Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Lilian Janse, eerste SGP-vrouw: 'Spijt? Geen moment!'

Lilian Janse, eerste SGP-vrouw: 'Spijt? Geen moment!'

"Spijt? Geen moment!" Een jaar na haar verkiezing voelt de Vlissingse Lilian Janse, de eerste vrouw ooit op een kieslijst van de SGP, zich als een vis in het water. "Ze vinden mij een vlot wijf, niet het prototype van een SGP'er. 'Daar zijn er meer van hoor,' zeg ik dan. Ik ben heus niet de enige."

Hard werken, daar houdt ze van. En het liefst met mannen. Ooit zat ze in een meidenklas. Vreselijk vond ze het. “Meisjes zijn vals op mekaar. Leuk doen in je gezicht, maar ondertussen roddelen. Ik ben nooit een barbie- of poppentype geweest. Als kind speelde ik veel buiten en graag met jongens. Nu voel ik me met mannen in de buurt altijd goed op m'n gemak. Ze zeggen dat je dan meer mannelijke hormonen hebt. Dat zou best kunnen. Al ben ik ook een zorgzame moeder en een liefhebbende vrouw.”

Schoenen uit

Haar grote voorbeeld is haar vader. Hoewel Lilian als kind boerin wilde worden – een grote boerderij leek haar wel wat –, raakte ze rond haar 16e betrokken bij het politieke werk van vader Van der Weele in de Vlissingse raad. Zijn algemene beschouwingen op de begroting schreef hij altijd met pen.

Janse: “‘Typ jij dat es even voor me uit,’ zei hij dan. Ik wist daardoor precies hoe hij ergens over dacht en wat er allemaal speelde. Dat vond ik leuk. Als hij het moest voordragen, zat ik op de publieke tribune. Hij had de gave om het uit z’n hoofd te doen. Ik was dan trots op hem, ja. Vaak haalde hij de publiciteit met zijn krachtige uitspraken en hij heeft goede ideeën naar voren gebracht, die ook nog gerealiseerd zijn.”

Lachend: “Hij had de vaste gewoonte z’n schoenen uit te doen – dan zat hij lekkerder. Maar als hij wat wilde zeggen, moest hij die natuurlijk eerst aandoen. Zodra de andere raadsleden dat zagen, veerden ze op: daar komt Van der Weele weer, die is altijd fel. Dat vond ik geweldig om te zien.”

Kijkt hij nu met trots naar u?

“Ja, al zal hij het nooit zo zeggen. Hij zit in mijn steunfractie, maar laat mij helemaal vrij. Mijn beschouwingen schrijf ik zelf, al komt hij wel altijd luisteren. ‘Keurig krachtig verhaal,’ zegt hij dan. Dan weet ik genoeg.”

Hoe belangrijk is die goedkeuring van uw vader?

“Best belangrijk. Ik verafgood hem niet, maar hij is wel een groot voorbeeld voor mij. Mensen die met hem in de raad hebben gezeten, zeggen nu tegen mij: ‘Je bent net je vader. Je doet het precies hetzelfde: kort en krachtig.’ Dat geeft wel een goed gevoel. Nee, ik trek m’n schoenen niet uit. Ik heb laarzen aan met panty’s; dat kan ik m’n medemens niet aandoen. Bovendien is de voorkant van de banken in de raadszaal nu dicht, dus ik kan geen sein meer afgeven aan de overkant. Maar ze weten inmiddels ook: als Janse wat wil zeggen, gaat ze met haar armen over elkaar achter het bureau zitten, klaar om d’r vinger in de lucht te steken.”

Geen onrust kweken

Het was haar vader die – onbedoeld – een belangrijke rol speelde in haar verkiesbaarstelling. Hij zat in het bestuur van de plaatselijke SGP-kiesvereniging, die in de zomer van 2013 zes mannen had geselecteerd als mogelijke kandidaat voor het lijsttrekkerschap. Geen van de heren wilde, en toen hij daar op een zondag na de kerkdienst zijn beklag over deed in huize Janse, zei zij spontaan: ‘Dan zet je mij er maar op.’

“Het zou toch een schande zijn als zo’n degelijke partij met trouwe stemmers niet mee had kunnen doen met de verkiezingen omdat er geen lijsttrekker was?! Tot die tijd had ik toch een bepaalde schroom om me kandidaat te stellen. Vrouwen mochten dan wel officieel op de kieslijst, maar je merkte dat de partij het eigenlijk niet wilde. Dan wil je geen onrust kweken. Ik had daarom ook best op nummer 20 willen staan. Maar goed, ik werd dus gelijk lijsttrekker. Als ik het niet had gedaan, hadden we niet kunnen meedoen. Daarom heb ik doorgezet. En eigenlijk zag ik mezelf wel zitten in de gemeenteraad. Dat was altijd al een droom geweest.”

Er volgde een golf van media-aandacht. Heeft die u overvallen?

“Ja, toch wel. Daarin was ik heel naïef. ‘Omroep Zeeland pakt dit misschien op,’ dacht ik. Nou, álles kwam langs. Tussen de middag zag ik het op de hoofdpagina van Teletekst staan: ‘Lilian Janse stelt zich kandidaat voor de SGP.’ Ik had net mijn laatste hap van m’n lunch doorgeslikt, toen de telefoon ging en die heeft niet meer stilgestaan. ‘Mogen we even foto’s maken?’ ‘Mogen we een interview afnemen?’ De een was nog niet weg of de volgende stond voor de deur. Intussen kwamen de kinderen uit school. Privacy was er niet in die periode. Maar ik vond het eigenlijk ook wel leuk. Het waren gezellige interviews. Ik gaf gewoon antwoord, en zei wat ik vind en wat ik denk.”

Dat bleek in het interview in Trouw, waarin u aangaf voor de doodstraf te zijn en zelfs persoonlijk de beul zou kunnen zijn.

“Ja, daar heb ik als persoon gesproken en ik heb me niet gerealiseerd dat ik daar sprak als Lilian Janse van de SGP. Er wordt altijd SGP achter je naam gezet. Terwijl ik toen als móeder sprak. We hadden het over de moord op Marianne Vaatstra. Als je een onschuldig meisje verkracht en vermoord, verdien je wat mij betreft de doodstraf. Dan wordt er wel gezegd dat iemand een tweede kans moet krijgen, maar zo’n meisje krijgt nooit een tweede kans. Mijn eigen dochter was toen 16, dus ik zei dat ik in staat zou zijn om zelf die doodstraf uit te voeren.

Daar kwam heel veel reactie op. Het ergste vond ik dat de partij door het slijk werd gehaald. De SGP werd zelfs vergeleken met IS. Persoonlijk had ik er niet zo’n last van. Ik weet hoe ik het gezegd heb en ik weet dat ik het zou kunnen.”

Zou u het nog steeds zeggen?

“Ik vínd het nog wel, maar ik zou het niet meer zo zeggen. Omdat ik weet dat er SGP achter mijn naam staat. Ik ben altijd SGP-vrouw.”

Ontzettend onhandig

Janse is de middelste uit een gezin van drie, waarin iedereen elkaar graag op de hak nam. “Er werd een olifantshuid gekweekt. Je zwakke punten werden zo nu en dan met een grap benoemd, en zo heb ik leren incasseren. Anderen stonden er soms met grote ogen bij te kijken, maar wij konden erom lachen.

Ik ben bijvoorbeeld ontzettend onhandig. Ik kan niets, nog geen knoop aanzetten, en als ik wat deed, ging het fout. ‘Jij moet wel een heel handige vent trouwen,’ zeiden ze dan.

Ik bemoei me nu trouwens ontzettend veel met het huiswerk van de kinderen. Ik kan hen erg achter de vodden zitten, tot vervelens toe. ‘Dat heb je nu al tien keer gezegd,’ zuchten ze dan.”

Een levensgenieter is ze ook. Ze houdt erg van koken, zit het liefst met veel mensen aan tafel. “Zeeuwen lijken stug, maar ze zijn het niet, hoor. Die Hollanders,” zegt ze, terwijl ze wijst naar de volle mok die op de salontafel staat, “die drinken thee. Wij drinken altijd koffie. Als ze in Holland een borreltje hebben of iets fris drinken, krijg je er een tucje bij. Hier gaat de frietpan aan. Bitterballen, frikandellen. En omdat je op één been niet kunt lopen, krijg je twee frikandellen. Dat is ook Zeeuws. Niet goed voor de lijn, wel gezellig.”

Koffer onder het bed

Het geloof kreeg Janse met de paplepel ingegoten. Ze volgde Bijbels onderwijs, ging (en gaat nog steeds) elke zondag twee keer naar de gereformeerde gemeente in Vlissingen en bezocht als jongere de jeugdvereniging. Aan het bestaan van God heeft ze nooit getwijfeld. “Dat nam je gewoon aan en geloofde je vast. Als kleuter al. Als ik het geloof niet had, zou ik een heleboel zekerheid missen. Rond de opvoeding van de kinderen bijvoorbeeld. En als ik problemen heb, kan ik ze ’s avonds altijd kwijt. Ik vertel alles aan Hem en weet dat het dan in de handen van een almachtig God is. Je zorgen gaan eigenlijk in een koffertje onder je bed, je slaapt lekker, en met je ochtendgebed haal je de koffer weer onder het bed vandaan. Soms is die dan leeg, al stop ik er meestal zelf weer van alles in. Maar als je elke dag begint met Bijbellezen en gebed, ervaar je dat God boven alles staat.”

Het geloof geeft u zekerheid, zegt u. Toch is in kringen van de Gereformeerde Gemeenten juist de zekerheid van het heil een lastig punt.

“Die toe-eigening van het heil vind ik inderdaad moeilijk. Het lijkt makkelijk om uit genade alleen zalig te worden, maar het Evangelie is zo groot. En je wilt altijd zelf nog wat doen. Aan de andere kant: je mag komen zoals je bent. Daar worstel ik vaak mee. Want eigenlijk moet ik toch eerst wat meer m’n zonden beleven, vind ik. Soms zit ik zondags in de kerk en dan denk ik: ‘Ja, zo is het, zó moet je leven.’ Maar dan ben ik het op maandagavond alweer kwijt. Dat vind ik moeilijk.”

Wat is uw favoriete lied?

Zonder aarzelen: “Psalm 33 vers 12 (berijmd, red.): ‘d ‘Algoede God zij ons genadig, Hij zegen’ ons in overvloed.’ Toch weer die genade hè? Ik vind vooral de melodie heel mooi. Als ik ’m zondags op het psalmbord zie staan, denk ik: ‘Yes’. Dan zing ik uit volle borst mee. Uit verwondering dat we een genadige God hebben.”

Heeft u rondom uw verkiesbaarstelling en aantreden iets van de leiding van God ervaren?

“Ik heb hier niet specifiek voor gebeden. Ik vraag wel elke dag om wijsheid. En rond al die interviews was het een vast item in mijn gebed dat ik geen kwetsende dingen zou zeggen over de partij of over mannen van de partij. En dat heb ik ook ervaren: dat ik soms even twee of drie seconden nadacht, terwijl ik anders altijd meteen spontaan antwoord geef. Kijk, voor mezelf was ik er wel uit: in de Bijbel staan genoeg voorbeelden van vrouwen in bestuursfuncties. God vindt dat goed, dat was duidelijk. De teksten die geciteerd worden, komen uit brieven die gericht zijn aan kerkelijke gemeenten, niet aan het stadsbestuur. Dus ik heb me geen moment bezwaard gevoeld.”

Helemaal kriegel

Op de vraag of we Janse over een paar jaar in de Tweede Kamer zien, reageert ze beslist: “Nee. Het leuke van het raadswerk is dat ik de stad door en door ken. Ik ben hier geboren en getogen, ken heel veel mensen, en ben overal dichtbij. Bij de Tweede Kamer is dat meer op afstand. Bovendien, dan moet ik heen en weer gaan reizen, want ik ga echt niet uit Vlissingen weg. Ik moet wel eens naar Den Haag, en dan denk ik: ‘Wat hebben die mensen hier allemaal een haast!’ Daar word ik helemaal kriegel van. Dan ben ik blij dat ik weer terug ben: rust, ruimte.”

Niets en niemand haalt u weg uit Vlissingen?

“Nee, echt niet. Ik hoop dat ze een keer een vrouw op de lijst zetten, dan mag zij in de Kamer gaan zitten. Al zal dat de komende verkiezingen nog niet gebeuren. Misschien over zes jaar, dat zou leuk zijn. Als ze me vragen om mee te gaan naar Den Haag om campagne te voeren, of om folders uit te delen, wil ik dat best voor ze doen, als dat stemmen oplevert.”

Ja ja, zo begint het...

“Haha, nee, daar ben ik duidelijk in: ik wil de partij best een gezicht geven, maar ik ga niet in de Tweede Kamer.”

Ervaart u nog wel eens tegenstand omdat u vrouw bent?

“Nee. Ik hoor nu juist van veel mensen dat ze altijd al voorstander zijn geweest van vrouwen in de politiek. Ik ben meneer Van Leeuwen, de landelijk voorzitter van de SGP, al een paar keer tegengekomen op bijeenkomsten en dan gaan we heel vriendelijk met elkaar om. Onze meningen verschillen, maar we kunnen gewoon leuk met elkaar praten. Ik word ook nooit tegengewerkt, ik krijg juist alle medewerking.

Sowieso blijf ik altijd vriendelijk als iemand een andere mening heeft. Ook als het gaat om iemand van een andere partij. Na een debat moet je samen weer gezellig een bak koffie kunnen drinken. Je moet niet willen kwetsen of je zin door willen drukken. Zo is de dame van de VVD in Vlissingen bijna een vriendin geworden, het klikt goed. Vooral op financieel gebied kunnen we als SGP goed door één deur met de VVD.”

Bij de SGP kunnen partijleden tot op hoge leeftijd politiek actief blijven. Nu hoeft Janse niet per se tot haar dood in de raad te zitten, maar tot haar pensioen zou ze prima vinden. “Als ze me willen, natuurlijk. Mijn vader heeft het vijf raadsperiodes gedaan, twintig jaar. Dat lukt mij ook wel.”


Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Jacqueline de Haas
Bron: Visie 2015, nr. 10