Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

‘Onze jongens zijn nu op een plaats zonder pijn’

Door een brand verloor Feike van Dijk twee van zijn kinderen.

Op een zomerdag in 2014 verloor Feike van Dijk niet alleen zijn houten huis in Lander (Wyoming, VS), maar ook twee kinderen. Hij en zijn Amerikaanse vrouw Noelle slaagden er niet in Zephy (4) en Noah (2) uit de plotselinge vuurzee te redden. Nu volgt Feike de opleiding tot brandweerman. “Daarmee wil ik mijn jongens eren.”

“Ik ren terug naar ons brandende huis. Noelle probeert wanhopig naar binnen te gaan, maar er is zo veel hitte en zwarte rook, dat het onmogelijk is. We staan naast elkaar en worden door een muur van hitte naar achteren gedrukt. We schreeuwen hun namen. Zephy en Noah. En horen ze nog, allebei. Ze roepen naar ons. Kuchen. Als ik nogmaals probeer naar binnen te gaan om hen te halen, hoor ik een stem – van God, een engel, of iemand anders? ‘De jongens zijn er niet meer; als jij naar binnen gaat, ben jij er ook niet meer. Ga niet.’ Plotseling is het of alles geluidloos wordt, alsof alles stilstaat. Noelle en ik kijken elkaar aan, nog maar drie of vier minuten na het begin van de brand. We horen de jongens niet meer, alleen nog het vuur. We beseffen: het is voorbij.”

Als je wilt slapen
Op de dag van dit interview is het een jaar en enkele maanden geleden dat deze onvoorstelbare tragedie plaatsvond, op 15 juli 2014. Feike (1980) schakelt onbewust over naar de tegenwoordige tijd bij deze herinnering. Dan ziet, hoort en ruikt hij alles weer.
Samen met oudste zoon Able (6) is hij nu enkele weken in zijn geboorteplaats Almelo, omdat zijn oudere broer trouwt. We zitten aan de witte keukentafel in het huis van zijn moeder. Feike wrijft z’n grote handen over zijn gezicht. “Het is heel moeilijk om het uit je geheugen te krijgen. De stemmen en de geluiden van de jongens, en van het vuur. Vuur brúlt echt. De geuren van die zwarte rookwolken, die overal waren. De beelden.” Hij schudt zijn hoofd. “We krijgen medicatie om het te onderdrukken. Maar het blijft zwaar. Je wilt niet meer denken aan wat er is gebeurd, maar kunt niet anders. Juist op momenten van rust, als je wilt slapen, of als Noelle en ik samen over de kinderen praten, komen al die dingen keihard terug. Ik heb zo veel moeite om te slapen. Zo veel nachtmerries gehad, vooral in het begin. Het is allemaal nog vers. Elke dag zien we hun gezichten voor ons."

'Able huilde toen ik de eerste keer naar een training van de brandweer ging'

Zo trots als een pauw
In september 2006 trouwde hij met de Amerikaanse Noelle Weimann, voor wie hij naar de Verenigde Staten emigreerde. Allebei waren ze 25 jaar oud. Noelles eerste zwangerschap liep uit op een miskraam, maar daarna werden vijf kinderen geboren: Able, Zephy, Noah en de tweeling Remmy en Beanie. “Ik was zo trots als een pauw,” zegt Feike. “Het was altijd mijn droom om een groot gezin te hebben.”
Bewust vestigde het jonge echtpaar zich in Lander, waar Noelles moeder en broer ook wonen. “Een schitterende omgeving: de Rocky Mountains, meren en bossen, woestijn, indianenstammen. We wilden zo zelfvoorzienend mogelijk leven. Rondom ons log home, een blokhut, hadden we onze eigen eenden, kalkoenen, kippen, honden en een supergrote moestuin. Ik leerde de oudste kinderen hun eigen voedsel in de bossen te vinden, zoals bessen, wilde groenten, eieren, eetbare paddenstoelen.”

Donkere rookwolken
Een snikhete dag, dinsdag 15 juli 2014. Feike en Noelle waren de toen 9 maanden oude tweeling aan het voeden (“geprakte bananen”). Ramen dicht, de airco zoemde. Able was bij hen, terwijl Noah en Zephy zich samen elders in huis vermaakten. “Opeens keek Able naar buiten, en vroeg: ‘Papa, wat is dat?’ Hij wees naar het speeltuintje voor ons huis, waar donkere rookwolken te zien waren. Eerst dacht ik nog dat er misschien een zware diesel langsreed, maar door een opening in de voordeur zag ik vlammen.”
Vlug pakte Feike de rode brandblusser uit de keuken, trapte de deur open – en werd meteen teruggeblazen door een backdraft: vuur, rook en hitte sloegen naar binnen. Direct zaten er brandwonden op zijn hoofd en handen. ‘We moeten hier weg!’ schreeuwde hij. In allerijl bevrijdde Feike de tweelingbroertjes uit hun kinderstoel. Remmy gilde het uit omdat het vuur zijn hoofd, armen en benen al had bereikt. Able rende uit zichzelf door de achterdeur naar buiten. Feike – de tweeling onder zijn armen – en Noelle volgden, roepend om hulp. “Ik dacht dat Noah en Zephy achter ons aan kwamen. Maar buiten zag ik alleen Able en Noelle.”

‘Onze haren schroeiden’
Toen hij zich omdraaide, zag Feike dat de hele voorkant van hun woning brandde, “als een fakkel”. Tranen wellen op in zijn ooghoeken als hij vervolgt: “Noelle en ik hebben diverse keren geprobeerd naar binnen te gaan, maar het ging niet. Het gíng gewoon niet! We wisten waar de kinderen waarschijnlijk waren, en hoorden hen nog, maar we konden er niet in: het hele huis stond binnen twee à drie minuten in lichterlaaie. Onze haren schroeiden weg, onze wenkbrauwen, neus en oren waren verbrand, omdat we zo dicht bij het vuur waren. Maar we waren machteloos.” Hij sluit zijn ogen, zwijgt een lang moment.
Remmy en Feike kregen eerste hulp in de toegesnelde ambulance. “Terwijl de brandweer met loeiende sirenes hun erf op draaide en ik in de ambulance lag, in shock en met een huilende Remmy op schoot, hoorde ik een enorme knal. Het metalen dak van ons huis vloog de lucht in, omgekruld door de onvoorstelbare hitte eronder. Net of de grond trilde. Met volkomen zekerheid wist ik dat we de kinderen kwijt waren – voorgoed.” 

Plastisch chirurgen
Herstelde Feike in het ziekenhuis fysiek verrassend goed van zijn derdegraads brandwonden, baby Remmy was er stukken slechter aan toe. Afgezien van zijn torso had het vuur zijn hele lichaam geschonden. “Hoofdhuid, armen en benen. Derde- en vierdegraads brandwonden. Vierdegraads betekent dat het vuur zelfs tot op het bot is gekomen.”
Remmy wordt behandeld in een gespecialiseerde burn unit van het ziekenhuis in Utah, waar Feike hem vaak naartoe brengt. Maar hoe knap de artsen en plastisch chirurgen ook zijn, de littekens zullen altijd zichtbaar blijven – en de herinneringen aan die verschrikkelijke zomerdag levend houden.
“Zonder God… ik denk niet dat Noelle en ik deze tragedie, dit ongelofelijke leed zouden hebben overleefd zonder Hem,” zegt Feike. “Dan bleven we hangen in de nachtmerries.”

'Je wilt niet meer denken aan wat er is gebeurd, maar kunt niet anders'

Het is niet onze schuld
De psychiater die hen begeleidt, vertelde Feike en Noelle dat ruim negentig procent van de stellen die zo’n traumatische ervaring doormaken, uit elkaar gaat. “Met ons is het tegenovergestelde gebeurd,” zegt Feike, met verwondering in zijn stem. “We zijn dichter naar elkaar toegegroeid. Zonder God ben je waarschijnlijk sneller geneigd elkaar de schuld te geven. Waarom Hij dit vreselijke liet gebeuren? Die vraag proberen we in Zijn handen te laten. Hoe moeilijk dat soms ook is.”
Feike en Noelle moeten zichzelf dagelijks vergeven, vervolgt hij. “Dat klinkt misschien bizar. Maar elke dag moeten we zeggen: het is niet onze schuld, we konden er niets aan doen. Het is niet Gods schuld. Het is niemands schuld.” Want de vraag vliegt hem meer dan eens aan: ‘Heb ik wel genoeg gedaan? Had ik de jongens niet toch kunnen redden, en desnoods zelf moeten sterven in het vuur?’ “Zo vaak schiet het door me heen: ‘Als ik het anders had gedaan, waren de jongens nog oké…’ Maar dat zijn gedachten waaraan je niet moet toegeven. Noelle en ik hebben professionele hulp en zoeken naar wegen om hier doorheen te komen. Alle eer aan God dat wij nog steeds bij elkaar zijn. En er samen voor de kinderen zijn.”

‘Ik zie jullie snel’
Aanvankelijk wilde Noelle de plek des onheils zo ver mogelijk achter zich laten, en naar Nederland emigreren om daar – als gehavend gezin – te proberen een nieuwe start te maken.
Feike wilde juist in Lander blijven. Na veel gesprekken en gebeden, besloot Noelle dat dit inderdaad het beste was. “Alles achterlaten? Wat zouden we daarmee oplossen?” Feike spreidt zijn handen en zegt: “Niets. Bovendien: in Lander hadden we zo veel lieve, zorgzame mensen om ons heen, die ons na de brand enorm hebben geholpen.” Dwars door de pijn heen gaan: dat was volgens hem de snelste (zij het nog altijd lange en pijnlijke) weg naar heling.
Inmiddels hebben ze een nieuw huis. Woonden ze voorheen wat buiten het dorp, nu in het midden van deze kleine gemeenschap. Omdat hun vorige woning langs de enige doorgaande weg stond, rijdt Feike er vaak langs. Steevast kijkt hij naar de zwartgeblakerde plek, die zo veel deuren naar het verleden opent. En dan bidt hij tot zijn hemelse Vader. “Kinderlijk misschien, maar ik hoop altijd dat Noah en Zephy meeluisteren. En dan praat ik ook tegen hen: ‘Jongens, ik houd zo veel van jullie. Het spijt me zo dat ik jullie niet heb kunnen redden, maar… ik zie jullie snel.’ Zoiets."

'Vluchten of vechten, dat is steeds weer de keus'

Een persoonlijke demon
In de buurt van zo veel schroeiende herinneringen blijven wonen, is één ding. Maar Feike ging een stap verder. Op een dag gaf hij zijn gezin te kennen dat hij zich bij de plaatselijke brandweer wilde aanmelden. Noelle en Able begrepen er niets van (“Able huilde de eerste keer dat ik naar een training ging”), maar zijn besluit stond vast. “Als brandweerman kan ik iets bevechten waar ik het voorheen niet van kon winnen: het vuur,” legt hij uit. “Dat is voor mij een persoonlijke demon. Het belangrijkste is dat ik, als zoiets weer gebeurt, tussen andere mensen en het vuur in kan staan.”
Het waren de mannen uit zijn team – allemaal vaders – die bij de smeulende restanten van zijn eerste huis stonden (hoe de brand kon ontstaan, is nooit duidelijk geworden). “Zij moesten de jongens, die bij elkaar lagen, vinden. Dat is… ongelofelijk moeilijk.”

In voor- én tegenspoed
Zoals je in het Amerikaanse leger chaplains (zeg maar geestelijk verzorgers) hebt, zo hoopt Feike ooit chaplain binnen zijn brandweerteam te kunnen worden. Om mensen niet alleen praktisch, maar ook geestelijk terzijde te kunnen staan. “Niet dat ik alle antwoorden heb. Maar mijn ervaringen kan ik inzetten om anderen te helpen het positieve ergens in te ontdekken, hoe moeilijk dat ook kan zijn. Zo veel mensen die leed doormaken, vragen zich verbitterd af: ‘Waarom overkomt mij dit?’ Er zijn er die God de rug toekeren – ik heb Hem in het begin ook de schuld gegeven. Maar anderen blijven ondanks al hun onbeantwoorde vragen volhouden: ‘God is met mij, in voor- én tegenspoed.’ Met vallen en opstaan zijn Noelle en ik die laatste richting opgegaan. Wij willen Hem blijven dienen. Voor mij geldt dat ik de jongens ook op deze manier wil eren. Ik stel me soms voor dat Noah en Zephy vanuit de hemel naar me kijken, hun duim opsteken en zeggen: ‘Papa, je doet het goed.’ Bijvoorbeeld wanneer ik me als brandweerman inzet om anderen te beschermen."
Meteen erachteraan: “Vluchten, de confrontatie ontlopen, is een begrijpelijke, menselijke reactie. Maar het vuur is niet de baas over mij.” Naar boven wijzend: “Eén is de Baas over alles, ook over het vuur. Vluchten of vechten, dat is steeds weer de keus.”

Een dubbele regenboog
“Onze hoop is dat we op een dag met onze jongens herenigd zullen worden,” antwoordt hij op de vraag wat hem op de been houdt. “Ons troost de zekerheid dat ze in goede handen zijn, op een plaats zonder pijn.”
Een vriend van Feike en Noelle maakte een tekening die dezelfde hoop ademt. Daarop zie je Jezus, met een lachende Noah en Zephy op Zijn schoot. Boven hen welft zich een dubbele regenboog. “Het is ongelofelijk hoeveel dubbele regenbogen wij sinds de brand hebben gezien,” licht Feike het verhaal erachter toe. “Bijvoorbeeld toen ik net uit het ziekenhuis was ontslagen; de hele familie was bij ons in Lander. Opeens begon het enorm te regenen, zomaar uit het niets. Able – 5 jaar oud destijds – wees naar een dubbele regenboog aan de hemel. ‘Papa, mama, kijk!’ zei hij. ‘Zephy en Noah hebben God net gevraagd of Hij jullie een teken wilde geven dat het goed met hen is.’”
Feike pakt z’n telefoon en laat een gezinsfoto zien, waarop ook Noah en Zephy lachend in de camera kijken. “Dit was op de avond van 4 juli, een grote feestdag in Amerika. Vanaf ons erf konden we het vuurwerk boven Lander zien. We hadden een vuurtje aangelegd, marshmallows gemaakt, een tent neergezet. Able nam deze foto. Toen wisten we nog niet dat dit hun laatste foto zou zijn. Elf dagen later…” Feike veegt zijn ogen droog, kijkt weer naar Noah en Zephy en zegt zacht: “Mooie mannetjes."

Loveforthevandijks.blogspot.nl
Twitter: @FeikevanDijk

Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Dick Vos

 

 

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.