Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Hondsmoe in de sneeuw op 8000 meter

Hondsmoe in de sneeuw op 8000 meter

Zeven weken worstelde Geertjan Lassche met een Himalaya-reus van dik 8200 meter: de Cho Oyu. In een team onder leiding van beroepsavonturier Wilco van Rooijen (met afgevroren tenen) vroeg de filmmaker zich af: wat bezielt deze bergbeklimmers? De expeditie bleek een regelrechte kwelling, maar juist dan floreert Lassche. “Mijn vrouw zei: ‘Als je dit nodig hebt, moet je het doen’.”

Een filmmaker die zelf zijn films bedenkt en maakt – het lijkt een luxepositie, maar Lassche ziet zichzelf bepaald niet als bevoorrecht mens. “Elke film is een hel en kent evenveel lusten als lasten. Nieuwsverslaggever zijn is veel dynamischer, maar ergens in mij zit een drift om een onderwerp tot op het bot uit te benen, mijzelf te kwellen met haast onmogelijke doelen. Ik ben als calvinist ook wel een sadomasochist, ik wentel me graag in het lijden van mijn vak. Mijn vrouw weet dat ik op die momenten op mijn best ben en de risico’s afweeg, dus ze zei: ‘Als jij dit nodig hebt, moet je het doen’.”

'Wist niet wat ik tekende'

Voor Hemelbestormers ging Lassche embedded: hij werd volledig onderdeel van een groep. Dat deed hij eerder in onder andere De Uitverkorenen, over de opleiding van het Korps Mariniers. “Ik voel mij senang in risicovolle situaties en extreme decors. Daar vallen de schillen van de menselijke beschaving af en kun je mensen in hun kern vastleggen.”

Dat is Lassche gelukt, maar de prijs was hoog. De Cho Oyu is de op vijf na hoogste berg van de wereld en een beklimming is geen kinderspel. In 2011 overleefde de doorgewinterde klimmer Ronald Naar het niet; twee jaar daarvoor kwam bergbeklimmer Dennis Verhoeve om het leven, zijn lichaam ligt er nog ergens. Wie onvoorbereid op zulke hoogten terechtkomt, houdt dat geen drie minuten vol door het gebrek aan zuurstof. Met dit in zijn achterhoofd trainde Lassche zich kapot. Wekelijks rende hij tot dertig kilometer hard, volgde hij allerlei klimcursussen en viel in totaal vijftien kilo af. “Ik ga graag in de rode meters en heb een sterke kop; ik moet het hebben van de tweede helft, als anderen stoppen.” Een eigenschap die essentieel blijkt te zijn in de barre omstandigheden op kilometers hoogte.

“Voorafgaand aan de expeditie teken je een contract waarmee je je rechten vanaf een bepaalde hoogte opgeeft: vanaf dat punt ben je zelf verantwoordelijk. Maar toen, op zeeniveau, wist ik eigenlijk niet wat ik tekende. Pas toen op 7000 meter hoogte de onervaren 24-jarige deelnemer Hugo in de nachtelijke vrieskou zoekraakte, besefte ik: iedere stap die ik nu nog zet, is voor mijn eigen rekening. Ik had dat incident nodig om te snappen waarmee ik bezig was. Een mens hoort niet op die hoogte; als je het tóch waagt, breng je je leven moedwillig in gevaar.”

De berg is de regisseur

“Ik heb op moeilijke momenten gevoeld dat God dichtbij was. Met de God waarin ik geloof, valt niet te spotten. Dat betekent dat ik het nuchtere verstand dat ik van Hem heb gekregen, goed moet gebruiken, dat ik moet weten wat ik doe.” Onmisbaar daarbij waren de lokale sherpa’s, “de helden van de Himalaya, wij zijn de wannabe’s”. Zij dragen als onvermoeibare berggeiten een groot deel van de bagage. Ondanks hun expertise komen er nog geregeld sherpa’s om. Vlak voor Lassches expeditie stierven zestien van hen op de nabijgelegen Mount Everest. De klimmers betalen de sherpa’s weliswaar goed, maar het blijft ongemakkelijk, vindt de documentairemaker. “Alsof je met geld je geweten kunt afkopen. Maar de sherpa’s zeiden: ‘Als wij hiermee stoppen, stort onze economie in en kunnen onze kinderen niet meer naar de betere scholen’.”

De sherpa’s spelen uiteindelijk een belangrijke rol in het hoogtepunt van de film, wanneer niet Lassche, maar de berg de regisseur blijkt. Een lawine vernietigt een bovenliggend kamp en daarmee het ultieme doel: de top bereiken. “Een deel van de groep wil ondanks het kapotte tentenkamp toch nog een poging doen de top te bereiken. Daar zijn sherpa’s voor nodig, maar die besluiten: we’re going down. The mountain is always there. Eén expeditielid antwoordt: ‘But now we are here’. Ik filmde dat, hondsmoe liggend in de sneeuw en voelde aan alles: dit is de sleutelscène.”

Egotripperij

De hoofdvraag waarmee Geertjan zijn bergavontuur begon, was: moet je meedogenloos zijn om de top te halen? Ja, concludeert hij. “Om de top te bereiken, moet je keihard zijn, voor jezelf en je omgeving. Klimmen in hooggebergte is egotripperij: welke klimmer wil geen aandacht als hij de top heeft bereikt? Daarnaast ben je hartstikke moe, alleen de eerstvolgende stap telt. Alles wordt eendimensionaal. Uiteindelijk zijn we allemaal egocentrisch, alleen komt dat pas in zo’n extreme situatie naar voren. Ik vraag me af of dat erg is. Wél als je anderen in gevaar brengt, en juist daar zit het spanningsveld in deze film.”

Lassche ontdekte dat hij zijn emoties kan uitschakelen en dóór kan gaan. “Al was ik fysiek hondsberoerd, op die prikkelloze berg was ik gelukkig. Het leven was overzichtelijk. Ik wist wie ertoe deden: mijn vrouw en kind. Mijn enige lijntje liep naar hen, anders had ik gerust nog zeven weken in zo’n tentje kunnen zitten. Ik snap dat bergbeklimmen verslavend is. Als ik aan het moment terugdenk dat die lawine het bovenste tentenkamp vernietigde en we beseften dat we de top niet konden bereiken, krijg ik als nuchtere plattelandsjongen nóg kippenvel.”


Tekst: Wilfred Hermans
Bron: Visie 2014, nr. 51/52


3doc: Hemelbestormers
Vrijdag 26 december 2014
20.25 uur op NPO 3

Bekijk de trailer