Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

'Dankzij social media zit ik niet achter de geraniums'

'Dankzij social media zit ik niet achter de geraniums'

Er zijn er bar weinig te vinden in Nederland: 80-plussers die er dagelijks lustig op los twitteren. Dien de Haan (1934), voormalig eindredacteur van de Elisabethbode, valt in die zeldzame categorie. “Na half elf ’s avonds vind ik het ’t leukste, als de dominees elkaar even vliegen afvangen.”

Met beide armen duwt Dien de Haan (“zeg maar Dien, hoor!”) zichzelf omhoog uit de relaxfauteuil. Een paar hartslagen lang staat ze roerloos op haar plekje naast de snorrende gaskachel. “Altijd als ik een poos heb gezeten, moet ik even blijven staan tot alle botjes weer op hun plek zijn gekomen, haha. Koffie?”

Steunend op een houten wandelstok loopt Dien haar Zwolse woonkamer vol boeken, cd’s, paperassen en namaakhaantjes uit. “Kom je me zo even helpen als de koffie klaar is?” klinkt het vanuit de keuken. “Met een wandelstok in m’n ene en een dienblad in m’n andere hand lopen, dat is vragen om problemen!”

Dien heeft al heel wat jaren last van een versleten rug. Daardoor nam haar actieradius flink af. “Nadat ik in 1994 met de vut was gegaan, bleef ik volop actief,” vertelt ze. “Ik schreef onder andere het Bijbels dagboek Lees maar, er staat meer dan er staat, en het vorig jaar verschenen boek Wandelen met God – Onderweg naar de toekomst. Daarnaast heb ik heel veel spreekbeurten verzorgd en laagdrempelige Ontmoetingsdiensten binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken geleid. Ik croste het hele land door. Maar ja, met die rug gaat dat niet meer. En onlangs heb ik twee staaroperaties ondergaan. Lastig hoor, voor iemand die van lezen en schrijven houdt, als je ogen opeens niet meer goed werken! Gelukkig kan ik nu weer stukken beter zien.”

Op Twitter neuzen

Uitgerekend haar rugklachten vormden Diens springplank voor haar duik in de social media-zee. “Voorheen was ik er veel te druk voor, maar ik hoorde steeds weer over Facebook en Twitter. Toen ik noodgedwongen steeds meer thuis was, ben ik me gaan oriënteren. Eerst een Facebook-account aangemaakt, en daarna begon ik op Twitter te neuzen, wat me direct aansprak.”

Waarom die voorkeur voor Twitter?
“Omdat het wat wezenlijker, echter en dieper is. Al is er gelukkig ook volop ruimte voor heerlijke grappen, hoor. Het leukste vind ik het na half elf ’s avonds, als de dominees en andere twitteraars – ik volg er inmiddels heel wat – elkaar nog even vliegen afvangen.”

Vond je het vooral leuk om op jouw leeftijd met social media te beginnen, of ook spannend?
“Vooral leuk. En weet je wat ik heel fijn vond? Dat je contact krijgt met allerlei mensen uit verschillende kerken: de hele gereformeerde gezindte – ik ben zelf christelijk-gereformeerd – en wat daar allemaal nog buiten valt. Dat is interessant, want het verbreedt je blikveld en laat je een stuk eenheid over kerkgrenzen heen ervaren. Mede door mijn werk voor de Elisabethbode heb ik dat laatste altijd als heel waardevol ervaren.”

Moest je als schrijver niet enorm wennen aan die schamele 140 tekens op Twitter?
Ze schiet in de lach. “Dat vond ik juist een leuke uitdaging! En omdat ik al van jongs af aan graag met taal werk, lag dat me wel. ‘Gave’ klinkt meteen zo pretentieus...”

Een gave ontvang je, toch?
“Oké, zo wil ik het graag zien. Ik ben met de pen in de vingers geboren, zeg ik vaak. Dat heeft God me meegegeven op mijn levensweg, en daar ben ik Hem dankbaar voor.”

De angst om iets te missen

Social mediagebruikers lijden soms aan FOMO, Fear Of Missing Out: de angst om iets te missen. Dien heeft er ‘totaal’ geen last van. “Het zal mij een zorg zijn! ’s Morgens loop ik wel even door Twitter en Facebook heen, scannend, maar niet omdat ik bang ben om iets te missen. Laat me dat drie kwartier kosten bij het ontbijt. In de loop van de dag kijk ik nog weleens, of als ik het apparaat hoor pingelen. Maar niet op de manier van: ‘Stel je voor, ik mis wat.’”

Je hebt er geen moeite mee om je computer uit te zetten?
“In de tweede helft van de avond, vanaf half elf zo’n beetje, wordt Twitter voor mij het meest interessant, dus dan kruip ik nog even achter m’n computer. Maar op zeker moment zet ik inderdaad mijn PC en m’n iPad uit – een smartphone heb ik niet. Nee, ik geloof niet dat je kan zeggen dat ik eraan verslaafd ben.”

Kun jij je voorstellen dat mensen er verslaafd aan raken?
“Jawel. En dan denk ik: wat zit daar nu achter? Ervaren ze een stuk leegte en zoeken ze op die manier naar levensvulling?”

Ooit spijt gehad van een Facebook-berichtje of tweet?
“Nee. Ik kijk altijd wel uit wat ik plaats. Er zijn mensen die er werkelijk alles op gooien, hele verhalen over hoe heerlijk hun vakantie was en bla-bla-bla-bla-bla. Dat gun ik iedereen, maar soms denk ik: ‘De wereld staat in brand mensen, dus zorg nou voor een beetje evenwicht!’ Ik zal niet zo gauw dingen op Facebook of Twitter zetten die alleen mij of mijn vrienden aangaan – dat laatste doe ik dan wel per DM.”

Flauwekul

Waar menig 80-plusser waarschijnlijk geen flauw idee heeft wat ‘DM’ betekent (Direct Message; alleen de geadresseerde kan zo’n privébericht lezen), hoef je Dien er niets over te vertellen. En ook al heeft ze geen smartphone, ze kan een woordje meepraten over de berichtenservice WhatsApp. “Ik moet soms even nadenken bij bepaalde begrippen, maar ik probeer de ontwikkelingen wel bij te benen. Geluk­kig hoef ik ook weer niet álles te weten.”

Ken je andere 80-plussers die op Facebook en Twitter zitten?
“Nou... Het zijn er inderdaad niet veel. Als ik ze al ken, is het vooral via Facebook. Niet in het gewone leven.”

Critici brommen dat mensen die actief zijn op social media vooral aan zelfprofilering doen: je zet jezelf voortdurend zo voordelig mogelijk in de etalage: ‘Kijk mij eens...’
Met een wegwerpgebaar: “Flauwekul. Al­ thans, zo ga ik er niet mee om. Ik twitterde pas nog dat er drie of vier dingen deze week waren misgegaan, onder andere over een kapotte geiser. Blijf maar nuchter, en doe niet net of het hier de hemel op aarde is.”

Sommigen ontlenen een deel van hun eigenwaarde aan het aantal ‘likes’, Facebook-vrienden, Twitter-volgers en ‘retweets’.
“Zegt me niks. Een goed contact met bijvoorbeeld dominee Mirjam Kollenstaart via Facebook en Twitter – we hebben elkaar trouwens ook in het echt ontmoet – zegt me veel meer dan handenvol re­tweets of likes. Via Twitter met name kun je echt vriendschapsbanden opbouwen en over wezenlijke dingen praten, zodat het een geloofsgesprek wordt. Dat doet me goed.”

Het hele land door

“Social media behoedt mij voor achter de gordijnen zitten, of de geraniums,” zegt ze even later. “Eerder was het: ik was weg of ik ging weg, met de auto reed ik het hele land door. Dat hoef ik nu niet meer te proberen. Daarvoor in de plaats zijn voor mij social media gekomen. Ook waardevol.”

Al is het niet fysiek.
“Niet IRL (In Real Life, red.) nee, haha.”

Twitter is inmiddels acht jaar oud, Facebook tien. En jijzelf hebt inmiddels de ‘leeftijd der zeer sterken’ bereikt. Hoe ervaar je dat?
“Ik ben in augustus 80 geworden, ja. Nooit gedacht dat ik zo oud zou worden. En eerlijk gezegd had het voor mij ook niet gehoeven. Maar kennelijk heeft God nog werk voor mij te doen. Er komt iedere keer wat nieuws. Ik heb pas nog meegewerkt aan een boek dat deze maand bij Buijten & Schipperheijn uitkomt, De late regen, onder redactie van Reinier Sonneveld. Het is door tien mensen van boven de 70 geschreven en behandelt allerlei thema’s rond groeien in het geloof. Ik heb het altijd geweldig gevonden om iets door te geven van wat ik in mijn leven met God en bij het lezen van de Bijbel heb geleerd. Het liefst was ik dominee geworden, maar dat was in mijn tijd volstrekt ondenkbaar.”

Zie je op tegen nog ouder worden, en de aftakeling die daarmee vaak gepaard gaat?
“Ja. Ik bid weleens: ‘Heer, U hebt bijzondere beloften voor wie alleen zijn, mag ik daar een beroep op doen?’ Dat Hij een Vader is van de wezen, bijvoorbeeld. Als ik lees wat de Bijbel – met name in het Oude Testament – aan beloften heeft, ben ik daar verwonderd over. Het liefst zou ik zomaar een keer ’s nachts in mijn slaap door de engelen meegenomen worden... Dan is mijn wens vervuld: bij de Here God zijn, en daar ‘verdergaan’ om zo te zeggen.”

De dood is geen punt, maar een komma?
“Juist! Of een dubbele punt.”

Geen wandelstok meer

Over de vraag wat er achter die dubbele punt volgt, denkt Dien eventjes na. Ze laat haar hoofd tegen de rugleuning van haar stoel rusten en draait haar gezicht naar het raam. “Ik geloof dat je dan pas als mens werkelijk de persoon wordt die God heeft bedoeld. Dat is nu maar ten dele. De dingen die je van God hebt meegekregen, mag je dan ook echt gebruiken. Het zal ongetwijfeld heel anders zijn dan dat ik me nu voorstel, maar dat soort dingen spreekt me wel aan.”

Geen versleten rug of wandelstok meer – maar ook geen Facebook of Twitter.
Ze leunt voorover en wrijft in haar handen. “Nou... Dat laatste is nog maar de vraag: in hoeverre is het straks op de nieuwe aarde zo dat je elkaar op afstand aanvoelt, zelfs zonder woorden? Dat is, om zo te zeggen, ook een vorm van social media. Ik ben er heel benieuwd naar.”

Iedereen is druk

“Of ouder worden per definitie meer eenzaamheid betekent?” Dien staart naar de gele zonnebloemen in een vaas die voor haar op de grond staat. “Nee, niet per se. Het hangt ook van jezelf af. Ik kom natuurlijk minder vaak van aangezicht tot aangezicht met mensen in contact, IRL. Iedereen is druk en heeft van alles te doen, dus ik krijg ook minder visite over de vloer. Dat kan ik niemand kwalijk nemen: zo zat ik vroeger zelf ook in elkaar.”

Je bent je leven lang alleen gebleven. Heb je daar vrede mee?
“Jawel. De vraag of je iets accepteert als Gods leiding, is daarbij allesbepalend. Als je eenmaal inziet dat God je leven leidt, kun je een heleboel aan. Zie je die gouden stippellijn niet, dan loop je de kans dat je een beetje zuur wordt. Dat is geloof ik in mijn geval niet gebeurd. Natuurlijk is dat een heel proces geweest, maar van huis uit heb ik een nuchtere kijk op het leven meegekregen. Ik ben niet opgegroeid in een sfeer van ‘Ik wil en ik zal en ik moet’ en van gebalde vuisten. Dat scheelt. En ik heb het altijd belangrijk gevonden om contact te onderhouden met mensen met wie je over diepere dingen kunt spreken dan koetjes en kalfjes. Nu dus ook via de social media. Dat is een zegen.”

Een foto op de koelkast

“Kom je even mee? Ik wil je wat laten zien.” Dien pakt haar wandelstok, blijft weer een paar tellen bij haar stoel staan en loopt dan rustig naar het keukentje. Ze wijst naar een foto op de lage koelkast: een breed lachend, bruin jongetje naast een zwembad. “Dat is het jongste kind van ‘twitter-vriendin’ Mirjam Kollenstaart uit Ottoland. Ze hebben hem naar mij vernoemd. Lasse Dinand – dat komt van Dien af. ‘Mijn kleinkind,’ noemen we hem altijd. Dus in zekere zin ben ik toch oma. Oma Dien.”

Ze staat, na afloop van het interview, nog even stil bij de vele – soms wat vervaalde – foto’s in de gang, waar binnenkort een traplift komt. Vroeger vloog ze de hele wereld over. “Ooit stond ik naast de bulderende Igauzu-watervallen, op de grens van Brazilië en Argentinië. Die zie ik zo weer voor me. Overweldigend en onvergetelijk. Spontaan begon ik daar ‘Hoe groot zijt Gij’ te zingen voor mijn hemelse Vader, de Schepper.” Haar wijsvinger gaat omhoog. “En dan te bedenken dat het mooiste voor een christen nog moet komen! Die reizen en deze foto’s, dat zijn allemaal herinneringen die ik dankbaar met me meedraag. En er is vast nog heel veel moois in deze wereld wat ik nooit heb gezien, maar ach: dat zie ik straks wel op de nieuwe aarde. Toch?”


Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Ruben Timman
Bron: Visie 2014, nr. 47