Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Matthijn Buwalda: 'Het ratelt, het spookt, mijn hoofd staat nooit stil'

Matthijn Buwalda: 'Het ratelt, het spookt, mijn hoofd staat nooit stil'

Hij droomt regelmatig van z’n werk. Maar dat is een goed teken, vindt zanger en liedjesschrijver Matthijn Buwalda. “Als dat niet zo was, zou ik mezelf afvragen of ik er wel voldoende tijd in heb gestoken.” Tegelijk vindt hij zichzelf een moeilijk mens. “Niet echt een leuke conclusie, al krijg ik steeds meer vat op mijzelf.”

Op twee momenten tijdens het gesprek beginnen de ogen van Matthijn Buwalda te stralen. Als het gaat over zijn jongensdroom – F16-piloot worden – en als hij praat over het podium. Om met dat laatste te beginnen: hij zit midden in zijn tour Straks als ik geen pijn meer doe en de eerste positieve recensies zijn binnen. “Heel tof. Je hoopt dat wat je maakt, voor zoveel mogelijk mensen van betekenis is. Of ze het ook zo ervaren, weet je pas op het moment dat de plaat er ligt. Dan kun je het niet meer terugdraaien. Maar het eerste optreden in deze tour was echt goud! Zenuwachtig ben ik niet. Ik kom thuis op een podium.”

Verschrikkelijke vraag

Zolang hij zich kan herinneren, voert muziek de boventoon in zijn leven. Als kleuter bouwde hij een piano van lego en later speelde hij mee met de muziek van platen en cd’s. Zijn vader was kerkorganist, zijn moeder speelde gitaar in een bandje.

“Er stond een piano bij ons thuis en we luisterden veel muziek. Als tiener had ik samen met m’n broertje een rapgroepje. Mijn favoriete lied?” Hij staat op en loopt naar een kast achter in de kamer. Terwijl hij zijn ogen laat dwalen over de titels van de cd’s, moppert hij: “Wat een verschrikkelijke vraag.” Even later: “Ik luister veel naar Jakob Dylan, de zoon van Bob Dylan. Die maakt heel mooie dingen. Everybody’s hurting draai ik momenteel het liefst. Al vind ik de cellosuites van Bach ook ontroerend mooi.”

Toch ging je na de middelbare school niet verder in de muziek, maar besloot je rechten te studeren.

“Ik wilde bewijzen dat ik heus wel naar de universiteit kon. Ik was begonnen in een havo/vwo-klas, maar hoewel ik er hard voor werkte, redde ik dat niveau niet. Dat was echt een teleurstelling. Ik moest terug naar de mavo en dacht: ‘Ik zal aan iedereen laten zien dat mij dit toch lukt.’ Mijn decaan zei na mijn diploma-uitreiking iets in de trant van: ‘Nu lekker naar het mbo en dan huisje, boompje, beestje.’ Helemaal niets mis mee, begrijp me goed, maar iets in mij kwam daartegen in opstand. Ik zei tegen hem: ‘Ik wil rechten gaan studeren. En als ik het inschrijfbewijs van de universiteit heb, kom ik naar u toe.’ Dat heb ik gedaan. Ik denk dat hij het toen allang vergeten was, maar voor mij was het een belangrijk moment.”

Dure plicht

Na drie jaar brak Matthijn alsnog zijn rechtenstudie af. Zijn verlangen om artiest te worden, was groter dan de wens om advocaat te zijn. Een paar jaar eerder had hij tijdens een seminar ontdekt dat liedjesschrijven hem op het lijf geschreven was. “Tijdens die bijeenkomst schreef ik een liedje en zong ik het voor de andere deelnemers. Toen ervoer ik voor het eerst dat er in mij iets veranderd was. ‘Dit is waarvoor ik gemaakt ben,’ zo voelde het. Spijt van die onafgemaakte rechtenstudie? Nee. Ik ben op m’n best voor een zaal met mensen.”

Je zei eens dat je God de eer wilt geven met je liedjes. Is dat lastig, als je er ook van moet leven?

“Nee, want ik heb van jongs af aan geleerd hoe je Jezus integreert in het volle leven. Natuurlijk, ik probeer m’n brood te verdienen en voor de mensen hier thuis te zorgen. Dat ervaar ik als een soort dure plicht. Dus als ik iets schrijf, vraag ik me wel af of het aanslaat. Maar ik wil altijd inhoudelijk een goed liedje schrijven. Soms schrijf ik iets waarvan ik denk: ‘Hé, dit raakt een diepere laag.’ Andere keren moet God de woorden maar vullen. Ik probeer het zo mooi mogelijk op te schrijven, want het omhulsel moet ook goed zijn, maar mijn gebed is dat God het vult met datgene wat iemand op dat moment nodig heeft. En dan hoop ik dat mensen het fantastisch vinden, want of ik nu voor een film schrijf, voor m’n eigen cd, of voor collega-artiesten, ik wil er met trots m’n naam onder kunnen zetten.”

Applaus krijgen

Ook als christelijke artiest kun je zomaar denken dat het om jou draait. Die valkuil is Matthijn niet onbekend, geeft hij toe. “Het ligt op de loer als je op een podium staat en applaus krijgt. Maar ik ben liever oprecht trots, dan vals bescheiden. Bovendien, als je ergens trots op bent, laat je zien dat je iets moois hebt gemaakt met het talent dat je van God hebt gekregen. Ik zou niet weten wat daar verkeerd aan is. Natuurlijk doet het iets met me als ik veel kaartjes verkoop of als een cd goed ontvangen wordt. Ik zou liegen als ik zeg dat dit niet zo is. Ik moet leren er niet afhankelijk van te zijn. Ik doe wat ik doe, omdat ik geloof dat dit is waarvoor ik bedoeld ben. Ik wil op een podium staan omdat ik weet dat ik geliefd ben, niet omdat ik geliefd wil worden.”

En als volgende week niemand applaudisseert en de recensies negatief zijn?

“Dan is dat hartstikke pijnlijk en zoiets houdt me zeker een paar dagen bezig. Dan ben ik niet gezellig thuis. Ik had het met de try out van de theatertour, een paar weken geleden. Die ging voor mijn gevoel helemaal niet goed en de mensen die ik had gevraagd kritisch feedback te geven, bevestigden dat. Ik lag om vier uur ’s nachts in m’n bed, had de volgende dag weer een afspraak en toen ik daarna thuiskwam, was ik niet blij. De kinderen waren thuis en omdat de zon scheen, hebben we in de deuropening blaadjes uit de mat staan vissen. Zij vroegen helemaal niet hoe mijn try out was. Ze hadden geen idee. En het maakte hen ook echt niet uit of ik het wel of niet goed had gedaan. Als ik maar gewoon hun papa ben als ik thuiskom. Toen realiseerde ik me: ‘Hier gaat het om. Er zijn echt belangrijker dingen.’”

Even later: “Ik wil dat als Lukas en Kasper ooit voor Visie worden geïnterviewd, ze zullen zeggen: ‘We hadden een goede vader. Onze ouders hebben Jezus voorgeleefd.’ De rest is echt bonus. Als ik dáár in zou slagen, dat het twee mannen naar Gods hart worden, dan kan ik in vrede gaan.”

Ben jij een leuke vader?


Even denkt hij na. Dan kort maar krachtig: “Ja.” Om aarzelend te vervolgen: “Ik denk dat ik dat wel ben. Lukas, hij is 3, zou ja zeggen. Als ik een hele dag de kinderen heb, ben ik gesloopt. Maar nu ze ouder worden, krijg ik steeds meer met ze. Lukas stelt allemaal vragen en Kasper, de tweede, loopt inmiddels ook. Nu leer je ze echt kennen.”

Continu stand-by

“Ik heb ontdekt dat ik een veel moeilijker man ben dan ik altijd dacht,” biecht hij na een korte stilte op. “Niet echt een leuke conclusie. Ik ben vrij introvert en in mij gebeurt heel veel. Het ratelt, het spookt en het gaat maar door in mijn hoofd. Met hoge pieken en diepe dalen. Soms zou ik wel even een weekje willen ‘uitstaan’. Ik voel heel veel en kan in allerlei emoties schieten. Eigenlijk ben ik een ontzettende einzelgänger, heel erg gesteld op m’n privacy. Ik moet tijd alleen hebben.

In die zin vond ik het vaderschap erg tegenvallen. Ik dacht dat het te gek zou zijn, maar ik was de hele dag met m’n kind bezig. Echt, ik vind er niets aan, die babyfase. En nog: alles wat ik met de kinderen doe, kost me heel veel energie. Ze zijn een soort invasie in mijn leven. Ze kunnen altijd een beroep op je doen, je weet nooit hoe lang ze slapen of wanneer je ze moet verschonen, dus ik moet continu stand-by staan. Dat put me uit, en dat is niet leuk om toe te geven. Al val ik misschien vooral mezelf tegen.”

Hij had ooit twee papadagen. Toen werd het er één en nu heeft hij er geen. “Ik krijg het gewoon niet voor elkaar. Misschien ben ik er te egocentrisch voor. Terwijl ik met elke vezel in m’n lijf van ze houd en alles voor ze zou doen.

Mijn vrouw Annemieke zal onmiddellijk beamen dat ze ook een makkelijker vent had kunnen scoren. Maar ze verwijt het me niet. Hoe meer ze heeft ontdekt dat het niets met haar te maken heeft, hoe meer ze het oké vindt. Daar komt bij: ze kan mij heel goed aan. Ze geeft me veel ruimte, zonder dat ze me ontslaat van m’n verantwoordelijkheden.

Wat ook scheelt, is dat het morgen allemaal weer prima kan zijn. Zelfs een uur later. Het lijkt erop, dat ik steeds meer vat krijg op mijzelf en daar ben ik blij om. Ik wil niet dat mijn emoties hier in huis de toon bepalen. Ik wil volwassen genoeg zijn om te kunnen zeggen: ‘Matthijn, er gaat nu een knop om en je gaat gewoon doen wat je moet doen, zonder chagrijnige blik.’ Overigens komt er in de zomer een derde kindje bij. Daar kan ik erg naar verlangen. Niet naar die eerste zes maanden, wel naar het nieuwe mensje."

De koning te rijk

Matthijn ontmoette zijn vrouw op een interkerkelijke gebedskring in Dronten. “Het kan bijna niet sekslozer,” grinnikt hij. “Een gezamenlijke vriend had mij meegenomen. Ik studeerde net in Utrecht en kende nog niet zoveel mensen, dus hij nam mij een beetje op sleeptouw. Ik had niet zo gek veel met gebed, maar ik greep iedere gelegenheid aan om nieuwe mensen te ontmoeten. Niet wetend dat dit in Dronten was – een roteind met het openbaar vervoer. Annemieke was daar ook, het klikte tussen ons en na een jaar verkering heb ik haar ten huwelijk gevraagd. Omdat ik het gewoon zeker wist. En ik heb geen seconde spijt gehad. Ik voel me nog regelmatig echt verliefd en ben de koning te rijk met haar.”

Is zij je grootste fan?

“Gelukkig is zij niet iemand die alles leuk vindt wat ik maak. Zij is misschien wel de meest kritische persoon in mijn omgeving, maar tegelijk mijn grootste fan. Heel bijzonder om iemand te hebben die zo dicht bij je staat, die weet wanneer je onuit- staanbaar bent en die dan toch van je kan houden. Dan ben je echt een supporter.”

Doodgereden cavia

Vier was hij, toen hij voor het eerst bewust iets van God ervoer in zijn leven. Hij bezocht met zijn ouders een christelijke zomerweek, waar tijdens de afsluiting van het kinderprogramma een gebedsrondje gedaan werd. De kinderen zaten in een kring en iedereen kon voor zich laten bidden. Voor een opa die ziek was, een cavia die was doodgereden. Matthijn: “Ik had niets om voor te bidden, tot ik me herinnerde wat mijn moeder me ooit eens had verteld: ‘Vraag of Jezus in je hart komt wonen, dan doet Hij dat.’ Toen ik zei dat ik Jezus in mijn hart wilde, vroeg iemand me een gebed na te zeggen. Dat deed ik. Het zal een standaard gebed geweest zijn, maar ik deed dat wel met mijn hele hart. Ik herinner het me in vlagen, en daarna ging ik ook gewoon weer voetballen, maar het is me altijd bijgebleven. Ik denk zelfs dat het geloof van toen later mijn redding is geweest. Ik ben een creatief mens, en heb de neiging lukraak keuzes te maken. Dus ik denk dat er best een kans was dat ik het geloof zou hebben losgelaten als ik dat anker niet had.”

Grootste debacle

Naast zijn liefde voor muziek, is er nóg een liefde in het leven van Matthijn. Eentje die hij eigenlijk al jaren achter zich heeft gelaten, maar die zo nu en dan de kop op steekt. Als kind wilde hij straaljagerpiloot worden en zijn kamer hing vol met posters van F16’s. “Met meer dan 1000 kilometer per uur door de lucht vliegen, dat is toch te gek? Maar ja, voor straaljagerpiloot moet je goed zijn in natuur- en wiskunde.”

Lachend: “Het is voor iedereen beter dat ik geen F16-piloot geworden ben. Ik zou verantwoordelijk zijn voor het grootste debacle in de Nederlandse luchtmachtgeschiedenis. Maar als ik in het Journaal die F16’s zie vliegen naar het Midden-Oosten, even los van hoe heftig het nieuws is, voel ik het wel even kriebelen. Laatst moest ik op het gemeentehuis een nummertje trekken. Mijn nummer was F16. Haha, dat vind ik dan leuk. Maar nee, het is goed zo.”


Tekst: Mirjam Hollebrandse
Beeld: Miss Jack
Bron: Visie 2015, nr. 12


Gratis liedje

Via onderstaande link kunt u gratis het liedje 'Nog één rivier' van Matthijn Buwalda downloaden. Het liedje is afkomstig van zijn album 'Straks als ik geen pijn meer doe'.

Download hier het liedje