Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Henk Hagoort: 'Kleien aan een wereld die steeds verandert'

Henk Hagoort: 'Kleien aan een wereld die steeds verandert'

In een tijd waarin de samenleving in rap tempo verandert, kan de publieke omroep een baken in de branding zijn. Dat is de overtuiging van Henk Hagoort, 'baas' van de NPO. "Ik wil mensen met elkaar verbinden en hen nieuwsgierig maken naar de toekomst."

De herfstzon zet de bosrand van Ermelo in het volle licht. Als de deur van huize Hagoort opengaat, waaien de geuren en geluiden van het bos zo naar binnen. Die frisse lucht kan Henk deze ochtend wel gebruiken, na een korte nacht. Hij was in Den Haag voor het debat over de nieuwe Mediawet, dat tot in de vroege uurtjes duurde. Gelukkig is het een uitzondering, lacht hij: “Toen ik om half zes eindelijk het bed in kroop, zei mijn vrouw: ‘Dit is nu precies waarom je van mij niet de politiek in mag.’ En ze heeft gelijk. Sommige banen laten zich wel erg moeilijk verenigen met een privéleven.”

Niet dat het voorzitterschap van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) een gemakkelijke baan is. In de zeven jaar dat Henk nu voor de NPO werkt, ging de omroepwereld fors op de schop. Het mediagebruik veranderde sterk, nieuwe partijen meldden zich en er moest heel stevig bezuinigd en gereorganiseerd worden. Waren het zeven vette of zeven magere jaren?

“Als je er een foto van zeven jaar geleden bij pakt, zie je wel dat ik grijzer ben geworden. Je zou dus zeggen dat het zware jaren zijn geweest, maar dat is niet zo. Natuurlijk waren er moeilijke periodes, in deze functie krijg je veel over je heen en doe je het nooit helemaal goed. Maar er zijn ook heel mooie tijden. Het is fascinerend dat ik een rol mag spelen in dit veranderende medialandschap. Zeven jaar geleden waren er nog amper iPads. Nu kijken veel mensen het merendeel van hun tijd geen tv meer op een groot scherm, maar op een tablet of smartphone. Als omroepbestuurder mag ik een beetje mee kleien aan die veranderende wereld. Dat is ontzettend leuk.”

Zes talen plus geschiedenis

Had je Henk veertig jaar geleden verteld dat dit zijn toekomst was, dan had hij het niet geloofd. “Ik ben hier in Ermelo opgegroeid, in een onderwijsfamilie. Ik was een echte generalist, ik deed van alles. Als je in mijn fotoalbums kijkt, zie je een jongetje dat boeken leest en voor z’n lol werkstukken maakt. Af en toe ging ik met mijn vader naar de stad en dan mocht ik bij De Slegte een boek uitzoeken. Dat leverde een bonte bibliotheek op, variërend van boeken over schepen tot kloeke werken over veldslagen.”

Na het gymnasium, met zes talen en geschiedenis als vakkenpakket, volgde een studie geschiedenis. Henk leek voorbestemd voor het onderwijs, maar het ging anders. Er was weinig werk en na verschillende tijdelijke functies werd hij aangenomen als onderzoeker bij de informatieve programma’s van de EO. Het duurde niet lang voordat hij hoofd Informatieve Programma’s werd. Een paar jaar later – in 2000 – stond hij als directeur aan het roer van de EO. “Ik kreeg binnen de omroep de kans te laten zien wat ik kon. En als je iets leuk vindt en er goed in bent, valt dat blijkbaar op.”

Het was een dynamische tijd, herinnert hij zich. “Toen ik bij de EO kwam werken, kwam die omroep net uit de jaren tachtig. Dat was de tijd van de barricades, waarin christenen en niet-christenen vaak tegenover elkaar stonden en er vooral gediscussieerd werd. Ik heb me samen met anderen ingezet om de EO weer in gesprek te brengen met de wereld om ons heen: geen debat, maar dialoog. Ik vond het ook belangrijk om iets te doen aan de beeldvorming die over christenen bestond. Ik had er moeite mee dat de buitenwereld ons zag als mensen die niks mogen, die gebonden zijn aan allerlei regels. Terwijl mijn geloof gaat over vrijheid; over het bevrijd zijn van schuld, van zonde, van gebrek aan perspectief, van mijn eigen fouten. Voor mij was dat een heel belangrijke drijfveer in mijn werk bij de EO.”

Angst of uitdaging

Mist hij die drive niet in zijn huidige werk? Juist niet, zegt Henk. Want die twee thema’s – dialoog en vrijheid – spelen ook in deze baan een centrale rol. “Wij doen als publieke omroepen heel veel om mensen en groepen met elkaar in gesprek te brengen. Om vooroordelen over en weer af te breken, om de eenheid in ons land te bewaren. Zo proberen we ervoor te zorgen dat het grootste goed dat we delen, bewaard blijft: onze vrijheid en onze democratie.”

Dat is nog niet zo gemakkelijk in een tijd waarin de wereld op z’n kop lijkt te staan. “Er zijn een paar periodes in de geschiedenis geweest waarin er opeens heel veel veranderde – zegt de historicus in mij. Bijvoorbeeld rond 1500: toen werd de boekdrukkunst uitgevonden, werd Amerika ontdekt en vond de Reformatie plaats. Nu zitten we ook in zo’n periode waarin er ontzettend veel verandert, alleen al door de digitalisering en de globalisering. Je kunt daarop reageren vanuit angst, zoals je nu ziet met de komst van vluchtelingen. Maar je kunt er ook nieuwsgierig van worden en het als een uitdaging zien.”

Die laatste houding past bij hem, zegt hij. “Vanuit mijn geloof heb ik de hoop en het perspectief dat deze wereld een doel en een zin heeft. Daar wil ik aan bijdragen door mensen met elkaar te verbinden. Ik vind het mooi dat we met de publieke omroep verhalen kunnen vertellen die mensen nieuwsgierig maken naar wat er komt. Verhalen die mensen toekomstgericht maken, in plaats van een verlangen wakker te roepen naar het verleden.”

Witte jas

De blik vooruit, niet bang om iets nieuws te beginnen, nieuwsgierig, eigenzinnig. Het zijn kenmerken die andere mensen Henk toedichten. Terugkijkend denkt hij dat die onafhankelijke houding zich al in zijn jeugd gevormd heeft. “Er is een moment uit mijn tienertijd dat me nog altijd helder voor de geest staat, een voorval toen ik net op de middelbare school zat. Mijn moeder had een winterjas van de buren gekregen die mij nog wel paste: een witte jas met een witte nepbontkraag.” Lachend: “Ik zei tegen haar: ‘Je kunt veel van me vragen, maar niet dat ik met deze jas naar school ga.’ Toen zei zij: ‘Weet je, als anderen je uitlachen, bedenk dan dat zij het diep in hun hart wel stoer vinden dat jij die jas gewoon aan durft te doen. Eigenlijk is het dus een vorm van respect.’ Ik ben met die jas naar school gegaan en ik dacht: lachen jullie maar, eigenlijk vind je het heel knap dat ik dit durf.”

Voor Henk staat de witte jas symbool voor het zelfvertrouwen dat hij in de jaren van zijn jeugd heeft meegekregen. “Dat ik in mijn werk weinig last heb van kritiek of tegenspel of ‘gedoe’ heeft daarmee te maken. Ik leg kritiek uit als een vorm van respect. Die witte jas heeft me een gevoel van weerbaarheid en onafhankelijkheid opgeleverd. Tegelijk heeft dat ook een negatieve kant. Mensen zeggen dat ze het soms moeilijk vinden om mij te peilen: heb ik nu echt contact met Henk, weet ik nu echt wat hij denkt? Ook al ben ik oprecht, toch krijg ik dat niet altijd goed overgebracht. En dat is soms vervelend om te merken.”

Zijn vrouw Karin – "mijn eerste en laatste liefde" – vormt een gezond tegenwicht voor die onafhankelijkheid. “Zij is in staat door mijn mooie verhalen en mijn rationaliteit heen te prikken en me te laten zien dat er meer is. In die dertig jaar dat we samen zijn, is zij heel vormend voor me geweest."

Tachtig uur in de week

Al aan het begin van hun werkende leven hebben Henk en Karin afgesproken dat gezin en huwelijk altijd op de eerste plek moeten staan. “Toen ik net begon met werken, zei iemand tegen mij: ‘Heel veel mensen zeggen op hun sterfbed: had ik maar meer tijd aan mijn vrouw of mijn gezin besteed. Maar niemand zegt: had ik maar meer tijd aan mijn werk besteed.’ Dat is blijven hangen. Toen we in 1997 een paar weken rond het sterfbed van mijn schoonvader leefden, besefte ik hoe belangrijk dat was. Op zo’n moment telt dat je zijn hand vasthoudt, de Bijbel met hem leest en een lied zingt.”

Bij elke nieuwe functie was de werktijd dan ook een belangrijk gespreksonderwerp voordat het contract getekend werd: “Ik heb altijd gezegd: ‘Als je me wilt inzetten om tachtig uur in de week te werken, ben ik niet de juiste persoon. Ik hoop dat je me aanneemt omdat ik de juiste dingen doe binnen veertig tot zestig uur. Ik wil mij niet helemaal opofferen aan mijn baan.’ Natuurlijk lukt het niet altijd binnen die tijd. Soms ben ik ook thuis nog zó bezig met mijn werk dat vrouw en kinderen zeggen: je bent er niet bij. We proberen elkaar daar echt scherp in te houden.”

Dat betekent bijvoorbeeld dat Henk in huis de man is die in principe de boodschappen doet en kookt – een van de passies naast zijn werk, dat hij niet vaker dan tweemaal per week ontbreekt bij het avondeten, dat er ’s avonds altijd iemand thuis is en dat hij en Karin elke week een Henk-en-Karin- avond plannen. “Toen ik afgelopen januari vijftig werd, bedankte mijn zoon ons dat we er ondanks onze drukke banen toch meestal waren geweest. Hij vertelde wat dat voor hem had betekend. Dat was een bijzonder moment.”

Slapeloze nacht

Al moest Henk zijn nachtrust dit keer inruilen voor zijn werk, hij zal niet snel wakker liggen van zijn baan. Toch zijn er wel zaken die hem uit zijn slaap kunnen houden. “Vorig jaar las ik een biografie van Dietrich Bonhoeffer, een van de theologen die mij inspireert. Hij doorzag de impact van het nazisme ver voordat anderen dat deden, en hij kwam ertegen in opstand. Na het lezen vroeg ik me af: wat zijn de dingen die ík nu niet doorzie en aanpak? Ik realiseerde mij dat mijn kinderen later tegen me zullen zeggen dat wij de eerste generatie vormden die de gevolgen van de klimaatverandering aan den lijve ervaart. Zij zullen me vragen wat ik daar – op mijn plek – aan gedaan heb. Ik ga er wakker van liggen als ik daar niets mee doe, bedacht ik me.”

Meerdere omroepen maakten al programma’s rond het thema duurzaamheid. Kon dat niet meer ruimte krijgen?, vroeg Henk zich af: “Ik ben bij de directeuren van de omroepen langs gegaan en heb hun gevraagd of ze dit thema breder op konden pakken. Daaruit is NPO Groen voortgekomen. Ik merk dat het vuurtje doorgegeven wordt en dat er nieuwe dingen ontstaan. De EO speelt hierin ook een belangrijke rol. Maar het is voor mij wel begonnen met een moment waarop ik dacht: hier kom ik niet mee weg. Op zo’n moment besef je hoeveel betekenis je werk kan hebben. Dan zit ik met deze baan echt op een mooie plek.”


Tekst: Bas Popkema
Beeld: Ruben Timman
Bron: Visie 2015, nr. 45