Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

‘Klein en eigenwijs, dat past een kerk’

We vormen als christenen in Nederland een marginale minderheid. Onderzoek na onderzoek wijst het uit: de kerk krimpt. Dat is niet alleen erg. Het kan zelfs prachtig zijn, betogen twee hoopvolle theologen.

“Ha, dan moet je mij hebben!” lacht dominee Marleen Blootens, als ze de vraag krijgt wat het mooie is aan een kleine kerk. Als voorganger van de Elthetokerk – met zo’n honderd leden – in Amsterdam-Oost, ervaart ze dagelijks hoe het is om als christen een uitzondering te zijn. “Dat leert mij heel veel over het evangelie. We leven in de marge, en ontmoeten in onze omgeving daarom veel mensen die ook aan de rand van de samenleving staan. Dat past helemaal bij Jezus. Hij zocht mensen op die aan de zijlijn stonden, die het nodig hadden om gered en omarmd te worden. Hij kwam niet om te heersen, maar om te dienen.”

Deksel op de neus
Heersen, dat is niet de rol van de kerk, onderschrijft Petra de Jong. Zij is evangelisatieconsulente voor de Christelijke Gereformeerde Kerk en ondersteunt kerken om hun plek in de samenleving te vinden. “Als grote kerk zoek je – onbewust – snel je kracht in het aantal mensen, of de financiële slagkracht, of de stem die je hebt in de samenleving,” zegt ze. “Maar dat zijn illusies. Onze kracht ligt in Christus. En juist als je een minderheid wordt, word je daarop teruggeworpen.”

Marleen Blootens: “Macht en aanzien hebben de kerk eerder gehinderd dan geholpen. Er zijn theologen die menen dat het christendom een knieval voor de macht maakte toen de Romeinse keizer Constantijn het geloof omarmde. Daarmee heeft het zijn oorspronkelijke doel voor een deel uit het oog verloren. Die gedachte spreekt mij aan. Het is onterecht om te rouwen om een kerk die niet meer machtig is. Misschien krijgt de kerk nu wel het deksel op de neus; je hebt een te grote mond gehad. Klein en eigenwijs, dat past een kerk. Niet hand in hand met politieke macht – dat vind ik gevaarlijk.”

Iets voorzichtiger formuleert Petra de Jong: “Macht heeft de kerk soms in een veroordelende rol geduwd die niet goed is. De manier waarop wij met ons morele vingertje hebben gewezen naar anderen, was niet altijd fraai. En dat we nu een bescheiden positie moeten innemen, is absoluut niet negatief.”

Irritatie
Dat wil niet zeggen dat rouw om de slinkende kerk geen plaats mag hebben. Je moet afscheid nemen van oude waarden, en op zoek naar nieuwe – en dat gebeurt volop, ziet Petra de Jong. Ook dat proces biedt kansen: “Je wordt verplicht na te denken over je roeping. Waarom zijn we kerk? Wat is ons doel? Waarin ligt onze diepste identiteit? En hoe geven we die vorm? Daar worstelen kerken mee – dat merk ik – maar ik zie gelukkig ook prachtige voorbeelden van kerken die op nieuwe manieren het evangelie handen en voeten geven. Soms heel praktisch; bijvoorbeeld met een maaltijd voor de buren of niet massaal de auto bij de kerk parkeren, zodat het geen irritatie oplevert in de wijk.”

En juist kleine gemeenschappen zijn geschikte plekken om deze nieuwe vormen uit te proberen, zegt zowel Petra de Jong als Marleen Blootens, die deze zoektocht ook ziet in Amsterdam: “Je kunt niet meer teren op oude structuren. Het instituut kerk is voor mensen niet meer heilig. Je hebt geen gezag omdat je de kerk bent, je krijgt gezag omdat je bewijst dat de kerk iets bijzonders in huis heeft. Wij zijn een plek waar vriendelijkheid, gastvrijheid en geloof heersen, zonder grote woorden. En dat merken mensen.”

Over de schouder
Beide theologen pleiten voor een relationele aanpak. Petra de Jong ziet dat kleine kerken juist dat herontdekken. “Ik kom gelukkig op veel plekken waar kleine, vitale gemeenschappen ontstaan die mensen in de praktijk laten zien wat het betekent christen te zijn. Zij laten, bij wijze van spreken, mensen die niet geloven over hun schouder meekijken.”

Dat is ook de richting die de Amsterdamse predikante kiest. “Wij delen als gemeenteleden onze levens met elkaar – er wonen veertien huishoudens samen boven ons gebouw – en met de wijk; door open ochtenden te organiseren waar ouders met kinderen kunnen komen en praktische hulp te bieden. En, misschien wel het belangrijkst: we bidden voor de wijk. Iedere avond houden we een liturgisch avondgebed, waar maar weinig mensen komen. Maar ik ben ervan overtuigd dat het onze belangrijkste activiteit is. We kunnen niet veel, we zijn een klein groepje met weinig geld, maar we kunnen bidden en een plek voor de ziel bieden!”

Dan, vrolijk: “De gemeente van Filippi was ook een kleine kerk, waar misschien vijftig mensen in zaten. Maar ze waren ontzettend vrolijk en gelukkig met wat ze vonden in het evangelie. Laten wij hetzelfde doen: gewoon het geloof vieren en uitdelen van wat we hebben gevonden.”


Tekst: Pieter-Jan Rodenburg
Bron: EO Visie

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.