Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Kloosterabt in de Bijlmer: 'We proberen hier het Koninkrijk van God te bouwen'

Kloosterabt in de Bijlmer: 'We proberen hier het Koninkrijk van God te bouwen'

"Ik ben niet zo van de status quo", zegt Johannes van den Akker met een klein glimlachje. Dat dit een understatement is, blijkt uit de plek waar hij deze woorden uitspreekt: een woongemeenschap in hartje Bijlmer.

Op de achtergrond buldert een drilboor en klinken hamerslagen. De honingraatflat waar Johannes van den Akker (31) sinds enkele weken met zijn gezin woont, is nog één grote bouwput. Hij is abt van het kleiklooster: een nieuwe woongemeenschap in een van de oude honingraatflats in de Amsterdamse wijk Bijlmer. Samen met acht volwassenen en vijf kinderen willen zij er het geloof handen en voeten geven.

Dat kan niet waar zijn

Want dat is de drijfveer van Johannes: het geloof niet alleen in zijn hoofd, maar vooral in zijn daden laten zien. Dat geloof in Jezus krijgt hij van huis uit mee. Johannes groeit op in het Groningse dorpje Roodeschool, waar “een derde vrijgemaakt, een derde gereformeerd synodaal en een derde niets” was. “Ik kende daar vooral mensen die hetzelfde geloven als ik. Toen ik in Delft ging studeren, sloot ik me aan bij de VGSD (gereformeerd-vrijgemaakte studentenvereniging in Delft, red.) en ging ik naar de vrijgemaakte kerk in Delft. Ik heb daar een prima tijd gehad – er was niks mis mee. Maar toen ik trouwde en we naar de Bijlmer verhuisden, kwamen nieuwe vragen naar boven. Wie heeft er – behalve ik – iets aan dat ik geloof? En moet dat? Zit het geloof alleen in mijn hoofd? Is het puur een levensbeschouwing, die me helpt bij het denken over de wereld? Dat kan niet waar zijn; dat kan niet goed zijn.”

Die vragen tekenen Johannes. Hij is een zoeker, iemand die vragen stelt waar anderen zwijgen. Ook tijdens het praten stelt hij zichzelf regelmatig vragen, neemt hij denkpauzes en verbetert zichzelf. Hij spreekt kalm, met een licht Gronings accent. “Ik vergelijk geloven graag met biologisch eten. Als je dat heel belangrijk vindt, kun je er eindeloos over filosoferen en het naadje van de kous weten. Dat is mooi natuurlijk, maar volgens mij laat je pas zien dat je het belangrijk vindt, als je het koopt en eet. We hebben de neiging eindeloos over geloven te praten, maar er niks mee te doen.”

Milieufreaks

Johannes komt uit een onderwijsgezin. “Importgroningers en milieufreaks,” typeert hij zijn ouders. “Ze stemmen ChristenUnie, maar leven als GroenLinks-kiezers: ze waren zo’n beetje lid van alle mogelijke milieuverenigingen en hebben nog altijd geen auto. Als ze met alle kinderen een dagje uitgingen, reisden we met de trein en trok mijn moeder bij controle acht ov-jaarkaarten uit haar tas. We discussieerden vaak over maatschappelijke onderwerpen.”

Op zijn achttiende vertrekt Johannes naar Delft om bouwkunde te studeren. Gebouwen bedenken voor de toekomst, dat lijkt hem wel wat. Maar hij stopt er snel mee: “De architectenhoek is best een egowereldje; iedereen is vol van zijn eigen plannen.”

Zijn leven verandert als hij een internationale IFES-conferentie bezoekt. Samen met tweeduizend christelijke studenten beleeft hij zijn geloof intensief. “Ik herinner me het Avondmaal nog. Ik hielp met het uitdelen van het brood, en al die studenten liepen langs. Op dat moment ervoer ik zoveel gemeenschap: geweldig. Als ik in Nederland met andere christelijke studenten samenkwam, hadden we meteen een discussie over kerkelijke zaken. Dat was hier totaal anders. Hier waren mensen die voor God wilden gaan; je kerkrichting was daarbij onbelangrijk. Eenmaal thuis ben ik nog één keer op de universiteit geweest: om mijn boeken terug te brengen. Mijn focus werd God, geloof en mensen. Daar wilde ik me voor inzetten.”

Handen en voeten

Een tijdje broedt Johannes op zijn volgende stap. Hij besluit naar Amsterdam te gaan, om daar theologie te studeren. Zijn doel: de kerk – in zijn geval de gereformeerde kerk (vrijgemaakt) – op de schop nemen. “Ik wilde de kerk veranderen,” zegt hij onomwonden. “Ik verlang naar een kerk die zich op de toekomst richt, die het geloof handen en voeten geeft en zich verbindt met andere mensen. En ik dacht: om in de vrijgemaakte kerk gehoord te worden, moet je dominee zijn. Dus ging ik theologie studeren.”

Tijdens zijn studie trouwt hij met Joanne en samen betrekken ze een flat in Amsterdam. “Toen we vijf jaar getrouwd waren, gingen we uit eten en bespraken we onze toekomst. Wat is de standaardroute die je neemt als gezin? Je koopt een groter huis, neemt een zwaardere hypotheek. Zo doen de meeste mensen het. Maar wij wilden dat meer mensen daar baat bij zouden hebben. Niet alleen ruimte voor ons groeiende gezin, maar een woonkamer en een keuken waar ook anderen van meegenieten.”

Broodresten

Die keuken hebben ze nu, in één van de zeven appartementen die samen het kleiklooster vormen. Als onderdeel van een groot renovatieproject werden flats als klusappartement aangeboden in de laatst overgebleven, originele honingraatflat in de Amsterdamse Bijlmer. Johannes zag zijn droom – een spirituele leefgemeenschap in de Bijlmer – vorm krijgen. Samen met andere mensen kochten ze negen appartementen in een T-vorm: zeven op een rij, en twee centraal daaronder. In de zes van de zeven appartementen op een rij wonen de ‘kloosterlingen’, de twee appartementen daaronder herbergen gastenkamers, een kapel en een gezamenlijke woonkamer.

Centraal in de flatwoning van de familie Van den Akker staat een grote houten tafel. “We wonen in het kleiklooster met acht volwassenen en vijf kinderen; we passen met z’n allen aan deze tafel.” Hier vinden de vergaderingen plaats, wordt gegeten en gedronken. En ontbeten en gespeeld, getuige de broodresten en het speelgoed dat op tafel ligt. Hier eet Johannes met zijn gezin – met of zonder gasten. “Ik droom ervan dat mijn kinderen opgroeien met het idee dat er zomaar mensen mee kunnen eten die je niet kent; dat gastvrijheid een vanzelfsprekendheid is.”

Je moet het maar aankunnen, voortdurend vreemde mensen in huis...

“Ja, natuurlijk. Als ik thuiskom, pak ik het liefst de krant en een kop koffie om lekker een half uur in alle rust te lezen. Dat is hier een stuk lastiger – de kans dat er mensen aan tafel zitten, is groot. Maar ik vind het belangrijk dat we openstaan voor anderen. Dan is het niet terecht dat ik mijn krantje en koffie belangrijker vind dan gastvrijheid.”

Pijlers

“Gastvrijheid, spiritualiteit en gemeenschap, dat zijn de drie pijlers waarmee we aan de slag gaan in het Kleiklooster,” legt Johannes uit. “Ik merkte dat ik die waarden alleen in het gezin lastig vorm kon geven. Gastvrijheid is veel eenvoudiger als je het samen doet, net als geloven. Neem nu stille tijd. Ik ben helemaal niet iemand die uit zichzelf veel bidt of uit de Bijbel leest, maar ik vind dat wel belangrijk. Daarom creëren we in het Kleiklooster een vorm waarin we het bidden en lezen waarborgen: iedere avond houden we om half negen een avondgebed. Samen met de mensen die in huis zijn, komen we bij elkaar, bidden we en beleven we ons geloof.” Hij toont de kapel: nu nog een kale ruimte, waar een kaars en een bonte verzameling camping- en keukenstoelen in kerkopstelling staan. Hier vindt het avondgebed plaats.

Jullie delen onderling het geloof. Vinden jullie het ook belangrijk om als Kleiklooster anderen over het geloof te vertellen?

Johannes glimlacht. “Weet je dat ik dit een frustrerende vraag vind? Bij de opening van het academische jaar van de Vrije Universiteit mocht ik een column uitspreken over heilige frustratie. Mijn frustratie is dat mensen altijd vragen of ik wel over Jezus praat. Dat is toch ook niet aan de barmhartige Samaritaan gevraagd? Die deed wat nodig was; een gewonde verzorgen. Dat wil ik ook. In het goede doen zit al genoeg evangelie verstopt; dat hoef ik niet de hele tijd uit te leggen. En als het gevraagd wordt, praat ik met alle liefde over het geloof.”

Bidden hoort erbij

Dat Johannes met liefde over zijn geloof praat, is overigens wel duidelijk. Het is een van de redenen om de woongemeenschap Kleiklooster te noemen. “Met deze naam is het direct duidelijk wie we zijn: een groep gelovigen. Onlangs hadden we een buurtbarbecue. Toen om half negen de wekker ging voor het avondgebed, zei ik: ‘Ik ga even bidden.’ Mensen begrepen dat direct – ‘ze zitten in een klooster, dus hoort dat erbij’.”

En je wordt ‘abt’ genoemd. Wat betekent dat?

“Dat is nog niet zo een twee drie uit te leggen. Ik heb pas met abt Gerard Mathijssen van de abdij in Egmond twee uur over deze vraag gepraat. Mijn rol als abt is hoofdzakelijk luisteren, en uiteindelijk de knoop doorhakken. Niet als een voorman – die rol past niet bij mij – maar als een luisterend verantwoordelijke.”

‘Ik ben niet zo’n kartrekker, eerder introvert, iemand die niet graag op het podium staat,’ zei je in het ‘Nederlands Dagblad’. Hoe rijm je dat met deze rol?

Lachend: “Wat ik hier doe – een interview geven – doe ik eigenlijk tegen wil en dank. Maar serieus: in zo’n klein groepje van acht volwassenen en vijf kinderen kan ik wel werken. Dit past om de keukentafel. We kunnen met elkaar in gesprek. Ik heb geen vastomlijnd plan waarin ik mensen mee wil krijgen: alles wat we doen, krijgt pas vorm na overleg in de groep. Als ik een echte voortrekker was, zou ik de lijnen uitzetten.”

En je droom om de kerk te veranderen, leeft die nog?

“Ik hoef geen dominee meer te worden. Maar ik geloof absoluut dat we hier een toekomst van de kerk vormgeven. Het is nog niet af, het moet nog gaan draaien, maar in onze dromen en plannen is dit een plek waar aandacht is voor mensen en waar iedereen kan aanbellen; een plek die er altijd is. Zulke plekken zijn ontzet tend belangrijk voor de toekomst van de kerk. We moeten ons wortelen in de samenleving en het goede doen voor onze omgeving.”

Hoe Dan Wel

Als Johannes praat over de toekomst, gaat hij sneller praten. Hij buigt voorover en krijgt een sprankelende blik in zijn ogen. Dit is duidelijk wat hij het liefste doet: handen en voeten geven aan de kerk van ‘morgen’. Niet alleen in het Kleiklooster probeert hij dat; ook zijn bedrijfje Firma Hoe Dan Wel houdt zich daarmee bezig.

Met deze driemanszaak zoekt hij naar creatieve manieren waarop ideële organisaties hun missie handen en voeten kunnen geven, en stimuleert hij anderen dat ook te doen. Zo koppelt hij net afgestudeerde idealisten aan maatschappelijke organisaties om sociaal ondernemerschap op gang te helpen, hielp hij een school na denken over hun identiteit en zette hij een project op met een Amsterdamse studentenpredikant. Het Kleiklooster past volledig bij zijn missie. “Eigenlijk lift ik met dit klooster gewoon mee op de tijdgeest. We willen vandaag de dag geen grote organisaties en vage ideeën meer, maar concrete zaken die vaste vormen aannemen. We kopen weer elpees – lekker tastbaar – en halen ons eten het liefst bij de boer om de hoek. Zo wil ik het geloof ook beleven: zichtbaar, relevant, dichtbij. En dat is wat we in hier doen.”

Geloof je dat woongemeenschappen de kerk van de toekomst zijn?

“Dit is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd, maar ik geloof zeker dat ze onmisbaar zijn voor de toekomst. En daar hoort bij dat je samenleeft en in de buurt actief bent.”

Veel mensen zeggen dat zo’n leefgemeenschap niks voor hen is...

“Weet je dat wel heel zeker? Kom langs, ervaar het eens, en durf kritisch naar jezelf te kijken. Zijn de bezwaren – hoe moet ik dit zeggen – geen geneuzel in de marge? Oppervlakkige bezwaren die je tegenhouden een droom waar te maken? Natuurlijk moet je wat inleveren als je kiest om je leven te delen, maar je krijgt zoveel handvatten die je helpen om je geloof vorm te geven! Als je dat écht wilt, heeft dat een prijs.”

Kleine beetjes

Hier klinkt de idealist weer. Hij kijkt naar buiten, waar het herfstige groen tussen de flats welig tiert. “Ik vind dit een prachtig stuk Bijlmer. Er wonen hier alleen minderheden, niemand is in de meerderheid. De moskee staat pal naast de evangelische kerk en dat gaat gewoon goed. Maar er is hier ook verschrikkelijk veel eenzaamheid. En bijna een op de drie huishoudens is een eenoudergezin; dat is serieus veel. Als wij iets voor die eenzame mensen en alleenstaande moeders kunnen betekenen, ben ik tevreden. Kleine beetjes tegelijk, die samen iets moois en groots vormen. Ik beperk mij iedere keer tot degene die tegenover mij zit. Voor hem of haar wil ik er zijn. Dat is genoeg.”


Tekst: Pieter-Jan Rodenburg
Beeld: Ruben Timman
Bron: Visie 2015 - nr. 42