Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Kerk en IND partner bij toetsing bekering

"Er moet een verschil zijn tussen de periode voor en na iemands bekering."

Bij de beoordeling van bekeringsverhalen van asielzoekers zouden de Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND) en kerken elkaar als partner moeten zien. "Ik heb net zo min behoefte aan nepbekeringen als de IND aan nepchristenen met een verblijfsvergunning”, aldus evangelist Jurjen ten Brinke. Dit meldt de website Hetgoedeleven.com.

De voorganger van Hoop voor Noord, een christelijke gereformeerde zendingsgemeente in Amsterdam, sprak onlangs op een symposium van stichting Gave in Utrecht over de doop van asielzoekers. Aanleiding was een recent verschenen brochure hierover van de organisatie voor kerkelijk werk onder asielzoekers. Gave werkt onder asielzoekers. De organisatie schat dat er jaarlijks ongeveer tweehonderd asielzoekers zich bekeren tot het christelijk geloof en zich laten dopen.

Diverse sprekers en forumleden, onder wie een medewerker van de Immigratie-en Naturalisatiedienst, spraken van een complexe materie. De huiver bestaat dat sommige moslims uit een islamitisch land als Iran of Afghanistan besluiten christen te worden omdat dit hun kans op een verblijfsvergunning vergroot.

Papiertje
Ten Brinke verhaalde van ex-moslims bij wie hij merkte dat hun hart veranderd was, maar erkende ook dat er dopelingen waren die achteraf slechts uit leken te zijn op het krijgen van een verblijfsstatus. Hij noemde als voorbeeld iemand die later aan een ex-moslim vroeg: ‘Waarom ga jij nog naar de kerk, je hebt je papiertje toch al?’ „Dan bloedt mijn hart”, aldus Ten Brinke.

Hij gaf aan dat het voorbereidingstraject voor de doop strenger is geworden. Hoop voor Noord houdt daarbij vast aan het publieke karakter van de doopbediening. „Onlangs was er iemand die wilde dat ik hem in z’n eentje zou dopen in de Noordzee. Dat had hij in een droom gezien. Maar dat doe ik dus niet.”

Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, benadrukte evenals Ten Brinke ,,het heilige karakter” van de doop. Een naar hem genoemde commissie van predikanten en theologen beoordeelt zo’n zes keer per maand de geloofwaardigheid van een bekeringsverhaal. De IND betrekt een verslag van zo’n ‘geloofsgesprek’ in zijn afwegingen.

Geloofwaardig
Aan de vanuit de PKN ontstane commissie is recent de gereformeerd-vrijgemaakte predikant ds. Lucius de Graaff toegevoegd. Een predikant uit de Christelijke Gereformeerde Kerken en een predikant uit de Nederlands Gereformeerde Kerken overwegen een verzoek hiertoe, aldus Plasier. Hij benadrukte dat de commissie haar oor eerlijk te luisteren legt. „Als wij aangeven dat we een bekering geloofwaardig vinden is dat niet omdat wij graag mensen binnen smokkelen, maar omdat wij dat echt vinden.”

Ten Brinke zei zich soms niet serieus genomen te voelen door de IND als hij een brief schrijft over een gedoopte asielzoeker, omdat de dienst hem als partijdig zou zien. Over een afgewezen Afghaanse bekeerling die nu in een detentiecentrum wacht op zijn uitzetting, zei hij: „Ik twijfel niet aan zijn christen-zijn, maar de IND heeft hem niet geloofd.” Een goede samenwerking tussen IND en kerk kan volgens hem bevorderen dat de juiste personen een verblijfsvergunning krijgen.

Volgens IND-medewerker Ineke Schuurman bepaalt de dienst niet of iemand christen is, maar toetst deze de geloofwaardigheid van een bekeringsverhaal. "Er moet een verschil zijn tussen de periode voor en na iemands bekering. Dat kantelpunt is belangrijk.”

 

Bron: Hetgoedeleven

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.