Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Jim de Groot speelt Jezus in The Passion

Jim de Groot speelt Jezus in The Passion

Hij is zonder geloof opgevoed en ‘The Passion’ heeft hij nog nooit gezien. Maar Jim de Groot heeft geen dvd’s nodig om zich voor te bereiden op zijn rol als Jezus. In plaats daarvan leest hij iedere dag in de Bijbel en ging hij een week het klooster in. “Jezus en ik zouden vrienden kunnen zijn geweest.”

“Ik kleed me eerst even om, hoor. Deze kriebelt.” Jim (42) wijst naar de witte trui die hij aan heeft, speciaal voor alle interviews, opnames en fotoshoots op deze koude dag in februari. De klok slaat half vijf als hij op een bank neerploft in het EO-gebouw. Deze intensieve dinsdag staat volledig in het teken van The Passion, maar de zanger klaagt niet en pakt ontspannen een snoepje uit het schaaltje op tafel. “Ik vind het vleiend, om niet te zeggen een eer, dat ik hiervoor ben gevraagd.” Toch moest Jim diep nadenken over de vraag of hij Jezus wilde spelen. “Mijn eerste gedachte was: ‘Weten ze bij de EO wel wie ze in huis halen?’ Ik heb jarenlang een rock ’n roll-leven geleid, en ik vind het belangrijk dat mijn verleden hier bekend is. Maar de makers wisten het al. Sterker nog, ze zeiden dat dit juist een van de redenen was om mij te vragen. Dat stelde me gerust.”

Ruimhartig en flexibel

Als zoon van zanger en liedjesschrijver Boudewijn de Groot groeide Jim niet op met het christelijk geloof. “Ik ben opgevoed met ‘geloof in jezelf ’. Het woord ‘geloof ’ roept bij mij dan ook niet de associatie met religie op. Het staat voor zelfvertrouwen, zelfkennis, zelfontwikkeling, dat soort zaken. Ik had een oom die in de VPRO-gids alle EO-programma’s zwart maakte met een dikke stift, zodat mijn neefje en nichtje niet konden zien wanneer die werden uitgezonden. Dat is waar ik vandaan kom. Dus, hoe stom misschien ook, als de EO belt, is mijn eerste reactie: ‘Wat krijgen we nou? Ik word gebeld door de EO, dat kan niet goed zijn.’ Maar het is natuurlijk volslagen onzinnig om zo te reageren als je gebeld wordt door wie dan ook. Bovenal ben ik namelijk opgevoed met het idee dat ik ruimhartig en flexibel moet zijn, en dat ik kan openstaan voor anderen. Ik heb er niets op tegen dat mensen geloven, ik veroordeel het niet. Waar ik wel wat op tegen heb, is dat mensen oorlogen beginnen uit naam van een ander. Uit naam van welke god dan ook worden zoveel goddeloze daden gepleegd! Daar krijg ik de kriebels van. Maar met een stift alle EO-programma’s zwart kleuren, gaat er bij mij niet in. Dan kan ik nog zo niet-religieus zijn opgevoed, ik sta open voor alles.”

Ook voor een bezoek aan het klooster, om je voor te bereiden op je rol.

“Klopt. Ik vroeg de producent om een contactpersoon die ik 24 uur per dag kan bellen met mijn vragen, iemand die mij alles kan vertellen en vindt dat domme vragen niet bestaan. Want als ik in de Bijbel lees, heb ik na elke paar zinnen een vraag. Omdat ik er zo weinig van weet, zijn het misschien idiote, simpele vragen, maar ik wil ze toch durven stellen. Toen dacht ik: ‘Waar kan dit nu beter dan in een klooster?’ Daar is altijd wel iemand die er veel vanaf weet. Bovendien werd ik daar niet afgeleid door andere producties waarmee ik op dit moment bezig ben. Ik had alle tijd om in de Bijbel te lezen en erover te praten met Nikolaas Sintobin (bekend als geestelijk begeleider uit het EO-programma Op Zoek Naar God, red.).

Was dit de eerste keer dat je zo grondig naar het verhaal van Jezus keek?

“Ik had er überhaupt nog nooit naar gekeken. Ik heb wel een kinderbijbel thuis, en volgens mij ook een beknopte versie van de gewone Bijbel, maar toen ik die laatst opensloeg, dacht ik: ‘Dit is voor het eerst.’ Terwijl ik het boek al dertig jaar in huis heb.”

Vrienden met Jezus

“Ik ben dus bezig met een soort spoedcursus,” vervolgt Jim. “Ik heb niet het idee dat ik na mijn kloosterbezoek al genoeg weet, dus ik kies mijn leermomenten ook nu zorgvuldig uit. Ik lees iedere dag in de Bijbel. In het Nieuwe Testament lees ik waar ik behoefte aan heb, of ik mail Nikolaas over vragen waarmee ik rondloop en bestudeer de teksten die hij mij geeft. Vervolgens vraag ik hem waarom hij die gedeelten bij mijn gemoedstoestand vindt passen, dat levert boeiende gesprekken op. Het Oude Testament lees ik trouwens wel chronologisch door.”
Voor hij naar het klooster ging, had Jim niet echt een mening over Jezus. “Ik oordeel niet graag, helemaal niet als ik te weinig informatie heb. Wel dacht ik altijd: ‘Jezus en ik zouden vrienden kunnen zijn geweest.’ Waar ik dat op baseerde? Niet op kennis. Het was een gevoel. Wat me in Jezus aanspreekt, is dat Hij beschouwend is en Zich niet gek laat maken. Hij kan Zich overgeven aan de loop der dingen zonder een vaatdoek, een slapjanus te worden. Hij blijft rechtop lopen en geloven in Zichzelf en Zijn ideeën over goed en kwaad. Dat heb ik zelf ook sterk. Ik blijf vasthouden aan mijn eigen ideeën over wat goed is, ook als die niet stroken met die van een ander.”

Je bent niet christelijk opgevoed. Speelde religie of spiritualiteit wel een rol in je leven?

“In mijn opvoeding niet zozeer, maar vanaf het moment dat ik zelf kon beslissen, zo rond mijn vijftiende, wel.”

In welke vorm?

“Het boeddhisme, en dan vooral meditatie en zelfexploratie. Ik ging op zoek naar verschillende lagen van de realiteit op aarde. Ook gebruikte ik geestverruimende middelen onder het mom van: ‘Misschien kom ik hierdoor in aanraking met dingen die je nuchter niet ziet.’ Je kunt dingen die dan gebeuren uitleggen als goddelijk, maar uiteindelijk is het chemische troep die je zit te eten. Daar ben ik wel klaar mee. Met de drugs, en ook met geloven dat ik daarin lagen van mezelf kan ontdekken die ik anders niet zou zien.”

Rust, regelmaat, reinheid

De afgelopen jaren is Jim uit de spotlights gebleven om zijn leven met rust, regelmaat en reinheid op een rijtje te krijgen. Die drie woorden zijn, sinds hij vader is van een zoon (7) en dochter (4), belangrijk geworden. “Als ik deze dingen niet in mijn leven implementeer, valt het vaderschap me een stuk zwaarder. Ik moet zelf op tijd naar bed als ik mijn kinderen vroeg naar school moet brengen. Dat zijn simpele open deuren, maar als je al 35 jaar gewend bent geweest om rond drie uur ’s nachts naar bed te gaan, ram je dat er niet zomaar uit. Nu kies ik er toch voor.”

Op het gebied van geloof laat Jim zijn kinderen vrij. “Van huis uit geef ik ze niets mee, behalve dat ze het zelf mogen weten. Ze zitten op een – niet erg actieve – katholieke school in Amsterdam-West. Daar is het christelijk geloof sterk ondervertegenwoordigd. Mijn zoon is nu op een leeftijd dat hij het een veilig idee vindt dat God bestaat. Dus hij zegt dat hij in God gelooft. Ik geloof niet dat je als zevenjarige een religie op zo’n manier kunt doorgronden, dat je voor jezelf kun beslissen dat je gelooft. Ik denk dat je zoiets pas op latere leeftijd echt op waarde kunt schatten. Een kind kun je een hoop wijsmaken, zeker als ouders. Dus ik wil niet zeggen: ‘Wij geloven thuis niet in God.’ Ik heb wel tegen mijn zoon gezegd: ‘Geloof jij in God? Ik niet.’ Dat zeg ik eerlijk. Ik ga er niet in mee om hem een plezier te doen. Toch blijft hij sterk in zijn eigen overtuiging. Best bijzonder, want als ik zeg dat groen mijn lievelingskleur is, is het morgen ook zijn favoriete kleur. Maar als ik zeg dat ik niet in God geloof, praat hij mij morgen niet na. Daar heeft hij zijn eigen idee over.”

“Mijn kinderen zetten mij soms aan het denken,” zegt Jim even later. “Als mijn zoon vraagt waarom ik niet in God geloof, vind ik het best moeilijk om antwoord te geven. Ik zeg dat iedereen gelooft wat 'ie zelf wil. Want als ik hem hetzelfde antwoord geef als mijn ouders mij gaven, ontneem ik hem misschien wel de zin zich erin te verdiepen.”

Welk antwoord kreeg jij?

“‘Wij geloven niet in iets van buitenaf, wij geloven in onszelf. Wij geloven dat we zelf problemen kunnen oplossen.’ Dat vind ik een goed antwoord, maar het maakte het voor mij bijvoorbeeld ontzettend moeilijk om naar een psychiater te gaan. Ik dacht: ‘Als ik dat doe, ben ik gek. Als ik mentaal in de knoop zit, ben ik zelf toch sterk en intelligent genoeg om die knoop eruit te halen?’ Tot ik een keer ging en na een half jaar dacht: ‘Wat een opluchting.’ Het is heerlijk om over je problemen te praten met iemand die er verder vanaf staat en objectief is. Wat geloof betreft had ik ook wel wat meer willen weten over wat er te halen valt. Als ik het zelf had mogen weten, zou ik niet pas op mijn 42e voor het eerst een Bijbel openslaan. Dat zou ik anders doen.”

Kun je je voorstellen dat je ooit in Jezus gaat geloven?

“Nee. Of, wacht. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit op zo’n manier in de Bijbel en God ga geloven dat ik het christelijk geloof ga belijden. Maar dat Jezus bestaan heeft, geloof ik allang. Als ik de verhalen in het Nieuwe Testament lees, geloof ik dat dit gebeurd is. Misschien niet letterlijk, want de artistieke vrijheid van de auteurs zal er ook geweest zijn. Maar dat de verhalen echt zijn, geloof ik zeker. Dus eigenlijk geloof ik al in Jezus. Maar Hem als Heer aannemen?”

Het is een tijdje stil, voordat hij zegt: “Weet je wat ik in het klooster een mooi moment vond? Je krijgt een hostie of zegening, loopt naar elkaar toe en zegt: ‘Liefde van Christus.’ Prachtig. Maar ik kan dat moeilijk hardop uitspreken, want ik ben niet van die school.”

Als je Jezus één vraag zou mogen stellen?

“Dan zou ik Hem iets vragen over The Passion. Ik zou Hem ook kunnen vragen naar Zijn tijd op aarde, maar dan houd ik niet meer op. Dan kan ik er wel een miljoen bedenken. Nee, nu ik weet dat de EO mij wil hebben, is er één ding dat ik van Jezus wil weten: ‘Vindt U het ook goed als ik U speel in The Passion?’”


Tekst: Femke Taale
Beeld: HP Photography
Bron: Visie 2015, nr. 9