Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Op zoek naar geloof in de nacht

Met Visie op avontuur in het donker

Wie slaapt, heeft er geen weet van: de nachtelijke samenzwering van de rustelozen, de dagdromers en de wakkeren. Als het donker is, vertragen gedachten en komen woorden sneller naar de oppervlakte. Visie-redacteuren Maarten Nota en Maarten Vermeulen gingen samen met fotograaf Jorik Algra op zoek naar leven in de nacht.

22.30 uur

Roffelend slaat de motor aan, om bijna gelijk weer stil te vallen als het gaspedaal te ver omhoog komt: de oude Volkswagenbus heeft wat hulp nodig in de steenkoude Utrechtse parkeergarage. Het is een sprong terug in de tijd, plaatsnemen achter het grote, bakelieten stuur van deze T2 uit 1970. Geïmporteerd uit de Verenigde Staten, dus de snelheid wordt in mijlen aangeduid, had de verhuurder nog gewaarschuwd. We worden er nauwelijks wijs uit, al was het maar omdat we pas laat ontdekken dat de dashboardverlichting behalve uit, ook aan kan. “Hoe hard zou dit zijn?” roepen we de hele nacht naar elkaar. Het idee dat we in dit rammelende, hoestende voertuig een snelheidsovertreding begaan, brengt een glimlach rond onze lippen.

Enfin, we rijden. Het voelt als een kwajongensstreek.

In een koude, Utrechtse parkeergarage begint het nachtelijke avontuur.

23.00 uur

Niet echt een nachtmens, die Margje.

In het donker over het Mediapark rijden en niet precies weten waar je heen moet, dat is vergelijkbaar met geblinddoekt je weg vinden in een maisdoolhof. “Hier staat NOS!”
“Ha, hier ook!”
“En daar!”
Het lukt toch. Radiopresentator Margje Fikse is net klaar met de uitzending van het hagelnieuwe Langs de Lijn en omstreken op NPO Radio 1. “Gelukkig,” zucht ze. “Ik ben niet zo’n nachtmens.” Nu volgt nog de lange autorit naar huis, waar een glas port wacht. En twintig slokken water, vlak voordat ze in bed stapt. “Gewoon, dat doe ik altijd. Dan slaap ik lekker.”
Nou ja, slapen. Huize Fikse is deze dagen in de ban van een nachtelijke beddenestafette, al zijn het vooral Margje en de kinderen die van bed wisselen. “Ik kan gewoon niet slapen als er een kind bij ons in bed kruipt. Dus dan pak ik mijn kussen en ga ik zijn bed liggen. Ook daar ben ik niet veilig trouwens, want ze vinden mij altijd.”
Enfin, voordat het zover is nu eerst naar huis. “Als ik in de auto bijna in slaap val, bel ik mijn moeder. Zij kan eindeloos nachtbraken. En kletsen.”

23.15 uur

Verdwalen op het Mediapark, we kennen het...

Verdwalen op een donker Mediapark, we kennen het gevoel. Met een ferme zwaai zet een vrouw een grote tas op de grond. “Parkeergarage A, weten jullie dat?” Ze toont een beduimeld ticket: kijk, hier heeft ze haar auto geparkeerd. Maar ja, toen was het nog licht. In haar tas zit een soort ijzeren balletpakje, beplakt met spiegeltjes. “Ik ben stylist bij The Voice of Holland,” zegt ze met veelbetekenende blik. “Dit is voor de volgende aflevering. Niet verder vertellen.” Het pakje ziet er ongemakkelijk uit. En nee, wij hebben geen idee waar haar auto staat. Ze zucht. “Ik zoek verder.”

00.30 uur

Vuurtje erbij, blijf je lekker warm!

De gehaktballetjes zijn heus lekker, maar dat hoort de moeder van Iris niet van haar dochter zelf. Natuurlijk niet, zou je bijna zeggen, want Iris is een springerig tienermeisje dat met haar vriendinnen in een hut van karton slaapt, op een parkeerterrein voor de kerk. Er brandt ook een vuurtje, en daaromheen zitten nog meer tieners, en wat volwassenen die een oogje in het zeil houden. Dat zit zo: elk jaar organiseert de jeugdclub van de gereformeerde kerk in Voorthuizen een actie om geld in te zamelen voor een goed doel, dit keer een reis naar Zambia, van ‘oudere jongeren’ uit de kerk. De jeugd slaapt een nachtje in zelfgebouwde hutjes en laat zich sponsoren. Daarom komt de moeder van Iris dus zelfgedraaide gehaktballetjes brengen, zo uit de pan, want ze wonen vlak bij de kerk. “En om even te kijken hoe het gaat. Een mooi excuus toch?” Iris is al weggestoven, met haar vriendinnen in een hutje. De jongens die brallerig met ontblote bast indruk maken door een rondje om de kerk te hollen, komen te laat.

02.00 uur

Habib is nergens bang voor!

Habib heeft geen idee hoe je koffie zet, want hij drinkt het niet. En dat is gekker dan het lijkt, want hij is nachtwaker in hotel Belmont van het Leger des Heils. Televisie kijkt hij ook nauwelijks, en zeker niet ’s nachts. Roken dan? Ook niet. De krant lezen? Nee. Habib is vermoedelijk de meest atypische nachtportier van Nederland. Maar het feit dat hij geen koffie lust, verbleekt bij de rest van zijn verhaal: vanuit Afghanistan belandt hij in communistisch Rusland voor een studie. Negen jaar lang studeert hij aan de beste technische universiteiten. Hij raakt bevriend met de politieofficier waar hij zich driemaandelijks moet melden om zijn visum te verlengen. Zij laat hem een film over Jezus zien, wat zijn leven ondersteboven gooit. Hij gelooft het zelf nauwelijks, maar het is echt waar en onvermijdelijk: Habib wordt christen. Via omwegen vlucht hij naar Nederland, met zijn gezin. “Helaas bleek het onmogelijk mijn diploma’s om te zetten naar Nederlandse papieren,” vertelt hij. “Na een aantal jaar gaf ik het op. Nu ben ik nachtwaker, al tien jaar lang drie nachten per week.” De andere dagen rijdt hij in een taxi. En al zijn intelligentie dan, zijn jarenlange studie? De ingenieur glimlacht: “Ik beschouw deze fase in mijn leven als een les van God.”
De koffie mislukt, wat eruit komt is gitzwart en bitter. In het grote donkere conferentiehotel loopt Habib zijn ronde, terwijl de gasten slapen. Bang is ‘ie nooit: “Ha! Ik ben geboren in Afghanistan.”

02.30 uur

Hij doet het niet meer :-(

“Nou, starten maar!”
“Dat doe ik.”
“Je moet het sleuteltje draaien he, kijk zo”
“Dat doe ik.”
“Gewoon helemaal erin en dan naar links.”
“Dat doe ik.”
“Nou, nog een keer dan.”
“Hij doet het niet.”

Oude busjes, dat is niks voor redacteuren. Wel voor fotografen die in een vorig bestaan automonteur waren. Beetje duwen en wrikken en hup, daar roffelt het motortje weer. “En nu gaan we poolen.”

02.50 uur

Niet poolen maar poetsen

Je zou zeggen: leg zelf nog even een balletje, nu het zo rustig is. Maar dat is aan Marlies niet besteed. Ze is dan wel mede-eigenaar van Q’s Poolcentrum, maar ze bakt er niks van op het groene laken. “Nou ja, op een gelukstreffer na dan.”
Ze komt heus weleens binnenwaaien op een avond, maar haar man Rob is meer van de dagelijkse – en nachtelijke – gang van zaken. Als de laatste gasten naar huis zijn, begint de grote schoonmaak: de bar opruimen, toiletten reinigen en de vloer dweilen. Vaste klanten helpen vaak een handje, in ruil voor nog een laatste drankje. En dan valt er geen onvertogen woord, zeker niet als Marlies in de buurt is. “‘O ja, jij gaat naar de kerk’. Dat weten de meesten hier wel. Overigens ga ik nooit op zondagochtend, dat is mij te vroeg. Maar ook aan de bar heb ik zomaar een serieus gesprek.” En als het Kerst is, nodigt Marlies de vaste klanten uit om mee te gaan naar de kerstnachtdienst. De tweede keer ging dat al een stuk makkelijker: “Zijn die mooie zangeressen er ook weer?”

04.00

Bert bakt ze bruin

Als je in Woudenberg op vrijdagnacht uit de kroeg komt rollen en nog wel wat zou lusten, dan roep je luid ‘broodje halen bij Bert’, en dan zijn er altijd wel een paar die meegaan. Zachtjes doen in het steegje (anders krijg je gedoe met de bakker), deur opendoen, je een weg banen langs stapels kratten en dan bij Bert bedelen om een broodje. Een beetje ginnegappen, paar flauwe opmerkingen en dan – hup – naar bed. Bert niet. Die heeft een moordend tempo in de benen én armen. Er moeten liefst vijfhonderd broden gebakken worden vannacht: wit, bruin, tijger, Bert staat geen minuut stil. Ping! Tijd voor de stokbroden. En dan floepen er alweer deegbolletjes uit een machine: pistoletjes in de maak. Maar wat is dat, daar in die grote bak? Bert, het ontsnapt! “Haha! Ciabattadeeg, dat rijst nogal.” Hij mept het deeg terug in de bak. Dat is straks pas aan de beurt. “Willen jullie koffie en een peacanbroodje? Ik heb wel even anderhalve minuut.” En dan snappen we wat dat is, een ‘broodje bij Bert’. Je zou er je bed voor uitkomen.

05.00 uur

Vergeet je wisselgeld niet!

Casper moet nog een uurtje. Een zware, net als het uur hiervoor. Tussen vier en zes, als de aflossing komt, is het meestal rustig. Behalve automobilisten trekt het winkeltje de hele nacht uitgaanspubliek. Sigaretten, daar komen ze nagenoeg allemaal voor. Gedoe? Welnee, Casper hoor je niet klagen: hij staat in het enige bemande pompstation in de wijde omgeving. “Ze zijn zo dronken dat ze heel vaak het wisselgeld laten liggen. Kijk, in twee nachten heb ik al twintig euro extra verdiend.”

05.30 uur

Ik. Wil. Slapen.

“Dit was het. Hoe laat moet jij op?”

Tekst: Maarten Vermeulen
Beeld: Jorik Algra
Video: Jean-Paul Veenendaal

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.