Icon--search Icon--video Icon--play Icon--pause Icon--twitter Icon--facebook Icon-navIcon Icon--arrowLeft Icon--arrowRight Icon--audio Icon--photo icon--tag Icon--radio icon--contact volume-off Icon--volume-up

Waarom stierf onze zoon?

BLOG | ds. Arie van der Veer

Als je die vraag zelf niet stelt, dan doen anderen het wel. 
Ik wil voor al die vragen open staan. Ik wil u en jou vertellen wat ik wel, maar vooral ook wat ik niet weet. Wat ik wel en wat ik niet geloof. Zelf heb ik die ‘waarom-vraag' bij het sterven van onze zoon niet gesteld. Maar ik weet: sommige van de kinderen wel, en de kleinkinderen zéker.

Ben je vromer en geloviger als je die vraag niet stelt? 
Nou, dat hoeft helemaal niet. Het kan zelfs een teken zijn dat - als jij die vraag wel hebt - dat het een teken is dat je veel van God houdt! Jij neemt God juist heel serieus. Je kan echt niet begrijpen waarom dat of dat gebeurde. En wat doe je? Je zegt het tegen Hem.

Geen vragen stellen kan (hoeft niet!) een teken zijn dat je een beetje afgestompt bent in het geloof. Waarom al die vragen? Het helpt toch niet! Ben ik zo’n mens? 
Leg ik me bij dat onvermijdelijke neer? Als ik dat al gedaan mocht hebben dan is het sterven van onze zoon voor mij weer een ‘wake up call’. Een oproep om echt opnieuw met anderen te roepen: ‘Here God, er is zoveel verdriet, doe er wat aan!’

Daarom vind ik die tekst, die in de dagen na Peter’s overlijden elke keer weer langs kwam, een geweldige tekst.:
 ‘Ú ziet het wél, want U aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geeft’ (Psalm 10:14). 
De dichter begrijpt niets van het onrecht van de wereld. Lees het maar na. Dat is het verband waarin die tekst staat. De dichter schreeuwt daarom tot God: ’Here, doe er wat aan. Ik leg mijn zaak in Uw handen. Neemt U het ter harte’.

Vragen stellen mag
Misschien heb ik dat wel te weinig gedaan. Mij te snel neergelegd bij alle ellende van deze wereld. Misschien heb ik te rationeel, te logisch, te mooi gepreekt. 
Misschien te weinig gezucht (Romeinen 8), te weinig geroepen: ‘Mijn God hoe lang nog? Waarom komt U niet terug’. Ik lees in het laatste boek van de Bijbel dat de martelaars, die in de hemel zijn, dat ook roepen (Openbaring 6:10). Ik denk nu terwijl ik dit schrijf: Misschien roept mijn zoon Peter nu wel met hen mee. ‘God hoe lang nog?

In de hemel hebben zij dus ook vragen.
 In de hemel blijven ze roepen.
 Laat staan wij hier, midden in die gebroken wereld. Dus vragen stellen is niet verkeerd. 
Verre van dat.
 En de Geest en de bruid zegge: Kom!’ Misschien ben ik dus gewend aan dingen waaraan je nooit wennen mag. Misschien heb ik wel te veel theologische verklaringen en stel ik te weinig vragen.

Troostende Bijbelteksten
Maar, laat ik eerlijk zijn, het niet altijd vragen stellen komt ook omdat God mij in mijn leven vaak getroost en geholpen heeft met Zijn Woord. Juist ook door andere tegenslagen zijn er gedeelten uit de Bijbel die me erg dierbaar zijn geworden. Als de vragen opkomen, zeg ik ze onder mijn dagelijkse wandeling op. Door ze hardop te zeggen, focus ik me er des te meer op.

Mag ik er twee noemen?
De eerste komt uit Matteüs 10: 
‘Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven’.
Het gaat daar over musjes die vallen onder een klapnet. In tegenstelling met de meest moderne Bijbelvertalingen zeggen juist de oude vertalingen iets wat mij geweldig troost. De Herziene Statenvertaling zegt niet 'dat God wil dat de musjes vallen'. Wel dat het niet buiten Hem omgaat. Er staat niet dat God het wil, er staat wel dat het niet buiten Hem omgaat.

Dat helpt me echt.
 God wil het niet, maar Hij is er wel bij betrokken. En dat kan alleen maar met goede bedoelingen zijn. Zo is God. Hij is liefde. Een andere tekst die mij helpt komt uit Romeinen: 
‘En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede’.

Met teksten zoals deze zijn al mijn vragen niet opgelost. 
En toch!

Ik besef heel goed, dat God voortdurend van me vraagt Hem te vertrouwen. Ik wil dat blijven doen. Ook al blijven er een heleboel vragen. Wat ons overkwam spoort me weer aan die vragen te blijven stellen, God serieus te nemen. Maar ook om Zijn beloften voor waar te houden.

En weer denk ik aan het liedje dat Peter zong: ‘Leg het in Zijn handen neer.’

Geef een reactie

Om reacties te kunnen lezen en/of schrijven moet je toestemming geven voor het plaatsen van cookies.
Klik hier als je toestemming geeft voor het plaatsen van cookies bij het bezoek aan de websites van de Nederlandse Publieke Omroep. Of pas hier je cookie-instellingen aan.