Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Philip Yancey: 'Ik ben 's werelds slechtste bidder'

Philip Yancey: 'Ik ben 's werelds slechtste bidder'

Hij schrijft het liefst over vragen waarop hij zelf het antwoord niet weet. ‘Hoe moet ik bidden?’ bijvoorbeeld. Want gebed is voor veel mensen meer een last dan een lust. “Ik val na vijf minuten in slaap. En toch: gebed is van vitaal belang.”

“Bel uw geliefden om afscheid te nemen, voor het geval dat,” zei de arts, kort nadat Philip Yancey in februari 2007 met zijn auto door gladheid van de weg was geraakt en vijf keer over de kop was geslagen. De dokter onderzocht of een van zijn botten een slagader had doorboord. Als dat het geval was, zou Yancey waarschijnlijk sterven, omdat ze hem niet snel genoeg naar een groter ziekenhuis konden brengen voor een operatie. “Een tamelijk indrukwekkende ervaring om op zo’n abrupte wijze te worden geconfronteerd met de dood,” zegt hij nu.

Het bepaalde hem bij de tijd en energie die we steken in onbelangrijke zaken. “In welke auto rijd ik? Hoeveel boeken heb ik verkocht? Hoeveel geld staat er op m’n rekening? Deze vragen verbleken als je oog in oog staat met de dood. Dan zijn slechts drie vragen belangrijk in het leven: van wie houd ik? Oftewel: wie moet ik bellen met de telefoon die de dokter mij geeft? Wat heb ik gedaan met mijn leven? En: ben ik klaar voor wat er hierna komt?”

Hoogste bergen beklommen

Yancey herstelde wonderbaarlijk genoeg volledig van een gebroken nek en andere verwondingen. “Maar de wervels in mijn nek zijn niet goed uitgelijnd, dus volgens de artsen kan ik in de toekomst last krijgen van artritis, waarvoor ik geopereerd zou moeten worden. Maar dat zal niet op korte termijn zijn. Af en toe word ik wakker met een zere nek, dat is alles. Ik ben er dus heel goed vanaf gekomen.”

Een van uw hobby’s is bergbeklimmen. Kunt u die hobby nog uitoefenen?
Glimlachend: “Terwijl de arts mij onderzocht, dacht ik: ‘Ik ben een christelijke schrijver, dus mijn laatste woorden moeten wel wijze woorden zijn.’ In plaats daarvan was alles waaraan ik kon denken: ‘Ik heb 51 van de 54 hoogste bergen in Colorado beklommen – stuk voor stuk zo’n 4300 meter. Ik kan nu niet sterven, want ik moet er nog drie beklimmen!’
Zes maanden later, nadat ik was hersteld en de brace om mijn nek niet meer nodig was, heb ik deze laatste drie bergen beklommen. In de paar jaar daarna heb ik mijn vrouw geholpen met de laatste tien bergen op haar lijstje.”

Angst voor hel en verdoemenis

Met de wetenschap dat hij het ongeluk had overleefd en er zelfs geen blijvende invaliditeit aan had overgehouden, bracht Yancey de weken daarna door in “een roes van genade”, dankbaar voor de simpelste dingen. Hij ontdekte bovendien dat zijn angst voor hel en verdoemenis die hij had meegekregen in de kerk van zijn jeugd, was verdwenen. “Ik was niet meer bang voor de dood, want ik had gaandeweg een God leren kennen van genade en barmhartigheid, Die ik mijn toekomst kon toevertrouwen.”

U zei eens in een interview dat de ontdekking van Zijn onvoorwaardelijke liefde en genade u bij God houdt. Op welke momenten wordt dat aangevochten?
“Ik geloof dat het hele universum wordt ondersteund door een liefhebbende God, Die van ons houdt en wil dat we gedijen. Tegelijk, en dat is het moment waarop dat vertrouwen in Gods onvoorwaardelijke liefde wordt aangevochten, vraag ik me af waarom God niet vaker ingrijpt. Tijdens de holocaust, bij de wreedheden van ISIS in Syrië en Irak, of bij natuurrampen die zoveel slachtoffers eisen.”

Een gewoon mens in de kerkbank

Philip Yancey is 44 jaar getrouwd met Janet, “een vrouw die op de middelbare school een groot risico nam met een verward punkkind van 17 – ik denk dat ze me als een sociaal project zag”. Hij begon zijn carrière als tijdschriftjournalist. Uiteindelijk ging hij boeken schrijven. Stuk voor stuk raken die aan theologische onderwerpen, maar altijd vanuit het perspectief van een journalist. “Ik ben geen expert, geen professor of predikant die vanaf de preekstoel zijn kudde vermaant. Ik ben zelf een schaap van die kudde, dat al struikelend moeilijke thema’s probeert te begrijpen, zoals gebed, het probleem van het lijden en lastige teksten in de Bijbel. Ik ben een gewoon mens in de kerkbank, gezegend om fulltime dingen te overpeinzen waar de meeste mensen alleen ’s nachts en in het weekend over nadenken. Dat overpeinzen is mijn werk.”

Yancey woont in Colorado, een staat in het midwesten van de Verenigde Staten. Zijn huis is gebouwd bij een kreek in de uitlopers van de Rocky Mountains. “Als ik híer niet kan schrijven, moet ik een ander vak kiezen.” 

Waar haalt u de motivatie vandaan om het ene na het andere boek te schrijven?

“Ik schrijf over vragen waarop ik zelf het antwoord niet weet. Als ik dat vooraf al zou weten, zou ik na een paar weken verveeld raken. Ik heb stevige, mysterieuze onderwerpen nodig die het waard zijn om te onderzoeken. Wanneer ik stop? Als de vragen op zijn. Maar dat zal nooit gebeuren. Schrijvers leven meestal lang en blijven tot op hoge leeftijd schrijven, dus ik heb geen zicht op pensioen. Overigens, sinds de intrede van sociale media werk ik harder, maar schrijf ik minder. Mensen vragen me wel eens wat ik doe in het leven, en dan zeg ik: ‘Ik beantwoord e-mails.’ Dat is jammer genoeg de waarheid.

Mijn volgende boek wordt trouwens een autobiografie. Het slechtste wat een kerk je kan bieden, heb ik ervaren – daarover heb ik nog lang niet alles verteld – maar ik heb ook het beste van de kerk van dichtbij gezien. Ik geloofde, verloor het geloof, en vond het opnieuw. Daarvan wil ik een samenhangend verhaal maken en ik hoop daar dit jaar mee te starten.”

Na een periode zonder God, heeft u Hem teruggevonden. Uw broer niet. Hij raakte verslaafd aan drugs. Wat zou u tegen hem willen zeggen?
“Bijzonder dat je daarnaar vraagt. Ik probeer niet teveel tegen hem te zeggen, en al helemaal niet over het geloof. Hij kent de woorden. Wat hij mist, is vooral liefde. En dat is wat ik hem wil laten zien: liefde en genade. Vijf jaar geleden kreeg hij een beroerte, die bizar genoeg werd veroorzaakt door een hoestbui. Hij was op dat moment op safari in Tanzania, en hoestte zo hard, dat er een scheur in zijn halsslagader ontstond. De bloedtoevoer naar zijn hersenen werd geblokkeerd en een week later raakte hij in coma. Hij ontwaakte nadat een hersenchirurg een slagader had omgelegd en de bloedtoevoer herstelde.

Vanwege deze beroerte, maar ook vanwege ongezonde relaties die hij had, deed hij een maand geleden een zelfmoordpoging. Hoewel hij in combinatie met veel alcohol zo’n negentig kalmerings- en slaappillen had geslikt, heeft hij het overleefd. Toen hij in coma in het ziekenhuis lag, heb ik gebeden in zijn oor gefluisterd, en hem ervan verzekerd dat ondanks wat hij vroeger in de kerk heeft gehoord, God een God van barmhartigheid en liefde is, en dat veel mensen voor hem baden.

Het wonderlijke was dat, terwijl hij geen enkele reflex of reactie gaf, er elke keer dat ik bad, een traan uit zijn linkeroog kwam en langs zijn kaak naar beneden liep.”

U beantwoordt veel vragen van lezers van Christianity Today. Wat is de moeilijkste vraag die u ooit hebt gekregen?
“Filosofen en theologen vertellen dat God geen mensen kon scheppen met een vrije wil die altijd de juiste keuze maken. Vandaar de zondeval, de pijn, het lijden en de gebroken wereld waarin we leven. Maar in het hiernamaals zullen onze geredde zielen wel altijd voor het goede kiezen. Waarom verwezenlijkte God dat dan niet meteen?”

Het raakt aan de vraag die Yancey zelf graag aan God zou willen stellen: ‘Waarom heeft U niet op de een of andere manier iets bedacht om het menselijk en natuurlijk kwaad te beperken?’ “Ebola in Afrika, een tsunami in Japan, wreedheden in Irak en Syrië, miljoenen vluchtelingen – hebben we meer bewijs nodig van het feit dat Gods wil niet wordt gedaan ‘op aarde zoals in de hemel’?

Mijn tweede vraag aan God zou zijn: ‘Waarom gaf U ons niet meer bewijs van Uw bestaan? Bijna elke dag krijg ik van lezers deze vraag. Mijn eigen broer heeft God vurig gezocht en gevraagd of Hij Zich aan hem wilde openbaren. Uiteindelijk gaf hij het op. Voor mijzelf zijn de Bijbel, Jezus en de wonderen van de natuur krachtige redenen om te geloven. Maar het zijn geen bewijzen. Ik moet mijzelf er keer op keer aan herinneren dat bewijs niet altijd leidt tot geloof. Denk aan de Israëlieten, die veertig jaar door de woestijn zwierven.

Zij hadden het zichtbare bewijs van Gods aanwezigheid, maar lieten een ontstellend gebrek aan geloof zien. En denk aan Jezus’ schrijnende reactie in de gelijkenis van
de arme Lazarus en de rijke man (Lucas 16, red.): ‘Als ze niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de dood opstaat.’”

Om paranoïde van te worden

Yancey’s boeken zijn wereldwijd vertaald en worden massaal verkocht. Veel mensen hielp hij geestelijk op weg. Toch vindt hij het niet moeilijk daar nuchter onder te blijven. “Als ik schrijf, sluit ik mezelf op. In die zin is schrijven iets om paranoïde van te worden. Ik vraag me voortdurend af: is dit een cliché? Heb ik dit niet al eens eerder gezegd? Verveel ik mensen hiermee? Als ik op reis ben, ontmoet en spreek ik regelmatig lezers van mijn boeken. Dat is fijn, maar het helpt me eigenlijk niet bij het schrijven van het boek waar ik op dat moment mee bezig ben. Want zij hebben het over boeken die ik tien, twintig jaar geleden heb geschreven. Dus zit ik nog wel op het juiste spoor?”

Ooit zei u: “In mijn boeken probeer ik mijn eigen geloof terug te vinden.” Wat bedoelt u daarmee?
“Ik kom steeds dichter bij de woorden die ik schrijf. Ik moet geloven wat ik schrijf. Als dat niet het geval is, verwijder ik het. De woorden bouwen een soort sculptuur van mijn geloof. Al is het veel makkelijker om een boek te bewerken dan een leven. Ik schrijf over genade, maar leef ik ook uit genade? Ik schrijf over Jezus, maar volg
ik Hem? Ik schrijf over gebed, maar bid ik ook? Ik denk dat veel auteurs schrijven over wat ze zelf nog niet bereikt hebben. Ze genezen anderen, maar blijven zelf ziek.”

Over gebed gesproken: waarom heeft u zo’n enorme pil over bidden geschreven? Is dat van- wege uw eigen liefde voor gebed?
“Neem je me nou in de maling? Ik ben ’s werelds slechtste bidder – ik val na vijf minuten in slaap. Bidden is blijkbaar belangrijk, maar vaak ervaren we het meer als een last dan als een lust. Het is moeilijk en onbevredigend. Waarom? Kan dat ook anders?”

En, kan dat anders?
“Ik geloof echt dat gebed van vitaal belang is. Het is de link tussen ons en God. Maar dat betekent wel werk aan de winkel. En het vereist discipline. Het is niet plezierig, of meteen bevredigend. Als je over het leven van de groten uit de kerkgeschiedenis leest, die hele dagen in gebed doorbrachten, zie je dat zij dezelfde dilemma’s tegenkomen. Het allerbelangrijkste, gebed, is tegelijk het meest veeleisende.”

Een echte vriend

Er zijn mensen die denken dat bidden geen zin heeft, omdat God alles al weet en je toch niets aan Zijn beslissingen kunt veranderen. Yancey is daar kort en duidelijk over. “Ik zou zeggen: lees de Bijbel. Ik ben ervan overtuigd dat er op aarde dingen gebeuren die zonder gebed niet hadden plaatsgevonden. Abraham, Noach, Mozes, Samuel, Hizkia; zij laten stuk voor stuk zien dat God op de een of andere manier menselijke verzoeken meeneemt in Zijn heilige beslissingen.”

Op de vraag of bidden niet gewoon een soort therapie is – je praat dingen van je af, net als bij een therapeut –, antwoordt hij: “Wat is er verkeerd aan therapie? Het is een soort kunstmatige relatie ja, maar tot op zekere hoogte ook een professionele vriendschap. Het stelt ons in staat om de diepte van ons bestaan te peilen en daar uitdrukking aan te geven in een veilige, liefdevolle omgeving. Daar is niets mis mee. Wat als die therapeut een echte vriend zou zijn, een werkelijk wezen dat bovenal verlangt naar een relatie gebaseerd op oprechtheid en een verlangen naar heelheid en genezing? Is dat niet de essentie van gebed?”

Als u bidt, ervaart u dan echt contact met God? Of is het meer praten tot God?
“Ik dacht altijd dat gebed mijn manier was om God te laten doen wat ik gedaan wilde hebben in mijn leven. Als kind zag ik het als een soort mantra: zeg de juiste woorden tegen God en Hij zal op de juiste manier reageren. Heb je iets waardevols verloren? Verzamel dan voldoende mensen om te bidden, en God zal het op de een of andere manier weer tevoorschijn halen. Mensen hebben mij vaak gevraagd voor hen te bidden, omdat ik volgens hen zo’n groot, kinderlijk geloof had. Als ik terugkijk, weet ik dat niet zo zeker.

Bidden is voor mij meer en meer een kwestie geworden van luisteren naar God. Luisteren naar wat God gedaan wil hebben in de wereld, en welke rol ik daarin kan spelen. Dat is een radicaal andere benadering."


Tekst: Mirjam Hollebrandse
Bron: Visie 2015, nr. 5