Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Waar de hemel de aarde raakt

Wat je ook hebt gedaan, de Heer heeft een zegen voor je

Er wordt heel wat afgereisd in de Bijbel. Wat kunnen we leren van mensen die met God onderweg zijn? In deze serie gaan we elke aflevering met iemand mee op pad.

Daar stonden we dan: op een nagenoeg verlaten, zonovergoten strand met vóór ons een azuurblauwe zee en achter ons oprijzende kliffen waar een meeuwenfamilie van een zeldzame soort talloze nesten had gebouwd. Ik ga u niet vertellen waar het is, want dan gaat u er ook heen, maar denk zo ongeveer aan Noord- Denemarken. Hartje hoogseizoen en geen kip te bekennen. 

We hebben daar heel wat uren doorgebracht en het kostte moeite afscheid van ‘ons’ strand te nemen. En nog denk ik er vaak aan: het was een paradijselijke plek. Eentje die bij wijze van spreken het laatste oordeel met glans zal doorstaan... Iedereen heeft wel zo’n favoriete plek. In het buitenland of dicht bij huis. Waar de natuur overweldigend is of juist heel lieflijk en rustgevend. Waarvan je, als je je boeltje inpakt om te vertrekken, tegen jezelf of tegen elkaar zegt: hier komen we nog eens terug. 

Bedje van zand
Toen Jakob die avond ging slapen, zo’n tien kilometer ten noorden van het huidige Jeruzalem, kwam het woord ‘paradijs’ 
niet in hem op. Een bedje van zand en
 een steen als hoofdkussen: ik zou geen oog dichtdoen. Een onherbergzaam oord, letterlijk, want er was geen herberg. Dat Jakob in slaap viel, mag dus een wonder heten, vooral ook omdat hij nou niet echt een rein geweten had: hij had zojuist zijn broer op een gemene manier bedrogen
en zichzelf verzekerd van de beste zegen. En nu lag hij daar in de woestenij die hij van zijn eigen leven gemaakt had: met een withete broer achter zich en achthonderd kilometer withete woestijn voor zich. Hij zou nog maanden moeten lopen voor hij bij zijn oom Laban zou arriveren, die hem jaren zou laten werken én zou bedriegen op zijn eigen bruiloft. Maar dat wist hij allemaal nog niet toen hij in slaap viel, daar in Betel. 

Engelen 
En toch wordt die plek voor Jakob het paradijs. Waar de hemel de aarde raakt en waar hij een zegen ontvangt die in geen verhouding staat tot wat hij tot dan toe had gepresteerd. Waar hij mag zien wat
er achter de schermen gebeurt: engelen die voortdurend in de weer zijn om God en mensen te dienen, of die zich nu bevinden in een Kanaänitische woestijn of op een strand in het noorden van Denemarken. Het verhaal van Jakobs droom in Betel is in de kunst vele malen afgebeeld. Zoek maar eens in de afbeeldingen op Google. De mooiste vind ik de Jakobsladders op de kathedraal van Bath in Engeland. Links en rechts van het grote kerkraam boven de hoofdingang kruipen de engelen omhoog en omlaag, uitgehakt in dat mooie gele kalkzandsteen. Echt prachtig en voor de Engelandvaarders onder ons een must. 

Moederskindje 
De droom komt voor Jakob precies op tijd, want hij moet zich die avond knap ellendig hebben gevoeld. ‘Van God en mensen verlaten’, zeg maar. Weggestuurd door z’n vader, verjaagd uit de tent van z’n moeder, waar hij zo graag was. Het moederskindje was nog nooit van huis geweest, kon nog net een linzensoepje koken. Hoe troostrijk is het dan als je in je slaap te zien krijgt dat – hoe onherbergzaam ook – God daar is. Dat waar je ook bent, Zijn engelen op je wachten. Dat wat je ook hebt gedaan, de Heer een zegen voor je heeft. Het is een geweldig bemoedigend verhaal. 

Nieuwe moed 
Misschien keert u deze zomer terug naar uw favoriete plek, of misschien ontdekt 
u er deze zomer één. Of misschien wordt een voor u onherbergzame plek – dat kan ook de kerk zijn! – voor u wel tot een Betel, een huis van God. Waar u zich opnieuw of voor het eerst welkom en geborgen voelt. Waar u voor het eerst of opnieuw een rijk inzicht ontvangt, nieuwe moed vat, een belangrijke beslissing neemt of waar u zich ‘gewoon’ opnieuw toewijdt aan dat waarvan u weet dat het uw levenstaak is. Ik zou zeggen: markeer die plek. Zoek een steen en ‘richt die op’ en formuleer, net als Jakob, een belofte, een gebed of een voornemen. Keer, als het even kan, fysiek of in gedachten naar die plek terug. Laten we Betels gaan verzamelen, huizen van God, om naar terug te keren als we ons eenzaam, ontheemd en koud voelen. Of laten we Betels worden, voor elkaar, om te omhelzen en lief te hebben en de hemel open te doen voor iedereen, zonder aanzien des persoons. 

Trap 
Mijn man en zoon waren altijd opgelucht als het strand, ons Betel, bij aankomst helemaal leeg bleek te zijn. Ik niet. Ik was altijd blij als er nog wat mensen waren. Dan voelde ik me het lekkerst. Best raar. Ik had er meer bij stil moeten staan dat die trap, daar van boven aan dat klif naar beneden, een Jakobsladder was. Dat Gods engelen altijd, overal rondom ons zijn. Ik zal eraan denken als we van de zomer naar Engeland varen! 

Deel dit artikel:

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.