Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

'Ons kind is in goede handen'

Arie van der Veer vertelt over de periode na het overlijden van hun zoon Peter

Sinds de dag van Peter’s verjaardag waren Ees en ik niet meer bij zijn graf geweest. Nu waren we in de buurt. Er is vlak bij de begraafplaats namelijk een restaurant. Vrienden van ons hadden daar een feest. We zijn er even geweest. Ons hoofd staat er nog niet naar om heel lang op feestjes en verjaardagen te zitten. Dus in plaats van het diner gingen we samen naar het graf.

Liefde
Een bezoek aan het graf geeft mij geen troost. Ook niet een gevoel dat ik op die plek dichter bij ons kind ben. Ook nu vond ik er eigenlijk niets. Er was stilte en rust. Dode bladeren bedekten de grond. De vaas met water, waarin we de vorige keer zonnebloemen hadden gezet, moest nodig leeg…. Er was wel iemand geweest, die verse veldbloemen had neerzet. En (vermoedelijk) een kinderhand had glimmende kastanjes gelegd in het hart van dennenappels dat de kleinkinderen gemaakt hebben. Dat deed me iets. Wie had die bloemen daar neerzet? Wie had de kastanjes verzameld en meegenomen? Er sprak liefde uit.

Bij God
Nee, ik ben in heel deze periode maar heel weinig in mijn denken bezig met je zoon daar op Kranenburg begraven ligt. Ik heb ook geen verlangen om daar steeds heen te gaan. Ik ben meer bezig met zijn verblijf in de hemel dan met zijn toevertrouwd zijn aan de aarde. Ik merkte dat dit bij mijn zus ook zo is. Ook mijn zus begon er over. Ook voor haar zijn er nu een paar maanden verlopen sinds het sterven van haar man. Haar man ligt nu samen met hun Peter (ja dat is een paar jaar geleden gebeurd) in het graf. Het gesprek kwam op het zijn bij God nu. Hoe zou dat nú zijn? Met hen samen?!
We hadden meer vragen dan antwoorden.

Straks
Het opvallende is, dat ik minder vragen heb over de tijd na de wederkomst. Ik heb een soort gevoel dat ik dat daar meer van weet. Natuurlijk is dat een beetje raar. Want wat weten wij mensen van het leven na de wederkomst van Jezus. Maar toch leeft dat bij mij wel zo. Bijbelgedeelten en vooral ook liederen die daarover gaan ontroeren me diep. Je wordt soms al zingend boven je situatie uitgetild. Wat straks is, komt soms heel dichtbij. Maar hoe is het met ‘de onzen’ nu? Met ons kind, mijn zwager en mijn schoonzuster? Met Theo bij wie ook in de afgelopen periode was..?

Boek
De graven zijn nog niet open gaan. Christus is nog niet teruggekomen. Hoe is het met je kind? Zou hij anderen ontmoeten, bijvoorbeeld onze ouders? Hoe zou het bestaan er überhaupt uitzien als je nog geen nieuw lichaam heb? Gisteren adviseerde een vriendin van ons het boekje te lezen over ‘De jongen die in de hemel was’. Ik heb het ooit van iemand gekregen maar nooit gelezen. Mijn vrouw is er ooit aan begonnen maar heeft het weer neergelegd. Toch maar weer eens lezen?

Vragen
Ik merk, dat ik bij het sterven van onze zoon meer met deze vragen bezig ben dan na het sterven van vader en moeder. Waarom? Misschien komt het wel omdat ik vader en moeder kon afstaan (hoe gek het ook klinkt) en aan onze zoon denkt als iemand die je kwijt bent, je bent op zoek en vindt hem niet… Herinneringen houden hem dichtbij, maar tegelijkertijd doet het je beseffen dat hij er niet meer is. Iemand stuurde me een mooie kaart met het opschrift: ‘Laat de herinneringen je troosten’ . Bij mij werkt dat niet zo. Ik mis hem. Ik geloof: Hij is bij God. Maar waar, en hoe?

Troost
Troost vind ik in de woorden die Jezus ooit heeft uitgesproken bij het graf van Lazarus: ‘Ik ben het die de doden laat opstaan. Ik ben het die leven geeft. Iedereen die in mij gelooft, zal leven, ook als hij sterft. En iedereen die leeft en in mij gelooft, die zal niet voor eeuwig sterven.’(Johannes 11:25,26). Filippenzen 1: 21 vind ik ook een geweldig woord: ‘Zolang ik leef, zal ik Christus dienen. En zolang ik op aarde ben, kan ik goed werk doen. Maar als ik sterf, zal ik bij Christus zijn. Dat is nog veel beter!’ (vers 21).

Leven na de dood
De Bijbel zegt overduidelijk dat er leven na de dood is. Minder bekend bij mensen is dit woord van Jezus: ‘Jullie moeten niet bang zijn voor de mensen. Ze kunnen wel je lichaam doden, maar niet je ziel’, (Matteüs 10: 28). Dat doet me ook wel wat. Er is iets waar niemand bij kan. Dat door geen enkele ziekte of ongeval kan worden verwoest. En dat is je ziel.
Dat weten, daarin geloven betekent heel veel voor me. Maar de zoektocht in mijn denken stopt daar niet bij. Vooral ook omdat mensen er opmerkingen over maken. Als een soort troost. En ik vaak daar vragen daarbij heb. Is het zo als zij zeggen?

Stemmen
Ik zie en spreek gelovige mensen, die er heel eenvoudig over praten. Over bewust weerzien van elkaar, over meeleven vanuit de hemel met de aarde. Maar eerlijk gezegd: maar mij lukt dat moeilijk. Ja, wel als ik met de allerkleinsten daar over praat. Maar anders is het in mijn denken.. Dat vind ik soms heel apart. Ik hoor mezelf soms praten, ja ook preken en nog meer zingen. Het is oprecht gemeend. Uit mijn hart. Maar er zijn soms andere stemmen in mijn hart….Niet uit opstand, maar vol vragen. En hier heb je er zo een paar….

Op zoek
Hoe ik er mee omga? Misschien dat ik het met wat ik in de Bijbel lees maar moet doen. En dat klinkt minimaliserend. Maar, dat bedoel ik juist niet. Want ik heb het gevoel dat ik in die vragen over het wat en hoe vooral bezig ben met ‘kleinere’ zaken. Wie gelooft en sterft, leeft, leeft eeuwig. Dat is het allerbelangrijkste. God heeft het belangrijkste verteld. Ik besef bezig te zijn met ons levensverhaal. Ik ben op zoek, besef ik, naar juist kleine dingen. Naar dingen die vooral ons aangaan en niet altijd het lot van een ander.
Ons kind is in Goede Handen. Dat houd ik me voor.

Het dichtbij
Het geeft me een gevoel van ver weg maar ook van dichtbij. Net zoals bij het denken aan God. Hij is ver weg en toch dichtbij. Ik besef, dat er een grote afstand is tussen God en mij en daarom ook tussen hen die bij God zijn. Maar ik geloof ook in “het dichtbij’. Als Hij zegt er bij te zijn, waarom de ander dan niet? God laat ze niet ergens achter en zegt: Ik kom straks weer terug. God is er en Hij is er niet. Weer moet ik denken aan het lied van Sela: ‘Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan. Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij.
En zo is het soms ook met de beleving in de dagen van rouw. Denkend aan geliefden die je mis. Ook zij zijn ver weg maar toch ook dichtbij.

PS.
Lieve mensen, als je andere gedachten heb, schrijf het. Niet om met elkaar te gaan discussiëren. Maar om elkaars gedachten te verrijken. En denk aan de mini preek van deze week: ’Nu is mijn kennen nog onbeperkt. Zien wij nu nog door een spiegel van raadselen. Straks zal ik volledig kennen’, (1 Korintiërs 13:12).

 

 

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.