Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

'Elke dag moest ik 17 uur lang volkomen stilzitten'

'Elke dag moest ik 17 uur lang volkomen stilzitten'

Wat is moeilijker: dertien maanden in een stinkende cel zitten en dagelijks martelingen ondergaan omdat je in Jezus gelooft, of vrijgelaten worden en terugkeren naar je gezin en verder leven? Hoe ongelofelijk het ook klinkt, meneer Bae (om veiligheidsredenen hanteert hij een schuilnaam) – een vluchteling uit Noord-Korea – vond dit laatste het zwaarst.

Een kleine, vriendelijk ogende vijftiger in plooipantalon en overhemd. In de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul kun je er dagelijks duizenden zien zoals hij. Maar wat Bae (1958) toch tot een zeldzame verschijning maakt, is zijn levensverhaal. Als een van de zeer weinigen kan hij vertellen hoe het is om in Noord-Korea op te groeien in een christelijke familie. Van generatie op generatie werd het geloof in het diepste geheim doorgegeven.

Mompelend bidden

“Een van mijn vroegste herinneringen is dat ik mijn opa en oma zag bidden. Mompelend, met gesloten ogen en gebogen hoofd,” vertelt Bae op het kantoor van Seoul USA, de Zuid-Koreaanse zusterorganisatie van Stichting De Ondergrondse Kerk (SDOK). “Onder de Japanse bezetting, die van 1910 tot 1945 duurde, is mijn familie naar China gevlucht. Op het moment dat we terugkeerden naar Noord-Korea, was ik 4 jaar. Zelfs voordat ik kon praten, hoorde ik al over God. Mijn ouders vertelden me allerlei verhalen uit de Bijbel, en leerden me de Tien Geboden.”

Al jong wist hij dat ‘geloof ’ gevaar betekende. Tien jaar voor zijn geboorte was het Koreaanse schiereiland in twee delen uiteengevallen. Toen Kim Il Song in 1948 de macht greep in Noord-Korea, opende ‘de Grote Leider’ een klopjacht op christenen. “Als je werd gepakt, moest je kiezen: ‘Geloof je in God of in Kim Il Sung?’ Wie ‘God’ antwoordde, werd vanaf een klif in zee geduwd, met een zware steen om z’n nek. Zo vonden velen de dood. Dus onze hele familie wist dat we in Noord-Korea altijd heel voorzichtig moesten zijn.”

Alles op fluistertoon

Met veel eerbied spreekt Bae over zijn opa en oma en z’n ouders, die met gevaar voor eigen leven het geloof aan hun (klein)kinderen doorgaven in de donkerste uithoek van de wereld. “Op zondag hielden we thuis samenkomsten, waarbij altijd één persoon buiten de wacht hield. Preken, zingen, bidden: alles moest op fluistertoon gebeuren. Want Noord-Korea wemelt van de spionnen.”

Toen Bae 12 was, waren er in zijn familie drie bijbels: eentje bij zijn ouders, eentje bij een tante en eentje bij zijn opa en oma. Maar op een nacht kreeg zijn opa een opdracht van God: ‘Verbrand alle bijbels!’ Hij kon het niet geloven, maar God herhaalde deze woorden. Ondanks allerlei vragen gaven zijn grootouders er gehoor aan. De bijbels, jarenlang als kostbare schatten bewaard en bestudeerd, gingen in vlammen op. “De volgende ochtend klopten staatsveiligheidsagenten bij ons aan en doorzochten alles, waarschijnlijk omdat ze door iemand waren getipt. Eindelijk begrepen we dat Gods eigenaardige bevel onze redding betekende. Alles wat mijn opa en oma en vader en moeder wisten over de Bijbel, werd in de jaren erna mondeling aan ons doorgegeven. Gelukkig hadden zij een zeer goed geheugen.”

Niet-christelijk meisje

Na zijn diensttijd (die in Noord-Korea tien jaar duurt) trouwde Bae met een niet-christelijk meisje. Het is nagenoeg onmogelijk om een gelovige vrouw in Noord-Korea te vinden, legt hij uit. “Lastig was het wel. Als ik bijvoorbeeld wilde bidden of – fluisterend – zingen, deed ik dat altijd buitenshuis. Hoewel ik vóór mijn huwelijk al had besloten dat ik zou proberen mijn vrouw tot Jezus te leiden, liet ik pas na de geboorte van ons tweede kind doorschemeren dat ik in God geloofde. Ze reageerde aanvankelijk sceptisch, maar gaandeweg begon ze steeds meer interesse te tonen.” Uiteindelijk besloot ze Jezus te volgen: een halsmisdaad in Noord-Korea.

Achter de tralies

In 2003 werd Bae verraden – nota bene door zijn beste vriend. “We kenden elkaar al heel lang, maar over het geloof had ik nog nooit met hem gesproken. Pas toen hij huwelijksproblemen kreeg, drie jaar daarvoor, vertelde ik hem dat het geloof in moeilijke tijden steun kan bieden. Hij werd nieuwsgierig en bezocht sindsdien trouw onze samenkomsten. Maar nu wilde zijn vrouw scheiden en in Noord-Korea moet je daarvoor een legitieme reden hebben. Dus vertelde zij de autoriteiten dat haar man christen was. Hij werd opgepakt en vijftien dagen ondervraagd, waarbij hij aangaf dat ik hem over God had verteld.”

Terwijl zijn vriend werd vrijgelaten, verdween Bae achter de tralies. Zijn executie leek onafwendbaar. Na hooguit zes maanden zou hij (vastgebonden aan een paal, zijn mond volgepropt met kiezelsteentjes) publiekelijk worden doodgeschoten. Zoals zovelen vóór hem.

Een volle bak water

Hij pakt een viltstift, loopt naar het whiteboard en tekent een plattegrond van zijn cel: anderhalf bij drie meter. “In deze hoek bevond zich de ‘wc’, een gat in de vloer. Aan het plafond hing een camera. Ik werd dagelijks zo’n anderhalf uur ondervraagd. Steeds kreeg ik te horen dat ik zou worden geëxecuteerd vanwege mijn ‘bijgeloof’. Na de ondervraging moest ik terug naar mijn cel, en begon het martelen. Elke dag tien tot twintig minuten.”

Bae zakt iets door zijn knieën en zegt: “Vaak lieten ze me bijvoorbeeld zo staan, met een volle bak water op mijn hoofd, dertig minuten lang. Als ik één druppel morste, kreeg ik klappen met een stok. Na de dagelijkse ondervraging en de marteling kwam de zwaarste beproeving. Dag in dag uit moest ik zeventien uur lang volkomen stil in mijn cel zitten. Om de twee uur plassen, en verder mocht ik alleen bewegen tijdens de maaltijd – die duurde precies één minuut.”

Het ondenkbare gebeurde

Dat hij het onder deze gruwelijke omstandigheden dertien maanden lang uithield, is nauwelijks voor te stellen. Evenals het feit dat hij God dankbaar is voor deze periode. “Ik had alle tijd om mijn zonden te overdenken, me op Hem te richten, en alle liederen en Bijbelverhalen in herinnering te roepen die ik had geleerd. Mijn geloof, dat in mijn diensttijd op een lager pitje stond, groeide krachtig.”

Na dertien maanden gebeurde het ondenkbare: hij werd vrijgelaten. “Een van de bewakers, met wie ik na een maand of zes een band opbouwde en met wie ik vaak over mijn geloof sprak, had een positief rapport over mij geschreven. Dat leidde tot een wonder: mijn vrijlating. God heeft hem als instrument gebruikt.”

Eindelijk herenigd

Omdat hij ruim een jaar lang dagelijks uren als een standbeeld op de grond had gezeten, kon Bae amper lopen. Zijn broer haalde hem op uit de gevangenis en bracht hem naar zijn ouderlijk huis. Daar werd hij herenigd met zijn vrouw en hun twee kinderen. Maar al snel ontdekte Bae dat hij zijn cel had verruild voor een andere gevangenis. Zonder tralies, maar minstens zo gevaarlijk. “Geheim agenten schaduwden me overal en altijd. Iedereen wist dat, dus wie durfde nog contact met mij of mijn gezin te hebben, of zelfs maar vriendelijk voor me te zijn?”

Voor een ex-gevangene is het in Noord-Korea bovendien vrijwel onmogelijk om werk te vinden. Bae en zijn gezinsleden waren paria’s geworden, die elke dag ploeterden om te overleven. Ze moesten zelfs hun huis verkopen om aan voedsel te komen, wat in Noord-Korea illegaal en dus zeer risicovol is.

Wanhopige vlucht

“Wij hadden geen enkel perspectief, geen hoop, geen sprankje licht. Dit was erger dan mijn gevangenisperiode. Toen ik na drie jaar voldoende was opgeknapt, besloot ik te vluchten zodra ik de kans kreeg.”

Na een emotioneel afscheid van zijn familie begon hij in 2009 aan een levensgevaarlijke reis door de bergen, via China naar Zuid-Korea. Langs een andere route slaagden zijn vrouw en hun beide kinderen er maanden later eveneens in te ontsnappen. Net als hij overleefden zij hun wanhopige vlucht naar de vrijheid ternauwernood. Eind februari 2010 sloten zij elkaar weer in de armen in Seoul, waar ze een nieuw bestaan hebben opgebouwd.

In een concentratiekamp

Al leeft Bae in vrijheid, er gaat geen dag voorbij dat hij niet aan Noord-Korea denkt en voor de christenen daar bidt. Via-via hoorde hij in 2011 dat zijn vader en moeder in een concentratiekamp zitten, net als circa dertigduizend andere gelovigen. Door honger, wreedheden en totale uitputting sterven mensen daar als vliegen. Een drama voor zijn inmiddels oude vader en moeder Bae: “Ik ben ervan overtuigd dat God hun, na een lange periode van voorbereiding, een van de belangrijkste zendingsvelden ter wereld heeft toegewezen: een Noord-Koreaans concentratiekamp. En ik geloof dat deze twee ervaren evangelisten nog steeds – totdat Hij vindt dat hun taak op aarde is voltooid – bezig zijn om anderen voor Jezus te winnen. Van hun grote trouw aan God ben ik het levende bewijs.”


Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Gert-Jan Schaap
Bron: Visie 2014, nr. 43