

“Vorig jaar was ik herstellend van een burn-out, en dacht: ik ben nu 40 en vader van drie kinderen, en steeds vaker komt de vraag terug in wat voor wereld ik wil leven en wat ik deze wereld wil nalaten,” vertelt Rob, die in Houten woont. “Ik kreeg buikpijn als ik naar het journaal keek en de bootvluchtelingen zag, en gevoelens van onmacht. Tegelijk was er ook een stemmetje dat zei: ‘Wacht even, jij kunt wel degelijk iets doen.’ In februari 2016 zag ik een oproep van Stichting Bootvluchteling: ze zochten vrijwilligers die op de reddingsboot op Lesbos wilde werken. Tien dagen later was ik daar. In deze herstelperiode was ik op zoek naar dingen die mij energie zouden geven. Dit was gelijk een ‘hit’.”

Waarom een ‘hit’?
“Omdat ik heel praktisch iets kon doen en kon betekenen in een heel groot en gecompliceerd probleem. Vooraf heb ik echt de tijd genomen om deze vraag te beantwoorden: waarom wil ik dit? Ik formuleerde het zo: ik geloof in een wereld waarin de eerste kennismaking van deze kwetsbare mensen met Europa er eentje is van een uitgestoken hand en een vriendelijk woord. Daar geloof ik in, dat die kwetsbare mensen waardevol zijn – net zo waardevol als jij en ik. Juist in deze rare, verwarrende tijden kun je eindeloos praten over allerlei dilemma’s, en vervolgens niks doen.”

"Je kunt eindeloos over dilemma’s praten en niks doen"

Je was twee weken op Lesbos. Wat blijft je vooral bij?
“Vooral één gammel bootje, vol yezidi’s. Als een soort moederkloek zat er een vrouw met een heel lief gezicht op het dek, haar armen beschermend om een groepje jonge meisjes geslagen. Ze keek me aan met een blik van: ‘Wie ben jij?’ Op dat moment realiseerde ik me dat zij al zoveel moest hebben meegemaakt; haar volk heeft onmenselijk te lijden gehad onder Islamitische Staat. Toen dacht ik: daarvoor ben ik hier, om haar een uitgestoken hand te bieden, een vriendelijk woord te spreken. Zodra ze inzag dat ze bij ons in veilige handen was, ontspande ze. En ik wist: dit is waar ik wil zijn.”

50.000 mensen
Het werk op Lesbos smaakte naar meer. In april 2016 was Rob opnieuw als vrijwilliger in Griekenland. Deze keer niet via Stichting Bootvluchteling of een andere organisatie, maar als onafhankelijk vrijwilliger. “Ik hielp in een groot kamp, in het noorden, waar vooral veel Syriërs vastzitten. Al deze mensen – in heel Griekenland zijn het er wel 60.000 – kunnen geen kant op, omdat ze nog vóór de Turkije-deal waren overgestoken. Daar heb ik zulke mooie ervaringen opgedaan, dat ik besloot: dit wil ik gaan doen. Ik kwam thuis en zei tegen Doortje, mijn vrouw: ‘Dit wil ik met jullie allemaal delen. Ga je mee?’ Diezelfde zomer zijn we als gezin een kleine drie weken naar hetzelfde kamp gegaan.”

Hoe oud zijn ze?
“Mees is 9, Julia is 11 en Lieve 13.”

"Ik was apetrots op onze kinderen"

Lijkt me behoorlijk heftig, met jonge kinderen in zo’n propvol vluchtelingenkamp vol moedeloze mensen neerstrijken… 
Rob knikt. “Lieve zei, voordat we gingen: ‘Waarom gaan we niet gewoon naar Frankrijk, zoals iedereen?’ Maar we hadden er een fantastische tijd. We hebben gevoetbald, vrienden gemaakt, heel veel verhalen gehoord, tekenles gegeven, geklust. En als ik de kinderen er nu over hoor praten, merk ik dat daar een heel mooi zaadje is geplant; elk op hun eigen manier hebben ze geleerd hoe ze er kunnen zijn voor anderen. Ik was apetrots op ze.” 

Keken de vluchtelingen eerst niet gek op: ‘Wat doet een Hollands gezin in ons midden?’
“Ze waren natuurlijk gewend aan de typische vrijwilligers: toch altijd een beetje de rouwdouwers, mensen die wel tegen een stootje kunnen. Deze vluchtelingen voelen zich totaal niet gezien, zitten al maanden ergens opgesloten zonder enige hoop. En opeens passeerden wij de slagboom. Ik had al walkietalkies geregeld; het was een kamp met zo’n 1250 mensen en ik wilde weten waar onze kinderen zouden zijn. Maar vanaf het eerste moment hebben deze vluchtelingen zich zo ongelofelijk ontfermd over onze kinderen: hartverwarmend.”

Waar zit ‘em dat in?
“We hebben onszelf als gezin ook kwetsbaar gemaakt, door daar met onze kinderen te komen. Dat had ik me vooraf niet gerealiseerd, maar als je kinderen meeneemt, is dat voor hen een blijk van vertrouwen – ze voelen zich weer mens.”

Een financiële aderlating
Toen Rob in dienst kwam bij Stichting Bootvluchteling, betekende dit “een financiële aderlating”. “Ik had een goed salaris bij de EO, en dat kan de stichting mij nooit bieden,” zegt hij hierover. “In die zin is het een spannend avontuur: een hypotheek, drie opgroeiende kinderen. Maar dit heeft mijn hart, en ik heb er alle vertrouwen in dat er voor ons wordt gezorgd.”

Eind september nam Rob deel aan zijn eerste missie op de Golfo Azzuro. Met dat schip voerde stichting Bootvluchteling dit najaar diverse reddingsoperaties uit, onder regie van de Italiaanse kustwacht. Tijdens deze 16-daagse reis konden op één dag, voor de kust van Libië, maar liefst zeshonderd mensen uit zee worden gered, inclusief een baby van nog maar vier dagen oud. Twee dagen later konden zij allemaal veilig aan land worden gezet op Sicilië. 

“Ik kan me niet méér volledig mens voelen, niet méér levend, dan tijdens zo’n missie,” blikt Rob terug. ”Omdat alle dingen waarin ik geloof, waarin ik goed ben en die bij me passen - zoals een team smeden van vrijwilligers uit allerlei landen, improviseren en aanpakken – hier samenkomen.”

Wat was voor jou hét moment?
“Ik ben héél blij met die zeshonderd mensen die we hebben gered. Maar ik stond er ook bovenop toen we zeven overleden mensen ontdekten in een grote, grijze rubberboot. In alle hectiek waren dat voor mij anonieme mensen, die daar op hun buik in een vieze laag water dreven toen de overlevenden op het dek van de Golfo Azzuro waren geholpen. Maar toen ik de volgende ochtend een nabestaande sprak, kreeg één van deze doden – een jonge vrouw – een naam, en een gezicht. Dat moment zal ik nooit vergeten. Door zulke persoonlijke verhalen heeft de crisis voor mij een gezicht gekregen. En wat mij - te midden van zoveel menselijke misère – hoop geeft, is te zien dat er zoveel vrijwilligers zijn, die het lef en een goed hart hebben en die mijn dromen delen. Ik heb nog nooit zo hard gewerkt en zoveel uren in een week gemaakt, en zoveel verschillende verantwoordelijkheden op me genomen. Maar omdat het op het ‘waarom-niveau’ allemaal klopt, voel ik me gewoon weer 18.”

Kniediep in de bagger
“Met dit werk zit je soms kniediep in de bagger,” geeft Rob direct toe. “Maar we redden er levens mee, en daar gaat het om. Niets doen is geen optie.” 

‘Als ik een vluchteling in de ogen zie, kijk ik in de spiegel’

In deze crisis gaat het om zulke enorme aantallen mensen, dat het door velen als bedreigend wordt ervaren.
“Dat herken ik. Maar ik geloof in persoonlijke verbinding. Laten we nooit vergeten dat het mensen zijn, zoals jij en ik. Met dezelfde dromen en dezelfde behoeften.”

Wat is je boodschap aan mensen die iets willen betekenen voor vluchtelingen? 
”Word een buddy van een vluchteling in Nederland: er gaat een wereld voor je open. Of ga vrijwilligerswerk doen, of steun het werk van Stichting Bootvluchteling.” Na een korte stilte: “Als ik een vluchteling echt in de ogen zie, denk ik: ik kijk nu gewoon in de spiegel. Want hoe verschillend we op allerlei punten ook zijn, we hebben dezelfde behoeften en dromen. Als christen weet ik dat Jezus alle mensen zonder oordeel benaderde. Dat wil ik ook. Ik geloof dat Hij voorop zo’n reddingsboot zou hebben gezeten, met uitgestoken hand. Hij begaf zich tussen mensen die als ‘uiterst discutabel’ te boek stonden, het uitschot van de samenleving. Precies zoals wij nu vaak kijken naar bootvluchtelingen. De vraag is: wie reikt hen de hand, wie spreekt dat eerste vriendelijke woord?”

Rob Timmerman is vanaf maandag 14 november te zien in het EO-programma 'Geloof en een Hoop Liefde', 17.50 uur, NPO 2.

Meer informatie:

- www.bootvluchteling.nl
- Facebook.com/stichtingbootvluchteling

Tekst en Beeld: Gert-Jan Schaap

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.