
Mantelbavianen beschermen elkaar tegen roofdieren. Japanse makakken in warmwaterbronnen. Laagland-gorilla's die laten weten wie de baas is. Primaten die overleven en intelligente apen krijgen een schelp open.

Planten hebben drie elementen nodig om te kunnen leven: zonlicht, water en voedingsstoffen. Op de bodem van het bos is zonlicht schaars, dus gebruiken klimmers als klimop en kattenklauw andere planten als een ladder om naar het licht te klimmen.

Reuzen-pijlinktvissen die een school vissen aanvallen. Op de zeebodem van Antartica zijn duizenden zeesterren, zeeëgels en gigantische lintwormen. We volgen reuzenspinkrabben aan de Australische zuidkust. En de reuzen-octopus als moeder.

Dagelijks woedt in jungles, savannes, woestijnen en ijzige poolzeeën een strijd op leven en dood tussen vleeseters en hun prooi.

Er zijn vele malen meer insectensoorten dan andere diersoorten. Dat succes danken insecten aan hun flexibiliteit, hun vermogen om zich lichamelijk aan te passen aan nieuwe en andere levensomstandigheden.

Van de evenaar tot de pool hebben vogels de meest ingenieuze manieren gevonden om de vele uitdagingen van het leven te overwinnen. En daarbij draait alles om iets wat alleen vogels hebben: veren.

Het wierzeedraakje lijkt geen voortbewegingsmechanisme te hebben. Niemand weet wat de aalgrondel eet. En de Australische Gobie slooft zich uit in de stroming van een waterval.

Het overleven van de ijsbeer en haar jong. De buitengewone snelheid van de olifantspitsmuis. Het hoogontwikkelde 'familieleven' van het stokstaartje. En de doorslaggevende ervaring van een olifanten-grootmoeder.

Reptielen en amfibieën lijken een overblijfsel uit een ver verleden, niet aangepast aan de natuur van deze tijd. Hoe stuitert een Venezolaanse padje, een schijnbeweging van een kameleon en de dodelijke beet van de Komodovaraan.