Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

CIDI-directeur Esther Voet vecht tegen antisemitisme

CIDI-directeur Esther Voet vecht tegen antisemitisme

Vanuit haar grote liefde voor Israël en het jodendom bevecht ze een eeuwenoud monster dat onuitroeibaar lijkt: antisemitisme. Als directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) staat Esther Voet al twee jaar haar mannetje, ongeacht de consequenties. "Als ik kinderen zou hebben, had ik deze baan niet geaccepteerd."

Buiten laat de lentezon paarse krokusjes vlammen. Binnen rilt Esther Voet (1963) op een houten stoel naast het raam op de eerste verdieping van het CIDI-kantoor in Den Haag. Ze zit wat onderuitgezakt, armen en benen over elkaar. “Ik heb het koud, en ben hondsmoe: een typische jetlag,” legt ze dapper glimlachend uit. “Afgelopen zaterdag ben ik – met zeer veel moeite – naar Nederland teruggevlogen vanuit een totaal ingesneeuwd Washington, waar ik allerlei Israël-gerelateerde meetings heb bijgewoond en interessante mensen heb gesproken. Meestal slaat een jetlag na 48 uur toe. Klopt precies. Dus,” zegt ze na een slok zwarte koffie, “na dit interview ga ik gauw naar huis en m’n bed in.”

Het gevoel van nietigheid

Van een jetlag had Esther nog nooit gehoord toen ze 8 was. Wel van de ringen van Saturnus. Sterker nog: die had ze al met eigen ogen gezien, dankzij de sterrenwacht die haar opa (op 80-jarige leeftijd) had gebouwd. Die stond op het schoolplein in haar woonplaats Oostzaan, waar haar vader hoofdonderwijzer was. “Al zolang ik me kan herinneren, is mijn vader bezig met astronomie. Hij was jarenlang voorzitter van de landelijke vereniging van volkssterrenwachten. Als meisje van 8 keek ik al door die grote telescoop. Mijn vader vertelde me dat er meer sterren in het universum zijn dan zandkorreltjes op de hele wereld.” Ze schiet in de lach: “Dat is, eh... niet zo goed voor een meisje dat denkt dat de hele wereld nog om háár draait – wat kinderen natuurlijk ook gewoon behoren te denken.”

Veroorzaakte dat een copernicaanse omwenteling in jouw wereldbeeld?

“Haha, ja. Ik dacht dat ik beroemder moest worden dan Rembrandt, om toch nog iets van betekenis aan mijn leven te geven. Wat dat betreft heb ik vroeg wijs moeten worden. Het gevoel van nietigheid heeft me nooit verlaten.”

Dichtgeplakt met kranten

Esther groeide op in de Zaanstreek, in Oostzaan. “Een dorp, dichtgeplakt met kranten,” in haar eigen woorden. “Het was óf heel religieus, óf communistisch. Daar zat weinig tussen. Mijn jeugdjaren daar hebben me wel bepaald.”

In welk opzicht?

“Als dochter van de hoofdonderwijzer werd ik geacht een rolmodel te zijn. Heel lang heb ik mij anders gevoeld. Zaten alle meisjes op turnen, ik op ballet. En als oudste kind van de hoofdonderwijzer ben je natuurlijk ook de kop van jut als het gaat om alle frustraties die medeleerlingen richting je vader uiten. Maar ik ben op mijn 16e de deur uitgegaan, dus ik heb al vroeg geleerd zelfstandig te zijn.”

Een Joodse winkel

Esther, groot geworden in een zionistisch gezin, weet het moment nog goed waarop zij voor het eerst persoonlijk met antisemitisme werd geconfronteerd. “Op m’n 16e werkte ik in een snoepwinkel en droeg al een magen David, de davidsster. Er kwam een vrouw binnen die zei: ‘Ik wil niet door Joden geholpen worden.’ ‘Nou,’ reageerde ik, ‘dan moet u maar vertrekken; dit is een Joodse winkel.’ Deze vrouw is echt vertrokken. Gewoon een autochtoon, hoor.”

Esther veert overeind. “Onderschat het klassieke antisemitisme alsjeblieft niet! Iedereen heeft het op dit moment over allochtoon antisemitisme, en inderdaad: er is een oververtegenwoordiging, maar vergeet ook het autochtone antisemitisme niet. Dat blijft een sterke onderstroom. Als CIDI hebben we kwantitatief onderzoek gedaan op middelbare scholen in Amsterdam, van vmbo tot gymnasium. Dit zeggen leerlingen: ‘Joden zijn rijk en gierig’ en: ‘Omdat ze zo rijk waren, heeft Hitler ze naar de gaskamers gestuurd...’ Letterlijk.”

Bewust kinderloos

Draag de consequenties van je overtuiging: dat is een kernwaarde die Esther vanuit haar opvoeding heeft meegekregen. Ze omschrijft zichzelf als flexibel, maar tegelijk als iemand die de uiterste gevolgen draagt van haar keuzes. “Al weet ik dat die soms lastig zijn. Ik ben bijvoorbeeld kinderloos. Dat was een heel bewuste keuze. Als ik kinderen zou hebben, had ik deze baan ook niet geaccepteerd. Want via kinderen ben ik chantabel. En het moederschap is niet te combineren met dit werk. Directeur van het CIDI is een vak dat je in principe 24 uur per dag, zeven dagen per week uitoefent.”

Dansen is voor haar een essentiële uitlaatklep. “Als het werk met tot hier zit, moet ik dansen. Thuis, met de blindering dicht. Ik heb gisteren nog de hele Schindler’s List-cd af gedanst. Als ik dans, word ik muziek. Het komt helemaal van binnenuit: ik bedenk niets, mijn lijf doet het gewoon. Al heb ik het nog zo druk, ik maak er soms gewoon tijd voor – al is het twee uur ’s nachts.”

Heb je het wel eens eerder zo druk gehad, in een van je andere banen?

“Jawel. Ik ben sowieso een harde werker. Ik ben van nature aartslui en compenseer dat door heel hard te werken, haha.”

Dat was ook al zo in de tijd dat je voor het roddelblad ‘Story’ schreef, eind jaren tachtig?

“Ik heb jarenlang alle bladen van het Rode Kruis gemaakt; in die hoedanigheid heb ik ook veel in Arabische landen gereisd. Iedereen pakt steeds dat Story-deel, maar vergeet dat ik vanaf m’n 33e een hele carrière had bij allerlei non-gouvernementele organisaties, en daar bladen voor heb gemaakt. Ik ben ook” – een hand petst op haar bovenbeen – “jarenlang hoofdredacteur geweest van woontijdschrift Vivenda. Naast dansen is dat nog een grote hobby van me: interieurdecoratie.” Grinnikend: “Ik noem dat altijd ‘tuttelen in huis’. En dan het liefst zo snel mogelijk donker en de kaarsjes aan. Dat is mijn warme deken tegen de buitenwereld.”

Het licht van de sabbatskaarsen

Over kaarsjes gesproken: als het even kan, steekt Esther naar goed joods gebruik op vrijdagavond de sabbatskaarsen aan. “Dat is voor mij echt een knipmoment. Daarmee zet je de rustdag los van de rest van de week. Ik ben niet iemand die zich aan alle sabbatsregels houdt, dat kan ook niet met mijn werk. Maar ik vind het moment dat je door je vingers heen naar het licht van de sabbatskaarsen kijkt, prachtig. Je brengt drie keer je handen naar je gezicht en spreekt de beracha, de zegenbede uit: Baroech Ata HaSjem Elo-heenoe Melech Ha-Olam, Asjer Kiedesjanoe Be’Mitzwotaw, Wetziewanoe Le-Hadliek Neer Sjel Sjabbat (‘Geprezen bent U Eeuwige, onze God, Koning van de wereld, Die ons door Uw geboden een bijzondere taak hebt opgelegd en ons het aansteken van het sabbatlicht hebt opgedragen’). Ik geloof dat mensen rituelen nodig hebben, als houvast. Dit kaarsenritueel biedt mij houvast, rust – je zet de tijd als het ware stil – en aandacht voor spiritualiteit.”

Je werkt bij een seculier-Joodse organisatie. Geloof je in God?

“Ja, maar in abstracte zin – niet in God als een Persoon."

Een andere wereld

Op een dag in 2012 rinkelde haar telefoon: omdat Ronny Naftaniel na 37 jaar vertrok, zocht het CIDI een nieuwe directeur. Esther, nog maar koud hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Weekblad, hoefde niet lang na te denken en zei ja. Wel vroeg ze een jaar uitstel, omdat ze haar werk bij het NIW op een goede manier wilde afronden en overdragen. Op 18 maart 2013 werd zij directeur van deze in 1974 door de Joodse gemeenschap in Nederland opgerichte, onafhankelijke stichting. “Dat beschouw ik echt als een grote eer.”

Heb je je vooraf gerealiseerd hoe moeilijk deze baan zou zijn?

Direct: “Nee. De beslissing zelf was voor mij in een fractie van een seconde genomen. Niet wetende dat we twee jaar later – mede door de aanslagen in Brussel, Toulouse, Parijs en Kopenhagen – in een andere wereld zouden zitten. Waar ik in dit verband trouwens heel blij mee ben, is dat we zien dat ook steeds meer verontruste christenen nu vriend van het CIDI worden.”

Ik las in een interview dat je ouders tegen je zeiden: ‘Antisemitisme is een monster, dat nu even rustig is, maar vroeg of laat weer zal opduiken.’

“Letterlijk zeiden ze dit tegen me: ‘We leven met een flinterdun laagje fineer, dat de beschaving is. Maar daaronder drijft de bruine drab van het antisemitisme, die vroeg of laat weer door de scheuren zal sijpelen.’ Daarmee ben ik groot geworden. Antisemitisme is inderdaad een monster dat nooit zal verdwijnen – die illusie ben ik kwijt – maar dat we in toom moeten houden. Daar ben ik volop mee bezig, op allerlei fronten.”

Zie je overeenkomsten tussen jezelf en jouw Bijbelse naamgenote, die ook met onverdunde Jodenhaat werd geconfronteerd?

“Hm... Nee. Nou ja, vechten voor je volk. Daarin herken ik mezelf wel in haar. Ik zet me met hart en ziel in voor Israël en de Joden in Nederland en waar dan ook; dat zijn twee grote liefdes van me.”

Je was onder meer balletlerares, docente Engels, freelance journaliste voor uiteenlopende media en bent nu CIDI-directeur. Is er een rode draad aan te wijzen?

Peinzend: “Ik ben iemand die het heel erg belangrijk vindt om informatie te kunnen verstrekken... Ik ben eigenlijk een ouwe juf. Ja, ik ben een júf! Ik vind het belangrijk dat mensen goede informatie krijgen, op basis waarvan zij zelf keuzes kunnen maken of meningen vormen. Goede informatie, daar ontbreekt het verschrikkelijk aan. Ook onder journalisten en docenten."

'Een harteloze heks'

Was ze als oudste dochter van de hoofdonderwijzer in Oostzaan de kop van jut, als CIDI-directeur is ze dat niet minder. “Ik zal je laten horen wat rapper Appa afgelopen augustus op de Dam heeft gebruld.” Ze pakt de smartphone van haar bureau. Even later klinkt er een opruiende stem, opgenomen tijdens een demonstratie tegen de Gaza-oorlog:

Het enige waarover wordt gesproken, is antisemitisme als je het hebt over deze massamoordenaars. En dit is niks meer dan de grootste troefkaart van deze smerige, achterbakse, laffe en hypocriete zionistische hobby, met het CIDI voorop. Esther ‘stink’ Voet, je bent een smerig mens, een harteloze heks, die alles op alles zet om de mensen te verdelen en tegen elkaar uit spelen door antisemitisme te misbruiken, want de oprechte Joden kotsen je uit. En de zionisten, o Allah, jullie gaan deze strijd verliezen op de lange termijn van de waarheid, geloof mij!


Wat doet het met je nu je dit weer hoort, inclusief het applaus en instemmend gejoel?


“Ik word er niet vrolijk van, want het gaat over mij. Tegelijk weet ik voor welke zaak ik sta, dus ik vat het niet persoonlijk op. Bij een andere gelegenheid had hij het ook over ‘die vieze vuile zionisten die uit zijn op ons geld en ons bloed.’” Fel: “Wat ik wél heel erg vond, was dat hij vervolgens een podium kreeg in Vrij Nederland en het tv-programma Jouw vrijheid, mijn vrijheid. Hij eiste respect voor zichzelf en zijn geloof, maar niemand sprak hem aan op wat hij hier heeft gedaan. Zo iemand behoort gecorrigeerd te worden. Zéker door de journalistiek. Dat dit niet gebeurd is, raakt mij veel meer dan wat hij op de Dam brulde. Dát heb ik als heel dramatisch ervaren. Het bewijst” – haar vlakke hand petst opnieuw op haar bovenbeen – “dat onze maatschappij nog steeds geen zelfreinigend vermogen heeft ontwikkeld.”

Was het vroeger beter?

Na een korte stilte: “Het was anders, omdat de sociale media er nog niet waren.”

Waar jij je ook volop in beweegt.

“Dat hoort bij mijn werk. De sociale media zijn zo’n diep riool, juist als het gaat om antisemitisme. Ik kan je een stortvloed aan berichten laten lezen waar de honden geen brood van lusten.”

Zes miljard krioelende miertjes

In een interview met het Reformatorisch Dagblad verklaarde Esther vorig jaar: “Mijn leven is dermate grillig dat het niet ondenkbaar is dat ik ooit eindig in een kibboets in de Negev, om daar boeken te schrijven.” Ze herinnert zich die uitspraak, en lacht. “Dat zou inderdaad zomaar kunnen. Israël voelt voor mij altijd als thuis. Dat gevoel heb ik ook op de Sinaï. Ik stond ooit op de Mozesberg, om de zonsopkomst te zien. Tranen in mijn ogen: zo ongelofelijk mooi. De magie van het leven, van het feit dat zo’n zon opkomt en wij hier met zo’n zes miljard krioelende miertjes denken dat we allemaal zo ontzettend belangrijk zijn. Voor mij het is het joodse concept tikoen olam – het heel maken van deze gebroken wereld – erg belangrijk; daar hebben wij allemaal een taak in. We zitten allemaal in hetzelfde schip, en uiteindelijk zullen we het sámen moeten doen. Zo niet, dan verwoesten wij de aarde.”

Wat wil jij deze wereld nalaten?

Ze glimlacht en recht haar rug. “Rechtvaardigheid. Daar strijd ik voor.”



Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Jacqueline de Haas
Bron: Visie 2015, nr. 15