Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

'Het is mijn droom in dit land gelukbrenger te zijn'

'Het is mijn droom in dit land gelukbrenger te zijn'

"Het grootste geluk dat mij in Nederland overkwam, is dat ik het geloof in de levende God vond." En juist daarom wil de Armeense Gor Khatchikyan (28) niet alleen iets halen, maar ook wat brengen. "Ik bid vaak: 'Heer, laat mij een Jozef in Nederland zijn, zodat ik voor dit land iets mag betekenen." Het liefst als minister.

'Bereid je voor, want we gaan nooit meer terug,' zei zijn moeder, toen Gor met zijn ouders en broer de grens van Europa passeerde. Twaalf was hij, maar hij herinnert zich haar uitspraak als de dag van gisteren. Boos of in paniek was hij niet, al was het gezin vrij onverwacht uit Armenië vertrokken en had Gor geen afscheid genomen van familie en vrienden.

“Natuurlijk was ik wel verrast dat mijn moeder dit zei – toen we vertrokken dacht ik dat we een paar weken op vakantie gingen – maar ik denk dat ik niet ten volle besefte hoe het is om voor altijd weg te zijn. Ik vertrouwde bovendien mijn ouders volledig; ik ging er vanuit dat zij dit goed hadden overwogen. Dus nee, ik vond het eigenlijk niet eens zo heel erg. Al wist ik toen natuurlijk nog niet wat ons in Europa te wachten stond.”

Autoverzameling en voetbalboeken

In de zomer van 1999 vertrekt het gezin Khatchikyan halsoverkop uit Armenië. De details van hun vlucht kan hij zich niet echt meer herinneren. “Blijkbaar heeft het vertrek weinig indruk op me gemaakt. Wat ik nog weet, is dat het middag was. We hadden wat spullen ingepakt om op reis te gaan. Dingen die voor mij waardevol waren, zoals foto’s, mijn autoverzameling en voetbalboeken, had ik niet bij me. Alleen wat kleding. Er was geen stress, maar ook geen tijd om afscheid te nemen. Ik had allerlei afspraken staan: ik zou bijvoorbeeld nog gaan voetballen met vrienden.”

Het gezin reist per auto en wordt na een dagenlange tocht door diverse landen, afgezet bij het station van Den Bosch. Het eerste wat Gor opvalt als hij uitstapt, is de taal. “Ik hoorde twee jongens Nederlands met elkaar praten en dacht: ‘Wow, dit is echt lelijk. Die mensen hebben vast last van hun keel.’ Het leek nergens op, het ging te snel en ik hoorde alleen maar medeklinkers. ‘Dat kan nooit goed gaan, dit leer ik nooit,’ dacht ik nog.”

Slapende honden

Maar Gor leerde het wel, en spreekt de Nederlandse taal inmiddels vloeiend, hoewel een licht Oosters accent zijn wortels verraadt. Als hij de voordeur opent van zijn nieuwbouwwoning aan de rand van Utrecht, verontschuldigt hij zich voor zijn schorre stem en zijn ongeschoren baard. “Ik heb nachtdienst gedraaid in het ziekenhuis en nauwelijks geslapen.” Gor werkt als arts op de eerstehulpafdeling van het ziekenhuis in Lelystad. “Een uurtje rijden hiervandaan,” zegt hij, terwijl hij op de witpaarse bank gaat zitten. Hij is blij met zijn baan. “Als ik op een feestje zit, willen mensen altijd dat ik verhalen vertel over de dingen die ik meemaak op de spoedeisende hulp.”

Eén ding kan en wil hij niet gedetailleerd vertellen: de reden dat het gezin Khatchikyan uit Armenië vertrok. “Dat is het verhaal van mijn ouders, ik heb die keuze niet gemaakt. Bovendien wil ik hen niet in verlegenheid brengen of dingen zeggen waarvoor de Armeense overheid mij verantwoordelijk kan stellen. De Armeense autoriteiten houden mij in de gaten, zeker nu ik in de publiciteit ben. Ik ben daar niet bang voor, maar ik wil ook geen slapende honden wakker maken. Ik heb wel eens geprobeerd er iets over te zeggen, maar dat leverde meer vragen op dan antwoorden.”

Onbewoond eiland

Voor het station in Den Bosch hebben Gor en zijn familie geen idee waar ze heen moeten. Als het donker wordt en ze geen slaapplaats hebben gevonden, besluiten ze de nacht door te brengen onder een boom. De volgende ochtend reist het gezin per trein verder naar Rijsbergen, waar ze aankloppen bij een aanmeldcentrum voor asielzoekers. Het is het begin van een jarenlange zwerftocht langs diverse asielzoekerscentra. Hun beste tijd hebben ze op Texel, waar 'oma Lies', een christelijke dame op leeftijd, zich over het gezin ontfermt. “Texel leek ons verschrikkelijk. Een eiland, dat kon nooit goed zijn!” Gor lacht er nu hartelijk om. “Wij dachten aan een onbewoond eiland, of zo. Wisten wij veel. Uiteindelijk bleek Texel juist een heel veilige omgeving en was ons verblijf een van de beste dingen die ons overkomen is.”

Via oma Lies belandt Gor met zijn ouders en broer in een baptistengemeente op het eiland.

Zijn eerste bezoek aan deze kerk ervaart hij als een schok. “Een kerk was voor mij een groot gebouw waar stilte heerst, met foto’s, kunst en kaarsen. En een man in een jurk. Maar deze mensen zaten in een gewone zaal, met een band voorin; godslastering vonden we het.” Toch raakt Gor geboeid door het gegeven dat Gods Woord blijkbaar een rol van betekenis kan hebben in je leven. “In Armenië noemt iedereen zich christen, maar er zijn er maar weinig die God echt kennen. Ik geloofde als kind wel dat God bestond, en we gingen één keer per jaar naar de kathedraal om een kaars te branden. We deden onze religieuze plicht, meer niet. Hier ervaarde ik echter heel persoonlijk dat God bij me was en dat Zijn hand op mijn leven lag. Op een dag kon ik niet anders dan mijn leven aan Hem toewijden.”

'Hartstikke uitgeprocedeerd'

Makkelijker wordt het er vervolgens niet op. Het gezin Khatchikyan strijdt voor een verblijfsvergunning, maar lijkt het gevecht te verliezen. “Mijn geloof maakte de situatie nog lastiger. Want als je gelooft dat God alles in Zijn hand heeft, waarom doet Hij dan niets? Ik heb het in die tijd echt uitgeschreeuwd naar boven. Maar voor mijn gevoel bleef de hemel dicht.”

Terwijl hij nipt aan zijn thee, zegt Gor: “Op een gegeven moment vroeg mijn moeder aan onze advocaat: ‘Even voor de duidelijkheid: zijn we nu uitgeprocedeerd?’ ‘Mevrouw,’ antwoordde de advocaat, ‘u bent hartstikke uitgeprocedeerd.’ Hoe die man dat zei, daar moesten we ondanks onze miserabele omstandigheden, zo om lachen! We zeggen het nog wel eens voor de grap: ‘Is het nu klaar? Ja, hartstikke klaar!’”

Intussen is het 2007 en woedt in politiek Den Haag de discussie over het generaal pardon. Voor de gemiddelde Nederlander ‘gewoon een politieke discussie’, voor Gor en zijn familie de enige hoop die ze nog hebben. “Dagelijks zaten we aan de tv gekluisterd en spelden we de kranten om te zien welke kant het op ging.”

Uiteindelijk wordt het generaal pardon de redding van het gezin Khatchikyan. “Ik weet nog goed dat mijn moeder mij belde om te vertellen dat de strijd gestreden was. Ik huil niet snel, maar op dat moment – ik was op een bruiloft – ben ik naar het toilet gegaan en heb daar zitten janken als een kleine jongen. Na acht jaar strijd en onzekerheid wisten we eindelijk dat we mochten blijven. Dat was een ontlading van geluk.” Hij schiet in de lach: “Ik zeg nu vaak voor de grap: ‘Mevrouw Rita Verdonk deed er in die tijd alles aan om ons uit te zetten. Ik ben er nog steeds, maar ik weet niet waar zij is.’”

In de file staan? Geweldig!

Gor maakt meteen plannen voor de toekomst en kan zijn geluk niet op. Als hij theorie-examen moet afleggen voor zijn rijbewijs, geniet hij van elke vraag. “Ik zag allemaal zenuwachtige mensen om mij heen, maar ik vond elke vraag fantastisch. Ik zat daar met een glimlach alsof ik de hele wereld aan kon. In de file staan? Geweldig. Ik zat immers in een auto en ik was deel van dit land! Zo beleefde ik dat. De meeste dingen waar de gemiddelde Nederlander over klaagde, omarmde ik. In die tijd heb ik echt geleerd om de kleine dingen te waarderen en een dankbaar mens te zijn.”

De generaal-pardonregeling was voor Gor bovendien een belangrijke les in genade. Hij had er in de jaren van procederen namelijk alles aan gedaan om goed te presteren, om maar te bewijzen dat hij zijn verblijf waard was. “Ik dacht: ‘Als ik van genoeg waarde ben voor de samenleving, dan willen ze me wel houden.’” Tot bij het generaal pardon blijkt dat alle 28.000 asielzoekers, ongeacht hun prestaties, een verblijfsvergunning krijgen. “Ik vond dat oneerlijk, want er zaten ook mensen tussen met bijvoorbeeld een strafblad. Maar het was voor mij wel een les over wat genade betekent. Want net zomin ik voor het generaal pardon iets kon doen of laten, doen je eigen prestaties voor Gods acceptatie er ook niet toe. Dat betekent niet dat ik dus maar op m’n luie achterwerk kan blijven zitten, want van alles wat ik had gepresteerd, heb ik wel de vruchten mogen plukken. Maar voor de beslissing of ik mocht blijven of niet, maakte het niets uit.”

Je eerste boek, met de titel ‘Gelukzoeker’, rolt deze maand van de drukpers. Was jij een gelukzoeker?

“Iedereen is een gelukzoeker. Nederlanders ook. Ieder mens is toch op zoek naar veiligheid en geluk? Ben ik nu hier omdat ik in Armenië ongelukkig zou zijn? Nee, dat denk ik niet. Ben ik hier om alleen maar te profiteren? Nee, mijn leven bewijst het tegendeel: ik zet mij juist enorm in om voor een ander iets te betekenen. Maar het grootste geluk dat mij in Nederland is overkomen, is dat ik tot geloof ben gekomen in de levende God. Het klinkt een beetje arrogant, maar mijn droom is om gelukbrenger te zijn. Ik wil hier van dienst zijn, een bron van zegen voor anderen. Ik kom hier niet alleen iets halen, maar ook iets brengen. Zowel in mijn werk als in mijn geloof. In die zin is de Bijbelse Jozef, die als slaaf naar Egypte werd gevoerd, echt een voorbeeldfiguur voor mij. Een fantastische vent vind ik hem. Ondanks de moeilijke jaren die hij doormaakte in de gevangenis, waarin hij niets zag van Gods beloften, bleef hij trouw. Uiteindelijk kreeg hij een succesvolle baan als onderkoning en kon hij zijn eigen volk dienen. Ik bid vaak: ‘Heer, laat mij een Jozef in Nederland zijn.’ Ik wil met de wijsheid die God mij geeft, iets voor dit land betekenen. En dan het liefst als minister. Die politieke ambitie heb ik.”

Schreeuwen vanaf de zijlijn

Hoewel Gor dankbaar is dat hij in Nederland mocht blijven, is hij er geen voorstander van om iedere vluchteling met open armen te ontvangen. “In die zin ben ik het met Geert Wilders eens. Kijk, hij is een man die alleen maar schreeuwt vanaf de zijlijn – dat is te makkelijk. Net als met voetbal: we weten het allemaal beter dan de bondscoach. Het probleem van Nederland is niet zozeer de hoeveelheid vluchtelingen, maar veel meer dat Nederland zijn identiteit kwijt is. Nederlanders zijn zo open minded, dat ze vergeten Nederlander te zijn. Jullie zien jezelf als wereldburgers, maar zijn zelden trots op de waarden die jullie hebben. Máxima zei ooit: ‘De Nederlander bestaat niet.’ Half Nederland viel over haar heen, maar dat is inderdaad precies het probleem. En tegelijk ook het enige waar je bang voor moet zijn. Want op het moment dat je jezelf verliest, ben je kwetsbaar voor vreemdelingen.” Hij lacht: “Ik lijk Wilders wel met dit verhaal.” Dan: “Waarom zijn we bang voor moslims in Nederland? Omdat wij onze eigen God zijn kwijtgeraakt, we hebben Hem weggestuurd. En die ruimte wordt nu opgevuld voor een andere god. Wil je daartegen bestand zijn, dan moet je heel goed weten wie jouw God is. Dat is de sleutel. Als Nederland te gronde zou gaan vanwege de islam, zoals Wilders het voorstelt, ligt dat niet aan de islam, maar aan onszelf.”

Te soft

Nederland moet dus zijn waarden herontdekken en daar trots op zijn, vindt Gor. Maar dan ook streng zijn voor mensen die deze waarden niet respecteren. En ook daar ontbreekt het volgens hem aan. “Stel dat er steeds meer moslims komen uit islamitische landen die gaan eisen dat er moskeeën gebouwd worden. Nederland geeft daaraan toe onder het mom van vrijheid van godsdienst. Maar probeer eens in een islamitisch land een kerk te eisen; dan kun je vertrekken. Het toegeven aan de veeleisendheid van mensen, dát is het probleem van dit land. Of Nederland te soft is? Ja, absoluut. Ik zeg niet dat je rechts of heel hard moet zijn, maar je moet wel duidelijke grenzen stellen: ‘Als het je hier niet bevalt, wees dan vrij om te vertrekken.’ In Europa is dit bijna een taboe. Maar doe je het niet, dan zullen vooral mensen uit oosterse culturen maximaal profiteren van de ruimte die ze krijgen.”

Dankzij dat ‘softe’ generaal pardon ben jij nu in Nederland.

“Dat klopt. Maar ik durf te wedden dat het generaal pardon Nederland veel meer heeft opgeleverd dan het heeft gekost. Want als je al die mensen had uitgewezen, waren ze in de illegaliteit beland.”

In 2012 won je het tv-programma ‘Premier gezocht’. Stel dat je nu premier zou zijn, wat zou je dan als eerste doen als het gaat om vluchtelingen?

“Ik zou de uitkering voor vluchtelingen afschaffen – mensen moeten geen enkele prikkel hebben om hier te komen. Ik zou vervolgens de procedure sneller laten verlopen en uitgeprocedeerde asielzoekers veel actiever wegbrengen. Want als het gaat om uitzetting, is Nederland ook weer erg humaan. We zetten iemand bijvoorbeeld niet uit, omdat het land van herkomst die persoon niet erkent. Dan zou ik tegen zo’n regering zeggen: ‘Moet je horen, morgen landt er een vliegtuig met tweehonderd burgers van jullie. Ik heb de papieren niet, maar dat zoeken jullie maar uit.’ En anders gaan ze terug naar het land waar ze Europa het eerst zijn binnengekomen. Ik weet het, dit is ondenkbaar voor een Nederlander, maar het is het enige wat werkt.”

Dat had in jouw geval betekend dat je op het vliegtuig terug naar Armenië was gezet.

“En dat zou ook beter zijn voor Nederland, haha! Maar aangezien de Nederlanders zo soft zijn om mij hier te houden, wil ik graag iets goeds terugdoen voor dit land.” Hij vervolgt: “Natuurlijk ben ik zielsgelukkig dat ik hier mag blijven. Maar tegelijkertijd weet ik ook dat je ergens een grens moet trekken. Dus als je iemand afwijst en vindt dat hij moet worden uitgezet, moet je overgaan tot het uitvoeren daarvan. En daar faalt Nederland in. We zijn bovendien heel naïef: wij denken dat de Syriërs hier tijdelijk zijn. Geloof je het zelf? Die mensen gaan niet terug. Net zoals de Marokkanen en Turken nooit zijn teruggegaan. Sterker nog: ze halen alleen maar meer mensen hierheen. Logisch, dat zou jij ook doen als je al jaren ergens woont, en een huis en werk hebt.”

Armeens DNA

Gor is inmiddels langer in Nederland dan hij ooit in Armenië woonde. Maar eerlijk is eerlijk: zijn Armeense DNA krijgt hij er niet uit, al heeft hij dat wel geprobeerd. “Op een gegeven moment dacht ik dat er niets Armeens in mij over was. Tot ik op een Armeense bruiloft uitgenodigd werd. Wat er toen gebeurde, was echt ongekend. Ik kwam de zaal binnen en op het moment dat de muziek begon te spelen, ik de mensen zag dansen en de taal hoorde, vóelde ik het ritme. In één oogwenk wist ik weer dat ik Armeen was.

Tegelijk voel ik me ontzettend verbonden met Nederland. Als ik terugkom van va- kantie en de grens passeer, denk ik: ‘Dit is mijn land, hier houd ik van.’ Ja, echt!”


Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Jacqueline de Haas
Bron: Visie 2015, nr. 47