Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Marathonloper Mustafa overleefde een coma

‘Het voelt alsof ik in mijn tweede leven ben’

Zijn vrouw trof al maatregelen voor de begrafenis. Mustafa, tijdens een hardlooptraining in 2012 getroffen door een hartstilstand, zou volgens specialisten in coma blijven en op korte termijn sterven. “Wonder boven wonder kwam ik na zeventien dagen bij.”

Niets wees erop dat de Turkse christen Mustafa Uzunhasanoglu (58) ooit samen met 37.000 anderen de grootste marathon ter wereld zou lopen: die van New York, in 2006. Hardlopen? Dat had hij wel eens gedaan. Maar nooit meer dan een kilometer of vijf. En 42.0000 meter rennen – in een stad vol glooiende heuvels – is zelfs voor getrainde hardlopers niet misselijk. Bovendien mocht hij al bijna vijftig kaarsjes uitblazen, en had hij nog maar negen maanden om zich voor te bereiden. “Toen ik die dag na vier uur en twintig minuten over de finish kwam, heb ik dat als een wonder ervaren. Ik dankte God uit de grond van mijn hart: ik had zojuist veertienduizend euro opgehaald voor gehandicapte kinderen in Istanbul.”

Zoveel hulp nodig
Het begon allemaal met een verrassende vraag uit onverwachte hoek, in zijn moederland Turkije. In de zomer van 2005 bracht Mustafa een bezoek aan een tehuis voor gehandicapte kinderen in Istanbul, waar een broer van hem werkte. “Tamar (zijn Nederlandse vrouw, red.) en ik hebben zelf twee gezonde dochters gekregen,” vertelt hij in zijn woonkamer in Kampen. “De kinderen die ik daar zag, waren lichamelijk en verstandelijk beperkt. Dat vond ik heel aangrijpend. Ik hoorde dat ze heel veel extra hulp nodig hadden, maar het geld ervoor ontbrak. Via mijn broer, die daar werkte, hoorde een van de moeders dat ik christen ben. Ze vroeg me: ‘Meneer, kunt u een wonder voor ons doen, zoals Jezus?’ Mustafa zag de droefheid in haar ogen en beloofde dat hij haar vraag mee zou nemen in zijn gebeden. “Ik wilde deze kinderen en hun ouders zo graag helpen. Maar hoe?

'Dat ik de finish heb gehaald, is niet minder dan een wonder'

Vroeg uit de veren
Maanden later sloeg hij een regionale krant open, De Stentor. Zijn oog viel op het verhaal over een stadsgenoot die de marathon van New York wilde lopen om daarmee geld op te halen voor Cliniclowns. “Zo kwam ik op het idee om hetzelfde te doen, voor de gehandicapte kinderen in Istanbul.”
Vanaf februari (“Kóud dat het was!”) ging hij voortaan ochtend aan ochtend vroeg uit de veren om te trainen: spiermassa, conditie en loopervaring opbouwen. “Tot 10 kilometer ging het eigenlijk prima, en ik genoot enorm van het rennen. Daarna kreeg ik heel veel last van blessures. Zozeer zelfs, dat ik echt op het punt stond mijn plannen op te geven en te stoppen.”
Maar Mustafa was inmiddels al met zijn verhaal naar de krant gestapt. Dat had geresulteerd in een artikeltje over de gehandicapte kinderen en zijn ambitie om de marathon van New York te lopen. “Juist toen ik de handdoek in de ring wilde gooien, belde Marinus mij. Hoewel hij in dezelfde hervormde gemeente zat als ik, kende ik hem niet. Hij had het artikeltje gelezen en bood zijn hulp aan. Marinus werkt in het leger en is een zeer ervaren marathonloper. Mede dankzij zijn geweldige begeleiding heb ik het uiteindelijk gehaald.”

Een uitgelezen kans
Mustafa had de smaak te pakken. Na New York (2006) liep hij achtereenvolgens de marathons van Rotterdam, Istanbul, Berlijn en in 2011 nogmaals New York. “In totaal heb ik daarmee zo’n veertigduizend euro kunnen ophalen voor het kindertehuis. Dat heeft veel voor deze kinderen en hun ouders betekend. We hebben bijvoorbeeld een aangepast transportbusje kunnen aanschaffen, waardoor het vervoer van de kinderen van en naar het tehuis enorm is verbeterd.”
In 2012 werd er voor het eerst een marathon in Zwolle georganiseerd. Voor Mustafa een uitgelezen kans om dicht bij huis opnieuw sponsorgeld in te zamelen voor de kinderen in Istanbul. Op een zaterdagochtend, begin mei, zei hij Tamar gedag om samen met zijn vaste loopmaten te gaan trainen. “Ik merkte al snel dat het die dag niet zo lekker ging. Ik voelde me niet goed. Dat vertelde ik de anderen, zodat zij wisten dat ik niet op volle kracht mee kon lopen. Net toen de laatste renner me inhaalde, stortte ik in. Vanaf dat punt weet ik niets meer.”

‘Wat is er aan de hand?’
Ook al was hij topfit, een hartinfarct (gevolgd door een hartstilstand) bracht Mustafa op het randje van de dood. Zijn loopmaten pasten reanimatie toe, en na een minuut of twintig namen de ambulancebroeders het over. In allerijl werd hij meegenomen naar de Intensive Care van het ziekenhuis in Zwolle.Elke poging om hem uit zijn coma te halen, resulteerde de dagen erna in een zeer riskante status epilepticus: een situatie van continue epilepsieaanvallen. Omdat hij ook op prikkels geen enkele reactie vertoonde, schatten de artsen zijn situatie steeds somberder in. “Op een gegeven moment was ik opgegeven. De specialisten verwachtten dat ik spoedig zou sterven, en zeiden dit ook tegen Tamar. Zij was op hun advies al bezig met het regelen van mijn uitvaart. En op diverse plekken in Nederland bereidden medische teams zich voor op orgaantransplantaties, want ik had een donorcodicil getekend.”Omdat hij niet binnen twee uur overleed nadat de beademing en de sondevoeding werden stopgezet, moesten die geplande operaties volgens protocol worden afgeblazen. Mustafa bleef leven. En wat voor de specialisten volstrekt ondenkbaar was, gebeurde enkele dagen later: hij ontwaakte uit zijn coma.

Wat is jouw eerste herinnering van dat moment?
“Ik hoorde de stem van mijn broer uit Engeland, die met Tamar overlegde op de gang. Wat hij zei, kon ik niet verstaan, en ik had geen idee waar ik was. Ik riep hem, in het Turks: ‘Wat is er aan de hand? ‘Blijf rustig,’ zei hij uiteindelijk. ‘Je kreeg een hartverlamming tijdens het hardlopen.’ Ik zei: ‘Ik leef. Niks aan de hand!’”

Dat was zeventien dagen na jouw hartinfarct. Was het voor jou zoiets als een slaap waaruit je wakker werd?
“Ja, een soort droomloze slaap. Ik had totaal geen idee wat er gebeurd was. En het is voor mij eigenlijk nog steeds niet echt voor te stellen hoe traumatisch het voor Tamar, onze dochters en alle andere familie en vrienden moet zijn geweest. Ze hadden zelfs al afscheid van me genomen, omdat de artsen dachten dat ik binnenkort zou sterven! Ik kan me niet echt in hun situatie verplaatsen. Heel vervelend, omdat we er allemaal niks aan kunnen veranderen. Maar de dankbaarheid overheerst: God heeft mijn leven gespaard.”

Vernauwing in de kransslagader
De revalidatie verliep buitengewoon voorspoedig. Nader onderzoek bracht een ernstige vernauwing in Mustafa’s kransslagader aan het licht. “Die veroorzaakte mijn infarct. Niet de zware marathontraining, wat mensen soms denken. Was ik gewoon thuisgebleven en had ik niet zo intensief gesport, dan zou me hetzelfde zijn overkomen. Al is de combinatie hardlopen en een hartinfarct krijgen wel het slechtst denkbare scenario: je lichaam vraagt heel veel zuurstof en blijft dat ook nog lang daarna doen, terwijl het bij een coma zaak is dat er zoveel mogelijk zuurstof naar je hersenen gaat. Daarom hebben ze mijn lichaam in het ziekenhuis zo snel mogelijk gekoeld.”

Heb je er iets aan overgehouden?
Mustafa wrijft met zijn hand over zijn rechter been. “Dit been heeft een bepaalde gevoeligheid gekregen. Dat voel ik nu, in de wintermaanden, als het kouder is. Dat maakte me aanvankelijk best een beetje angstig.”

Toch loop je weer hard. Wanneer nam je die beslissing?
Met een brede glimlach: “Al heel snel nadat ik uit mijn coma ontwaakt was. De liefde voor het hardlopen zit heel diep. Ik heb het altijd leuk gevonden en dat is zo gebleven. Rennen geeft me een gevoel van vreugde, en levenskracht.”

Ben je wat dat betreft nog net zo gedreven als vroeger?
“Nee. Na mijn coma ben ik het wel meer gaan relativeren. Het draaide jarenlang om ‘sneller’ en ‘nieuwe persoonlijke records’, maar het hóeft niet meer. De druk die ik mezelf oplegde, is er helemaal af. Door alles wat ik heb meegemaakt, sta ik er anders in. Ik ben nu in mijn tweede leven. Zo voelt het, ook als ik weer ren.”

'Rennen geeft me een enorm gevoel van vreugde, en van levenskracht'

Een andere deur
Vlak voor de jaarwisseling kreeg Mustafa te horen dat zijn werkgever, een betonbedrijf in Lelystad, hem door alles wat er gebeurd is niet meer in staat acht terug te keren in zijn vroegere functie. “Tamar en ik geloven niet dat dingen ‘zomaar’ gebeuren,” zegt Mustafa daarover. “Misschien wil God ons hiermee iets zeggen, en opent Hij een nieuwe deur. Daar zijn we biddend mee bezig. Werken is goed en mooi, maar niet allesbepalend. Ik wil graag iets nuttigs doen. Binnenkort heb ik – op mijn verzoek – een gesprek met de burgemeester van Kampen: kan ik in de gemeente iets betekenen voor anderen? Ik breng ook wekelijks bezoekjes aan asielzoekers die hier wonen. Om ze te helpen met de Nederlandse taal en gewoontes. Soms kan ik dan ook iets vertellen over hoe ik in het leven sta, en over mijn geloof. Zij komen uit oorlogsgebieden en zijn getraumatiseerd. Omdat ik als Turk uit hun cultuur kom, sta ik dicht bij hen. Ik ben dankbaar dat ik dit voor hen mag doen.”

Speel je nog wel eens met de gedachte opnieuw een marathon te gaan lopen?
“Dat zou ik best willen. Maar, zoals gezegd: ik ben niet meer zo gedreven. Tot nu toe is het bij een halve marathon gebleven, dus 21 kilometer. Wat niet is veranderd, is dat ik nog steeds iets voor mijn medemens wil betekenen. En ik denk dat ik nu dichter bij anderen sta, omdat ik heb ervaren wat het is om zacht te zijn.”

Hoe wordt een een man van staal, fysiek topfit, zacht?
“Ik was na mijn ontwaken zo ontzettend zwak, dat ik niet eens meer gewoon kon lopen. In korte tijd heb ik die twee uitersten ervaren: kracht en zwakte. Het was confronterend om mijn eigen zwakheid onder ogen te moeten zien. Maar daardoor begrijp ik nu veel beter wat ‘zwakken’, zoals zieke en gehandicapte mensen, moeten meemaken. Ik sta dichter bij hen. Ik ben acht jaar ouderling geweest in onze hervormde gemeente. Prachtig om te doen, met mensen over God spreken. Maar toen ik ouderling was, ging alles me nog voor de wind. Dus kon ik zwakkere mensen ten diepste niet goed begrijpen. Ik was fysiek sterk, en misschien vertrouwde ik nog wel te veel op mijn eigen kracht. Nu weet ik waar mijn kracht ligt: alleen in Hem.” Met een hand op zijn hart: “Mijn afhankelijkheid zit nu veel dieper. God heeft een groot wonder aan mij gedaan. Uit mezelf kan ik nog geen voet voor de andere zetten. Uit genade krijg ik daarvoor de kracht. God moet de eer krijgen, niet ik: het is allemaal genade."

Tekst: Gert-Jan Schaap

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.