Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

'Dit wordt mijn laatste Kerst'

'Dit wordt mijn laatste Kerst'

"Mevrouw, ik kan u niet meer genezen." EO-medewerker Myriam de Jong-Rensen (59) hoorde deze schokkende woorden op 16 januari 2014: exact 9 maanden nadat bij haar dikke-darmkanker was geconstateerd. De arts vertelde dat zij nog twee, hooguit drie maanden te leven zou hebben. Maar het is bijna Kerst – en ze leeft nog steeds.

“Inmiddels had ik al drie operaties ondergaan en lag de zoveelste scan op tafel,” blikt Myriam terug. “Op basis daarvan vertelde de arts me tijdens datzelfde gesprek in januari dat er niets meer voor me gedaan kon worden. Er waren uitzaaiingen in buik en lever en ik was – medisch gezien – opgegeven.

Veel gehuild

Dicht naast echtgenoot Gerrit zit ze op de bank van hun lichte woonkamer in haar geboorteplaats Hilversum. “Overdag voel ik me het best, maar ’s avonds ben ik helemaal uitgeteld. Aan het huishouden doe ik bijvoorbeeld niets meer; Gerrit heeft dat van me overgenomen. En ik moet zeggen” – ze legt haar hand op zijn knie en kijkt hem stralend aan – “dat doet hij fantastisch.”

Vooral januari en februari waren emotioneel gezien loodzware maanden, herinnert ze zich. “We hebben samen enorm veel gehuild. Vooral in het begin heb ik nachtenlang liggen malen. We namen afscheid van familie, vrienden en collega’s. Dat is heel raar, want ik ben er nog steeds, maar dat wisten we toen nog niet. Deze ‘extra maanden’ zie ik echt als een cadeau van God. Genadetijd.”

Bewuste keuzes

“Ik heb 18 jaar lang bij de EO gewerkt – het langst als redacteur van Het Zal Je Maar Gebeuren –, maar van origine ben ik verpleegkundige,” vervolgt ze. “Dus ik weet dat artsen liever geen uitspraak doen over hoelang patiënten nog te leven hebben. Maar afgelopen oktober, toen we de nieuwste scan bespraken, heb ik het nadrukkelijk gevraagd. ‘Kerst haal je waarschijnlijk nog wel,’ antwoordde de oncoloog. Verder dan dat durf ik niet te kijken. Ik leef met de dag, en maak bewuste keuzes in wat ik wel en niet doe. En ik ben vooral heel dankbaar voor mijn leven, voor de tijd die ik nog heb gekregen. Dat ik met Gerrit, de kinderen en mijn dierbaren kan zijn en tijd heb om afscheid te nemen. Dat is niet iedereen met kanker gegeven.” Ze kijkt even naar de kale bomen buiten en zegt zacht: “Maar ik denk bijvoorbeeld echt niet dat ik mijn 60e verjaardag, 5 mei volgend jaar, nog zal meemaken. De stip op de horizon ligt dichterbij.

Met schoenen en kousen

“Wat ik het moeilijkst vind?” Enkele seconden is het stil, waardoor het lijkt of de klok in de woonkamer nadrukkelijker tikt. “Het is verschrikkelijk om kanker te krijgen en nog verschrikkelijker om te horen dat je gaat overlijden. Je moet mensen die je lief zijn, en het leven zelf, loslaten. Maar het moeilijkste is dat mijn enige kleinkind – vorig jaar juni geboren – niet meer zal weten wie ik ben. Gerrit, de kinderen, mijn familie, collega’s, andere dierbaren: allemaal hebben ze straks hun herinneringen. Maar mijn kleinkind zal zich helemaal niets van mij herinneren. Dat doet vreselijk pijn.”

Gerrit, met wie Myriam ruim 28 jaar geleden trouwde, verloor zijn eerste vrouw in 1984. “Zij hadden samen drie kinderen, van destijds 3, 5 en 6 jaar. Op 5 juli 1986 heb ik een gezin met een verleden getrouwd.” Lachend: “Ik trouwde met Gerrit en kreeg de kinderen er met kousen en schoenen aan bij! Hoewel ik hun stiefmoeder ben, zijn het echt mijn eigen kinderen geworden. Ik spreek regelmatig met elk kind apart af om quality time te hebben. Daar hecht ik heel veel waarde aan. Zoals ik het ook heel belangrijk vind om mensen te vertellen hoe belangrijk zij voor me zijn geweest, en nog zijn.”

Geen kanker meer

Een luchtballon waarvan de ankertouwen één voor één worden losgesneden om te kunnen opstijgen. Dat beeld gebruikt Gerrit om Myriams situatie – en haar toekomst, als kind van God – te schetsen. “Gerrit heeft me geholpen mijn focus meer op het leven na dit leven te richten. Ik zal bij God zijn. Geen kanker meer. Licht, zang, bloemen... Het is moeilijk om me er een concrete voorstelling van te maken.” Ondanks “alle lieve mensen” die om haar heen staan, is het “een eenzame weg” die Myriam gaat. Ze voelt de onmacht om onder woorden te brengen wat ze precies voelt. “Niemand begrijpt hóe eenzaam het is, alleen degenen die hetzelfde meemaken. Als ik God niet had, zou ik in paniek zijn geraakt. Nu ben ik heel rustig. Omdat ik Hem heb. We weten dat Hij kan genezen, maar ook dat dit niet altijd gebeurt. Dan zal ik ná dit leven genezen zijn. ‘Uw wil geschiede,’ bidden we samen elke morgen als we wakker worden. Vanaf dag één voel ik me gedragen.”

Het wordt dit jaar een speciale Kerst, beseft Myriam. “Omdat het mijn laatste zal zijn. We willen het bij ons thuis vieren, met onze kinderen. Misschien lig ik dan al in bed; dat komt hier, in de woonkamer, als het slechter met me gaat.” Met een liefdevolle blik op Gerrit, die haar hand vasthoudt: “Ik hoop dat het ondanks alles geen beladen sfeer zal krijgen, en we echt van zo’n kostbaar moment kunnen genieten. Ik heb voor iedereen al cadeautjes gekocht.”