Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Vannacht regent het bijbels in Noord-Korea

Voorganger gaat door met lancering ballonnen

Noord-Korea dreigt met ‘een zee van vuur’ vanwege de ballonnen met bijbelteksten op usb-sticks, die de organisatie Voice of the Martyrs in Zuid-Korea lanceert. Ook Zuid-Korea is er niet blij mee, maar organiserend voorganger Eric Foley gaat er gewoon mee door. Hieronder het verslag van Richard Groeneboom. Hij was vorig jaar bij de risicovolle lancering van deze ballonnen aanwezig.

Koploper christenvervolging
Nooit eerder heb ik iets gedaan wat (indirect) iemands dood zou kunnen veroorzaken. Vannacht verandert dat. Op een klein Zuid-Koreaans schiereilandje, amper twee kilometer van de zwaarbewaakte grens, ga ik helpen om pakweg 1700 Nieuwe Testamenten per ballon in Noord-Korea te droppen. Wie morgen zo’n bijbeltje opraapt en meeneemt, riskeert z’n leven."Een zwoele zomeravond in Seoul, de negen miljoen inwoners tellende hoofdstad van Zuid-Korea. Zodra de lucht donker kleurt, lichten overal neon-kruisen op: kerken vind je hier te kust en te keur. Op enkele ‘propagandaplekken’ na, zijn zulke zichtbare verwijzingen naar het christendom volstrekt ondenkbaar in het buurland: aartsvijand Noord-Korea. Deze bijna hermetisch gesloten natie is al jaren koploper christenvervolging. Een Noord-Koreaan die wordt betrapt op het bezit van een bijbel, wordt vrijwel zeker geëxecuteerd. Toch zijn het uitgerekend Nieuwe Testamenten die we vanavond richting Noord-Korea lanceren.

Geen hommeles
Met een team van Seoul USA, partner van Stichting De Ondergrondse Kerk (SDOK), maken EO-collega en SDOK-medewerker Richard Groenenboom en ik een lange rit vanuit de hoofdstad naar de afgelegen lanceerplek, dichtbij de grens. Achterin de grijze bestelbus liggen zo’n 110 speciale ballonnen. In elk ervan hebben we vanmiddag vijftien exemplaren van het Nieuwe Testament in het Noord-Koreaanse dialect gestopt. “Meestal komen er agenten of militairen kijken als we bijbel-ballonnen lanceren,” legt ds. Eric Foley uit, die naast ons op de achterbank zit. Deze bevlogen Amerikaan, getrouwd met een Zuid-Koreaanse, is oprichter en directeur van Seoul USA. “Het is legaal wat we doen, maar de autoriteiten houden alles nauwgezet in de gaten. Ze willen geen hommeles met de Noord-Koreaanse regering in Pyongyang. Als ze jullie straks vragen gaan stellen, zeg dan alleen: ‘Ik heb een Nederlands paspoort.’ Ze kunnen jullie niets maken.”

Kale zandvlakte
Ver van de bewoonde wereld draaien we een hobbelige weg op. De motor gromt als we enkele meters schuin omhoogklimmen naar een plateau. “We zijn er bijna,” zegt Eric. “Hopelijk is de truck met gasflessen er ook al.” In het licht van de koplampen zien we een kale zandvlakte. De dichtstbijzijnde lichtjes bevinden zich op vele honderden meters afstand. We zien geen maan en geen sterren. “Daar is de truck,” wijst Eric. Een zwart silhouet tekent zich af tegen de nachtlucht; er staan twee mannen naast. We parkeren en stappen uit. Het is aardedonker. En stil. Je hoort alleen krekels, de wind en het lage ruizen van de nabije zee. In de verte blaffen wat honden. Op zo’n desolate plek zal het woord unheimisch ooit bedacht zijn. Het is 21.00 uur.

‘Laten we beginnen!’
De achterklep van de bestelbus zwaait open. We hijsen ons in launch team-hesjes en zetten de dozen vol ballonnen klaar in het zand naast de truck. Daarna bidden we staand in een kring om Gods leiding en bescherming, en vragen of Hij het volk van Noord-Korea wil zegenen. Met nadruk wordt gedankt voor alle SDOK-donateurs in Nederland die deze ballonlanceringen financieel mogelijk maken. “Oké,“ zegt Eric enthousiast na het amen, “laten we beginnen!” De mannen op de truck draaien twee oranje gasflessen open, en al snel bollen de eerste ballonnen op. Het sissende geluid van vrijkomend gas zullen we de komende uren voortdurend horen. Vaardige vingers sluiten de opgeblazen ballonnen af met een tie-wrap, en laten ze gaan. Snel en stil zweven ze omhoog, met in hun plastic buik de Nieuwe Testamenten. “Here God, wij laten ze los, wilt u ze in Uw handen nemen en naar Noord-Korea leiden,” hoor ik Eric zachtjes bidden.

Misschien morgenochtend al
Ballon na ballon stijgt op. We staren ze na tot de kogelronde, witte gevaarten oplossen in de nacht. Wie zullen de lichtgewicht bijbeltjes – misschien morgenochtend al – vinden? En wat doen ze ermee, als ze beseffen wat er op de grond ligt? “Voor mij is elke ballon een wonder,” vertelt Eric tussen de bedrijven door. Hij wijst naar het bijna onzichtbare water naast ons. “Op nog geen twee kilometer, waar je die lichtjes ziet twinkelen, ligt Noord-Korea, en staan kanonlopen deze kant op gericht. Aan het begin van elk jaar dreigt Noord-Korea raketten af te schieten op de eerste die ballonnen met bijbels oplaat. Ze zijn er helaas toe in staat. Vandaar dat onze overheid precies wil weten wat we doen en wie erbij betrokken zijn.” Tot nu toe merken we niets van agenten of militairen. Wel vraagt Eric één keer of Richard het licht van zijn filmcamera wil uitdoen, als in de verte twee koplampen verschijnen. Pottenkijkers? Maar na een paar minuten geeft hij het sein veilig. Dat men ons in ieder geval van Noord-Koreaanse zijde in de gaten houdt, staat voor hem vast. “Zeker als onze ballonnen de grens naderen, zien ze dat. Aan de overkant staat om de pakweg vijf meter iemand op wacht.”

Jaarlijks zo’n 38.000 exemplaren
“Tussen mei en november doen we altijd zoveel mogelijk ballonlanceringen,” vervolgt hij. “Zodra de weersomstandigheden gunstig zijn, gaan we eropuit. Dat doen we zowel overdag als ’s avonds, en op verschillende plekken. Dit type ballon – overdag gebruiken we andere – ontploft op een hoogte van zo’n vier kilometer; dan dwarrelen de bijbels naar beneden.” Eric laat ons een apparaat zien met in het display een plattegrond. “Dankzij geavanceerde GPS-technologie kunnen we exact bijhouden in welk gebied de ballonnen ontploffen, en in de buurt van welke dorpen de bijbeltjes neerkomen.” De route van één ballon, die per tien minuten wordt weergegeven, eindigt ver over de grens (zie afbeelding). Met gemiddeld zestig lanceringen slaagt Seoul USA erin jaarlijks zo’n 38.000 exemplaren van het Nieuwe Testament boven het zuidelijke deel van Noord-Korea te droppen. Dit tot groot ongenoegen van de regering in Pyongyang. ”We weten dat ze Zuid-Korea herhaaldelijk en met klem hebben gevraagd deze lanceringen een halt toe te roepen. Dat moedigt ons juist aan hiermee door te gaan: kennelijk missen deze ballonlanceringen hun uitwerking niet. Dat horen we trouwens ook keer op keer van Noord-Koreaanse vluchtelingen.”

Geen voedsel maar Gods Woord
Ik durf het Eric bijna niet te vragen, die er met zoveel passie en al sinds 2006 mee bezig is. Maar is het wel ‘verantwoord’ om bijbels naar Noord-Korea te sturen, waar nota bene de doodstraf staat op bezit ervan? Hij is even stil en staart naar een ballon die boven ons opstijgt. “Weet je,” zegt hij zacht, “het zijn juist vluchtelingen uit Noord-Korea en geheime gelovigen daar met wie we contact hebben, die ons smeken bijbels te blijven sturen. Geen voedsel of iets anders, maar Gods Woord. Dat is wat hun land het meest nodig heeft; alleen dat biedt mensen werkelijk hoop en kan verandering teweegbrengen in Noord-Korea. En de enige veilige manier om bijbels over deze grens te krijgen, is via de lucht. Niemand kan onze ballonnen tegenhouden. En iedere Noord-Koreaan die zo’n bijbeltje ziet liggen, weet wat het is en wat het gevolg kan zijn als hij er eentje opraapt en meeneemt. Alleen degenen die werkelijk meer over het Evangelie willen weten, zullen het risico nemen. Ieder ander zal ze laten liggen, dus voor hen is het veilig.”

Er klinkt applaus
Rond 23.30 uur stijgt de laatste van de ruim 110 ballonnen op. Er klinkt een spontaan applaus. “Zijn alle gasflessen leeg? En geen ballonnen meer over? Perfect!” zegt Eric. “En vanavond helemaal geen politie of militairen. Wauw.” Opnieuw vormen we een kring, en danken God voor de geslaagde lanceringen. Als we de lege dozen hebben ingeladen, verlaten we de zandvlakte en beginnen aan de lange terugreis naar Seoul. Inmiddels zijn de meeste bijbels al geland in Noord-Korea, dat Gods boodschap van hoop zo hard nodig heeft. Door het zijraam kijk ik nog één keer achterom naar de lucht: alle ballonnen met hun kostbare lading zijn verdwenen in de nacht.

Tekst en foto: Gert-Jan Schaap


SDOK (Stichting De Ondergrondse Kerk) is een campagne gestart om via usb-sticks het Evangelie in Noord-Korea te verspreiden. Op die usb-sticks wordt een ingesproken versie van de Bijbel gezet en ook  christelijke liederen. Meer hierover is te lezen op sdok.nl/usb

Bekijk hieronder de lange versie van het filmpje:

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.