Visie op Facebook

Meepraten over films? Op de speciale Televisiefilm-Facebookpagina kunt u uw reactie achterlaten.

Presentator en schrijfster Alinda Bol: 'Twee keer de ware, het kan echt'

Presentator en schrijfster Alinda Bol: 'Twee keer de ware, het kan echt'

Na jarenlang bidden en vurig hopen, krijgen Alinda en Jaap eindelijk hun eerste kindje. Maar tweeënhalf jaar later, op de piek van hun huwelijksgeluk, komt Jaap door een ongeluk om het leven. Alinda blijft als jonge weduwe achter met de kleine Anna. "Opeens leefde ik in een nachtmerrie."

Terwijl ze twee mokken koffie op de keukentafel zet, wijst Alinda Bol (44) naar buiten. Op het terras, achter haar witgeschilderde huis in Bunschoten-Spakenburg, staan gloednieuwe tuinmeubels in de zon te wachten tot ze uit hun kartonnen dozen worden gehaald. “Het was precies zo’n dag als vandaag, met prachtig lenteweer,” vertelt ze. “De eerste mooie dag van 2003, 15 maart. De zon begon te schijnen en het werd een van de mooiste zomers in jaren.”

In een uitgelaten stemming

’s Ochtends ging Alinda naar Het Baken, de christelijke boekhandel in het centrum van het vissersdorp, waarvan zij in 2000 eigenaar was geworden. Rond 11.00 uur kwamen Jaap en Anna met de fiets de winkel in. “Hij vertelde dat hij Anna naar mijn ouders bracht. Zelf zou hij met een groep gaan motorrijden. Jaap was een motorfanaat, en had sinds enige tijd een snelle Ducati. ‘Veel plezier, ik zie je vanavond,’ zei ik nog.” Jaap fietste samen met hun 2,5-jarige dochtertje de winkel uit, het zonlicht in. Dat is het laatste beeld dat ze van hem heeft.

Toen zij aan het eind van de middag de winkel afsloot, was Alinda in een uitgelaten stemming. Met haar moeder, zus en Anna genoot ze nog even op een terras van het heerlijke lenteweer. Daarna ging ze naar huis.

Zo’n raar telefoontje

Rond 18.00 uur belde een collega van Alinda. Of Jaap al thuis was. “Ik zei: ‘Nee, hoezo?’ ‘Nou,’ antwoordde ze, ‘ik kreeg net zo’n raar telefoontje, dat Jaap bij een ongelukje betrokken was. Heb jij al wat gehoord?’ ‘Nee.’ ‘Oké, dan bel ik je straks even terug.’ Op dat moment gingen mijn nekharen overeind staan, en kreeg ik een onbestemd gevoel in mijn buik.”

Alinda probeerde Jaap te bellen. Die nam niet op. Toen belde ze zijn motorvriend, Aschwin. Geen gehoor. “Opeens zag ik vanuit de woonkamer de auto van mijn vriendin heel hard aan komen scheuren.

En tegelijk kwam mijn buurvrouw aanlopen, een hand voor haar mond geslagen. Er zitten veel gaten in mijn geheugen, maar dat zijn beelden die ik nooit meer vergeet. ‘Het móet wel fout zijn,’ schoot het door me heen.” Een minuut later belden twee agenten aan. De 2,5-jarige Anna klampte zich (“alsof ze het aanvoelde”) aan haar moeders trillende benen vast.

Een klein landweggetje

De agenten vertelden haar het onvoorstelbare nieuws: Jaap was rond 16.40 uur overleden. Op een landweggetje, tussen Hoevelaken en Terschuur, probeerde hij zijn motorvriend te ontwijken toen deze in een flauwe bocht ten val kwam. Helaas was die weg afgezoomd met dikke bomen. Tegen één ervan knalde Jaap met de zijkant van zijn lichaam. Hij was op slag dood. “Zoiets gebeurt alleen in films, of bij iemand anders, denk je altijd. Maar opeens leefde ik in een nachtmerrie. We hadden nog geen zonwering en onze woonkamer heeft veel ramen; ik deed steeds de gordijnen dicht. Het zonlicht kon ik niet langer aanzien. Ik voelde me zo zwart. Zwart, zwarter, zwartst. En het bizarre was dat zoveel mensen het eerder wisten dan ik. Jaap reed met een groepje, en al die mannen hadden natuurlijk mobieltjes.”

Die eerste avond hoorde ze hoe buiten, achter de gesloten gordijnen, auto’s langs het huis reden. Men wilde kijken of het verhaal dat ’s middags als een lopend vuurtje door het dorp ging, waar was.

Voor rouw worden allerlei beelden gebruikt, variërend van een doolhof tot een emotionele achtbaan. Welk beeld zou je zelf kiezen?

Bedachtzaam: “Voor mijzelf was het vooral een zwart gat. Het was zo plotseling. Je verkeert helemaal in een shock. Dat is een soort natuurlijke bescherming van je lichaam, omdat je het anders niet aankunt. Je bent als het ware verdoofd.”

Echte maatjes

“Als je trouwt,” zegt ze even later, “ben je vaak wel een jaar bezig met alle voorbereidingen. Maar voor een begrafenis moet alles in vijf dagen worden geregeld, terwijl je amper goed kunt denken. Gek genoeg wist ik wel precies hoe de afscheidsdienst eruit moest zien, en hoe Jaap het gewild zou hebben. Eén lied dat zeker niet mocht ontbreken, was De kracht van Uw liefde. Aschwin, die zwaargewond was geraakt, kwam ook naar de begrafenis. In een rolstoel, met een verpleegster erbij. We hebben nog steeds contact; gelukkig is het met hem weer helemaal goed gekomen.” Jaap en Alinda hadden een enorm goed huwelijk, benadrukt ze. “Wij waren echte maatjes, vrienden door dik en dun. Jarenlang wisten we niet of we ooit kinderen zouden krijgen. We hebben acht jaar lang op Anna moeten wachten. Toen ik – toch nog – zwanger bleek, konden we ons geluk niet op. Ongelofelijk, wat een vreugde! En iedereen was samen met ons blij, in de familie, in de kerk, in het dorp. Eén groot feest. Toen Anna werd geboren, was Jaap een van de eerste mannen die deeltijd ging werken. Dat vond hij fantastisch. Maar 2,5 jaar later, op het hoogtepunt van ons geluk, gebeurde dit.”

Was je altijd al bang dat hem als motorfanaat iets zou kunnen overkomen?

Na een korte stilte, de handen onder haar kin gevouwen: “Achteraf heb ik het altijd geweten: ik ga hem vroeg verliezen. ‘Ik word niet oud,’ zei hij vaak. Altijd als hij wegging met de motor, zei ik: ‘Doe voorzichtig.’ Behalve uitgerekend die ene keer, 15 maart. Ik heb mezelf naderhand zó vaak afgevraagd: waarom gebeurt dit? Jaap en ik hebben zo lang moeten wachten op een kind, en dan moet je haar van de ene op de andere dag helemaal alleen opvoeden. Dat is ongelofelijk zwaar. Wat trouwens wel een enorme troost voor me was, is dat ik zeker weet dat hij bij God is, in de hemel. Jaap is me voorgegaan.”

Heb je de plek van het ongeluk naderhand bezocht?

“Eén keer. Op een zaterdagavond, met mijn ouders. Er lagen bloemen bij de boom, geen idee van wie. Ik kon het gewoon niet aanzien, ik werd helemaal hysterisch, dus we zijn weer snel weggereden. Ik was totaal overstuur.” Een korte glimlach. “Als er geen bomen hadden gestaan, was Jaap het weiland ingereden en hadden ze er achteraf samen om gelachen. Dat weet ik zeker. Zo waren ze ook wel weer. Stoere kerels.”

Een muur van mensen

Het immense verdriet, de heimwee naar haar verloren liefde, het besef ‘nooit meer’: vaak werd het Alinda gewoonweg teveel. “Wat ik na Jaaps overlijden heel sterk heb ervaren, is dat God door mensen heen werkt. Telkens als ik dreigde te vallen, waren zij als een muur rondom me. Alleen red je het niet. En gelukkig had ik Anna. Voor haar, mijn lieve kleine meisje, kwam ik mijn bed uit. Ik was zó onvoorstelbaar moe. In het woord rouwverwerking zit niet voor niets het woord werk. Omdat je lichaam en geest voortdurend bezig zijn, ben je doodop.”

In je boekje ‘Woorden van Troost’ schrijf je dat je twee jaar na de begrafenis opeens de vogels weer hoorde fluiten.

“Klopt. Alsof het twee jaar lang stil was geweest om me heen, en ik me ineens realiseerde dat de vogels nog altijd floten, dat er nog steeds mooie dingen in het leven waren. Ik kreeg weer oog voor schoonheid. Twee jaar lang had ik alleen maar zwarte kleren gedragen, dag in dag uit. Maar nu trok ik weer fleurige kleding uit de kast.”

Heb je in de jaren na Jaaps overlijden ooit gedacht: ‘Ik ben jong, misschien loop ik nog eens een leuke man tegen het lijf’?

Alinda haakt wat haren achter haar oor en schudt haar hoofd. “Nee. Ik dacht altijd: dat gebeurt me nooit meer, zo’n liefde is maar eens in je leven. Ik ben zó gelukkig geweest met Jaap. Een tweede grote liefde? Onmogelijk.”

Lange rok en knot

Alinda’s buurvrouw, die Jaap via het werk goed had gekend, dacht daar anders over. “Ze kwam in het najaar van 2005 naar me toe en vertelde dat ze op het voetbalveld ene Hugo Bol had gesproken. Die kende ik niet, hoewel hij hier ook jarenlang heeft gewoond, als zoon van een vroegere burgemeester. Toen ze langs mijn huis liep, dacht ze opeens: Hugo en Alinda zouden heel goed bij elkaar passen.”

Hoe reageerde je?

Ze schiet in de lach. “Ik zei: ‘Ga alsjeblieft niet koppelen!’ Want ik zag het al voor me: zou zij straks een feestje geven, waar opeens Hugo Bol voor mijn neus zou staan. Dat leek me vreselijk. En bovendien: zo’n nette man, de zoon van een burgemeester...? Mijn buurvrouw heeft hetzelfde tegen Hugo gezegd, hoorde ik later. Hij dacht: ‘Alinda, van de christelijke boekwinkel? Waarschijnlijk zo eentje met lange rok en knot – niks voor mij.’”

Een fantastische vent

Oud en Nieuw 2005 vierde ze met wat goede vrienden. Een van hen beloofde: ‘Ik ga voor jou bidden dat je in 2006 een fantastische vent mag ontmoeten.’ Alinda, op dat moment sceptisch over dat idee, zou daar later nog vaak aan terugdenken.

“Op Hemelvaartsdag – hoe symbolisch – kreeg ik ’s avonds een sms’je van een andere vriendin. Of ik ook naar een terras wilde komen. Anna en ik sliepen enkele weken bij mijn ouders, omdat ons huis grondig verbouwd werd. Mijn moeder zei: ‘Joh, ga lekker; je zit hier met twee oude mensen. Húp!’ Dus ik erheen, in m’n oude spijkerbroek.”

Daar zag ze Hugo, voor het eerst van haar leven. Hij was daar met zijn zus. Die stootte hem aan en zei: ‘Dat is nou die Alinda, van de boekwinkel.’ Glimlachend: “Hij keek heel intens naar me, en ik dacht: ‘Dat is een leuke vent.’ Later kwam hij naar me toe. We begonnen te praten... en hielden niet meer op. Hij was vrijgezel, maar had wel twee relaties achter de rug. Toen we in gesprek raakten, klikte het. Een enorme klik, tot mijn eigen verrassing.”

Was het niet lastig je weer te geven?

“Nou en of! Wat je liefhebt, kun je kwijtraken: dat besef zorgde ervoor dat ik nog lang heb getwijfeld. Van een andere man gaan houden, je opnieuw binden: daar heb ik echt mee geworsteld. Hugo en ik ontmoetten elkaar die avond in mei, en pas in september of oktober wist ik het zeker: ‘Ja, hij is het. Met hem wil ik verder.’ Op 25 april 2007 ben ik hertrouwd, met de Hugo Bol die mijn buurvrouw zo geknipt voor me vond.” Lachend: “Twee keer ‘de ware’ ontmoeten, dat bestaat dus echt.”

Verschillende vaders

Boven de keukentafel hangt niet alleen een geschilderd portret van Anna, maar ook van haar zusje Jade, die in juli 2008 werd geboren. “Twee fantastische meiden; prachtig om te zien hoe zij, ondanks het grote leeftijdsverschil en het feit dat ze verschillende vaders hebben, samen optrekken. Daar ben ik God zo dankbaar voor.”

Hoe reageerde Anna op Hugo’s komst?

“Zij heeft geen enkele herinnering aan Jaap; daar was ze te jong voor. Zij en ik waren altijd vier handen op één buik, en opeens was daar Hugo. In Anna’s ogen een indringer.” Grijnzend: “Ze heeft wel eens over tafel een milkshake naar hem gegooid. En ze stond een keer dreigend met een mes of een vork voor hem: ‘Kom je nu alweer bij ons eten?!’ Maar inmiddels hebben ze een geweldige band. Het is echt ‘eigen’ geworden.”

Kun je een periode van rouw afsluiten?

Alinda denkt even na. “Ik denk dat dit teveel gezegd is. Want je draagt het verdriet altijd met je mee. Het is niet zo dat ik nu nog in rouw ben, maar er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan Jaap denk, hoewel ik zielsgelukkig ben met Hugo. We zijn heel open over Jaap en praten vaak over hem.”

Droom je nog wel eens over hem?

“Niet vaak meer. Als het gebeurt, is het altijd dat ik niet bij hem kan komen. En hij zegt nooit wat.”

In 1992 trouwde je met Jaap, vijftien jaar later met Hugo. Wat is het grootste verschil tussen die eerste en de tweede keer?

“Ik was een compleet andere vrouw. De eerste keer was ik een onzeker meisje van 22, heel verlegen. Toen ik de tweede keer ‘ja’ zei, was ik een sterke vrouw. Emotioneler ook, maar vooral veel sterker. Geworden, door alles wat ik heb meegemaakt.”

Wat zie jij als het geheim van een hechte relatie?

“Honderd procent jezelf kunnen zijn, en als gelijken – maatjes – in een relatie staan. Jaap en ik waren maatjes, dikke vrienden, en zo voelt het met Hugo weer. En wat ook heel belangrijk is: de ander willen dienen, zoals Jezus ons heeft geleerd. Als je iets uit liefde voor elkaar doet, krijg je het terug. Gegarandeerd.”


Tekst: Gert-Jan Schaap
Beeld: Eljee
Bron: Visie 2015, nr 20