Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

‘Kom op Wim, naar de kerk’

‘Kom op Wim, naar de kerk’

Willem Aantjes, voormalig fractievoorzitter van de ARP en het CDA, is getrouwd met Ineke Ludikhuize. Zij is een generatie jonger. Willem (‘Wim’ voor intimi) is blij met Ineke als zijn echtgenoot én mantelzorger. “Elke dag probeert ze me uit mijn stoel te krijgen; ze pakt dan m’n schoenen, stopt m’n voeten erin en dan móet ik lopen.”

Ineke (58): “Wim is een raspoliticus, zijn hele denken is ervan doordesemd. Aanvankelijk moest ik daaraan wennen omdat ik anders denk. Ik heb totaal niks met politiek, maar heb wel veel van Wim geleerd. Als hij het nieuws volgt, voorspelt hij wat er gaat gebeuren – en het gebeurt ook nog! Hoe wéét hij dat? Naar een preek luistert hij ook met het oor van een politicus: een dominee moet het niet wágen iets over zijn vak te zeggen.

Wim is een tamelijk onconventionele man. Hij communiceert met iemand van 22 op voet van gelijkheid, net zo makkelijk als met een leeftijdgenoot. Ook wil hij graag bijblijven. Hij zal bijvoorbeeld nooit iets roepen over ‘de jeugd van tegenwoordig’. Dat was ik niet gewend van de generatie van mijn ouders, waartoe hij behoort. Daardoor viel gevoelsmatig de leeftijdskloof weg. Ik werd smoorverliefd op die man. Natuurlijk dacht ik eerst: dit is geen heel briljant plan. We woonden apart, maar ik werd gek van dat eindeloos heen en weer reizen.

Aanvankelijk zorgde Wim jarenlang voor mij: ik had een kind en een baan, hij was veel thuis, dus het was heel handig dat hij kon oppassen en mijn zoon naar voetbal kon brengen. Nu zorg ik voor hem. Kom op Wim, uit bed. Kom op Wim, naar de kerk. Duwen, duwen, duwen. Dat is mijn rol en dat vind ik prima. We maken er ontzettend veel grappen over. Dat maakt het licht voor mij.

Als we ergens zitten en wat drinken, vragen mensen weleens of ik zijn dochter ben, omdat we beiden donker zijn. Sommigen kunnen daarna wel door de grond zakken, dan zie je ze drie keer slikken, maar wij vinden het helemaal niet erg.”

Willem (92): “Ineke is een generatie jonger, zoals je ziet. We kenden elkaar al heel lang, want we zaten samen in de redactie van Hervormd Utrecht. Ik omdat ik Bonder was, zij omdat ze een vrijzinnige theologe was. Na mijn echtscheiding ontmoetten we elkaar spontaan, en toen bleek ook zij in een scheiding te zitten. Zo is het langzamerhand gegroeid. Inmiddels is ze al twee jaar gestopt met werken om mijn mantelzorger te zijn.

Waar ik op viel? Ik vond het vooral bijzonder dat ze op mij viel! Daar snap ik de ballen niet van. Ik wil niet zeggen dat ik ongevoelig was voor vrouwen, ik stond gauw in vuur en vlam, maar met haar is het heel geleidelijk gegroeid.

Haar mooiste eigenschap? Dat ze me verdraagt. Ze heeft een opgeruimd karakter, terwijl ik neig tot een sombere kijk. Dan neemt zij het heft in handen. Elke dag probeert ze me uit mijn stoel te krijgen: ze pakt dan m’n schoenen, stopt m’n voeten erin en dan móet ik lopen. En ergens blijf ik een gereformeerdebonder, met de restanten van dat afschuwelijke angstgeloof. Daar gaat zij heel blijmoedig mee om.

Lastige eigenschappen van haar? Het spijt me jongen, maar die zie ik niet. Ik ben nog steeds verliefd. Onze ruzies na het trouwen zijn op de vingers van één hand te tellen. Dat is aan Ineke te danken, want vóór ons huwelijk had ik de neiging dicht te slaan als het schuurde. ‘Doe je mond open, je zult praten!’ zei ze dan. Dat heeft goed gewerkt.

Als ik sterf, wil ik niet gecremeerd worden. Bovendien wil Ineke een plek waar zij naartoe kan. Dat wordt de katholieke begraafplaats Sint Barbara, midden in de wijk waar we beiden lang gewoond hebben.”

Tekst: Wilfred Hermans

Beeld: Dik Nicolai

Bron: Visie 2015, nr. 29-30