Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

"Mijn zoontje leerde me Al Shabaab vergeven"

Jolanda Odiyo-Kuiphof liep tussen de lijken van vermoorde studenten

In april jl. begeleidde psychologe Jolanda Odiyo-Kuiphof nabestaanden in een mortuarium waar 148 vermoorde christelijke studenten geïdentificeerd moesten worden. De stank, de verminkte lichamen, de bloedstollende horrorverhalen en het verdriet van de ouders maakten Jolanda steeds bozer op de terroristen van Al Shabaab. Totdat haar zoontje haar leerde vergeven.

Klik hier en beluister het hele interview dat Matthea Vrij had met Jolanda Okiyo

Kenia werd op 2 april getroffen door de dodelijkste terreuraanslag ooit in het Afrikaanse land. Zeker 148 studenten werden in Garissa op brute wijze vermoord. Allemaal waren het christenen. Daarop hadden de mannen van de islamitische terreurbeweging Al-Shabaab ze geselecteerd. De Nederlandse Jolanda Odiyo-Kuiphof liep een week rond in het ongekoelde mortuarium waar ze nabestaanden bijstond die zochten naar hun dochters, zoons, broers en zussen.

Heftig
“De eerste minuut nadat ik naar binnen ging was het heftigst. Het waren niet eens mijn emoties, maar mijn zintuigen. Wat ik zag en wat ik rook heb ik nooit eerder geroken en heb ik nooit eerder gezien.” De van oorsprong Nederlandse Jolanda Odiyo woont in Kenia. Als psycholoog zit ze in een netwerk met andere psychologen en hulpverleners. Vlak na de aanslag begin april krijgt Jolanda een e-mail of ze wil helpen bij het ondersteunen van de nabestaanden van de aanslag. De volgende dag wordt ze om acht uur verwacht op het universiteitscomplex in Garissa. “Ik had me er geen enkele voorstelling van gemaakt. Ik wist niet wat me te wachten stond.”

Onthoofd
Het lijkt wel een horror-decor waar Jolanda zich met de familieleden bevindt: honderden lijken, die al in staat van ontbinding zijn door de tropische omstandigheden; ongekoeld en onbedekt; de meesten ernstig verminkt en in sommige gevallen onthoofd. Als ouders door de verminkingen hun kind niet meer herkennen moet er geïdentificeerd worden op andere lichaamskenmerken zoals samengegroeide tenen of het gebit. Soms gebeurt het dat de familie pas ter plekke ontdekt dat hun kind onthoofd is.

"We houden van jullie"
Er zijn ouders die de moord op hun kind ‘live’ hebben gehoord via de telefoon. “Het is gebeurd dat terroristen aan de jongeren hebben gevraagd: je kan nu je ouders bellen en vertel erbij dat dit het laatste telefoontje is omdat we je gaan vermoorden. Een aantal ouders heeft het meegemaakt dat ze zijn gebeld en dat er werd gezegd: ‘dit is ons laatste gesprek met jullie; we houden van jullie, maar de mensen hier hebben gezegd dat we na dit gesprek vermoord gaan worden.’ Sommige ouders hebben nog gehoord dat hun kind vermoord werd."

Disconnecten
Bij de nabestaanden zag Jolanda drie soorten reacties. “De meeste mensen moesten erg huilen en raakten soms in paniek. Dan was er een groep die letterlijk instortte: ze vielen flauw en die moest ik in mijn armen opvangen. Ik moest dan iemand van het Rode Kruis erbij vragen om ze naar buiten te dragen. Er dan waren er ook nog een aantal die niet reageerden en gewoon voor zich uit bleven staren. Die eigenlijk ‘disconnecten’. Ze konden het niet aan en waren aan het dissociëren. Die laatste groep was het lastigst te helpen. Je kan tegen ze aan praten, maar het leek wel of ze het niet hoorden.”

Bidden
Jolanda wil ook graag bidden met en voor de ouders. In Kenia is dat vanzelfsprekender dan in Nederland, zo ervaart Jolanda. “In Kenia kan je eigenlijk voor iedereen bidden. Niemand is daardoor beledigd. Je hoeft geen toestemming te vragen. Met sommige ouders heb ik niet eens gepraat. Ik heb ze alleen in mijn armen gehouden en voor ze gebeden.”

"Ik kan wel een gebedje gebruiken"
De stank, de beelden, het verdriet – Jolanda weet het professioneel te verdragen. Ze besluit om haar emoties niet de ruimte te geven, omdat ze anders niet goed anderen kan helpen. Totdat ze ziet dat een moeder helemaal door het lint gaat als ze erachter komt dat haar dochter is onthoofd. “De vrouw schreeuwde het wel twintig keer uit: ‘Mijn dochter heeft geleden, mijn dochter heeft geleden’. Daarna stortte ze in, eigenlijk in mijn armen. (…) Die rouw van die mama kwam toch wel heel erg bij mij binnen. Ik vond het zó erg voor haar, dat mijn emoties zich openden, terwijl ik dat lichaam zag en rook… Alles kwam samen, en toen werd het ook voor mij te veel.”
Jolanda neemt een korte pauze om wat frisse lucht halen en water te drinken. Daar treft ze een paar mensen uit haar kerk die gekomen waren om voor de nabestaanden te bidden. “Toen boden ze aan om ook voor mij te bidden. Ik dacht: ja graag, ik heb best veel gezien, ik kan wel een gebedje gebruiken. Terwijl ze voor me baden, kreeg ik zelf tranen in mijn ogen. Ik vond het best moeilijk om daarna de omslag te maken en weer naar binnen te gaan. Daarom heb ik besloten: gebed graag, maar wel op afstand of na de dag als ik klaar ben.”

Demonisch
Doordat Jolanda tussen de lijken door heeft gelopen zonder beschermende kleding of een mondkapje, loopt ze een gevaarlijke bacterie op die haar weken later ernstig ziek maakt. Twee weken ligt ze aan het infuus in het ziekenhuis. Dan landen haar ervaringen pas echt: de verminkte lijken, de rouw van de ouders en de horrorverhalen hoe het er aan toe is gegaan, wekken in Jolanda een groeiende boosheid op tegen Al Shabaab. “Toen ik aan het infuus lag dacht ik: door hun is dít ook nog gebeurd. Ik lag erover na te denken: dit is vast demonisch. Je hebt mensen die slechte keuzes maken, maar als je dit kan doen… dat is demonisch. Ik was echt boos. Ik begrijp dat van mezelf. Ik denk dat het best mág dat je boos wordt. Maar je moet wel je eigen hart in de gaten houden.”

Hemel
Het is uiteindelijk het zoontje van Jolanda die haar tot het inzicht brengt dat ze haar boosheid te ver heeft laten voortwoekeren. “Het was mijn zoontje die me weer in verbinding bracht met een ander deel van mijn geloof, dat ik even kwijt was. We zaten aan tafel en hij bad voor de Al Shabaab. Hij zei: ‘Heer, wilt u bij de Al Shabaab zijn, want zo komen ze vast niet in de hemel. Ik denk dat ze niet goed meer naar mensen kunnen luisteren, dus wilt u maar direct tot ze spreken, zodat ze kunnen stoppen met wat ze doen. En dat ze weer vrede gaan maken. En dat ze weer de hemel in komen.’ Dit is een kindergebed van een zevenjarige, maar mijn hart stond even stil. Ik werd erbij bepaald dat ik wel die ‘heilige woede’ heb, maar dit gebed nooit heb gebeden, terwijl ik er een hele maand mee bezig was geweest. Ik was een stukje kwijtgeraakt om de bewogenheid te hebben en te bidden voor Al Shabaab. De bijbel zegt het ook: bid voor je vijanden. Heb je vijanden lief. Nou, dat was ik eigenlijk vergeten. Dat was er helemaal bij ingeschoten, die hele maand. Het gebed van mijn zoontje heeft mij overtuigd van, ja toch wel een zonde: dat ik hen niet meer zag door de ogen van Jezus.”

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.