Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

‘Op volle zee hoorde ik Gods stem: Ga zingen’

‘Op volle zee hoorde ik Gods stem: Ga zingen’

Omdat Boko Haram in het noorden van Nigeria christenen vermoordt, besloot Ruth Jacob (19) alles achter te laten en naar Europa te vluchten. Ze haalde het ternauwernood. Dankzij een wonder.

Hoewel de herinneringen pijn doen en ze zich niet helemaal lekker voelt (op het moment van onze ontmoeting is ze vijf maanden zwanger), wil Ruth toch haar verhaal vertellen. “God moet de eer krijgen omdat ik veilig in Europa ben aangekomen.”

Zware beslissing

We treffen elkaar in het protestantse opvanghuis Casa delle Cultura (Huis van Culturen) in het Siciliaanse barokdorpje Scicli (waarover enkele weken geleden in Visie een reportage te lezen was). Aan de keukentafel speelt Ruth met een witte kralenketting. Er hangt een kruisje aan: ze is christen. Voor Boko Haram reden genoeg om haar te vermoorden. “Het was een ongelofelijk zware beslissing om Nigeria, mijn ouders, mijn broers en mijn zussen achter te laten,” zegt ze. “Maar ik moest wel. In Nigeria zou ik vroeg of laat waarschijnlijk worden vermoord, of verkracht, of verkocht aan een moslim. Dus eind oktober 2014 nam ik afscheid. Dat moment vergeet ik nooit.”

Via diverse buurlanden reisde ze naar Libië, om daar de oversteek naar Europa te maken. Ruth is opgeleid als modeontwerpster en hoopte als naaister geld te verdienen om de overtocht te kunnen betalen. Maar werk kon ze nergens vinden. “Ik was radeloos. Van een andere vrouw had ik onderweg al gehoord dat het zo’n drieduizend euro zou kosten. Zonder baan kon ik dit bedrag nooit betalen. Diverse mannen drongen er bij me op aan dat ik mezelf zou prostitueren, omdat ik zo snel veel geld zou kunnen verdienen.” Ze schudt haar hoofd. “Veel vrouwen deden dat in hun wanhoop, maar ik weigerde: dat druist in tegen mijn geloof.”

Onbedoeld zwanger

Terwijl ze haar hersens pijnigde over de vraag hoe ze aan geld kon komen, ontmoette ze een christelijke Afrikaan. Hij kwam uit Ghana. Ze werden verliefd en kregen een relatie. “Onbedoeld raakte ik zwanger van hem.” Het is een paar seconden stil in de keuken. Ruth kijkt naar het tafelblad. “Ik schaamde me voor God, omdat dit niet Zijn bedoeling is…” Ze tilt haar hoofd op. “Maar ik houd van deze man.”

Gelukkig verstootte hij haar niet. Ook niet toen ze aangaf dat ze niet langer in Libië wilde blijven, maar naar Europa wilde gaan, zodat hun baby daar geboren zou kunnen worden en zij daar mogelijk werk kon vinden. “Dat snapte hij. Wel hield hij me voor dat de reis over de Middellandse Zee zeer risicovol is, omdat mensensmokkelaars onzeewaardige en overvolle schepen inzetten. Toen ik vertelde dat ik tóch een poging wilde wagen, gaf hij me het geld ervoor. Zonder zijn hulp was ik hier nooit gekomen.”

Lichamen overboord

Met zo’n tweehonderd anderen stapte ze op een avond aan boord van een schip, aan de kust van Libië. Het was al donker, en ze kreeg de beroerdste plek: in het benauwde en krappe motorruim, waar ze languit moest liggen. Binnen een uur begon de motor, waarnaast Ruth lag, kokendhete dieselolie te lekken. Die stroomde over haar benen en verbrandde haar huid. “De pijn was zo hels dat ik flauwviel, en me van de rest van de reis bijna niets meer herinner. Ik dacht dat ik zou sterven.”

Terwijl zij buiten bewustzijn was, begaf de motor het. Het schip dreef stuurloos rond, ergens op de Middellandse Zee. Er was nergens licht te zien. En niemand wist hoe ver ze nog van de kust verwijderd waren, en of er tijdig redding zou komen. “Midden in de nacht, op volle zee, kwam ik plotseling eventjes bij omdat ik heel duidelijk een stem hoorde, die nadrukkelijk zei: ‘Ruth, Ik wil dat je gaat zingen!’ Het was Gods stem, dat kan niet anders. Waar ik de kracht vandaan haalde, weet ik niet, maar ik begon een loflied te zingen en spoorde iedereen aan hetzelfde te doen. Daarna kwam ik pas weer bij bewustzijn in het ziekenhuis van de havenstad Pozzallo, zo’n dertig minuten hiervandaan. Ons schip is gelukkig door de Italiaanse kustwacht ontdekt. Achteraf hoorde ik dat drie mensen de reis niet hebben overleefd; hun lichamen zijn overboord gegooid, zodat de anderen meer ruimte hadden.”

Alleen nog wat littekens

In het ziekenhuis, waar haar zware brandwonden werden behandeld, belde ze haar ouders om te zeggen dat ze het had gehaald. Ook haar Ghanese vriend weet dat ze nu op Sicilië is. “We bellen elkaar van tijd tot tijd. Het lastige is… Hij wil wel hierheen komen, voor kortere perioden. Net als ik asiel aanvragen, is hij niet van plan.” Ze slikt haar tranen weg, en bedankt een vrijwilliger die haar een glaasje water aanbiedt. “De mensen hier zijn goed voor me; ik zie iets van Jezus in hen. Sowieso mag ik hier blijven tot mijn kindje geboren is. Daarna?” Ze haalt haar schouders op en glimlacht. “Mijn huid is wonderlijk goed genezen: je ziet alleen nog wat littekens. Prijs God! Ik vertrouw erop dat Hij voor mij – en straks ook voor mijn baby – zal blijven zorgen.” Ruth zingt spontaan een regel uit een lied dat ze zelf schreef: “Alles is in Gods handen.”

Tekst: Gert-Jan Schaap

Beeld: Ruben Timman

Bron: Visie 2015, nr. 36