Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

'Als je ergens voor staat, krijg je tegenwind'

'Als je ergens voor staat, krijg je tegenwind'

Er zijn momenten waarop SGP-leider Kees van der Staaij zich voelt als een roepende in de woestijn. Een woestijn waarin kerken hun deuren sluiten, individuele rechten de boventoon voeren en mensen de grofste beledigingen achterlaten in zijn mailbox. Toch gaat hij zonder ophouden door met het verdedigen van christelijke waarden. “Was er niet de belofte dat ook in de woestijn dingen weer gaan bloeien?”

Kees van der Staaij (47) is een optimistische man. Dat blijkt ook als hij na de fotoshoot voor dit interview – in de stromende regen op het Binnenhof – verder denkt over het woestijnthema. “Roepende in de woestijn klinkt wat somber, maar ik ga altijd op zoek naar oases en manieren waarop er toch iets moois kan groeien. Ik ben dankbaar dat ik een optimistisch karakter heb gekregen van onze Schepper, omdat het helpt niet snel ontmoedigd te raken. Natuurlijk moet je wel realistisch blijven, anders raak je teleurgesteld.”

Jongensdroom

De ingangen van het Binnenhof worden bewaakt door de marechaussee en binnen moeten alle bezoekers een voor een door een scanner lopen. De beveiliging staat op scherp, maar het lijkt niemand te hinderen. Een groep luidruchtige scholieren krijgt een rondleiding en toeristen maken selfies. Het Haagse regeringscentrum is al zeventien jaar de werkplaats van Van der Staaij. Hij zit ontspannen op een zwart-leren bank in zijn kamer. Aan de muur hangen ingelijste foto’s van Afrika en een felgekleurde wereldkaart. Zijn bureau is al even opgeruimd als zijn humeur. De SGP-voorman lacht en praat veel, maar denkt ook goed na over zijn antwoorden. Dat hij op zijn 29e in de politiek belandde, was een jongensdroom die uitkwam.

“Ik weet niet beter of ik vond politiek interessant. Verkiezingen waren hoogtepunten. Vaak bezocht ik een bijeenkomst waarbij je de uitslag live kon volgen. Die politieke betrokkenheid is er met de paplepel ingegoten. Ik kom uit een warm, christelijk nest met ruimte voor discussies. Mijn vader was actief binnen de SGP en werkte bij de gemeente. Dat hij een baan had in een niet-christelijke omgeving, was een mooie aanvulling op de gesprekken aan tafel.”

Waarin lijkt u op uw ouders?

“Net als mijn vader heb ik behoefte aan daadkracht. Ik houd van praten en discussiëren, maar uiteindelijk moet het wel ergens in uitmonden. Ik wil iets doen. Van mijn moeder heb ik een zekere bedachtzaamheid gekregen. Eerst nadenken voor je handelt.”

Dat klinkt als een prettige balans.

“Dat zeiden mijn ouders ook: ‘Jij hebt een mooie combinatie van onze eigenschappen gekregen.’ Dat was typisch iets voor mijn ouders. Ze benoemden de positieve dingen in de karakters van hun vijf kinderen. Vroeger vond ik dat normaal, maar nu ik weet hoeveel mensen die bevestiging niet hebben gekregen, ben ik er enorm dankbaar voor.”

Een fout

Ook tegenover een politieke functie stonden vader en moeder Van der Staaij positief. Een carrière die op een bijzondere manier op het pad van hun zoon kwam. Na het vwo koos Van der Staaij voor een rechtenstudie. Hij vervulde zijn dienstplicht als tankcommandant en ging daarna aan de slag als jurist bij de Raad van State.

“In die tijd hield ik af en toe lezingen voor de SGP, maar het balletje is pas gaan rollen bij de verkiezingen van 1998. Het partijbestuur zocht een jonge kandidaat die ze hoog op de lijst kon plaatsen en benaderde mij. Ik had geen idee dat het om plek drie ging, in onmiddellijke aansluiting op de twee Kamerleden die er toen waren. Die verkiezingen zal ik niet snel vergeten. Aan het eind van de avond was de conclusie dat de SGP twee zetels bleef houden. Mijn tas stond alweer klaar om de volgende dag naar de Raad van State te gaan. Tot half drie ’s nachts de telefoon ging. Het was Bas van der Vlies, de toenmalige lijsttrekker. Hij zei: ‘Er is een fout gemaakt in de berekeningen. Je bent toch gekozen! Ik zie je morgenochtend om half tien bij de fractievergadering.’ De rest van de nacht heb ik niet meer geslapen. Ik was bang dat er een andere fout ontdekt zou worden die de uitslag opnieuw zou veranderen. Maar dat gebeurde niet, dus ik ben geen dag meer bij de Raad van State geweest.”

U was pas 29 toen u Kamerlid werd. Wat herinnert u zich van die begintijd?

“Ik vond het bijzonder om de rol van volksvertegenwoordiger te mogen vervullen, maar het was flink wennen geblazen. Bij de Raad van State kon ik lang en diep nadenken over een specifiek onderwerp en daarna een weloverwogen tekst op papier zetten. De politiek is meer een mondelinge werkelijkheid, waarin je over allerlei zaken snel een mening moet formuleren. Als je veel nuances aanbrengt, valt je boodschap soms weg. Die omschakeling was boeiend, maar ook pittig. Bovendien hoorde ik dat SGP-leden de naam hadden hun dossiers goed te kennen, dus in het begin zat ik tot diep in de nacht te spitten in dikke dossiers over dingen als bodemsanering. Het gebeurde regelmatig dat ik hier ’s morgens enigszins vermoeid arriveerde.”

Welk advies zou u nu willen meegeven aan de 29-jarige Kees?

“Neem de tijd om te wennen. Ren niet van het ene naar het andere zonder jezelf rust te gunnen. Daarnaast heb ik geleerd dat het belangrijk is te investeren in contact met anderen. Bereid niet alleen je debatten keurig voor, maar drink ook eens een kopje koffie met een ander Kamerlid of een minister. En het belangrijkste advies is misschien wel: durf keuzes te maken. Ik heb gemerkt dat je makkelijker iets kunt bereiken als een thema je hart heeft.”

De populairste boodschap

Twee van die thema’s zijn voor Van der Staaij de strijd tegen ontrouw en bescherming van kwetsbaar leven rond abortus en euthanasie. “Onderwerpen waarvan al snel wordt gezegd dat het achterhoedegevechten zijn: ‘accepteer die moderne, liberale verworvenheden nu eens!’ Als we weinig weerklank vinden, kan ik me een roepende in de woestijn voelen. Soms vragen mensen bijvoorbeeld of het wel verstandig is op te komen voor een omstreden land als Israël. Waarom kiezen we geen punt waar iedereen voor is? Maar als ik de populairste boodschap van Den Haag wilde verkondigen, zou ik wel een andere partij oprichten. Waar het de SGP en mij persoonlijk om gaat, is de vraag waarin je gelooft. Is het de moeite waard om je daarvoor in te zetten? Als je ergens voor staat, krijg je tegenwind. Maar natuurlijk is het lastig als je weinig steun krijgt. Dan is het de uitdaging en opdracht om te werken en te bidden dat het morgen anders is. En af en toe komt die kentering er inderdaad. Zo hebben we juist van buiten christelijke kring veel positieve reacties ontvangen op onze campagne tegen ontrouw. Van een aantal PVDA-vrouwen hoorde ik: ‘Tien jaar geleden had dit niet zo gekund. Nu voelen veel mensen aan dat jullie een punt hebben.’ Mooi om dat uit zo’n hoek terug te horen.”

U wordt in uw werk dagelijks geconfronteerd met een gebroken samenleving. Brengt dat uw geloof aan het wankelen?

“Nee, dat ervaar ik niet zo. Lijden kan mensen inderdaad van God wegdrijven, maar velen komen in pijn en verdriet juist dichter tot Hem. Terugkijkend begon de moeilijkste periode in mijn leven op het moment dat mijn vrouw en ik te horen kregen dat we via de natuurlijke weg geen kinderen konden krijgen. Toch raakten we daar niet opstandig van. We hadden al zoveel mooie dingen ontvangen. Moesten we hier dan boos om worden? Voor ons voelde het ondankbaar daarover te morren. Tegelijk besef ik dat je zoiets niet met een knopje kunt regelen. Het is een geschenk als je het zo mag zien.”

Heeft de politiek u dichter bij God gebracht?

“Wat mij als jongere bij God bracht, was een filosofische zoektocht die leidde tot de overtuiging dat het geluk alleen bij God te vinden is. Later waren het de vragen rond onze kinderloosheid die mij en mijn vrouw dichter bij God brachten. Dat geldt ook voor mijn werk: ik sta voor christelijke politiek en word daar ook op aangesproken. Een hele verantwoordelijkheid. Ik draag de naam van Christus en wil niet dat Zijn naam gelasterd wordt in plaats van geëerd en geprezen. Dit waren allemaal impulsen om God te zoeken. Als mijn leven anders gelopen was en ik druk bezig was met geld verdienen, had ik misschien makkelijk van God kunnen wegdrijven. Dat weet je niet.”

Hoe ervaart u Gods leiding?

“Allereerst vind ik het belangrijk en troostvol te weten dat God mijn leven leidt. In de uitzonderlijke, maar ook in de gewone dingen. Nadat ik op zo’n bijzondere manier in de politiek was beland, zeiden zelfs mensen van andere partijen: ‘Daar zien jullie zeker wel leiding in?’ Aan die opmerking heb ik vaak teruggedacht. Juist in die pittige begintijd, was het voor mij een houvast dat het Gods leiding was waardoor ik een plaats in de politiek kreeg. Ook in mijn persoonlijk leven vraag ik me steeds af wat Gods wil is. Ik geloof dat echte vreugde alleen te vinden is als je Zijn wegen weet te bewandelen.”

In andere interviews schrijven journalisten dat de sfeer bij de SGP verrassend ontspannen is. Alsof ze iets totaal anders hadden verwacht. Verbazen die vooroordelen u?

“Ergens niet. Ik ben me pas in de loop van de tijd gaan realiseren dat veel mensen in het dagelijks leven geen SGP’ers tegenkomen. Hun beeld van orthodox gereformeerden is gebaseerd op boeken van Maarten ’t Hart en verfilmingen hiervan. Sowieso zijn er veel Nederlandse films waarin negatief over een gereformeerd verleden wordt gesproken. Er hangt een zware, ernstige sfeer omheen. Dat we gewone mensen zijn die van ontspanning en een goede grap houden, is inderdaad verrassend voor mensen. En voor mij is het een aansporing om actiever de media op te zoeken dan vroeger. Want als je nooit in beeld bent, kunnen vooroordelen makkelijker in stand blijven.”

Kort lontje

Op sociale media wordt de SGP regelmatig weggezet als bekrompen, wereldvreemd en achterhaald. Ook in zijn persoonlijke mailbox krijgt Van der Staaij de nodige beledigingen te verwerken. “Ik krijg mails van mensen die flink aan het schelden zijn. Dat ze zich zo laten gaan! Doen ze dat alleen bij mij of praten ze ook zo met anderen? Het roept bij mij vooral medelijden op. Als ik veel van dat soort mails krijg, denk ik wel: ‘Wat lopen er toch veel mensen met een kort lontje rond.’ Dat stemt niet vrolijk. Maar ik ben ook gefascineerd door het feit dat ze de moeite nemen zulke uitvoerige, boze mails te sturen. Dan vind ik het een uitdaging om te reageren: ‘Wat bijzonder dat u zo’n uitgebreide mail stuurt, ondanks dat u het niet met mij eens bent.’ Het komt vaak genoeg voor dat mensen vervolgens omslaan en laten weten dat ze ook sympathie hebben voor de manier waarop we bezig zijn. Kennelijk zoeken ze gewoon contact en willen ze gehoord worden. Het mooie van politiek vind ik dat het meer is dan debatteren alleen. Het is prachtig om het land door te reizen en tijdens werkbezoeken en bijeenkomsten te horen tegen welke problemen mensen aanlopen. We vergaderen in Den Haag op dinsdag, woensdag en donderdag. Ik probeer altijd op de rem te trappen als er ook op maandag of vrijdag overleggen worden ingepland. Die tijd wil ik vrijhouden voor het gesprek met de politieagent, leerkracht en verpleegkundige.”

Zijn er dingen die u hoopvol stemmen over de toekomst?

“Met zo veel individuele rechten lijkt het soms alsof de samenleving als los zand aan elkaar hangt. Zijn we nog wel op elkaar betrokken? Gelukkig zie ik om me heen dat veel mensen niet langs elkaar willen leven. Zij zijn wel degelijk bereid iets voor de ander te betekenen. Iets simpels als een buurtbarbecue kan een mooi middel zijn om een praatje te maken met je overbuurman, waardoor je meer naar elkaar gaat omzien. Dat stemt mij hoopvol. Daarnaast geloof ik dat we dwars door alle secularisatie en kerkverlating heen, te maken hebben met een levende God. Zonder Hem hebben het leven, de politiek en de samenleving geen toekomst, maar er is hoop omdat Hij regeert.”

Denkt u weleens aan stoppen met politiek?

“Ik heb eerder gezegd dat ik in de tweede helft speel. Dat betekent dat ik heb nagedacht over stoppen. Voorlopig heb ik het echter nog uitstekend naar mijn zin in Den Haag.”

Heeft u al wel een idee wat u hierna wilt doen?

“Ik weet zeker dat er leven is na de politiek, maar daar ben ik op dit moment niet concreet mee bezig. Ik weet nog dat ik van de lagere school ging en dat de hoofdonderwijzer zei dat zendeling-arts wel een beroep voor mij was. Dat is het niet geworden, maar die combinatie van idealisme en iets voor mensen kunnen betekenen, past me goed. Die ingrediënten blijven er voor mij altijd bij horen.”


Tekst: Femke Taale
Beeld: Miss Jack
Bron: Visie 2015 - nr. 50